Column Remko Mulder: “Grischa – Trouw met Trots”
Menig wielerliefhebber-voor-één-maand snapt er helemaal niets van. Prijswinnende kopmannen als Menchov, Freire en Rasmussen: ja, dat konden ze begrijpen. Maar waarom kreeg de Duitser Niermann, een knecht nota bene, een plekje in de Tourploeg van Rabobank? Waarom werd dat plekje niet toegewezen aan welke talentvolle Nederlander dan ook? Daar hebben we er toch zoveel van op het moment! Die wielerliefhebber-voor-één-maand snapt er inderdaad niets van. Helemaal niets.
De 35-jarige Grischa Niermann uit Hannover rijdt in zijn 13e jaar bij Rabobank voor de 9e keer de Tour de France. Hij heeft zich grundlich ingegraven bij de grootste Nederlandse wielerploeg van de afgelopen 15 jaar. Daar kunnen zijn landgenoten in de kuilen op het Scheveningse strand een puntje aan zuigen. Alle kopmannen bij Rabobank liepen en lopen weg met de trouwe Niermann, die bijna accentloos Nederlands spreekt en wiens laatste overwinning dateert van augustus 2008 en zijn voorlaatste van april 2001.

Grischa Niermann, trouwe luitenant van Robert Gesink, na de 1e etappe (foto: Eyserbos.nl)
Grischa Niermann viel voor het eerst op bij de ploegleiding van Rabobank, toen hij in 1998 op 22-jarige leeftijd de Hessen Rundfahrt won. Hij reed toen voor het tweede jaar bij de Duitse ploeg ‘Die Continentale’. Niermann klopte daar Raimondas Rumsas en Danny Nelissen. Dit was het signaal voor Rabobank om hem een contract voor te leggen. Het zou hier immers best wel eens om een groot talent kunnen gaan. Toch een verrassende keuze, want de eigen opleidingsploeg was ook toen al een garantie voor de doorstroming Nederlands talent.
De eerste jaren op een Nederlandse dienstfiets verliepen voorspoedig voor Niermann. In 1999 won hij in eigen land de tweede etappe van de Regio Tour. Hij slaagde erin om in de tijdrit kort achter hardrijder Michael Rich te eindigen, wat voldoende was voor eindwinst. Na een vierde plaats in de Deutschland Tour werd Niermann opgesteld in de door Jan Ullrich gewonnen Vuelta. Niermann beloonde het vertrouwen van zijn ploeg met een vijfde plek in de proloog en een verdienstelijke 33e plek in het eindklassement.
Omdat Niermann in het jaar 2000 vanaf het begin doorging met korte noteringen in kleine maar relatief zware rondes, mocht hij starten in de Tour de France. 13e in de Ronde van de Middellandse Zee, 11e in Parijs-Nice, 11e in de Catalaanse Week, 12e in het Baskenland, 16e in de Ronde van Zwitserland en 24e in zijn eerste Tour de France. Ondanks het uitblijven van een overwinning toch uitstekende adelsbrieven voor de 24-jarige tweedejaars prof, die op evenwichtige wijze een veelbelovende carrière leek uit te bouwen.
In 2001 kwam daar enigszins de klad in. Ploeggenoten Boogerd en Dekker waren in de vorm van hun leven en regen de overwinningen aaneen. Grischa Niermann won nog wel zijn derde Duitse etappewedstrijd, maar deze Niedersachsen Rundfahrt was niet bijzonder sterk bezet. 2002 leek vervolgens het moment om met opnieuw enkele korte noteringen in etappekoersen en een start in zowel de Giro als de Tour de lijn van eerdere jaren op te pakken, maar achteraf blijkt dat Niermann zijn individuele top had bereikt.
Te groot voor het servet, te klein voor het tafellaken. Niets om je als wielrenner voor te schamen, het profpeloton kent immers meer knechten dan kopmannen. Maar toch niet waar je als jonge talentvolle prof van droomt. Grischa Niermann droeg zijn lot met trots, als een roeping haast. Zijn eerste loopbaan als talent kreeg een naadloze doorstart in een tweede carrière als knecht. Tekenend hiervoor is het feit dat hij bijna elk jaar mocht starten in de Tour de France, ondanks de aanwezigheid van buitenlandse kopmannen en het al dan niet bestaande quotum van minimaal vijf vaderlandse renners.
