Nederlands succes stapelt zich op in binnen- en buitenland

woensdag 8 mei 2019 om 18:16
Nederlands succes stapelt zich op in binnen- en buitenland

foto: Sébastien Delaunay

In de rubriek Nationaal schenkt WielerFlits aandacht aan het Nederlandse Continental-circuit, maar ook de buitenlandse renners in Nederlandse dienst en onze landgenoten in buitenlandse team komen aan bod. Deze aflevering staat boordevol interviews met succesverhalen van bijvoorbeeld Nils Eekhoff, Alberto Dainese, Dylan Bouwmans en Dennis van der Horst!


Nils Eekhoff juicht in Overijssel: “Dit geeft vertrouwen voor Parijs-Roubaix”

Nils Eekhoff is klaar voor Parijs-Roubaix – foto: Cor Vos

Een maand geleden verbaasde Nils Eekhoff zichzelf met zijn goede prestaties in Le Triptyque. Hij kwam terug van een blessure, maar inmiddels is de situatie helemaal veranderd. De onzekerheid heeft plaatsgemaakt voor ontzettend veel zelfvertrouwen. “In de Tour de Bretagne steeg het met de dag”, vertelt hij enthousiast aan WielerFlits. De 21-jarige Noord-Hollander drukte stevig zijn stempel op de Franse 2.2-koers met een ritzege en een derde plek in het eindklassement. Zaterdag voegde hij daar de Ronde van Overijssel aan toe.

Een sprinter noemt Eekhoff zich allerminst. “Dat ik steeds kort eindig in Bretagne, komt vooral door een goede positionering. Dat in combinatie met het maken van de goede keuzes in de wat zwaardere finales”, legt de renner van Sunweb Development uit. “Ik kan dan namelijk nog hoge wattages trappen. In de eerste etappes was het nog wat zoeken met de ploeg. Maar dat ging elke dag beter en beter. We hadden alleen de pech dat we steeds Alberto Dainese tegenkwamen. Die was op enkele dagen veruit de snelste van het pak.”

“Je weet dan dat het lastig gaat zijn om zo’n iemand te verslaan”, gaat de derdejaarsbelofte verder. “Maar op de laatste dag viel het allemaal toch op z’n plaats. Dat was een oplopende finishstrook op kleine klinkertjes. Dat ligt me doorgaans goed, want daar komt mijn kracht net iets meer tot z’n recht. Het is alleen jammer dat ik op het eind drie seconden te kort kom voor de eindzege, want ik reed er echt voor de overwinning. Het is uiteindelijk heel close en dat zet je wel aan het denken. Maar het is wat het is. Een derde plek is ook mooi.”

Vervolgens trok Eekhoff met – naar eigen zeggen – verrassend goede benen naar de Ronde van Overijssel. Daarin raakte hij in de finale weg met het BEAT Cycling-duo Martijn Budding en Piotr Havik. “Het lastigste deel van de koers was van dertig kilometer voor de streep tot twintig kilometer voor het einde. Toen werd er veel gesprongen vanuit de kopgroep. Dan is het zaak om met de juiste mannen mee te springen. Op een gegeven moment ging Kaden Groves in z’n eentje en dacht ik: ‘laat ik dan ook doen, dan zien we wel wie meekomen’.”

“Maar toen ik met Budding en Havik op kop kwam, schatte ik mijn kansen heel hoog in”, gaat hij verder. “Eigenlijk had ik vanaf toen alles onder controle. Ik was ook overtuigd van mijn eigen kracht en ik wist dat zij gingen aanvallen. Maar die kon ik steeds pareren. In de sprint met drie hoorde ik Budding uit mijn rug ‘links’ roepen naar Havik. Toen wist ik dat hij rechts zou uitwaaien, wat-ie ook deed. Een slimme zet. Daardoor werd de sprint erg spannend, omdat Budding een gaatje pakte. Maar gelukkig wist ik toch de zege te behalen.”

Met de overwinning op zak, maakt Eekhoff zich op voor Parijs-Roubaix U23. “Mijn volgende koers is de GP Criquelion, maar dat is in opbouw naar Roubaix. Dat is ieder jaar mijn hoofddoel van het seizoen (in 2017 wist hij de mini-Hel al eens te winnen, red.), dat is de wedstrijd waarvoor ik koers. Vanaf jongs af aan ben ik al verliefd op die wedstrijd. Of ik mijn tot en met 2020 lopende contract met de opleidingsploeg volmaak? Ik weet het niet, ik heb nog niets van Sunweb gehoord. Ik ga lekker koersen en dan zie ik het wel”, lacht hij.


