WK 2021: Voorbeschouwing individuele tijdrit beloften

WK 2021: Voorbeschouwing individuele tijdrit beloften

Mikkel Bjerg won de laatste drie edities - foto: Cor Vos

maandag 20 september 2021 om 08:00

Er zijn wielerliefhebbers met een voorliefde voor de Tour, je hebt het gros dat het warmer krijgt van de voorjaarsklassiekers en je hebt een deel dat altijd uitkijkt naar de wereldkampioenschappen. Goed nieuws, want maandag 20 september werken de beloften hun titelstrijd op de tijdrit uit. Tussen Knokke-Heist en Brugge wacht ruim dertig kilometer door Vlaanderen. Welke ster van morgen pakt de regenboogtrui? WielerFlits blikt vooruit!

In het najaarsnummer van RIDE besteden we ruimschoots aandacht aan het komende WK en lees je onder meer interviews met Wout van Aert en Jasper Stuyven. Profiteer nu van onze abonnee-actie en krijg tijdelijk bij het afsluiten van een jaarabonnement ons najaarsnummer gratis. Bestel je RIDE liever los? Bestel dan nu het najaarsnummer van RIDE en krijg het gratis thuisbezorgd.

Historie

Het WK tijdrijden U23 kent een relatief korte geschiedenis. De eerste editie van dit evenement werd pas in 1996 georganiseerd. In dat jaar kwam de beloftencategorie namelijk pas tot stand. Gianluca Sironi werd de allereerste wereldkampioen ooit op dit onderdeel. De Italiaan kon bij de profs zijn belofte echter nooit inlossen. De eerste kampioen van naam was Thor Hushovd in 1998. In de jaren erna pakten Fabian Cancellara en Michael Rogers eremetaal. Zij zouden later bij de profs meerdere wereldtitels in deze discipline bij elkaar fietsen.

België behaalde op dit onderdeel slechts één medaille. In 2006 was dat dan wel direct een gouden plak. Dominique Cornu bleef dat jaar Michail Ignatiev en Jérôme Coppel voor. Een jaar later was supertalent Lars Boom de beste, met opnieuw Ignatiev en Coppel op de plekken twee en drie. Anders dan België wist Nederland wél meerdere medailles te winnen. In 2003 moest Niels Scheunemann alleen Markus Fothen voorlaten; een jaar later was Janez Brajkovič een kleine twintig tellen rapper dan Thomas Dekker.

Het podium in 2006: Ignatiev, wereldkampioen Boom en Coppel – foto: Cor Vos

Op dit onderdeel scoren vooral de Australiërs, maar ook Rusland en Duitsland wisten meerdere malen medailles mee naar huis te nemen. Toch ontbreken op de erelijst de écht grote namen. Of dat ook geldt voor de winnaars van de afgelopen jaren, valt nog te bezien. Met name Mikkel Bjerg krijgt het voordeel van de twijfel. De altijd nog maar 22-jarige Deen won de laatste drie edities en zette Denemarken zo naast Australië met de meeste zeges. De talentvolle Bjerg is ook de enige meervoudige winnaar en dus is hij recordhouder. En dat is knap, want een belofte ben je slechts vier jaar. Bjerg won alle edities waaraan hij meedeed.

Laatste tien winnaars flag-wc WK tijdrijden U23
2020: niet verreden vanwege corona
2019: flag-dk Mikkel Bjerg
2018: flag-dk Mikkel Bjerg
2017: flag-dk Mikkel Bjerg
2016: flag-de Marco Mathis
2015: flag-dk Mads Würtz Schmidt
2014: flag-au Campbell Flakemore
2013: flag-au Damien Howson
2012: flag-ru Anton Vorobyev
2011: flag-au Luke Durbridge
2010: flag-us Taylor Phinney


Vorige editie

Het WK tijdrijden voor beloften ging in 2020 niet door vanwege het coronavirus. Voor de laatste editie moeten we dus terug naar 2019, toen Yorkshire de wereldkampioenschappen huisvestte. De U23-tijdrit werd een memorabele. Door hevige regenval veranderde de strijd om de regenboogtrui namelijk in een WK waterballet. De eerst gestarte beloften hadden er nog niet heel veel last van, maar naarmate de tijd vorderde ontstonden er halve zwembaden op het parcours. Attila Valter en kanshebber Johan Price-Pejtersen doken voor het oog van de camera op spectaculaire wijze het water in. De laatste verloor daar zijn titelaspiraties.

