Piotr Havik schopt het tot prof: “Ik wil er vanaf het voorjaar staan”

Door , dinsdag 10 december 2019 om 19:20
Piotr Havik schopt het tot prof: “Ik wil er vanaf het voorjaar staan”

Piotr Havik wint de GP Stad Zottegem - foto: Cor Vos

De carrière van Piotr Havik leek na zijn stage bij Katusha-Alpecin uit te draaien op niets. Hij dacht aan stoppen, maar vond bij BEAT Cycling Club het plezier in het fietsen terug. Dit jaar was zijn zege in de GP Stad Zottegem het hoogtepunt. Meerdere ploegen klopten op de deur, maar de keuze viel op Riwal-Readynez. WielerFlits sprak uitgebreid met Havik over zijn weg naar een profcontract.

“Ik voelde vorig jaar dat het mogelijk was om een .1 koers te gaan winnen. Daar had ik vertrouwen in, maar ik wist dat ik fysiek en tactisch een stapje moest maken. Iedereen is ambitieus, maar ik heb die uitdaging wel zo scherp mogelijk gevormd en ik heb zoveel mogelijk wedstrijden eruit gepikt. Ondanks dat ik een heel constant seizoen had, was ik wel acht van de tien keer op mijn top tijdens de wedstrijden waar ik kans zag om te kunnen winnen.”

“Ik heb vrij weinig compromissen moeten sluiten. Het draaide niet alleen om mij, maar ik kon altijd mijn ding doen. Dat maakt dat alles op zijn plek valt dit jaar.”

Je hebt de aanloop voor dit seizoen anders aangepakt. Hoe precies?
“Normaal ga ik in december op stage en dan trek je dat in januari en februari door. Daarna was ik soms niet altijd even scherp in het voorjaar. De conditie was wel goed, maar het schortte aan dingen om direct te kunnen scoren. Dus dat heb ik anders aangepakt. Ik liet mijn conditie in de winter niet te ver terugzakken. Ik denk dat dat wel heeft geholpen om het hele seizoen zo fris en scherp mogelijk te zijn.”

Hoe merkte je dat aan je frisheid?
“Ik heb eigenlijk nergens dit seizoen gehad dat ik rust nodig had. Luuc Bugter had zich echt opgebrand, dat heb ik met geen moment gehad. Ik heb aan mijn rust gedacht, maar ik was fris genoeg om weer te kunnen pieken. Daar was ik wel blij mee.”

Je reed het hele seizoen top-10-uitslagen. Het begon met een zesde plek in de Arno Wallaard Memorial en eindigde met een derde plek in de Memorial Rik Van Steenbergen. Hoe hoog lag de standaard dit jaar?
“Ik heb kunnen aantonen dat dit niveau mij heel goed ligt en dat ik klaar ben om een stapje daar bovenop te doen. Als je echt alle uitslagen pakt, dan zit ik aan bijna dertig top-10-plaatsen. Dat is toch wel iets waar ik heel trots op ben en waar ik vertrouwen van krijg. Als ik dit zo regelmatig kan doen, dan is mijn motor wel klaar om ook de grotere koersen te kunnen verteren. Daarin wil ik ook een stap maken en de kwaliteit verhogen en daar de uitdaging in zoeken.”

Je was de laatste twee seizoenen kopman bij BEAT Cycling Club. Hoe ben je gegroeid in die rol?
“Daar ben ik heel serieus mee bezig geweest en ook in gegroeid. Je moet heel goed jezelf als persoon begrijpen. Hoe je mentaal in elkaar zit, waar je op aanslaat en niet. Daar heb ik vorig jaar een slagje in gemaakt en dit jaar ben ik daarmee verder gegaan. Ik heb daarin Elske Coenen als mental coach gehad. Met haar zat ik om de twee weken te sparren over wat er gebeurde binnen het team en in de wedstrijden, en hoe ik daar op reageerde. Eigenlijk kon ik daarin mijn acties en denkpatronen reflecteren. Dat heeft wel ontzettend geholpen.”

Was je ervan overtuigd dat dit de juiste manier was voor je rol als kopman?
“Van tevoren wist ik het niet. Als je jezelf niet begrijpt, dan ga je jezelf tegenkomen. Dan is het meer het toepassen van een trucje als dat je het zelf voelt. Ik merkte wel dat we bij de ploeg heel goed in onze energie zaten. Ik heb ook mijn bijdrage geleverd door iedereen waardering te geven, iedereen erbij te betrekken en het gevoel te geven dat iedereen meegeholpen heeft aan het goede seizoen. Ik ben niet de enige die gepresteerd heeft, maar de prestaties gaven wel vreugde, energie en blijdschap aan het team.”

Hoe ben je in aanraking gekomen met een mental coach?
“Daar ben ik zelf achteraan gegaan. Ik heb hulp gekregen van BEAT toen ik twee winters terug er echt doorheen zat na de stage bij Katusha-Alpecin. Toen zag ik het even niet zitten en dacht ik van: ‘Bekijk het maar lekker met het fietsen’. Daarin heeft BEAT mij wel op weg geholpen, via PH Haastrecht (een bedrijf voor psychologische hulpverlening, red.). Met mijn mental coach ben ik verder gaan trainen op mentaal vlak. Ik kende haar omdat zij lezingen gaf en daar kwam psychologie in terug. Ik vond dat relevant voor mij als topsporter, het stukje mentale training als het ook goed met je gaat. We kennen mentale training als het slecht gaat, dan heb je die steun nodig en dan kom je er weer bovenop. Nu heb ik een coach om mij mentaal sterker te maken.”

Havik (links) met onder meer Alexander Kristoff en Tony Martin – foto: Cor Vos

Je haalt de stage bij Katusha-Alpecin van eind 2017 aan. Waar denk je aan als je nu terugdenkt aan die periode? Heeft die tijd je dingen opgeleverd waardoor je de stap naar de profs nu wel kan maken?
“Ik heb er heel veel van geleerd. Het was een heel mooie ervaring en dat gaf al een voldoening. Ik heb laten zien dat ik het niveau aankan. Voor even was ik mijn droom aan het leven en dan zie je kansen ontstaan. Tot het moment dat er geen plek is door een nieuwe UCI-regel. Dan stort je wereld in op sportief vlak. Er waren die winter ook problemen in de familie en financieel had ik geen budget meer. Ik had alles in mijn laatste stage voor mijn stage bij Katusha gestoken, dus ik zag geen licht meer aan het einde van de tunnel.”

“Hoe ga ik mij nu voorbereiden op een nieuw seizoen? Dat vroeg ik mij af. Het was zelfs onzeker of BEAT een continentaal team ging beginnen. Dan spookt het vanaf november door je hoofd om te stoppen. Dat was een moment dat ik het fietsen anders ben gaan beleven. Ik heb de topsport losgelaten. Vanaf de junioren wordt je maar klaargestoomd voor dat WorldTour-niveau. Dat is het ultieme en het zaligmakende.”

Maar na je stage bij Katusha-Alpecin eindigde dat beeld voor jou?
“Ja, die droom is heel mooi, maar het heeft ook keerzijdes. Je gaat goed nadenken en probeert zaken te visualiseren. Waarom vindt je dingen zo leuk en waarom doe je dat? Ik zocht uitdagingen op de fiets, zonder dat het iets met wedstrijden te maken had. Dat vond ik leuk om na de periode-Katusha te doen. Ik heb daarom wel weer het wielrennen ontdekt in zijn puurste vorm. Plezier hebben met elkaar en uitdagingen maken voor jezelf, of je nu wel of niet op een podium staat. Dat was wel leerzaam.”

Je hebt ook twee jaar gereden voor het Rabobank Development Team. Daar ging het juist om presteren en zorgen dat je in de WorldTour komt. Voelde je dat zo?
“Dat voelde absoluut zo. Ik had heel graag gewild dat ik toen de kennis had die ik nu heb. Dan was ik mentaal minder tegen mezelf aan gelopen. Daar draait het puur om prestaties. Heel de wielersport is zo bezig met prestaties en daarin heb ik mij ook wel blind gestaard. Toen ik bij BEAT begon als individuele renner, was ik geen continentale renner. Maar desondanks wilde ik wel laten zien dat ik ProContinentaal of WorldTour-waardig was. Daar was ik nog heel erg prestatiegericht ingesteld.”

Dit seizoen had je tot de tweede plaats in Halle Ingooigem niet het gevoel dat een podiumplek erin zat, gaf je aan. Dat prestatiegerichte blijft er dus wel in bij jou?
“Dat wel. Je kan ook niet zonder, maar het hoeft niet leidend te zijn. Dat heb ik wel meer losgelaten. Ik had zoiets van: ‘Dit is iets voor mijzelf waar ik mij in wil uitdagen en ontdekken.’ Dat haalde de prestatiedruk op een bepaalde manier weg.”

Je bent kopman, maar wel bij een continentaal team. Dan is het extra lastig om te winnen. Hoe schat je die overwinning in de GP Stad Zottegem in, nu we een paar maanden verder zijn?
“Makkelijk is het nooit om te winnen, maar als continentale renner geeft het je wat meer vrijheid. Mensen kenden mij wel, maar je blijft dat continentale shirtje hebben. Wat ik met name heb geleerd van Egon van Kessel (ploegleider bij BEAT Cycling Club, red.) dit jaar is ‘hoe de hazen lopen’. Je had de strijd tussen Corendon-Circus, Wanty-Gobert en Total Direct Energie voor de UCI-punten. Die was in augustus al volop bezig. Dan moet je ook begrijpen dat je je nederig moet opstellen en je niet teveel moet bemoeien. Je moet zien wanneer de belangrijke momenten zijn om aan te vallen. Dat is wel moeilijk, want aan de ene kant denk je dat je als kopman dominant moet zijn en dominant moet koersen, maar dat is niet de sleutel tot succes als je tegen grotere teams moet opboksen.”

“Als je het spelletje eenmaal doorhebt, dan helpt het advies zeker. Dat neemt niet weg dat er dondershard gekoerst wordt. Je wordt soms teruggepakt en dan is het moeilijk om als continentale renner te herstellen in het wiel van een ploegmaat. Je moet als continentale renner kunnen beschikken over kleine pijltjes om mee te kunnen gaan, maar ook rust houden om je grote pijl niet te verschieten.”

Nu wordt je volgend jaar prof bij Riwal-Readynez. Maar had je al eerder de kans om prof te worden? Vaak werd ook de vraag gesteld: waarom heeft Roompot hem niet genomen?
“Er is contact geweest, maar ik geef wel eerlijk toe dat Roompot niet bovenaan mijn lijst stond. Het leek er wel op uit te draaien dat het mijn enige keuze was na vorig jaar. Toen reed ik achter de feiten aan. Met name Cees Bol en Julius van den Berg staken hun kop boven het maaiveld uit en ik zat daar dus achteraan te sjokken, met minder UCI-punten en minder ereplaatsen. Ik kwam ook later op gang en zij waren vroeg in de picture.”

“Ik was toen wel serieus bezig om die stap te maken. Roompot was niet mijn eerste keuze, omdat ik ook wel mogelijkheden zag bij BEAT. Programmatechnisch gezien wilde ik wel die stap maken en ik was ook in gesprek met Roompot en Wanty-Gobert, maar het was krap op de markt door het stoppen van Aqua Blue Sport en de fusie van Roompot met Veranda’s Willems. Dan zie je snel in dat het complex in elkaar zit om een plekje te krijgen.”

“Vorig jaar was het net niet uitmuntend of spraakmakend genoeg om dat plekje al vroeg af te dwingen. Halverwege vorig jaar veranderde ik van management. Mijn nieuwe manager had ook tijd nodig om bij teams aan te geven dat ik bij hem zat. Ik voelde vorig jaar niet de druk, omdat ik het naar mijn zin had bij BEAT. Dit jaar had ik die druk ook niet, maar de kansen kwamen eerder naar mij toe. Dan neem je ze ook serieuzer en dan heb je ook meer tijd om erover na te denken.”

Havik op het podium in Halle Ingooigem, met Dries De Bondt en Philippe Gilbert – foto: Cor Vos

Was er, gezien de prestaties, dit jaar meer aandacht voor je?
“Er was zeker meer interesse, ook uit Frankrijk. Ik was aan het begin wel gericht op de WorldTour en ik hoopte daar mijn kans gaan met ruimte die kon ontstaan. Die ruimte was er niet, door die fusie van Katusha-Alpecin en Israel Cycling Academy. NTT was er ook nog, we hoopten dat er een plekje vrij kwam omdat Tom-Jelte Slagter op zoek was. Hij is uiteindelijk naar Vital Concept-B&B Hotels gegaan. Die ploeg had ook wel serieuze interesse in mij getoond, maar op een gegeven moment was wel duidelijk dat het Riwal-Readynez of Wanty-Gobert werd voor mij.”