Casper van Uden krijgt kans bij opleidingsploeg Team Sunweb

Casper van Uden zal volgend jaar voor de opleidingsploeg van Sunweb uitkomen – foto: Cor Vos

Team Sunweb maakte vandaag bekend dat Casper van Uden vanaf volgend seizoen voor de opleidingsploeg uit zal komen. De 17-jarige Nederlander zal in ieder geval twee jaar uitkomen voor de beloftenformatie.

“Casper stond al op jonge leeftijd op onze radar en hij blijft maar indruk en progressie maken”, zegt coach Hans Timmermans in het persbericht dat de ploeg deed uitgaan. “Hij is een talent waarin we echt geloven. Hij is all-round en is in de klassiekers in staat om een zware dag te overleven en het af te maken in een sprint. We willen hem ook op de baan laten blijven rijden, waardoor hij zich kan ontwikkelen tot een complete wielrenner.”

Van Uden was dit jaar de beste in Kuurne-Brussel-Kuurne voor junioren in een sprint met een groep van elf renners. Afgelopen winter was hij de beste op het NK scratch. Ondanks dat het wielerseizoen nog in volle gang kan hij niet wachten om in het Sunweb-tenue te gaan rijden. “Binnen de ploeg voelt het als één grote familie waarin iedereen elkaar motiveert om te verbeteren. Niet alleen als renners, maar ook als mensen. Ik heb er vertrouwen in dat dit de juiste omgeving is om me verder te ontwikkelen als wielrenner.”

Eerder verzekerde Sunweb zich ook al van de diensten van Enzo Leijnse.


Dylan Bouwmans verrast in de Ton Dolmans Trofee: “Had vooraf al het gevoel dat ik kon winnen”

Dylan Bouwmans – foto: Metec-TKH

Dylan Bouwmans was zondag in Stein de verrassende winnaar van de Ton Dolmans Trofee. Voor de winnaar zelf kwam de verrassing echter niet als een complete verrassing uit de lucht vallen. “Ik voelde me de afgelopen weken al heel erg goed en ik had vooraf ook al het gevoel dat ik kon winnen”, vertelt de winnaar, die aan de streep bijna een minuut voorsprong had op ploeggenoot Sjoerd Bax. “Ik begrijp wel dat voor de buitenwereld deze zege misschien onverwachts is, maar ik voelde me de afgelopen weken al super sterk. In een uitslag was dat echter nog niet terug te zien, dus daarom ben ik ook heel blij dat ik dan nu heb kunnen winnen.”

Bouwmans liet in Le Triptyque des Monts et Châteaux vorige maand zien over een goede conditie te beschikken door achttiende in het eindklassement te worden, terwijl hij vorig jaar al met een zevende plaats in Parijs-Tours U23 aantoonde een sterke coureur te zijn. De prestaties in deze wedstrijden stonden destijds in schril contrast met andere excellerende Nederlanders zoals Marten Kooistra en Nils Eekhoff, die hoger eindigden dan Bouwmans. En dus is het logisch dat het grote publiek de zoon van oud-prof Eddy Bouwmans nog niet heel goed kent.

Wat voor type coureur is de 22-jarige Nederlander? “Ik denk dat ik een renner ben die het best tot zijn recht komt op slopende parcoursen: dat kunnen dus wedstrijden zijn met kasseien, maar ook klimmetjes in Limburg of in de Ardennen. Daar houd ik ook van”, aldus Bouwmans, die donderdag aan de start staat in Frankrijk, waar de Rhône-Alpes Isère Tour verreden wordt. “Het zijn klimmen die me normaal gesproken moeten liggen, maar het niveau ligt daar vele malen hoger dan in de Ton Dolmans Trofee. Ik ben heel erg benieuwd hoever ik op dat niveau kan komen.”

Na de Rhône-Alpes Isère Tour last Bouwmans een rustpauze in om zich voor te bereiden op zijn twee volgende grote doelen: het NK op de weg en waarschijnlijk de ZLM Tour. Vooral op het Nederlands kampioenschap ziet Bouwmans kansen: “Ik denk dat het parcours zwaar genoeg voor me is, ja. Als je terugkijkt naar de laatst NK’s, dan zie je dat er altijd een klein groepje naar de finish rijdt. Ik hoop dat dat ook dit jaar weer gebeurt.”


