EK Baan cruciale eerste stap Nederlandse achtervolgingsploeg
Bondscoach Nick Stöpler maakt werk van de ploegenachtervolging - foto: Fotopersburo Cor Vos
Tim de Vries
maandag 2 februari 2026 om 08:30

EK Baan cruciale eerste stap Nederlandse achtervolgingsploeg

Interview Het vlaggenschip van een baanploeg, zo wordt de ploegenachtervolging ook wel genoemd. In Nederland is het echter, zowel bij de mannen als de vrouwen, lange tijd een ondergeschoven kindje geweest. Bij de vrouwen hoeft dat niet lang meer zo te blijven. Bondscoach Nick Stöpler wil daar verandering in brengen en het EK baanwielrennen 2026 moet daarin een eerste concrete stap zijn.

De laatste keer dat er een Nederlands team meedeed aan het prestigieuze baanonderdeel op de Olympische Spelen was in 2012. Kirsten Wild, Amy Pieters, Ellen van Dijk en Vera Koedooder snelden naar de zesde plaats. Voor de laatste WK-deelname moeten we terug naar 2022. Daniek Hengeveld, Maike van der Duin, Mylène de Zoete en Marit Raaijmakers moesten zich tevreden stellen met de vijfde plaats. Vanwege onvoldoende randvoorwaarden werd besloten het traject geen vervolg te geven richting de Olympische Spelen van Parijs (2024).

Dik drie jaar later staat er een compleet nieuwe ploeg aan de start in het Turkse Konya, waar de Europese Kampioenschappen baanwielrennen van 1 tot en met 5 februari plaatsvinden. Mischa Bredewold, Lisa van Belle (beiden op de weg actief bij SD Worx-ProTime), Sofie van Rooijen (UAE Team ADQ) en Yuli van der Molen (O’Shea Redchilli Bikes, Brits Continental-team) zullen niet gelijk meedoen om de zege, waarschuwt de bondscoach. “Op papier hebben we enorm veel kwaliteit, maar dit is pas een eerste stap.”

Technische vaardigheid
“Rond de jaarwisseling hebben we groen licht gekregen voor dit EK, dus we zijn nog niet zo lang samen bezig. Bovendien hebben deze rensters nog nooit een internationale ploegenachtervolging gereden. Daar komt bij dat de baan in Konya zeer steil en heel breed is én op hoogte ligt”, weet Stöpler. “Dat betekent dat technische vaardigheid zwaar meeweegt: wie technisch sterk is, kan optimaal profiteren van de snelle omstandigheden. Dat is gaaf, maar het maakt het een uitdagende baan om op te debuteren.”

“In Amsterdam hebben we bewust getraind op een technisch lastige baan, maar je kunt niet verwachten dat je daarmee in korte tijd alle achterstand goedmaakt. Meedoen om de medailles is voor nu ook niet de insteek: het gaat om ervaring opdoen, voldoen aan de startverplichting om later dit jaar eventueel het WK te rijden en met een goed gevoel het vliegtuig instappen. Dit EK is echt een eerste stap.”

Deelname aan een continentaal kampioenschap is een vereiste om aan een WK te mogen deelnemen. “Die voorwaarde zette druk, maar bracht vooral duidelijkheid. Het is goed dat de atleten daarin hebben meebewogen. Nu hebben we namelijk opties gecreëerd. Voor een WK doe je een veel zwaardere voorbereiding. Het is belangrijk dat dat WK (later dit jaar in Shanghai, red.) een meetmoment kan zijn, waar we de balans opmaken.”

Bondscoach Nick Stöpler – foto: fotopersburo Cor Vos

Prestatie onder controle
De ploegenachtervolging is bij uitstek een onderdeel waarop dat goed kan. “Anders dan bij onderdelen met een peloton, waar ook tactiek bij komt kijken, heb je je eigen prestatie volledig onder controle. Je kunt er gestructureerd, met een plan naar toewerken en dan weet je wat er ongeveer uit moet kunnen rollen. Dus kun je op gegeven moment een prima indicatie hebben of het de moeite waard is om er tijd, energie en geld in te blijven steken richting de Olympische Spelen.”

