Ronde van het Baskenland weer vol muurtjes en met venijnige tijdrit die Roglič ooit won
De organisatie van de Ronde van het Baskenland heeft het parcours voor de komende editie (6-11 april) onthuld. De zesdaagse rittenkoers begint met een lastige tijdrit in Bilbao. Ook in de overige etappes moet flink geklommen worden.
Op de eerste dag van de Ronde van het Baskenland krijgen de renners een lastige chronoproef voor de kiezen in Bilbao. Het 13,9 kilometer lange parcours is gelijk aan dat van de openingstijdrit in 2021. Dat betekent: vanuit het vertrek meteen goed twee kilometer klimmen aan zo’n zeven procent gemiddeld, dan een lange afdaling en tot slot nog een venijnig slotklimmetje. Vijf jaar geleden sloeg Primoz Roglic, de latere eindwinnaar, hier meteen toe.
Klimmen, klimmen en nog eens klimmen
In de openingstijdrit zullen de eerste verschillen al gemaakt worden, op dag twee kan men die verschillen uitdiepen of goedmaken. De rit van Pamplona-Iruña naar Cuevas de Mendukilo bevat namelijk bijna 3.300 hoogtemeters en met de San Miguel de Aralar (9,5 km aan 7,7%) staat in de finale een serieuze klim op het menu. De top ligt op een kleine twintig kilometer van de streep, die bereikt wordt na nog een korte slothelling.
De derde etappe lijkt op het eerste gezicht iets vriendelijker, maar met meer dan 2.800 hoogtemeters in 152,8 kilometer wordt dit ook zeker geen gemakkelijke dag. Bovendien loopt de aankomst in Basauri ook nog vervelend omhoog. Dat is ook het geval in de vierde rit, die finisht in Galdakao. Voordat de coureurs hier aankomen, moeten ze zeven gecategoriseerde hellingen bedwingen. De Legina-klim (3,2 km aan 8%) is het laatste obstakel in deze typisch Baskische rit.
Izua
Over typische Baskische ritten gesproken: ook bij rit vijf en zes zien we de gekende haaientandenprofielen. In etappe vijf, met start en finish in Eibar, krijgen de renners maar liefst acht gecategoriseerde beklimmingen voor de kiezen. De Urkagei (5,2 km aan 4,7%) is de laatste, maar de Izua (4,1 km aan 9,2%) zal op goed 25 kilometer van de streep wellicht voor nog meer brokken zorgen.
Voor de zesde en laatste etappe zoekt de organisatie weer wat langere klimmen op. In de vrij korte etappe – er is een parcours van 135 kilometer uitgetekend – moeten de renners bijvoorbeeld tweemaal over de Elosua (7,2 km aan 7,5%). De Asentzio (7,3 km aan 5,1%) is dan weer de laatste klim van de dag. Hier zal het klassement in een definitieve plooi vallen.
Vorig jaar won João Almeida de Ronde van het Baskenland. Dit jaar staat onder meer Isaac Del Toro, Juan Ayuso, Paul Seixas, Cian Uijtdebroeks en tweevoudig eindwinnaar Primoz Roglic op de voorlopige startlijst.






Reacties zijn gesloten.