Veel renners flirtten met een val of kregen technisch malheur. Zonder de regen had de uitslag er een stuk anders uitgezien. Ian Garrison was een van de vroege starters en hij zou een heel lange tijd op de hotseat zitten. Diens landgenoot Brandon McNulty kwam het dichtstbij, maar hij strandde op een seconde. Titelverdediger Bjerg was toen al onderweg en zijn tussentijden lieten zien dat de Amerikanen een stunt uit hun hoofd konden zetten als de Deen op zijn fiets bleef zitten. Dat gebeurde en zo veroverde Bjerg de derde wereldtitel op rij. Brent Van Moer (België) werd vijfde, Enzo Leijnse namens Nederland zevende.

flag-wc WK tijdrijden U23 2019
flag-gb Yorkshire – 30,3 kilometer
flag-nr1 flag-dk Mikkel Bjerg in 40m20s
flag-nr2 flag-us Ian Garrison +26s
flag-nr3 flag-us Brandon McNulty +28s
4. flag-dk Mathias Norsgaard +37s
5. flag-be Brent Van Moer +43s
7. flag-nl Nils Eekhoff +1m01s
10. flag-nl Daan Hoole +1m46s
37. flag-be Ilan Van Wilder +3m24s
Volledige uitslag
Volledig verslag

Bjerg versloeg Garrison (links) en McNulty in 2019 – foto: Cor Vos


Parcours

De start van het WK tijdrijden voor beloften is in Knokke-Heist, een van de meest bekende badplaatsen van België. Het ligt in het noordelijkste puntje van West-Vlaanderen, tegen de grens met Nederland aan. Voor de Zeeuwen is het maar een kleine oversteek om de grootste talenten van de toekomst in actie te zien. Het startpodium is gelegen aan het Noordzeestrand, wat ongetwijfeld mooie beelden gaat opleveren. Ter hoogte van het casino rollen de U23-renners van het podium af voor een WK-tijdrit van in totaal 30,4 kilometer.

De eerste anderhalve kilometer rijden de tijdrijders langs de zee, voordat ze rechtsaf slaan naar het stadscentrum van Knokke-Heist. In de eerste kilometers liggen drie haakse bochten, voordat ze het kuststadje uitrijden. Dan kunnen de jonge mannen opschakelen naar de grote plaat, want er volgen dan louter lange en rechte wegen. Op hoge snelheid zullen ze door Westkapelle razen en vervolgens zetten ze koers richting Oostkerke. Daar volgt dan na 8,3 kilometer pas de vierde 90-gradenbocht van het parcours, voordat ze zich weer kunnen optrekken.

Preview Worlds ITT U23 2021

Na die bocht volgt namelijk een rechte weg van 5,5 kilometer, naar de volgende haakse bocht op de route. Daar ligt na 13,8 kilometer ook het eerste tussenpunt van tijdswaarnemer Tissot. Vervolgens rijden de renners naar Dudzele, in een fase waarin kanalen en vaarten langs de wegen lopen waarop de renners rijden. Kenmerkend voor deze regio zijn de typisch schuin gegroeide bomen, getekend door de wind. Dat kan bij een verkeerde stand zo maar een slopende tegenstander zijn voor de beloften tijdrijders. In Dudzele ligt de volgende bocht.

Kort daarna volgt een flauwe bocht en rijden ze in de richting van het pittoreske Damme. Halverwege die lange, rechte weg, ligt het tweede Tissot-tussenpunt. Die meting ligt na 20,8 kilometer, waarna de renners in Damme de volgende haakse bocht tegenkomen. Daarna zetten ze koers naar Brugge. Vanaf dan begint het wegdek iets omhoog te lopen. Met slechts 54 hoogtemeters over de gehele route zal dat voor profs wel meevallen. Maar als ook de wind tegenstaat in deze fase, dan kunnen de benen weleens sneller vollopen dan gedacht.

De renners rijden kunststad Brugge aan de noordoostkant binnen, waar ook de laatste haakse bocht ligt. Dat is bij Sint-Kruis op precies zes kilometer voor het einde. Als je hier nog over hebt, kun je het grootste verzet erop zetten. Vanaf hier is het namelijk rammen over een lange, vrijwel rechte weg naar de finish. Die ligt midden in het centrum van Brugge, op ’t Zand. Daar zullen we na 30,3 kilometer rond de klok van 13.00 uur de huldiging zien van de nieuwe wereldkampioen. Kan deze winnaar wel eindelijk uitgroeien tot een wereldtopper?

