Giro 2026: Thuisrijder Bettiol waarschuwt voor zware finale, Wout Poels ziet kansen
In onze voorbeschouwing kijken we voor de dertiende etappe naar mannen als Jhonnatan Narvaez, Christian Scaroni en Giulio Ciccone, maar hoe zwaar is deze overgangsrit nu echt? Voor de start kregen we al enkele antwoorden.
Na een grotendeels vlakke etappe krijgen de renners in de finale twee korte, maar pittige beklimmingen voorgeschoteld. Eerst wacht de klim naar Bieno (2,3 km à 6%), gevolgd door de zwaardere beklimming naar Ungiasca (4,7 km à 7%), met uitschieters richting de 10%. De top van deze laatste klim ligt op ongeveer veertien kilometer van de finish.
Qua stijgingspercentages lijkt dat voor veel renners wel haalbaar, maar thuisrijder Alberto Bettiol is daar niet zo zeker van. “In de tweede week van de Giro d’Italia is iedereen toch al best moe. Het is niet hetzelfde als in een scenario waar je die klim moet oprijden in een eendagskoers. Je moet de juiste focus en mindset hebben, dat is nog belangrijker dan de benen”, klinkt het bij Eurosport.
Volgens Bettiol valt vooral de laatste beklimming vies tegen. “Dat is echt zware kost. Het wordt steeds erger naar mate je dichter bij de top komt. Ik heb daar best vaak gereden en het is in ieder geval te zwaar voor mij. Daarna volgt bovendien een erg technische afdaling, waar je echt naar beneden vliegt. Als je daar alleen bent, zal de rest lastig terug kunnen keren.”
Vanuit Nederlands oogpunt zou je bij zo’n parcours aan Wout Poels van de Rose Rockets kunnen denken. “De klassementsploegen zullen hun krachten willen sparen, dus de vluchters hebben zeker een kans”, zegt hij bij Eurosport. “Alleen, dat weet iedereen. Het wordt een heel moeilijke dag om in de ontsnapping te zitten, omdat zo veel renners hetzelfde willen. Maar we gaan het opnieuw proberen.”
“Ik hou van de finale, de klimmetjes liggen me”, beseft Poels wel. “Maar de grootste uitdaging wordt om in de juiste ontsnapping te zitten. Dan is er veel mogelijk, denk ik.”

Reacties zijn gesloten.