“Bij Wanty-Gobert was er ook interesse vanuit de renners. Zij vonden het leuk als ik kwam als lead-out of sprintvoorbereider om de trein op poten te zetten. Dat kwam uiteindelijk toch niet van de grond zoals gewenst. Riwal-Readynez was er het allereerst bij. Zij wilden mij hebben en hadden een plan met mij. Dat heb ik bij geen enkel team gehad. Dat geeft ook meer vertrouwen om de overstap te maken.”

Zou je bij Wanty-Gobert meer in een knechtenrol rijden?
“Volgend jaar heb ik vaak een vrije rol en bij Wanty-Gobert was dat niet zo. Ik vond het contrast best wel groot tussen die teams. Wanty-Gobert is meer van de oude stempel, maar het was wel heel interessant omdat zij een heel mooi programma rijden. Alleen je wil ook weer niet opgebrand worden. Ik denk dat ze met meerdere renners aan het praten waren. We hebben wel gesproken, maar ik heb nooit concreet een contractvoorstel gezien. Dat maakte het ook lastig. Bij Riwal-Readynez was het aan het aflopen en ik sloeg niet aan op de andere opties. Ik moest wel een team hebben waar ik mij mentaal ook goed bij voelde en niet alleen puur gericht op de prestaties.”

Dus je hebt ook gekozen voor de zekerheid?
“Voor zekerheid, vertrouwen en mensen die vertrouwen in jou hebben. De sport is keihard. Als je een maand niet presteert, dan wil ik het risico niet lopen dat het team vertrouwen verliest en dat je op een B-traject komt. Dat is niet fijn en niet de bedoeling.”

Je hebt voor één jaar getekend bij Riwal-Readynez. Was dat een keuze?
“Ze boden mij twee jaar aan maar adviseerden om een jaar te doen, omdat ze wel mijn groeipotentie zien. Ze willen mij richting 2021 een beter contract aanbieden. Ik moet ze op hun woord vertrouwen, maar ze weten ook dat dit waarschijnlijk geen eindstation voor mij is. Ik wil hogerop en in die ambitie willen ze mij ondersteunen. Als je bij Wanty-Gobert instapt, lijkt mij de kans groter dat je daar blijft plakken. Zij zijn iets minder gericht op het opleiden en het beter maken van een renner. Bij Riwal-Readynez staat dat wel centraal. Door hun continentale achtergrond doen ze dat graag en ze moeten ook wel om die ambitie richting de Tour de France te realiseren.”

Riwal-Readynez wil in 2021 naar de Tour de France, die dan start in Kopenhagen. Dat is het seizoen na komend seizoen al…
“Ik denk dat heel het team een stap moet maken. Mocht het ons lukken om tot de vijf beste ProContinentale teams te schoppen, dan ben je denk ik wel in de picture bij de Tour de France. Het moet wel dit jaar gebeuren. Dit is geen uitspraak van Riwal, maar het lijkt mij heel mooi om daar naartoe te knokken. Als we niet uitgenodigd worden op het jaarlijkse ASO-diner, dan wordt het moeilijk voor 2021. Ze gaan niet zomaar een plek in de Tour weggeven, ook al start hij in Denemarken. De Tour vind ik heel mooi en het is een droom, maar het is nog niet een doel voor mij. Ik heb mijn doelen eerder voor Parijs-Roubaix en de Ronde van Vlaanderen. Ik wil veel liever die wedstrijden rijden en mee gaan doen, dan dat ik bezig ben met een Tourdeelname.”

Wanneer wist jij dat Martijn Budding, Arvid de Kleijn, Nick van der Lijke en Elmar Reinders ook contact hadden met Riwal-Readynez?
“Van Martijn wist ik dat vrij vroeg en van Nick ook. De transfers van Elmar en Arvid hoorde ik in de laatste weken van het seizoen. Dat was fijn om te horen, want ik ben afgelopen jaar steeds meer opgetrokken met Arvid. We hebben allemaal veel stappen gemaakt en Elmar is een renner die dicht bij mij staat. Daar was ik ook naar op zoek. Hij is eenzelfde type en hij kan mij uitdagen in wedstrijden en trainingen. Dat gaf wel vertrouwen toen ik hoorde dat zij erbij kwamen.”