In 2007 kende Niermann een ruime portie pech, wat hem over het algemeen overigens bespaard is gebleven. In de Tirreno-Adriatico werd hij aangereden door een TV-motor en in september brak hij zijn kuitbeen tijdens een training, maar hij knokte terug. Het was ook het jaar waarin een jonge talentvolle Nederlander de overstap maakte naar de profploeg van Rabobank: Robert Gesink. De oude man ontfermde zich over de jonge hond, waarmee hij dat jaar de Tour of California, de Dauphiné en de Deutschland Tour reed. De klik tussen hen betekende de start van een derde carrière, namelijk als meesterknecht van de beoogde derde Nederlandse Tourwinnaar.
Ondanks herhaalde aanbiedingen van met name Duitse ploegen, toen die nog bestonden, is Grischa Niermann zijn Nederlandse werkgever altijd op een trotse manier trouw gebleven. “Hier würdigt man meine Arbeit”, verkondigde hij tegen de Duitse pers aan de vooravond van de Tour de France van 2010. Nagesynchroniseerd betekent dat zoiets als “hier waardeert men mijn levenswerk “. En ook naast de fiets heeft Niermann zijn zaakjes op orde: hij is getrouwd, vader van twee zoons Finn en Luca en mede-eigenaar van een flinke fietsenwinkel in Hannover.
Zo’n 200 gezamenlijke koersdagen staan inmiddels op het conto van Niermann en zijn kopman. Maar ook buiten de koers zoeken ze elkaar vaak op, vooral sinds Gesink een appartement heeft in het Spaanse Girona. Toen Gesink na zijn succesvolle zesde plaats in de Tour de France van 2010 volgens de organisatoren van het eerste natour-criterium in Boxmeer te veel startgeld vroeg, brachten hij en zijn vriendin de dag door op een kermis in Parijs samen met de familie Niermann. Om de zinnen te verzetten.
In zijn nieuwe rol kent Grischa Niermann zeker ook minder plezierige dagen. Het lijkt wel alsof hij in de koersen waar hij geen koppel vormt met Gesink, amechtig met de ziel onder zijn arm rondrijdt. Hij haalt zijn bidons, doet zijn kopbeurten, kiest zelfs zijn ontsnappingen zoals in de Tour of California van 2010 en 2011, maar daar houdt het mee op. Toen Niermann na de Tour de France van 2010 werd opgetrommeld om als invaller ook nog de Ronde van Spanje te rijden, zonder Gesink, heeft hij geen moment geprotesteerd. Hij werd zelfs 17e in de lange tijdrit en reed de ronde uit, maar deed dit overduidelijk met alleen zijn trouwe benen en allerminst met zijn wielerhart.
Na een terugslag van Niermann in het tussenseizoen is de tandem Niermann/Gesink sinds de Ronde van het Baskenland in ere hersteld. In die etappekoers en in de Dauphiné liet Niermann zien dat hij niet alleen buiten de koers belangrijk is voor Gesink, maar ook op de fiets nog altijd in staat is om zijn sportieve taken met overgave te vervullen. Een negende selectie voor de Tour de France was daarom niet meer dan logisch, ondanks de roep vanuit Nederland om meer oranjeklanten in de tourploeg.
De rol die Grischa Niermann momenteel in de Tour de France speelt voor zijn kopman, met al zijn fysieke en mentale problemen, is er een die niemand anders zou kunnen vervullen. En als het peloton de bergen intrekt, dan kan een hopelijk herstelde Gesink erop vertrouwen dat Grischa Niermann er alles aan zal doen om tot aan de voet van elke slotklim belangrijk voor hem te zijn. Het resultaat kan een ritzege zijn, een goed klassement en allicht een witte trui, misschien zelfs allemaal of nog meer: in alle gevallen zal het trotse aandeel van de trouwe luitenant Grischa Niermann aanzienlijk zijn.
Columnist Remko Mulder (xistnc) volgt de Tour de France van 2011 van dichtbij en zal regelmatig verslag doen op WielerFlits.nl en Eyserbos.nl.