Column Tirreno: “Het TTT-trauma van Rabobank”
woensdag 9 maart 2011 om 09:47

Column Tirreno: “Het TTT-trauma van Rabobank”

Terwijl Parijs-Nice na drie sprintetappes nog echt moet beginnen, ontstaan vandaag in de eerste etappe van de Tirreno-Adriatico meteen verschillen in het klassement. In een zonnig maar ijskoud Marina di Carrara wordt een ploegentijdrit over 17 kilometer verreden. Met dit unicum knoopt de Koers van de Twee Zeeën aan bij de jongste traditie van de Giro d’Italia, waar sinds 2006 de eerste etappe (op Italiaans grondgebied) in ploegenverband wordt verreden. Omdat de Giro in 2006 en 2010 een start buiten de landsgrenzen kende, betrof dit die jaren overigens geen ‘proloog’. De periode dat Nederlandse ploegen per definitie uitblonken in deze zware discipline is al weer geruime tijd verstreken. De prestaties van Rabobank in de Team Time Trial doen zelfs een regelrecht trauma vermoeden. Toch doet de actuele vorm van die ploeg oude tijden herleven.

153 kilometer, zo lang was de ploegentijdrit van Evreux naar Caen in de Tour de France van 1978. Na een gannuleerde proloog in regenachtig Leiden en de zoete wraak van Jan Raas in de eerste etappe naar Sint Willebrord, raffelde de Raleigh-ploeg van Peter Post de onwezenlijke afstand af in 3 uur, 39 minuten en 7 seconden. Raas, Knetemann, Kuiper en Lubberding vormden de basis van deze sterke formatie waarvan ook de huidige co-commentator van Sporza, José de Cauwer deel uitmaakte. De C&A-ploeg van Lucien van Impe was precies 7 seconden langzamer, wat vanwege een bonificatiesysteem nota bene een malus van 40 seconden in het klassement opleverde. De ploegen van Zoetemelk en Hinault, de uiteindelijke tweede en eerste van die Tour, werden derde en vierde op meer dan 4 respectievelijk 5 minuten. Deze tijdverschillen werden juist beperkt door de bonificaties! Tussen 1974 en 1983, de jaren van de befaamde Raleigh-formatie van Peter Post, werden in de Tour de France twaalf ploegentijdritten verreden, soms zelfs twee in één ronde. Elf keer mocht Raleigh starten en daarvan werden maar liefst negen tijdritten in een overwinning omgezet. In 1974 mocht de Post-ploeg nog niet starten in de Tour en in 1977 (zonder Raas en Zoetemelk) was TI-Raleigh niet opgewassen tegen de Fiat-ploeg van Eddy Merckx. In 1983 was klimmer Peter Winnen als kopman van Raleigh-Compagnolo debet aan een vierde plaats achter de ploegen van Zoetemelk (Coop), Kuiper (Aernoudt) en Phil Anderson (Peugeot). Met Panasonic, de opvolger van Raleigh, was Peter Post na het tijdperk ‘Winnen’ nog drie maal succesvol in de Tour de France.

De achtereenvolgende ploegen van Jan Raas hebben, na een redelijk begin, slechts kleine succesjes kunnen boeken in ploegentijdritten. Ook andere Nederlandse ploegen als PDM en TVM konden nooit potten breken. De ploegentijdrit van Rabobank die nog vers in het geheugen ligt, is het Tourdrama met kopman Denis Menchov in 2009. Nota bene in het jaar waarin hij voorafgaand aan de Tour de France op indrukwekkende wijze de Ronde van Italië op zijn naam heeft geschreven, wordt hij in de proloogtijdrit bijgehaald en achtergelaten door Fabian Cancellara, die een minuut later is gestart. Een paar etappes later mist de Rus vroeg in de ploegentijdrit een bocht, waardoor zijn team nooit in het ritme komt en teleurstellend als 11e finisht op dik 2 minuten achter de Astana’s van Contador en Armstrong. Menchov is onmiddellijk kansloos voor het podium. In de jaren dat Rabobank of diens voorgangers zonder echte klassementsrenners startten, ging het evenwel regelmatig nóg slechter. Ook in de TTT’s in de Giro en de Vuelta moest Rabobank immer met een zeer marginale klassering genoegen nemen, wat de klassementsrenners altijd een kostbare achterstand opleverde. Incidentele podiumplaatsen in rondjes als Burgos (2009), Catalunya (2003), de Middellandse Zee (2003, 2005) en Zwitserland (2000) spreken niet bepaald tot de verbeelding. In 1988 (SuperConfex) en 1991 (Buckler) werd weliswaar twee maal de UCI-ploegentijdrit gewonnen, maar dit speeltje van Hein Verbruggen, UCI-baas tussen 1991 en 2005, werd in het peloton nauwelijks serieus genomen. Bij de herintrede van het Eindhovense gedrocht van 2005 tot 2007 waren een 4e en 6e plaats het hoogst haalbare voor Rabobank, ondanks de aanwezigheid van kleppers als Erik Dekker, Thomas Dekker, Marc Wauters en Joost Posthuma.


Rabobank tijdens de dramatische ploegentijdrit in de Tour van ’09 © Joost de Vries (eyserbos.nl)

Zodra Erik Dekker en Marc Wauters het getweeën mochten opknappen in een koppeltijdrit, zoals in de GP Eddy Merckx, was het opeens ‘een ander paar mouwen’: tussen 1999 en 2002 wonnen de kameraden samen diverse duo’s. In 1999 wist Erik Dekker zelfs met Michael Boogerd het podium van een Duitse koppeltijdrit te halen, wat met de kennis van nu toch welhaast als onmogelijk kan worden beschouwd. Bij het huidige koningskoppel van Rabobank lijkt het beter te boteren. Robert Gesink en Lars Boom laten regelmatig weten bijzonder graag met elkaar te koersen en zijn bovendien beide uitstekend in vorm. Vanmiddag staan Gesink en Boom samen met ploegmakkers Freire, Langeveld, Tankink, Leezer, Flens en Wynants aan de start van de ploegentijdrit aan de Tyrreense kust. Een gezelschap dat dit prille seizoen al goed is voor maar liefst zeven overwinningen van het actuele Rabo-totaal van elf. Kunnen ze ook vandaag, zoals regelmatig de afgelopen weken, herinneringen aan de succesvolle Raleigh-periode doen herleven door af te rekenen met het TTT-trauma van Rabobank? Met het vooruitzicht van een ploegentijdrit in de komende Tour de France en de podiumambitites van Robert Gesink wordt het hoog tijd!
Eyserbos doet voor Wielerflits.nl dagelijks verslag van de Tirreno-Adriatico 2011 in de vorm van een column. Meer columns van Eyserbos zijn te vinden op www.eyserbos.nl.

Bestel de Tourgids
Tour de France-poster