Bauke Mollema finisht als laatste in Strade Bianche: “Toch heb ik ervan proberen te genieten”
Video Bijna 23 minuten na de glorieuze binnenkomst van Tadej Pogacar bolde de allerlaatste renner over de streep in Siena. Zijn naam? Bauke Mollema. De 39-jarige Nederlander kende geen goede dag over de witte gravelwegen, maar blijft Strade Bianche een mooie wedstrijd vinden. Dat vertelde hij na afloop aan WielerFlits.
“Al is het wel leuker om te doen als je goede benen hebt en iets kan betekenen in de koers. Dat had ik zelf niet”, aldus de renner van Lidl-Trek. “Toch heb ik ervan proberen te genieten op die gravelstroken, met al dat publiek. En hier in de stad heb je natuurlijk altijd een heel mooie sfeer.”
Mollema ziet zeker de romantiek van Strade Bianche. “Maar het is ook vooral heel veel afzien. En het is een linke koers. Je moet continue gefocust zijn. Er zijn veel valpartijen en er is veel stress. Je moet echt vechten voor je positie. Vooral de eerste honderd kilometer. Daarna ligt het helemaal uit elkaar en was het – voor mij – vechten om op tijd binnen te komen.”
“Het heeft wel wat, dat gravel. Het is een beetje romantisch en historisch, ook al bestaat deze wedstrijd nog niet zo lang. Het is eigenlijk met geen andere koers te vergelijken. Dat is wel mooi om mee te maken.”
“Het valt nooit meer stil”
Mollema merkt dat het steeds sneller gaat in het wielrennen, ook in een wedstrijd als Strade Bianche. “Het valt nooit meer stil. De gemiddelde vermogens zijn de laatste jaren enorm de hoogte ingegaan. Zelfs in de kleinere koersen, maar zeker in de grotere wedstrijden. Dat is een heel andere inspanning. Je moet de hele dag duwen en krijgt eigenlijk geen tijd meer om te herstellen.”
“Sommige renners kunnen dat heel goed, maar daar heb ik – zeker op mijn leeftijd – wat meer moeite mee”, kan Mollema, die aan het einde van het seizoen zal afzwaaien, erom lachen. Voelt het voor de ervaren klimmer ook als een lange afscheidstournee? “Dat heb ik niet bij elke koers hoor. Ik had het nu wel even bij het laatste stukje hier in de stad, maar je moet verder gewoon gefocust blijven. Je wil ook niet onderuit gaan”, besluit hij.
Reacties zijn gesloten.