De Trek Boone crossfiets van Lars van der Haar

Door , zondag 18 februari 2018 om 11:45

foto: Henri Santing

We staan middenin het weekend van de laatste klassementscrossen van de veldritwinter 2017-2018. In dat kader schenken we in dit artikel aandacht aan misschien wel de meest opvallende fiets van het afgelopen seizoen: de knalgele Trek Boone van Telenet Fidea Lions. Materiaalzone sprak met Lars van der Haar over zijn crossfiets en zag met eigen ogen hoe mechanieker Marcel van Rossum met uiterste zorg de stiel uitvoert.


Technische aspecten

Trek Boone afgemonteerd met Shimano Dura Ace – foto: Henri Santing

De Trek Boone is volgens de fabrikant haar lichtste en snelste cyclocrosser. “Hij springt over hindernissen, worstelt zich door de modder en dendert door zandgaten. Hij is gewend aan een flinke dosis rondvliegend bier, omdat hij regelmatig op het hoogste podium staat. Dit is onze beste cyclocross-machine met IsoSpeed voor en achter, hydraulische schijfremmen voor remkracht onder alle omstandigheden en een raceklare 1×11-aandrijving”, luidt het marketingpraatje. Prijskaartje voor de recreant: € 4.499,00.

“De fiets van Lars is afgemonteerd met de Dura Ace-groep van Shimano”, vertelt mechanieker Van Rossum over het schakel- en remsysteem. “Dat is the top of the bill, het beste dat er op de markt te verkrijgen is.” Naast de onderdelen van het Japanse merk en het geraamte van de Amerikaanse fietsenfabrikant, komen ook veel producten van Bontrager (onderdeel van Trek) terug in de fiets. Onder meer de wielen, stuur- en zadelpen komen van Bontrager. Het Nederlandse Dugast levert de banden, waarbij de Rhino- en Typhoon-profielen het vaakst om de wielen zitten.

“Door de bouw van de Trek Boone is het een stijve, wendbare fiets”, legt Van Rossum uit. “Dankzij de IsoSpeed-componenten is er de nodige demping ingebouwd, waardoor de fiets comfortabel is en toch zijn snelheid behoudt. Iedere trap is raak. En in afdalingen ligt-ie strak in de hand. Door de 12 millimeter steekassen in combinatie met het stijve frame, heb je een star geheel dat optimaal remmen garandeert. De afwerking is ook top. Alle kabels zijn netjes in het frame verwerkt, de accuhouder zit mooi onder de bidonhouderbevestiging en de magneet voor het gebruik van een powermeter is ingebouwd nabij het brackethuis.”

Padvinder

Dé innovatie van de laatste jaren: schijfremmen – foto: Henri Santing

Als zoon van een fietsenzaak-eigenaar, is Van der Haar zelf grootgebracht met de kneepjes van het vak. Het was dan ook niet gek dat juist de Woudenberger als allereerste crosser volledig overstapte op schijfremmen, een van de grootste innovaties op het gebied van materiaal van de laatste jaren. “Mijn toenmalig trainer Richard Groenendaal en ik geloofden er heel erg in. Onze visie was: als je het doet, dan doe je het volledig. En niet gefaseerd, zoals bijvoorbeeld Sven Nys het deed. Dat had volgens ons geen zin. Dan had je voor de cross én een bandenkeus moeten maken én een keuze moeten maken met welke remmen je ging fietsen.”

Voor het zover was, moest de 26-jarige Nederlander zijn rijstijl aanpassen. Het grote voordeel van schijfremmen is dat je later kunt remmen en dus langer snelheid kan blijven ontwikkelen. De overgang van de gewone Cantilever-rem naar de schijfrem nam wat tijd in beslag, maar Van der Haar was snel overtuigd. “In het begin was het vooral wennen. Toen remde je snel te hard en had ik vooral het idee dat het juist langzamer was. Maar zodra ik daar een beetje fingerspitzengefühl voor kreeg en mijn remtijd verkortte, was dat voorbij. Je gaat steeds harder rijden, omdat je later remt. In de eerste crosstrainingen die we daarna deden, kon je het verschil al heel duidelijk merken. Ik remde de andere jongens er volledig uit, op het grasveld alleen al.”

“In de cross is het rijden met een schijfrem of niet, een dag en nacht verschil”, legt de veldrijder de huidige situatie uit. “Als je voorheen met de gewone Cantilever-rem de Citadelcross in Namen zou rijden, dan moest je boven al beginnen met remmen om beneden te kunnen stoppen. Nu duiken renners die afdaling in zonder te remmen en remmen ze pas beneden. Voorheen moest je remmen om te kunnen remmen, zeg maar. Nu rem je, omdat het remt. Dat is een groot verschil. Het voelt wel heftiger aan. Maar dat is maar net hoe hard jij de hendels indrukt. Je kunt met schijfremmen goed doseren. Het is niet direct hetzelfde, maar ik vergelijk het altijd een beetje met de rem van een auto. Daar kun je rustig, maar ook heel hard mee remmen.”