Datum: maandag 20 september
Afstand: 30,3 kilometer
Start: 10.40 uur (eerste renner)
Finish: 12.50 uur (laatste renner)


Favorieten

Na een jaar afwezigheid keert het WK tijdrijden voor beloften terug op de kalender. Corona strooide roet in het eten, waardoor tweedejaars prof Mikkel Bjerg nog altijd de regerende wereldkampioen is. In Vlaanderen gaat de wielerwereld op zoek naar een volgende klepper, al moeten we dat ook misschien direct maar bijschaven. Tot op heden is er nog nooit een U23-wereldkampioen geweest die ook het goud bij de profs eens wist te veroveren. Wat dat betreft is het dus geen zegen om hier te winnen, maar het prestige is onverminderd hoog.

Price-Pejtersen werd twee weken geleden Europees kampioen – foto: Cor Vos

Denemarken huisvest dus de huidige wereldkampioen, maar ook de nieuwe titelhouder kan zomaar uit het Scandinavische land komen. De topfavoriet is Johan Price-Pejtersen. Hij is 22 jaar en dus laatstejaars belofte. Wel is hij al aan zijn tweede profjaar bezig bij het Noorse ProTeam Uno-X. De boomlange Deen is een tijdrijder pur sang en werd twee weken geleden voor de tweede keer Europees kampioen tijdrijden bij de beloften. Hij heeft met het WK bovendien een rekening openstaan: in 2019 ging hij als een van de schaduwfavorieten van start, maar een enorme regenplas deden Price-Pejtersens dromen in het water vallen.

Luke Plapp veroverde op het WK tijdrijden U19 2018 al eens zilver achter Remco Evenepoel – foto: Cor Vos

In vergelijking met het EK tijdrijden in Trente twee weken geleden, doen er ook een aantal niet-Europeanen mee om de knikkers. De grootste tegenstander van Price-Pejtersen zou weleens Luke Plapp kunnen zijn. De 20-jarige Australiër veroverde in 2018 nog WK-zilver bij de junioren, achter de ongenaakbare Remco Evenepoel. Plappy was ook een van de ontdekkingen van de afgelopen winter. Zo liet hij Richie Porte winnen op Willunga Hill tijdens het Santos Cycling Festival en won hij daarna de Australische tijdrittitel bij de elite. Plapp richtte zich daarna op de Olympische Spelen, maar gaat hier meedoen voor winst.

Wærenskjold geldt als een absoluut toptalent – foto: Cor Vos

Waar Plapp zich de laatste weken minutieus kan voorbereiden met al het materiaal dat zijn nieuwe ploeg INEOS Grenadiers beschikbaar stelt, hoeft dat niet de doorslag te geven. Søren Wærenskjold werd runner-up op het afgelopen EK, op gepaste afstand (33 seconden) van Price-Pejtersen. De 21-jarige Noord heeft liever een wat korter parcours, al liet hij zien ook over een lange adem te beschikken. Hij werd ook tweede op het Noors kampioenschap tijdrijden voor profs. Dat was een tijdrit van meer dan vijftig kilometer. Wærenskjold gaf toen een ruime minuut toe op Tobias Foss, meer zette wel Andreas Leknessund een hak.

Van Dijke eerder dit jaar in Knokke-Heist – foto: Cor Vos

Er is in deze categorie een grote kans op Nederlands eremetaal. Mick van Dijke is daarvoor een van de twee aangewezen mannen. De 21-jarige Zeeuw blinkt uit in het tijdrijden. Namens Jumbo-Visma Development won hij er dit jaar ook een paar. Van Dijke werd Nederlands kampioen tijdrijden bij de beloften, na een merkwaardige finish. Onlangs was hij zelfs nog de beste in de tijdrit van de Flanders Tomorrow Tour. Van Dijke sloeg het EK over om zich volledig op het WK te kunnen richten. Hij bereidde de tijdrit minutieus voor en deed afgelopen week nog een simulatie van komende maandag. Betaalt dat zich straks uit?