Nieuwstips of opmerkingen?

nationaal@wielerflits.nl


Martijn Budding: “Ik was niet bang voor Nils Eekhoff”

BEAT Cycling Club kleurde de Ronde van Overijssel, een jaar na de winst van Piotr Havik. Met Martijn Budding en opnieuw Havik stonden twee renners op het podium, maar zij moesten zich gewonnen geven aan Nils Eekhoff. “Ik was niet bang voor hem”, zegt Budding. “Je weet nooit hoe het gaat lopen, maar ik heb niet veel fout gedaan.”

Martijn Budding – foto: BEAT Cycling Club

Na een onstuimige koers voerde BEAT de forcing. De ploeg zette het peloton op de kant waardoor twintig renners overbleven. Daarna ontsnapte een vijftal, met daarbij Havik. “Ik moest nog een inspanning van tien minuten doen om er bij te komen, samen met Yves Coolen”, blikt Budding terug. “Daarna ben ik meteen met Eekhoff weggereden. Ik had dus niet echt tijd om te herstellen. Hij was wel heel erg sterk en had net een meerdaagse gereden en daar ook gesprint.”

Uiteindelijk wist Havik de oversteek te maken naar Budding en Eekhoff. “We gingen om en om demarreren, maar kwamen niet weg”, legt de Veenendaler uit. Havik besloot daarna zich op kop te zetten voor zijn ploegmaat. In de sprint hinderde hij Eekhoff ook nog licht. Dat was zonder opzet, erkent Budding. “Ik zag een gaatje, maar daarvoor moest Piotr wel aan de kant, naar rechts. Nils ging toen ook net rechts aan. Ik had vrij baan, maar hij was net een half wiel sneller.”

“Ik zat al redelijk in de verzuring, maar of dit het hoogst haalbare was? Als je zo dicht erbij bent, had winst er ook in gezeten”, aldus Budding.


Eerste dubbele weekend voor BEAT

Komend weekend rijdt BEAT Cycling Club voor het eerst twee eendagskoersen in een weekend. Zaterdag in Nederland de PWZ Zuidenveld Tour en zondag in België de Ardense Pijl, allebei UCI 1.2-koersen. “Ik denk dat de Flèche Ardennaise mij beter ligt. Vorig jaar won Cees Bol, dus het zal geen honderd procent klimkoers zijn, maar vol op de power. Daar moet wel iets in zitten”, kijkt Budding vooruit.

Zaterdag wil Budding zich graag inzetten voor Luuc Bugter, die de snelle man is namens BEAT. Nahom Desale maakt zijn rentree na een valpartij in de Arno Wallaard Memorial waardoor hij een nacht in het ziekenhuis moest verblijven. Hij rijdt beide koersen.

BEAT Cycling Club in PWZ Zuidenveld Tour (11 mei) en Flèche Ardennaise (12 mei)
flag-nl Martijn Budding
flag-be Yves Coolen
flag-nl Nahom Desale
flag-be Daan Hoeyberghs
flag-nl Alex Mengoulas
flag-nl Luuc Bugter (alleen PWZ)
flag-be Guillaume Seye (alleen PWZ)
flag-nl Piotr Havik (alleen Flèche)
flag-gb Adam Lewis (alleen Flèche)


Alberto Dainese (SEG Racing Academy) rijgt overwinningen aaneen in Frankrijk

foto: Tour de Bretagne

SEG Racing Academy is behoorlijk op dreef de laatste weken. Een maand geleden maakten we in deze rubriek toen al kennis met veelwinnaar Kaden Groves, nu is Alberto Dainese aan de beurt. De talentvolle sprinter won vorige week nog drie etappes in de Tour de Bretagne en deed het afgelopen weekend in het shirt van de Squadra Azzurra nog eens dunnetjes over in de 1.2-koers Entre Brenne et Montmorillonnais. WielerFlits belde hem op.

Voor de Nederlandse opleidingsploeg was de Bretoense koers een van de belangrijkste van het jaar. “Het was ook lastig”, vertelt Dainese. “Op een aantal dagen kregen we te maken met waaiers, maar het parcours lag me wel goed. Ik wist drie etappes te winnen. Dat was voor ons als ploeg natuurlijk uitstekend! Het doel was om net als vorig jaar in ieder geval twee ritten te winnen en dat werd er een meer. Al bij al dus een succesvolle week voor ons.”