Sleutelaar

Crossmateriaal krijgt veel te verduren – foto: Henri Santing

Crossers staan erom bekend dat ze veel bezig zijn met hun materiaal. Zo ook de Terriër van Woudenberg. “In het veldrijden luistert het materiaal zo nauw. Op de weg is het niet minder belangrijk. Alleen ondervind je daar vaak veel minder problemen, omdat het materiaal minder te lijden heeft. Parijs-Roubaix buiten beschouwing gelaten. Bij wegrenners gaat het eigenlijk alleen om het remmen en schakelen. Bij ons komt er nog een extra dimensie bij: hoe lang gaat het materiaal mee in een cross? Veldrijders zijn voor fabrikanten meestal ook de testers van nieuw materiaal. Als wij zeggen dat het goed is, dan gaan fabrikanten dat ook door vertalen naar de weg. Het materiaal krijgt in onze sport gewoon enorm op haar flikker. Wij zijn dan ook altijd op zoek naar manieren om het materiaal te verbeteren, zodat ze een cross aankan.”

Toch vindt de tweevoudig wereldkampioen bij de beloften niet dat het maniakaal bezig zijn met het materiaal een must voor iedere veldrijder is. Die interesse is er bij Van der Haar van nature, maar hij geeft aan dat het niet per se nodig is. ”Je kunt een hele goede crosser zijn, zonder dat je veel knowhow van je materiaal hebt. Maar het helpt wel. Een mooi voorbeeld: het gebeurt nog weleens dat een renner in een wedstrijd zijn ketting eraf rijdt. Als jij heel veel met je materiaal bezig bent, dan weet je wat je moet doen. Iemand zonder gevoel voor materiaal, die rijdt de ketting waarschijnlijk nog verder kapot en dan is je wedstrijd voorbij. Een renner die altijd met materiaal bezig is, kan een klein probleem zelf oplossen zonder het erger of kapot te maken. Nu doe ik niet heel veel aan mijn fietsen meer, maar voorheen deed ik álles zelf.”

Perfectionisten

De kabels zijn netjes verwerkt in het frame – foto: Henri Santing

De interesse voor het materiaal en Van der Haars topsportcarriére sluiten naadloos op elkaar aan. “Mijn fiets is perfect als-ie precies voelt zoals-ie moet voelen. Daarmee bedoel ik dat het stuur waterpas is, dat het zadel op de juiste hoogte staat en dat de remmen afgesteld zijn zoals ik het wil. Dat het materiaal doet wat ik wil dat het doet. Dat is voor mij het belangrijkste.” En als het even mee zit, doet de crosser dat het liefst zelf. “Daar moet ik wel de tijd voor nemen. Meestal krijg ik de fiets redelijk opgebouwd onder handen. Daarna stel ik de fiets af zoals ik dat wil hebben. Ik ben daar een tijdje mee bezig, want dat gaat echt om millimetertjes. Wanneer ik helemaal tevreden ben, geef ik die fiets aan Marcel en zeg ik hem: ‘Zorg ervoor dat die andere drie hetzelfde zijn’.”

Die samenwerking met mechanieker Marcel van Rossum verloopt vlekkeloos. “Ik bepaal op welke houding ik rijd”, legt Van der Haar uit. “Máár, ik luister wel naar input. Als Marcel zegt: ‘Lars, dit kan niet wat jij nu wil’. Dan kan het niet. En als hij met ideeën komt, dan vertrouw ik hem daar ook in. Het is geen eenrichtingsverkeer.” Dat beaamt Van Rossum: “Lars is heel kritisch. Zo wil hij graag de remmen altijd strak afgesteld hebben omdat hij met één vinger remt en met één vinger onder de remhandel het stuur vasthoudt. Dat is nogal eens lastig tijdens de wedstrijd om dat te realiseren, in verband met de slijtage van de blokken en modder tussen de remklauw. Maar meestal lukt dat wel aardig. En wanneer een van de fietsen niet gelijk is, merkt Lars dat meteen.”