Hoole veroverde brons op het EK – foto: Cor Vos

Waar Van Dijke dit seizoen ook in de wegkoersen indruk maakt, kun je bij Daan Hoole spreken van een echte tijdritspecialist. Hoewel de boomlange SEG Racing Academy-renner dit seizoen ook een 1.2U-wedstrijd op de weg won, kennen we hem dus vooral als een tijdritspecialist. Op het jongste EK greep Hoole ei zo na nog het zilver, maar uiteindelijk gaf hij een seconde toe op de tweede tijd van Wærenskjold. De Nederlander moest daardoor genoegen nemen met brons, al had hij daar prima vrede mee. Ook nu mikt Hoole op een medaille. Dat is een prima ambitie, want echte kanonnen zoals hij kunnen zich op dit vlakke parcours uitleven.

Fisher-Black tijdens de tijdrit in Lelystad in de Benelux Tour – foto: Cor Vos

Jumbo-Visma Development of oud-renners van de Nederlandse opleidingsploeg zijn met meerdere renners kansrijk voor de wereldtitel. Zo brengt Nieuw-Zeeland neoprof Finn Fisher-Black aan het vertrek. De 19-jarige ronderenner gold als het grootste talent van de opleidingsploeg, maar hij vertrok na enige onenigheid afgelopen zomer al naar UAE Emirates. Een gevoelig verlies voor Jumbo-Visma, maar onlogisch was het niet. Fisher-Black zette een aantal sterke resultaten neer, waarbij vooral zijn vierde plek in de Baloise Belgium Tour opvalt. De jongeling dankte dat aan een derde plek in de tijdrit in… Knokke-Heist.

Sheffield heeft een goede tijdrit in de benen – foto: Cor Vos

Naast Australië en Nieuw-Zeeland, zorgt ook een ander Angelsaksisch land voor de nodige concurrentie. De Verenigde Staten brengen namelijk Magnus Sheffield aan het vertrek. De 19-jarige Amerikaan is piepjong en hij heeft een lastige tijd achter de rug. De jongeling verscheurde in augustus zijn contract bij Rally Cycling, omdat INEOS Grenadiers achter de schermen hem een lucratief aanbod had gedaan. Zijn salaris zal minder hoog liggen dan dat van Plapp, maar dat komt vanzelf. Sheffield is namelijk een toptalent mét een goede tijdrit. Op het Amerikaans kampioenschap tijdrijden werd de jonge allrounder eerder dit jaar zesde.

Heßman werd vierde op het EK tijdrijden – foto: Cor Vos

Na Van Dijke en Fisher-Black, maakt er nog een derde renner uit de stal van Robbert de Groot een grote kans op eremetaal. Het is zeker nog geen nieuwe Tony Martin, maar het talent van Michel Heßmann staat buiten kijf. Het is niet voor niets dat de Nederlandse ploeg de 20-jarige Duitser komend seizoen al overhevelt naar de profploeg. De sterke en 1 meter 90 lange ronderenner verzamelt al het hele jaar ereplaatsen tussen grofweg plek zeven en plaats twintig. Hij heeft bovendien een goede tijdrit. Heßmann werd eerder dit jaar Duits kampioen bij de beloften en op het EK twee weken geleden viel hij net buiten het podium.

Vauquelin geldt als een echte tijdritspecialist – foto: Cor Vos

De Fransen kon in Trente niet beschikken over Kévin Vauquelin. Een hard gelag, want de 20-jarige stagiair en aanstaande prof (2022-2023) van Arkéa-Samsic is een echte specialist op dit gebied. Vauquelin komt uit tapijtstad Bayeux in Normandië, op amper tien kilometer van zee. Hij weet dus als geen ander wat voor invloed de kustregio nabij Knokke-Heist op zijn tijdrit kan hebben. De jongeling komt van origine van de baan en is de huidige Franse kampioen tijdrijden bij de beloften. In de l’Etoile d’Or (UCI Nation’s Cup U23) versloeg hij medio juli nog Price-Pejtersen, al was die tijdrit wel slechts 9,6 kilometer. Kan hij dat weer?