“We verloren de leiderstrui in vierde etappe, dat was jammer”, gaat hij verder. “Ik kwam ten val en kon niet terugkeren naar het peloton (Dainese kwam 23 tellen later binnen, red.). Daar verloor ik mijn kansen voor de eindoverwinning. Uiteindelijk kom ik maar acht seconden tekort op winnaar Lorrenzo Manzin (prof bij Vital Concept-B&B Hotels, red.). Maar desondanks moeten we blij zijn met drie ritzeges en een zevende plek in het klassement.”

Wat opviel in de ritten die de 21-jarige Italiaan won, is dat de concurrentie niet op de foto-finish stond. “Het niveau was ook niet super hoog”, vindt hij. “De meeste aankomsten lagen me ook wel goed, vooral de glooiende ritten. Alleen tijdens de laatste etappe – die op een oplopende finishstrook lag – kwam ik niet aan sprinten toe. Ik zat nochtans goed, want ik kwam als derde uit de laatste bocht. Ik wist dat ik het klassement nog kon winnen, als ik als eerste over de streep kon komen. Maar helaas lukte dat niet.”

Dainese was desondanks super tevreden met zijn prestaties. Eind maart had hij ook al een rit gewonnen in de Tour de Normandie. “Ja, het gaat erg goed”, beaamt de snelle man. “Ik kan goed sprinten, maar het is vooral het mentale aspect wat me sterk maakt. Ik ben altijd hongerig naar meer. Veel renners zouden al blij zijn met één zege, maar ik wil altijd meer. Ik kan er dan ook enorm van balen dat ik die laatste rit in Bretagne bijvoorbeeld niet win.”

Lees later deze week een uitgebreider interview met Dainese op onze website.


Marten Kooistra tweede in Nation’s Cup-koers: “Een mooie opsteker”

Kooistra won vorig jaar solo Parijs-Tours U23 – foto: Cor Vos

Eindelijk. Dat woord vat goed samen hoe Marten Kooistra zijn tweede plek in de Etoile d’Or – de vierde manche in de UCI Nation’s Cup U23 – ervaart. De 21-jarige Fries hikt al heel het seizoen tegen een dicht resultaat aan en afgelopen zaterdag was-ie daar. “Ik ben redelijk tevreden met de wedstrijden die ik tot nu toe gereden heb”, vertelt hij aan WielerFlits. “Deze tweede plek is een super goede uitslag en je staat weer een keertje op het podium. Er komen nog genoeg koersen waarin ik ver hoop te komen, maar dit is een mooie opsteker.”

Bondscoach Adriaan Helmantel had vorige week de verwachtingen nog getemperd. “Ik kwam uit de Tour de Bretagne, waar ik heel de week met SEG Racing Academy heb gereden”, vertelt Kooistra. “Zaterdag was er dan opnieuw koers in Frankrijk met de nationale selectie. Ik moest er echt even inkomen. Er reden al vroeg acht man weg, maar er zat niemand van Nederland mee. Eenmaal op de laatste zes plaatselijke rondes van veertien kilometer aangekomen, begon het te regenen en te hagelen. Daardoor was het erg koud.”

“Met nog een uur koers te gaan, werden de vluchters gegrepen”, gaat hij verder. “Van drie kilometer voor het einde tot de vod ging het in dalende lijn, daarna was het vlak. Door de regen was die afdaling best gevaarlijk. Alexander Konychev kreeg daar een gaatje, omdat er iemand viel. Helaas kregen we dat niet meer dicht en werd het een sprintje voor plek twee met het groepje dat overbleef. Die won ik uiteindelijk twee seconden na de winnaar.” De Italiaanse sprinters Michele Gazzoli en Alberto Dainese werden derde en vierde.

Zijn ploeg SEG Racing Academy heeft zichzelf de laatste jaren bewezen als een opleidingsploeg die haar talenten naar de WorldTour brengt. Afgelopen winter ging Kooistra al op trainingskamp met Deceuninck-Quick-Step. “Dat was een supermooie ervaring. Ik ben er zo’n tien dagen geweest. Het was eventjes wennen, omdat je met nieuwe jongens rijdt die je alleen maar van tv kent. Ik kon er goed meekomen, maar ik moet nog wel veel ervaring opdoen. Al zou ik komend jaar heel graag de overstap naar de WorldTour maken.”