Over tweeënhalf jaar is eremetaal in Los Angeles vanzelfsprekend het streven. Wat Stöpler betreft, is er eind dit jaar duidelijkheid over de haalbaarheid van die medaille. “We hebben beperkte tijd, daarom moeten we doorpakken om de kans op succes zo groot mogelijk te maken.”

Ondanks, of misschien wel dankzij het ogenschijnlijk royale aanbod aan Nederlands talent, is de achtervolgingsploeg geen gemakkelijke organisatie. “Landen als Groot-Brittannië hebben een volledig in-house systeem, met rensters die zich specifiek toeleggen op de ploegenachtervolging. Zo zullen wij ons aan de duurkant niet snel organiseren. We hebben nu eenmaal te maken met rensters die op het hoogste niveau op de weg rijden en die zijn niet altijd beschikbaar. Dat vraagt van beide kanten flexibiliteit. Zo rijdt Lorena Wiebes dit EK niet, want zij is volgende week actief in de UAE Tour. Dat soort afwegingen hebben ze in Groot-Brittannië minder.”

Lorena Wiebes (links) zal ongetwijfeld in de toekomst ook een rol spelen op dit onderdeel – foto: fotopersburo Cor Vos

Steengoede rensters
Toch ziet Stöpler dat niet per se als een nadeel. Hij draait het liever om: “De reden dat onze rensters niet altijd beschikbaar zijn, is omdat ze gewoon steengoed zijn. Maar als het ons lukt om uit al onze toppers een team samen te stellen waarmee we een gedegen voorbereiding kunnen doen, dan durf ik de vergelijking met wie dan ook aan.”

Hoewel het opnieuw optuigen van de achtervolgingsploeg absoluut als een stap in de goede richting mag worden gezien, betekent dit nog niet dat alle atleten zich al volledig hebben gecommitteerd richting de Olympische Spelen van Los Angeles. Dat ervoor getraind wordt, zegt echter al wel wat.

“Bij Lorena Wiebes zie je natuurlijk al veel langer dat het goed te combineren is. Sofie van Rooijen heeft een olympische droom en daarom heeft ze deze winter tijd in de baan gestoken. Ze was van de week gelijk al goed op Mallorca. Nienke Veenhoven heeft net als vorig jaar een paar keer met ons meegetraind richting de UAE Tour, ook voor haar zijn die snelheidstrainingen waardevol.”

Het mes kan dus aan twee kanten snijden. “Voor Mischa geldt dit EK juist ook als supergoede prikkel richting haar wegseizoen. Dit soort trajecten laten zien dat baan en weg elkaar niet hoeven te bijten. Mits goed afgestemd, kunnen ze elkaar versterken. Daarbij is het uitgangspunt bij onze toppers helder: op de weg bouwen zij primair hun sportieve perspectief en bestaansrecht op en dat ondersteunen we volledig.”

Mischa Bredewold debuteert op het EK Baan – foto: fotopersburo Cor Vos

Baan als aanvulling
Dat betekent volgens de gedreven bondscoach dat het in sommige periodes zal vragen om wederzijdse afstemming, geven en nemen. “De kern blijft dat de baan iets moet toevoegen. Wanneer het bijdraagt aan de algehele ontwikkeling, sportbeleving en het succes van de renster op de weg, heeft de baan echt meerwaarde. Steeds meer rensters en ploegen herkennen die wisselwerking, en dat is precies de richting die we bewust opzoeken.”

Eerst maar eens fietsen op het hardhout van Konya dus, wat wellicht de eerste stap blijkt te zijn van een wandeling naar de top van de Olympus. “De droom is er, nu gaat het om uitvoeren. Als het perspectief ontbreekt, zullen we niet aarzelen conclusies te trekken. Een garantie op succes bestaat niet, maar we hebben wel een verhaal, een plan en het potentieel om iets bijzonders neer te zetten”, klinkt het vol vuur. “En als je het niet probeert, weet je zeker dat het nooit gebeurt. Het zou toch prachtig zijn als we straks met vier Nederlandse vrouwen in Los Angeles om de medailles kunnen rijden…”

Bestel de Zomergids
Tour de France Poster