Baroncini is in topvorm en kan zonder druk van de natie uitpakken – foto: Cor Vos

Op het EK wielrennen stelde thuisrijder Filippo Baroncini met een zevende plek enigszins teleur. Hij moet echter veel beter kunnen. De 21-jarige Italiaan is bovendien in bloedvorm. Hij is op dit moment stagiair bij Trek-Segafredo, waar hij ook zijn profdebuut maakt. Dat mag geen verrassing heten, want hij blijft de goede resultaten opstapelen. Donderdag zat hij mee in de elitegroep die streed om de overwinning in de Coppa Sabatini, waar hij tussen de profs vierde werd. Tijdens de EK U23 wegwedstrijd was hij ook al goed voor zilver. Baroncini is tevens Italiaans kampioen tijdrijden U23 en hij won de lange tijdrit in de Giro d’Italia U23.

García is een van de grote outsiders op de titel – foto: Cor Vos

Er is ook een heel batterij outsiders die op een goede dag mogen dromen van een medaille. Zo brengt Spanje twee echt stille krachten aan de start met profs Raúl García (Kern Pharma, zesde op het EK) en Xabier Mikel Azparren (Euskaltel-Euskadi, achttiende in de slottijdrit van de Vuelta a España). De Italianen hebben ook nog Marco Frigo van SEG Racing Academy in de gelederen. Zwitserland gooit dan weer Alexandre Balmer als troefkaart op tafel; hij werd achtste op het jongste EK tijdrijden. Naast Heßmann rekenen de Duitsers ook op een topresultaat van Maurice Ballerstedt. Hij werd tweede op het Duits kampioenschap.

Naast Vauquelin was ook toenmalig winnaar Filip Maciejuk sneller dan Price-Pejtersen in Etoile d’Or. De vierdejaars belofte uit Polen kan ook een uitstekende tijdrit afwerken, maar op het EK stelde hij wel teleur. Buurland Tsjechië brengt dan weer halve-Nederlander Tomáš Kopecký aan de start. Heel ander niveau, maar onlangs won hij nog de tijdrit in de Ronde van Namen. Hij is ook Tsjechisch beloftenkampioen tijdrijden. In Kroatië is dat Fran Miholjević, zoon van ex-prof Vladimir. De 19-jarige renner van Friuli-ASD is een van de revelaties van het seizoen; hij is bovendien in bloedvorm en won onlangs nog een proloog.

We kennen Kopecky ook uit de cross – foto: Cor Vos

Ook de Belgen hebben in eigen huis een kanshebber voor eremetaal. Sterker nog: Florian Vermeersch is de grote dark horse. Op het Belgisch kampioenschap voor profs werd hij dit jaar vijfde, terwijl hij ook op WorldTour-niveau al enkele top 15-noteringen op zijn palmares heeft staan. Dat springt niet meteen in het oog. Maar als je dat vertaalt naar U23-niveau, dan zou Vermeersch zo maar vooraan kunnen meedoen. Dat geldt ook voor baanrenner Lev Gonov, die op het EK ook vrijwel uit het niets vijfde werd. Tevens is het interessant om te zien hoe Kristians Belohvoščiks het ervan afbrengt. Hij is de zoon van oud-specialst Raivis.

Namens Eritrea staat hier een van de grootste Afrikanen uit het beloftencircuit op het startpodium: Henok Mulubrhan. De 21-jarige aanstaande prof van Qhubeka NextHash is een getalenteerde klimmer, maar hij kan ook een prima tijdrit afwerken. In de Giro d’Italia U23 werd hij in de lange tijdrit nog zesde, voor jongens als Hoole, Juan Ayuso en Balmer. Tot slot is het uitkijken naar twee grote talenten uit Ierland en Groot-Brittannië: Ben Healy en Ethan Vernon. Beiden kunnen een sterke tijdrit afwerken, al moet Vernon dat nog laten zien. Healy werd na Baroncini tweede in de Giro-tijdrit. Twee jaar terug werd hij vijftiende in Yorkshire.

Vermeersch in Parijs-Nice op zijn tijdritbolide – foto: Cor Vos

Favorieten volgens WielerFlits
**** Johan Price-Pejtersen
*** Lucas Plapp, Søren Wærenskjold
** Mick van Dijke, Daan Hoole, Magnus Sheffield
* Finn Fisher-Black, Michel Heßmann, Kévin Vauquelin, Filippo Baroncini

Deelnemerslijst
Website organisatie


Weer en tv

Net als bij de elite mannen op zondag, is het volgens Weeronline maandag rustig en droog weer met een afwisseling van wolken en zon. Er waait een matige (noord)oostenwind en het kwik stijgt naar maximaal twintig graden Celsius in de middag. Al met al zullen de weersomstandigheden de tijdrit dus waarschijnlijk niet beïnvloeden, zoals dat twee jaar geleden in Yorkshire wel zo was. Voor wie alle actie wil zien, moet afstemmen naar Eurosport of Sporza. Beide zenders zijn er vanaf 10.20 uur bij tot en met de podiumceremonie. Bij WielerFlits kun je terecht voor een WK-liveblog, zodat je ook zonder tv niets hoeft te missen.