Van der Haar heeft bij iedere cross vier fietsen tot zijn beschikking. Van Rossum zorgt ervoor dat het kwartet identiek is. Toch komt het soms voor dat er iets niet helemaal goed is afgesteld. Juist dan komt de wisselwerking tussen mechanieker en atleet naar voren. “Op een gegeven moment heb ik heel veel problemen gehad met mijn pedalen”, schets Van der Haar een voorbeeld. “Als ik over de balken sprong, klikten mijn voeten eruit. Toen zijn Marcel en ik samen gaan zoeken naar een oplossing. Uiteindelijk was het heel simpel: we moesten de pedalen strakker draaien. In mijn hoofd had ik die alleen altijd al strakker gedraaid, maar dat was dus blijkbaar niet zo. Door de samenwerking, konden we dat verhelpen.”

Giant of Trek?

De IsoSpeed-vorken geven meer bandenvrijheid – foto: Henri Santing

Van der Haar rijdt sinds het begin van 2017 op een Trek-fiets. Daarvoor koerste hij jarenlang op een Giant. Wij stelden hem de vraag: welke is nu beter? “De Trek is vollediger. De Giant ligt veel hoger op de weg, want die heeft een veel hoger bracket. Bij de Trek ligt dit onderdeel lager. Dat is het grote verschil tussen die twee. De Trek is ook comfortabeler dan de Giant. Het is moeilijk uit te leggen welke beter is. Met de Giant kon ik heel goed overweg, maar ook op de Trek fiets ik heel goed. Áls ik moet kiezen, zou ik wel voor de Trek gaan. Dat komt ook vooral door het feit dat de Trek lichter (7,5 kilogram schoon aan de haak, red.) is dan de Giant die ik had. En de Trek past meer bij het type coureur dat ik ben. Deze fiets is namelijk meer gemaakt voor een snelle, explosieve renner zoals ik”, besluit Van der Haar.

De Trek Boone kenmerkt zich dus als lichtgewicht. Desondanks is de fiets heel stijf, snel en wendbaar, maar blijft hij door de IsoSpeed-componenten erg comfortabel. Daardoor behoort de crossfiets van het Telenet Fidea Lions-team tot de hoogste klasse en wegens het gele design is het een van de opvallendste en meest herkenbare vehikels van de afgelopen veldritwinter. Maar laat in dat laatste feit misschien nog het grootste verbeterpunt zitten: lak is een van de zwaarste onderdelen van het carbonframe. In vergelijking met een blank gespoten lak, is het verschil toch al gauw honderd gram in het nadeel van het huidige gele design. En dat is best veel, in een sport waar het draait om marginal gains.

De Trek Boone van Lars van der Haar – foto: Henri Santing

Trek Boone
Frame: Trek Boone – OLCV Series 600
Voorvork: Trek IsoSpeed Cross full carbon
Stuur: Bontrager Isocore Pro 40cm
Stuurpen: Bontrager Elite 80mm
Stuurlint: Bontrager Gel Cork Guidoline (zwart)
Remmen: Shimano Dura Ace BR-R9170
Shifters: Shimano Dura Ace ST-9170 Di2 Disc
Derailleurs: Shimano FD & RD – 9150
Cassette: Shimano Dura Ace
Crankset: Shimano Dura Ace FC – R9100 172,5mm en 39-46 tandwielen
Pedalen: Shimano XTR
Wielen: Bontrager Aeolus 3 Disc Tubular
Banden: Dugast
Zadel: Bontrager Montrose Pro
Zadelpen: Bontrager – gepatenteerd en geïntegreerd voor Trek Boone
Bidonhouders/Bidons: Bontrager & Tacx
Kleding: Vermarc
Helm: Bontrager
Brillen: Oakley

Verantwoording:
Het initiatief voor dit artikel komt vanuit WielerFlits. Er is geen vergoeding ontvangen voor de plaatsing hiervan.

Van der Haar in actie op zijn Trek Boone tijdens het NK 2018 – foto: Orange Pictures – Dick Soepenberg

Dit artikel delen:

3 Reacties

HoofdIsVrij 19 februari 2018 om 16:26

Mooi artikel. Ik had verwacht dat hij Giant fijner zou vinden. Daar heeft hij ook betere resultaten op weten te halen.

Terriër van Woudenberg?? Lars wordt wel door Paul Herygers een Jack Russell genoemd. Nu is dat technisch gezien een terriër ja…

jooprioolpijp 22 februari 2018 om 21:19
Quote:
…en een raceklare 1×11-aandrijving

Ik zie toch echt 2×11 op de foto’s.

Manuel Beltran 10 maart 2018 om 21:27

Ik geef helemaal niet zo veel om cross en materiaal. Lees daarom dit artikel nu pas (zomaar op geklikt), maar ik moet hier een complimentje geven: erg leuk om te lezen hoe renner en mechanieker bezig zijn met het materiaal waarop het moet gebeuren. Op naar het volgende materiaalzone artikel :)

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.