Column Remko Mulder: “Allegro, Pilote en Rapido”
Ze heten Allegro, Pilote en Rapido en drie weken lang verplaatsen ze zich door Frankrijk. Tergend langzaam kruipend, als ze al niet stil staan op of naast de weg. Niet de reclamekaravaan of de stoet volgauto’s met media en andere VIPs vormen het grootste risico voor de Tour de France, maar de duizenden kampeerauto’s van zogenaamde wielerfans uit alle windstreken van Europa.
Tijdens de vlakke etappes valt het nog enigszins mee langs de weg. Luchtbeelden van de aankomstplaats laten zien, hoe honderden hectaren weiland zijn gereserveerd voor overwegend witte woonmobielen. Ze arriveren steevast op de vooravond van een etappe en hebben langs de Route Nationale hun boodschappen gedaan en op de parkeerplaats van de supermarkt een eenvoudige maaltijd genuttigd. De lokale horeca heeft er niet veel profijt van, zoals ook de plaatselijke bewoners veel overlast ervaren.
De eerste duizend woonwagenbewoners houden zich in de voor hen gereserveerde concentratiekampen nog redelijk aan de regels, de volgende duizend doen dat voor zover de eerste duizend hen dat mogelijk maken en de resterende duizenden malen nergens om. Het enige verschil met rondreizende Roma-zigeuners is, dat vooraf vast staat dat de ongenode gasten precies een etmaal of hooguit twee zullen blijven.
Naarmate de Alpen dichterbij komen voor het Tourpeloton, neemt het aantal Allegro’s, Pilotes en Rapido’s in de kampeerkaravaan toe. De TV-beelden van de koninginnenrit door de Alpen spreken boekdelen. De renners beklommen de Izoard en de Galibier door een stilstaande stoet campers aan beide zijden van de weg. Na afloop van elke etappe vermengen beide files zich met de bussen, auto’s en andere voertuigen van de wielerploegen, de media en de andere VIP’s tot één megafile die regelmatig pas voorbij middernacht oplost.
Voor de fans die proberen om per racefiets hun Tourhelden te volgen, zijn de Franse druiven zuur. Mede vanwege de door de campers versmalde wegen, worden de cols al vroeg afgesloten voor alle verkeer, óók voor fietsers. Dit om een zogenaamd veilige doorgang te garanderen voor de honderden auto’s uit de Tourcaravaan, die vaak met hoge snelheid over het parkoers hun weg zoeken naar de finish. Auto’s die ploegbussen of de reclamecaravaan inhalen zijn eerder regel dan uitzondering. De weg is immers helemaal vrij?
Noodgedwongen nemen de verbannen fietsers plaats in een door campers omgeven Village Relais ter grootte van een voetbalveld. Het opgestelde scherm staat enigszins schuin, zodat buiten het hek een klein stukje overblijft om de TV-uitzending te volgen. Op het scherm zien de woonwagenbewoners en de sponsorgasten een geweldige explosie van Andy Schleck, die ruim vier minuten voorsprong neemt op de andere toppers. De fietsers genieten evengoed, maar wisselen ook onderling herinneringen uit. Contador en Armstrong lieten minder zien dan wat Schleck nu presteert en renners met recente vergelijkbare hoogstandjes als Rasmussen, Pantani en vooral Landis: tsja.
Welke hematocriet aan trage witte metaallichaampjes is acceptabel voor de Tourkaravaan in de ruimste zin van het woord en welke controles zijn mogelijk? Een logische bovengrens is wellicht eenvoudig te benaderen. Een etappe van 200 kilometer omvat pak ‘m beet 100 kilometer aan route die interessant is. Als elke kampeerauto 10 meter nodig heeft, denk immers aan de campingtafel en enkele klapstoelen, dan kan elke interessante kilometer precies 100 campers aan elke kant van de weg kwijt. Dit levert een logische bovengrens van 100 x 100 x 2 = 20.000 kampeerauto’s en dat aantal zal onderhand angstvallig dichtbij komen.
Maar zijn zulke aantallen überhaupt acceptabel? Willen Frankrijk en de Tourdirectie beelden van tienduizenden kampeerauto’s als decorum presenteren aan het miljoenenpubliek over de hele wereld? Waarschijnlijk geldt ook voor de tsunami aan stacaravans, dat eerst enkele zware ongelukken moeten plaats vinden voordat paal en perk wordt gesteld. Het kan kort of lang duren, maar het moment komt dat een metaalinfarct de voortgang van de koers belemmert of, nog erger, ambulances of brandweerauto’s de doorgang op noodlottige wijze belemmert.
Tot dat moment zal de beleving van de Tour de France meer en meer gedomineerd gaan worden door de Allegro’s, de Pilotes en de Rapido’s. En als het Tourpeloton de Alpen verlaat voor het traditionele defilé in de binnenstad van Parijs, verspreidt de witbonte kampeerkaravaan zich in défilé over Frankrijk en vervolgens over de rest van Europa. Vrijheid is een kubieke meter geluk op vier wielen. Tot volgend jaar en misschien gaan kennissen dan ook mee, die hebben er ook één!
Columnist Remko Mulder (xistnc) volgt de Tour de France van 2011 van dichtbij en zal regelmatig verslag doen op WielerFlits.nl en Eyserbos.nl.