Bas van der Kooij: “Tevreden over koersen in Denemarken, maar uitvoering kan beter”

foto: Tour of Antalya

Monkey Town-à Bloc was dit weekend op vier fronten actief. Een deel van de ploeg reed twee 1.2-wedstrijden in Denemarken, te weten de Himmerlandt Rundt en Skive Løbet. Aspirant-prof Bas van der Kooij was met een derde en vijfde plek de beste man in koers voor de formatie van Paul Tabak. “We hebben een goed koersweekend achter de rug”, stelt de sprinter vast. “Er stond pittig veel wind en de Noorse ploegen hadden zich goed voorbereid, waardoor het twee zware dagen waren. Maar we konden ons goed profileren.”

“De eerste dag was een redelijke lange afstand, maar met de flinke reis in de benen kon ik er goed doorheen komen”, gaat Van der Kooij verder. “Op zich begonnen we ongeschonden aan de finale. Met nog vier man van de ploeg konden we een goede sprint voorbereiden. Dat verliep goed, tot de laatste bocht. Daarin draaiden we 180 graden terug. Ik ging er als vijfde in, maar ik kwam er als tiende uit. Door tactisch geduw van de andere ploegen kwam ik haast tot stilstand. Met een oplopende aankomst op keien had het wel makkelijk geweest als ik met snelheid de bocht uit kon komen. Al met al was die derde plek een goed resultaat.”

Zondag waaide het nog harder dan de dag ervoor. “Het peloton was eigenlijk heel de dag een lang lint en werd meer dan eens in stukken uiteengeslagen. De plaatselijke omlopen waren niet gemakkelijk. Mede door de wind, maar ook omdat het op en af ging. Uiteindelijk bleven we met vijftien renners over in de finale. Ik dacht in een zetel te zitten, omdat de aankomst weer op een oplopende strook was na een riskante en scherpe bocht. De ploeg heeft hard voor me gewerkt. Ivar Slik zou de lead out doen, maar hij viel solo aan in de slotronde. Andere ploegen zaten nog met drie mannen, waardoor ik plekken verloor en niet verder kwam dan plek vijf. Ik ben tevreden over de vorm, alleen de uitvoering moet nog beter. Nu wil ik een goed trainingsblok doen tot aan Parijs-Arras, waar ik in orde wil zijn.”


Adriaan Janssen hoopt nog steeds door te stoten naar de profs

Janssen in de kleuren van LottoNL-Jumbo – foto: Cor Vos

Anderhalf jaar geleden reed Adriaan Janssen als stagiair een aantal wedstrijden voor LottoNL-Jumbo. De 23-jarige elite-renner van Monkey Town-à Bloc hoopt bij de Noord-Hollandse formatie nog altijd de stap naar de beroepsrenners te maken. Afgelopen weekend kon hij twee mooie prestaties weerleggen, met een veertiende plek in de Ronde van Overijssel (UCI 1.2) en een zevende plaats in de Ton Dolmans Trofee in de Topcompetitie. “Ik geraak steeds beter in vorm en dat uit zich in resultaten”, zegt hij tegen WielerFlits.

Toch is hij niet helemaal tevreden. “In Overijssel zat ik in een kopgroep van negentien man. Dan is een veertiende plek niet super goed. Het is voor mij alleen wel lastig, omdat ik niet de aller rapste aan de meet ben. Ik probeer dan altijd wel weg te rijden, maar daarbij moet je soms een beetje geluk hebben. Al was ik ook niet helemaal scherp en attent toen er gesprongen werd. En in de Ton Dolmans Trofee zaten er drie jongens van Metec-TKH in de kopgroep. Het is lastig om tegen hen te rijden, dan moet alles mee zitten om te winnen.”

Janssen stelt zich tevreden met die zevende plek en richt zijn pijlen nu op de Flèche du Sud. “Daar wil ik goed zijn. Daarnaast ben ik me nu al aan het voorbereiden op het NK tijdrijden. Zo wil ik ook in conditie zijn voor de Klimtijdrit in de Topcompetitie, waar ik al eens tweede werd. Ik wil graag nog de stap naar de profs maken. Mijn veelzijdigheid is mijn sterkste punt en ik heb een goede tijdrit. Dat hoop ik dit jaar te laten zien, in combinatie met een aantal zeges. Ik droom nog altijd van de WorldTour, maar ProContinental zou al heel mooi zijn.”


Selectie Monkey Town-à Bloc voor PWZ Zuidenveld Tour (1.2)
flag-nl Rick van Breda
flag-nl Chiel Breukelman
flag-nl Adriaan Janssen
flag-nl Jeen de Jong
flag-nl Wim Kleiman
flag-nl Bas van der Kooij
flag-nl Ivar Slik


Metec-TKH trekt met veel moraal naar Frankrijk

De moraal bij Metec-TKH is torenhoog na de successen van de ploeg in de Ton Dolmans Trofee en de Carpathian Couriers Race Aankomende donderdag hoopt het team hun zegejacht een passend vervolg te geven in de Rhône-Alpen, waar de vierdaagse Rhône-Alpes Isère Tour op het programma staat. Vorig jaar eindigde de ploeg in deze Franse wedstrijd met Jasper de Laat als absolute kopman op de tiende plaats.

Dit jaar is De Laat er niet meer bij en zal er uitgekeken moeten worden naar de andere coureurs. Met renners-in-vorm Sjoerd Bax, Dylan Bouwmans, Jens van den Dool en Stef Krul aan de start heeft het team van Michel Megens genoeg coureurs die hoge ogen kunnen gooien in de Rhône-Alpen. Thijs de Lange en Lars van den Berg zijn de renners die de ploeg completeren.

“Ik denk dat we allemaal ver kunnen komen en aangezien we niet echt een hele rappe man mee hebben, zullen we het moeten hebben van aanvallend koersen”, vertelt Jens van den Dool, die zondag in de Ton Dolmans Trofee van dichtbij meemaakte dat aanvallen loont. “Het is lastig om vooraf iemand aan te wijzen van onze ploeg als kopman, maar na verloop van de tijd zullen we kijken wie er kort staat en dan een kopman aanwijzen.”

Selectie Metec-TKH voor flag-fr Rhône-Alpes Isère Tour
flag-nl Sjoerd Bax
flag-nl Lars van den Berg
flag-nl Dylan Bouwmans
flag-nl Jens van den Dool
flag-nl Stef Krul
flag-nl Thijs de Lange


Dennis van der Horst: “Kwam dit seizoen nog niet vaak in de positie om te winnen”

foto: Metec – Dennis van der Horst

Dennis van der Horst is een van de drie Metec-TKH-coureurs die na de Carpathian Couriers Race een zege op zijn palmares bij mocht schrijven. De renner uit Hasselt was in de vierde etappe de rapste renner uit een 38 koppen tellende kopgroep, waarin ook latere eindwinnaar Marijn van den Berg zich bevond. “Ik heb mijn goede sprint als wapen, maar ik ben dit seizoen nog niet vaak in de positie gekomen om te winnen. Vaak is er ook een snellere renner binnen de ploeg mee die we dan uitspelen voor de massasprint”, vertelt de tevreden coureur.

“Normaal wordt er voor de koers wel gekeken bij wie de aankomst het beste past, maar deze keer was het niet vooraf gepland of overlegd wie er mocht gaan sprinten. Het parcours was in Slowakije (de door Van der Horst gewonnen vierde etappe eindigde in het Slowaakse Poprad, red.) erg lastig, waardoor we met een relatief kleine groep naar de finish reden. Toen kon ik gaan sprinten.”

Van der Horst kan echter meer dan alleen sprinten. Sterker nog, nog geen vier jaar geleden was Van der Horst Bjorg Lambrecht eens bergop de baas. “Haha, dat is me een keer gelukt, ja”, lacht de Nederlander. “Ik heb me uiteindelijk meer ontwikkeld in andere specialiteiten. Ik kan echter nog steeds wel een heuvel goed overleven. Als de klim echt langer en steil is, dan krijg ik het wel lastig, dat is nog wel een verbeterpunt”, aldus Van der Horst, die na de Craft Ster van Zwolle de bolletjestrui in de Topcompetitie om zijn schouders gehangen kreeg.

Aankomende weken gaat de 21-jarige renner in de Grote Prijs Arjaan de Schipper, Grand Prix Criquielion en de Grote Prijs Marcel Kint op jacht naar nieuw succes.


Ploegwatchers

Alecto – Maxim Horssels

BEAT – Nick Doup

Metec-TKH – Julian Dubbeld

Monkey Town-à Bloc – Youri IJnsen

SEG Racing Academy – Youri IJnsen

Vlasman CT – Maxim Horssels

Nieuwstips: nationaal@wielerflits.nl

Dit artikel delen:

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.