De grijze trui: etappe 12
In maart dit jaar grapte Jens Voigt dat het tijd werd voor een Grijze Trui in de wielrennerij. Er zijn inmiddels zoveel ‘oudjes’ die rondrijden, dat er voor hen apart een rangschikking zou moeten komen. Wielerflits volgt de oudere renners deze Tour de France en geeft elke dag de uitslag van dit virtuele klassement. Alle renners van 1975 of daarvoor komen hiervoor in aanmerking. Vandaag etappe 12.
Ook voor de grijze trui worden de bergritten belangrijk, en dus gingen gisteren liefst drie oude renners mee in de vlucht van de dag, in de hoop de felbegeerde eer van beste oude renner op te strijken. Alexandre Vinokoerov staat tweede in het klassement, maar opende brutaal de aanval op de leiderspositie van Levi Leipheimer. Die stuurde zijn luxeknecht Klöden mee om de grillige Kazak te controleren. Natuurlijk was ook Mario Aerts van de partij. Hij zou wel eens de beste klimmer van de grijsaards kunnen worden, al moet hij in dat nóg virtuelere klassement Christophe Moreau voor zich dulden.
Voor Vino lonkte zelfs even de echte ritzege, maar het mocht niet zo zijn. Ploegmaat Contador pakte hem terug voor diens rijden in de kasseienetappe, toen El Pistolero in de slotkilometer werd gelost door beulswerk van de Kazak. Wat Vino in Mende restte was dertien seconden winst op Leipheimer, waardoor de spanning in het grijze trui klassement maar een klein beetje toeneemt.
Uitslag rit 12: Bourg-de-Péage – Mende (210,5 km):
1. Alexandre Vinokoerov (Kazakstan/Astana) 4u58m30s
2. Andréas Klöden (Duitsland/Radioshack) + 0’06”
3. Levi Leipheimer (VS/Radioshack)+ 0’13”
4. Christopher Horner (VS/Radioshack) + 0’27”
5. Carlos Sastre (Spanje/Cervélo) z.t.
Algemeen klassement na rit 12:
1. Levi Leipheimer (VS/Radioshack) 58u46m07s
2. Alexandre Vinokoerov (Kazakstan/Astana) + 2’19”
3. Carlos Sastre (Spanje/Cervélo) + 3’28”
4. Andréas Klöden (Duitsland/Radioshack) + 4’59”
5. Christopher Horner (VS/Radioshack) + 7’50”
Andréas Klöden
De Duitser Klöden heeft het geluk gehad gezegend te zijn met heel veel goede kwaliteiten waarmee je een prachtcarrière als wielrenner kunt opbouwen. Bergop doet hij zijn werk, in tijdritten slaat hij toe, en zelfs op korte klimmetjes kan hij explosief uit de hoek komen. Bovendien rijdt Klöden vaak alert, waardoor je hem soms zelfs kort in de uitslag van een massasprint tegenkomt. Niet dat sprinten óók tot zijn capaciteiten behoort – vraag maar aan collega-strijkijzer Pieter Weening. Maar ondanks zijn kwaliteiten heeft Klöden lang niet alles uit zijn carrière gehaald wat wellicht mogelijk was.
Allereerst begon de Saksenaar zijn profcarrière in de ploeg bij Jan Ullrich. Die had in zijn jarenlange strijd tegen Lance Armstrong een sterk team om hem heen gebouwd, waar voor Klöden niet direct plaats was. Hij moest het met de kruimels doen, wat in zijn doorbraakjaar 2000 prima lukte: eindwinst in Paris-Nice en de Ronde van Baskenland, evenals een fraaie bronzen plak op de Olympische Spelen – áchter ploeggenoten Ullrich en Vinokoerov. Het zou niet voor het eerst zijn dat Klödi, zoals hij liefkozend wordt genoemd, in de schaduw van ploeggenoten stond. Hij reed meerdere Tours in dienst van Der Jan, en klom pas uit diens schaduw toen Ullrich een matige Tour reed (in 2004), met een tweede plek als beloning voor Klöden. Hij had toen al jaren van blessureproblemen achter zich, en leek zich eindelijk volledig te kunnen storten op het grote werk.
Toen de Tour van 2006 zónder Ullrich aanving, was Klöden de aangewezen persoon om names Telekom een gooi naar het geel te doen. Achteraf was dit ook zeker zijn kans geweest: de oorspronkelijke winnaar Landis werd zijn zege ontnomen vanwege dopinggebruik, waarna de zege ging naar Oscar Pereiro, die in deze Tour een gigantische achterstand mocht goedmaken in een monsterontsnapping. De derde plek op het schavot in Parijs werd bezet door Klöden. Hadden de zaken maar een beetje anders gelopen… Jaren later deden hardnekkige geruchten de ronde dat ook Klöden niet clean reed in deze Tour, maar deze beschuldigingen hebben vooralsnog geen gevolg gekregen.
Veel dichter bij zo’n mooie zege zou Klöden niet meer komen. Hij vertrok in 2007 naar Astana, waar hij weer in dienst van een ander mocht rijden. Een oude bekende, namelijk Vinokoerov. Ook hij werd betrapt, nota bene in de Tour, de gehele Astana ploeg kon vertrekken en was ook het jaar erop nog niet welkom. Klöden troostte zich in deze periode met korte klasseringen in ProTourrondes, waarvan hij er twee won (Tirreno-Adriatico en Ronde van Romandië), voor hij in 2009 weer gewoon deel uitmaakte van het eliteteam dat Astana naar de Tour stuurde. Deze keer was Klöden nóg verder gedaald in de hiërarchie, door de aanwezigheid van ene Lance Armstrong en Alberto Contador.
Het lijkt erop alsof de Duitser zich toen heeft verzoend met zijn eeuwige rol als schaduwkopman. Na Armstrong’s vertrek koos Klöden ervoor mee te gaan naar Radioshack. Hij rijdt deze Tour vooral voor Levi Leipheimer, de huidige drager van de grijze trui, maar liet in de rit naar Mende zien nog steeds zelf te willen vlammen. Het is te hopen voor Klödi dat hij dat deze Tour nog één keer kan doen.
Blessures, kopmannen en dopingperikelen hebben Klödens carrière gekleurd, terwijl hij zeker de kwaliteiten had om zelf mooie zeges te pakken. Het mocht niet zo zijn. Wellicht dat de grijze trui zijn laatste kunstje wordt…