Wat zijn ze van plan met jou?
“Ze zien heel duidelijk dat mijn ambities en kwaliteiten in het voorjaar en de klassieke type wedstrijden liggen. Ze willen zich meer richten op het voorjaar. Nu zijn ze wel meer gericht op een start in de Amstel Gold Race dan een deelname aan de Ronde van Vlaanderen, maar dat is natuurlijk ook een prachtige koers. Ik sprak ook uit dat ik tijdrijden een mooi onderdeel vind. Ik ben geen specialist, maar kan het wel goed gebruiken om sterker te worden. In combinatie met de punch die ik heb, wil ik daar verder aan werken. Zij hebben de kennis in huis met aerodynamicaspecialisten en renners zelf die daar veel over weten. Daar kan ik veel van leren en stappen in maken.”

Hebben ze je gehaald als kopman?
“Nee, dat kan ik niet zeggen. Wel als renner die een beschermde rol heeft. Ze zien mij als specialist en we gaan ons programma daarop aanscherpen. Ze zijn er wel van bewust dat ze een paar goede sprinters en klassieke renners hebben. Op basis daarvan gaan ze mee verder. Hoe kunnen wij onze renners het beste programma bieden? Dat voelt goed, want het team staat in dienst van de renners, in plaats van dat je alleen maar moet koersen en startgelden bij elkaar moet schrapen.”

Zie je deze transfer als een avontuur?
“Het is zeker een avontuur, want het blijft een stap. Als ik er geen avontuur in had gezien, dan had ik beter bij BEAT kunnen blijven. Uitdagingen heb ik gevonden, maar wel op een gezonde manier. Je kan binnenstappen bij Deceuninck-Quick-Step, maar dat kan je mentaal helemaal gek maken. Dan ga je misschien dingen doen die je normaal niet zou doen. Ik heb nu een team dat vertrouwen uitspreekt. Als ik blijf doen wat ik deed, dan kan ik goed mijn ding doen. Daar houd ik mij aan vast.”

Je zal ook wel eens niet de kopman zijn volgend jaar, dan moet je werken voor bijvoorbeeld Arvid de Kleijn of een van de andere sprinters. Hoe kijk je naar die rol?
“Dat vind ik juist heel leuk. Negen van de tien keer moet je in de WorldTour beginnen met knechten en er is een grote kans dat je in die rol blijft. Als dat geen voldoening geeft, kan je beter op continentaal niveau rijden en voor je eigen kansen gaan. Bij de stage van Katusha-Alpecin merkte ik hoe gaaf het is om de kopman af te zetten, ook al wint hij niet. Als hij een goede uitslag rijdt, is het mooi meegenomen. Als hij dankbaar is, dan is het ook leuk.”

“Als ik waardering krijg van Arvid of August Jensen (een van de nieuwkomers bij Riwal-Readynez, red.) en het spelletje goed speel, dan zie ik daar ook mijn uitdaging in. Dat heb ik bij die stage geleerd: in dienst rijden en je eigen kansen opofferen is waardevol werk. De balans is heel leuk, want constant maar kopman zijn en de verwachting hebben dat jij weer moet presteren… Dat vergt ook wel energie en het wekt frustraties op. Op kop sleuren voor een sprinttrein, daar zie ik wel kansen in. Het maakt je als renner beter.”

In 2018 won je de Ronde van Overijssel en dit jaar de GP Stad Zottegem. Dat was elke keer een stapje hoger. Wat volgt er in 2020?
“Dat is afhankelijk van het programma, maar 1.1-koersen winnen is en blijft leuk. Daar mag er volgend jaar weer een van bij zitten. Ik moet mijn uitdagingen nog concreet maken, maar ik wil er hoe dan ook vanaf het voorjaar staan. Ik won afgelopen seizoen vrij laat, dus laat ik er maar een ambitie van maken om vrij vroeg in het seizoen wat te winnen.”

Dit artikel delen:

4 Reacties

Fassa Bortolo 9 december 2019 om 08:41

Lekker bezig wf

assen 9 december 2019 om 11:35

Dank voor het leuke en goede interview.

Had ook graag iets meer gelezen over de ploeg zelf, dwz, welke renners zijn hun speerpunten? Dat had wat meer context geschapen.

DonQuijote 9 december 2019 om 16:58

Wat zou het fantastisch zijn als hij zich tot een goeie bestendige beroepsrenner zou kunnen ontpoppen!

Ik geloof erin!

leegloper 9 december 2019 om 20:37

Ik ben benieuwd naar Havik en Riwal. Riwal reed bijvoorbeeld goed in Yorkshire.
https://www.procyclingstats.com/race/tour-de-yorkshire/2019/stage-3

Headlines

Materiaalzone

Populair