Column Luuk van der Meer: ‘Onze Johnny heet geen Walker’

maandag 10 januari 2011 om 13:56

Terwijl wij noordelingen door de modder ploeterden voor de nationale kampioenschappen veldrijden, werd er gisteren aan de andere kant van de wereld het Australisch kampioenschap wegwielrennen verreden. In de uitslag zocht ik meteen de naam van Johnnie Walker op, en ja hoor, wat ik al verwachtte bleek waar te zijn: DNF (did not finish).

Ik zag de naam Johnnie Walker voor het eerst tijdens de afgelopen Tour de France. Tussen de spandoeken van de fans van zevenvoudig Tourwinnaar Lance Armstrong door hing daar ineens een doek met in grote letters de naam ‘Johnnie Walker’ erop. De naam deed bij mij geen belletje rinkelen.Na afloop van de rit speurde ik de aandachtig de uitslag af. Nergens stond Johnnie Walker.

Vinger
Twee maanden later zat ik weer achter de televisie, om de Vuelta a Espana te volgen. Ineens zag ik daar weer zo’n spandoek voor Johnnie Walker. De etappe erna was het weer raak, en weer, en weer. De regie kreeg er maar geen genoeg van. Dat moet toch een grote naam zijn, dacht ik. Bij het bestuderen van de uitslagen had ik dit maal meer succes: Johnnie Walker stond erin. Ik heb daar echter wel een zere wijsvinger aan over gehouden door het scrollen naar beneden.

Voor die vinger ben ik nog naar de dokter geweest. Toen ik mij verhaal gedaan had, grapte hij dat ik maar een glaasje Johnnie Walker moest drinken om de pijn te verzachten. Aha, dat was het dus. Daarom is Johnnie Walker zo populair. Echt Schotse whisky. Alcohol.

Barbie
Eind vorig jaar kwam de wielrenner Johnnie Walker weer eens in het nieuws. Johnnie had als laatste renner een contract getekend bij de Pegasus-ploeg. Enkele dagen later werd bekend dat dit team geen ProContinentale-licentie kreeg van de UCI. Grote verslagenheid bij de renners, behalve bij Johnnie. Die deelde vrolijk mee dat hij er naar uit keek om op het continentale niveau uit te gaan komen.

Die is gek, zal uw eerste reactie vast zijn, maar geef hem eens ongelijk. Johnnie geeft er nu zonder zorgen de brui aan op het Australisch kampioenschap en in juli schuift hij op zijn dooie gemakkie mee met het peloton in een Australisch criteriumpje. Na de finish gaat hij languit op het strand liggen tussen de Australische schoonheden, en ’s avonds legt hij zonder zich zorgen te hoeven maken over clenbuterol de biefstukjes op de barbie. Als hij dan met een glaasje echt Schotse whisky op de bank ploft en de tv aanzet, ziet hij in Frankrijk de renners met zweet op hun voorhoofd zwoegen langs een spandoek waar zíjn naam op staat. Daar heb je nog eens wat aan, zo’n naam.

Johnny H.
In Nederland hebben wij onze eigen Johnny. Onze Johnny ziet tijdens de Tour de France ook graag zijn naam op spandoeken langs de weg, maar onze Johnny treft het niet: onze Johnny heet geen Walker. Onze Johnny moet hard werken voor zijn spandoek. Onze Johnny moet zich er het zweet voor op zijn voorhoofd rijden. Onze Johnny moet ervoor aanvallen, het liefst van zo ver mogelijk!

Vorig seizoen had onze Johnny pech. Hoe veel hij ook aanviel, hij mocht niet naar de Tour de France. Geen spandoek dus. Johnny zal zijn voorouders wel meerdere malen vervloekt hebben. Waarom nou Hoogerland, waarom niet gewoon Walker?

Aanvallen
Ik vervloek de voorouders van onze Johnny niet. Stel je voor dat onze Johnny Walker geheten zou hebben, dan zou hij in juli languit op het Zeeuwse stand gaan liggen tussen de Zeeuwse boerenmeiden en ’s avonds genieten van een pannetje Zeeuwse mosselen. Dan zou onze Johnny nooit meer aanvallen, nooit meer voor spektakel zorgen! Nee, Johnny Hoogerland, blijf jij maar lekker aanvallen, het liefst van zo ver mogelijk. Dan zal ik een extra groot spandoek voor je maken.

Door Luuk van der Meer

Dit artikel delen:

Laatste nieuws

Materiaalzone

Populair