Dit artikel delen:

14 Reacties

Stablinsky 18 september 2021 om 11:37

Nog even bijvermelden dat namens België Ilan van Wilder een selectie geweigerd heeft. Met als reden dat hij al twee jaar prof is en de plaats van een belofte niet wil inpikken.

Daniel17 18 september 2021 om 12:00

Is zijn plek gegaan naar Florian Vermeersh? Die ook al meer dan een jaar prof is?

Franco Ballerini 18 september 2021 om 12:26

Toch wel opvallend dat van de laatste tien winnaars er niet veel zijn die we daarna regelmatig op TT podia zien. Met name Bjerg valt natuurlijk enorm tegen.

Deel Koeper 18 september 2021 om 12:51

Die moet gewoon weg bij UAE, lijkt me veel te jong om al te worden uitgeperst als domme werkmier. Gaat daar ook nooit de ruimte krijgen om een eigen weg te zoeken.

thomasjaarsma 18 september 2021 om 13:12

Hoezo, elke tijdrit die die rijdt rijdt die top 15. Rijdt een goed seizoen, en hij wordt nu vaak als knecht ingezet maar daarvan zie ik het probleem niet van word die beter van en later kan die nog genoeg voor eigen kans gaan

Willem Kieft 18 september 2021 om 13:31

Bjerg reed in de U23 ook zelden interessante uitslagen buiten de tijdritten om. Had een Campenaerts-achtige fetisj voor tijdritten en natuurlijk ook wel wat talent, maar lijkt in het algemeen gewoon geen hele bijzondere renner.

Deel Koeper 18 september 2021 om 14:19

Later genoeg voor zijn eigen kans gaan? Met die stokoude klassementsrenners Pogacar, Ayuso en Almeida in de ploeg? Die is gewoon aan het leren hoe hij een goede knecht wordt en niet meer dan dat.

Zelfs in de kleine overbodige flutrondjes mag die enkel op kop sleuren, dat gaat binnen enkele jaren niet anders zijn. Werken voor Pogacar/Almeida en co, als die er niet zijn, dan werken voor McNulty en co, als die er niet zijn, lekker trekken voor Hirschi of Ulissi en als die er niet zijn, netjes in de trein van Ackermann of Gaviria. Krijgt zelfs in de obscure, irrelevante marge van de kalender nauwelijks vrijheid en binnen enkele jaren gaan er gewoon nog meer andere toppers in de weg rijden.

Is zich bij UAE al aan het settelen in de rol van helper, zonder ook maar serieus getest te hebben of er meer in zit. UAE is op dat vlak een nieuw Sky. Alles wat los zit en enig talent heeft opkopen, vaststellen dat er teveel potentiële kopmannen zijn en er bij enkele brave jongens dan maar elke vorm van ambitie uitkneden.

Landeirovic 18 september 2021 om 17:08

Bjerg gaat in toekomst vrijere rol krijgen in de klassiekers in België.

Boomie1 20 september 2021 om 06:14

Bjerg is bitter jong. Grote motor wellicht in tijdritten maar geen enorme klasbak ofzo in andere koersen.

JensVdB 19 september 2021 om 21:00

Ik zou Florian Vermeersch ook 1 * geven

Boomie1 20 september 2021 om 06:13

@redactie: pas het jaartal bij de wereldtitel van Lars Boom even aan naar 2007.

Natte spons 20 september 2021 om 12:37

Dat staat er ook gewoon voor de oplettende lezer. 2006 Cornu, jaar later Boom.

Yeez 20 september 2021 om 08:28

Waarom vertelt het artikel mij dat Vermeersch een dark horse is die in de top mee moet doen, maar vervolgens geen ster krijgt? Dat is toch gewoon een subfavoriet?

Melkzuur 20 september 2021 om 08:52

Kwestie van inschatten van de auteur. Youri geeft (minstens) 10 renners meer kans op goud dan Florian Vermeersch. Daarom krijgt hij geen ster.

Headlines

Materiaalzone

Populair