Matthijs Büchli: “Hoop op snel besluit over extra renner in teamsprint”

Door , dinsdag 14 april 2020 om 07:00
Matthijs Büchli: “Hoop op snel besluit over extra renner in teamsprint”

Matthijs Büchli als wereldkampioen Keirin - foto: BEAT Cycling Club

Matthijs Büchli baalde als een stekker toen een streep ging door de Olympische Spelen in de zomer van 2020. Het evenement is vanwege het coronavirus verplaatst naar 2021. En dat terwijl hij, naar eigen zeggen, in topvorm verkeerde. Ook was de beslissing over de vierde sprinter op de teamsprint aanstaande, maar dat is eveneens vooruitgeschoven. Büchli hoopt dat daar snel duidelijkheid over komt.

Op het moment dat we Büchli spraken, was hij net klaar met een krachttraining op zijn balkon. “Ik vind het wel heel gek. Je weet niet precies waarvoor je traint”, aldus de wereldkampioen op de Keirin van 2019. “Voor mij was het meteen schakelen. Ik moet mij nu onderhouden, enigszins doelloos. Je moet niet teveel verliezen en met een normaal niveau in kunnen stappen straks, maar wanneer dat is? De andere optie is om voor onbepaalde tijd je uit elkaar te trekken, maar dat heeft ook niet zoveel zin. Dat is ook lastig op te brengen.”

‘Ik was niet eerder zo goed op het WK’
Het bericht dat de Spelen in Tokio definitief naar de zomer van 2021 verplaatst worden, kwam hard aan bij de 27-jarige Noord-Hollander. “Ik was echt niet blij met dat nieuws. Ik wilde graag daarheen, ik had er heel veel zin in. Ik wilde niet nog langer wachten. Ik hoopte eerst dat ze het een paar maanden later zouden doen, in oktober. De kalender is ook best wel leeg voor ons, dus het is lang wachten.”

Dat Büchli en zijn ploeggenoten van de teamsprint in vorm waren, bleek eind februari wel op het WK. Daar reed Oranje met twee wereldrecords naar het goud. “We reden allemaal persoonlijke records, ik ook. Ik was niet eerder zo goed op het WK. We hebben sowieso goede jaren gehad, dan ben je klaar voor de Spelen. Alles wat we deden, was met als doel de Olympische Spelen. Zelfs in de Wereldbekers denk je daar toch aan. Dus daarom wil je het gewoon gaan doen, omdat je er zo naartoe leeft”, legt hij uit.

‘Die vierde man op de teamsprint, dat zag er goed uit’
Na het WK zou de KNWU knopen doorhakken over de selecties die naar Tokio zouden gaan. Maar door de onzekerheid rondom het coronavirus zijn ook die beslissingen nog niet genomen. Büchli wacht gespannen af. “Het vooral te hopen dat we snel meer details krijgen. Hoe gaat de KNWU het doen met de selectieprocedure, die al grotendeels was besloten? Welke koersen gaan door of niet? Wanneer kunnen we weer trainen? Daar is het wachten op”, zegt Büchli.

“Bij de mannen hadden ze al besloten wie er zouden gaan, behalve de starter”, doelt hij op de selectie van Harrie Lavreysen en Jeffrey Hoogland. “Dan is de vraag: laten ze dat staan of gaan ze dat opnieuw testen? Dat zou wel een beetje tegen het standpunt van NOC*NSF en het IOC ingaan, want die willen de gekwalificeerde sporters laten staan. Dat is even afwachten. Dan loopt nog de kwestie van de vierde man, en de starters moeten nog getest worden.”

Die vierde man, dat was wel een dingetje. Nederland stond op het punt om Jan-Willem van Schip aan de wegwedstrijd mee te laten doen (hij kon dan ook op de baan uitkomen) en zo plek vrij te maken voor Büchli als vierde renner in de teamsprint. Büchli erkent dat dat het plan was. “Dat zag er goed uit. In maart zou het KNWU-bestuur daarover besluiten, maar dat is ook uitgesteld, wat logisch is.”

foto: BEAT Cycling ClubB¨

‘We hebben laten zien waarom een vierde sprinter zou moeten gaan’
De vraag is of in aanloop naar de Spelen van 2021 een nieuwe procedure opgezet wordt. “Ik hoop dat ze het snel besluiten en dat ze dat anders deze zomer nog doen”, pleit Büchli voor duidelijkheid. “Vooral omdat we niet veel testmomenten tussendoor meer hebben. In principe hebben we al laten zien waarom er een vierde sprinter zou moeten gaan, in plaats van een vijfde renner op de weg. Er gaat een jaar overheen zonder koers, dus daar zal niets aan veranderen. In die zin zou men zo snel mogelijk kunnen beslissen. Dan moet het misschien van vormbehoud afhangen, maar verder hebben ze alle informatie om hun besluit te nemen.”

Naast die onduidelijkheid, heeft de sprinter van BEAT Cycling Club vragen over de baankalender. “Misschien komen er nog Nations Cup-wedstrijden bij, de nieuwe wereldbekers. Die worden gehouden vanaf maart. Maar de vraag is hoe goed je daar wil zijn als je in augustus de Spelen hebt. Dan zou ook de vraag voor een bestuur zijn of je op basis daarvan iets kan beslissen voor de selectie”, zegt hij. “Er zijn nog drie dingen onduidelijk. Ga ik er heen? Wanneer kunnen we weer trainen? Wat voor wedstrijden gaan door in de tussentijd?”

‘Ik kijk op tegen het totaalplaatje, het duurt nog anderhalf jaar’
Büchli vreesde al dat de Spelen uitgesteld zouden worden, toen landen het evenement gingen boycotten. “Ik denk dat ze het alleen door hadden laten gaan als het veilig zou zijn geweest voor de sporters. Japan regelt dat heel erg goed, het land is heel voorzichtig en hygiënisch”, zegt Büchli, die de olympische wielerbaan al kon testen tijdens de Keirin-toernooien die hij daar eerder al reed.

“Ik woonde op de plek waar de Spelen zouden plaatsvinden, dat was al een voordeel. Het was leuk om hun voorbereidingen te zien. Verder is het een leuk prestigeproduct voor het land. Ze doen er alles aan. Het contrast met Rio de Janeiro is ook heel groot. In Japan liggen voor alle scenario’s draaiboeken klaar. En dat jaren van tevoren, terwijl in Rio alles aan een zijden draadje aan elkaar hing. In Japan zijn ze heel goed in het organiseren”, legt hij uit.

Bang voor een ‘doelloze’ zomer, nu veel wedstrijden en ook de Spelen zijn weggevallen, is Büchli niet. “Ik kijk meer op tegen het totaalplaatje. Het duurt nog anderhalf jaar voor dat moment komt waar je dan vijf jaar mee bezig bent. Deze zomer rustig aan is wel nodig, anders lukt het niet om die volle anderhalf jaar door te trekken”, aldus Büchli.

Dit artikel delen: