Tour 2026: In deze etappes gaan Pogacar en Vingegaard strijden om Tourwinst
De strijd om de eindzege in de Tour de France gaat al jaren tussen Tadej Pogacar en Jonas Vingegaard. Ook dit jaar mogen we ons weer opmaken voor een duel tussen de Sloveen en de Deen, maar ze zullen elkaar natuurlijk niet elke dag het vuur aan de schenen leggen. In dit artikel zetten we de ritten op een rij waarin we wel een gevecht mogen verwachten tussen de klassementsrenners.
Etappe 1
De ASO komt tijdens de start van de Tour met iets nieuws. Zoals wel vaker in de geschiedenis is gebeurd, start de ronde met een ploegentijdrit. Maar deze keer telt niet de tijd van de vijfde finisher, maar wordt voor iedere renner de tijd individueel opgenomen. Dat maakt de 19 kilometer lange tijdrit door Barcelona meteen een interessante. Ook voor het klassement.
De start van de ploegentijdrit is bij het Parc del Forum aan de noordkant van Barcelona lang de kustlijn, waarna de ploegen vaart maken naar het Port Olimpic, om vervolgens over kaarsrechte wegen ommekeer te maken terug naar het Forum, om zo richting de Carrer d’Arago het ‘echte’ centrum van de stad binnen te rijden en langs hoogtepunten als de Sagrada Familia en het Parc Joan Miro komen.
In de slotfase wordt de rit nog hectisch en lastig, als de renners via de Plaza de España de Montjuic (1,1 km à 5,1%) oprijden. Eenmaal boven wacht nog een slotakkoord van 800 meter aan zo’n 7% gemiddeld.
Etappe 2
De tweede rit van de Tour is nog geen bergetappe, maar kan wel degelijk voor verschillen zorgen tussen de klassementsrenners. Daags na de ploegentijdrit krijgen we namelijk meteen een soort Catalaanse Luik-Bastenaken-Luik. In de finale in Barcelona wachten zeven gecategoriseerde beklimmingen. Gefinisht wordt er ook heuvelop, als er gesprint wordt naar het olympische stadion.
De etappe begint zondag vanuit de oude Romeinste havenstad Tarragona, waarna de renners de eerste 90 kilometer langs de kust rijden om vervolgens het Catalaanse binnenland in te rijden. Daar wachten de beklimmingen, te beginnen met de Côte de Begues (6,1 km à 6,5%) halverwege de rit.

Na deze klim volgt een korte wapenstilstand, maar eenmaal op de lokale omloop barst de koers echt los, met kuitenbijters in Barcelona die pijn zullen doen. Op dat lokale circuit moeten de Côte du Chateau de Montjuic (1,3 km à 9,3%) en de Côte du Stade Olympique (600 meter à 7%) drie keer worden bedwongen.
Het is zeer aannemelijk dat die eerste klim met de steile stijgingspercentages voor slachtoffers gaat zorgen. Zeker omdat de top van die klim pas op 2,3 kilometer voor de meet ligt.
Etappe 6
De zesde rit in de Tour de France belooft vuurwerk! Vanuit Pau trekt het peloton deze keer namelijk over de echte Pyreneeën-cols en zullen er verschillen plaatsvinden in het algemeen klassement. De slotklim naar Gavarnie-Gedre (18,7 km à 3,7%), boezemt misschien geen angst in, maar wat daarvoor komt….
Na de start in Pau wacht eerst een rustige, klassieke aanloop naar de Pyreneeen. Via Lourdes en Bagneres-de-Bigorres fietsen de heren-coureurs naar Arreau, waar de voet is van de eerste Pyreneeen-reus van de dag: de Col d’Aspin (12 km à 6,5%). Op het profielkaartje lijkt de Aspin een verkeersdrempel met wat er nog komen gaat, maar de klim is echt pittig. Zeker omdat de klim in de steilste kilometers structureel boven de 9% zit.

Na de Aspin wordt er afgedaald naar de Saint-Marie-de-Campan, waar de klim naar de grootste bergtop van de dag begint: de mythische Col du Tourmalet (17 km à 7,3%). Hoe langer de Tourmalet duurt, hoe steiler deze wordt. Vanaf de tiende kilometer komt de klim nauwelijks meer onder de 9%. Eenmaal op 2.115 meter wacht een bergsprint om de Souvenir Jacques Goddet, waarna het nog 39 kilometer tot de finish is.
De laatste 39 kilometer van de rit zijn niet al te lastig meer, alhoewel… Na een afdaling van 22 kilometer volgt nog een slotklim van 18 kilometer met een gemiddeld stijgingspercentage van 3,7%. Hier zou het nu echt handig zijn voor een klassementsrenner om nog een ploeggenoot bij je te hebben.
Etappe 10
Quatorze Juillet! De Fransen krijgen op hun eigen nationale feestdag een aantrekkelijke rit voorgeschoteld. Althans… dat is de verwachting op deze 14 juli. De vorige keer dat de Tour de France finishte in Le Lioran, wist Vingegaard na een enerverende rit Pogacar te kloppen. Krijgen we nu weer een duel?
In deze tiende etappe trekt het peloton in 167 kilometer door het Centraal Massief. Gestart wordt er ‘s middags in Aurillac, waarna een vlakke openingsfase volgt. Pas in de laatste tachtig kilometer volgt het overgrote merendeel van de liefst 3900 hoogtemeters onderweg.

Na bijna 100 kilometer zijn de renners pas boven op de eerste officiële klim van de dag. Dat is de Col de la Griffoul (5,9 km à 6,7%), waarna de rest van de etappe geen vlakke meter meer telt. Er zijn de beklimmingen van de Col Prat de Bouc en de Cote de Murat, maar bovenop zijn geen bergpunten te verdienen.
De race ontbrandt pas goed op de Puy Mary (7,8 km à 6%), die in de laatste kilometers nog stijgt met een stijgingspercentage van 9%, maar met de laatst 2,2 kilometer aan een steile 8,8%. Na een korte afdaling volgt dan de loodzware Col de Pertus (4,4 km à 8,5%).
Er zijn dan nog maar 14 kilometer te gaan. In de absolute slotfase is er dan nog de Col de Font de Cère. De laatste veertig kilometer van deze etappe zijn gelijk aan de Tour-rit in 2024, die dus door Vingegaard werd gewonnen.
Etappe 13
In rit dertien van de Tour doemen opnieuw bergen op. Binnen een mum van tijd heeft de ronde zich verplaatst van het midden van Frankrijk naar de Vogezen. De rit eindigt in Belfort, dat nog net iets buiten het gebergte ligt.
De dertiende etappe telt in totaal 205 kilometer en is daarmee de langste rit in deze Tour de France. Het is ook de enige etappe die langer is dan 200 kilometer. Voordat er echt geklommen zal worden in deze rit, moeten de renners eerst zo’n 150 kilometer in noordoostelijke richting vanuit startplaats Dole rijden.

Pas na 150 kilometer moet er voor het eerst worden geklommen, als de renners over de Col des Croix (5,4 km à 4,9%) moeten. Hier zullen nog geen slachtoffers worden gemaakt, maar op die klim daarna toch wel zeker.
De Tour doet namelijk de Ballon d’Alsace (8,7 km à 6,9%) weer aan. De klim was 121 jaar geleden de eerste echte beklimming in de Tourgeschiedenis en daar zal deze vrijdag ongetwijfeld bij worden stilgestaan. De Ballon d’Alsace is een echt lopende beklimming, maar heeft toch een piek van 8,8% nog onderweg.
Daarna volgt nog een afdaling van 30 kilometer richting Belfort. Echte waaghalzen kunnen hier nog wel wat proberen. Is dit een rit voor de aanvallers? Of gaan de favorieten zich mengen?
Etappe 14
Vuurwerk in de veertiende etappe van de Tour de France! Op zaterdag is het peloton namelijk écht in de Vogezen en gaan ze bijna alle bekende beklimmingen af. De rit telt in totaal 155 kilometer en vertrekt ‘s middags vanuit Mulhouse.
Vanuit Mulhouse komen de renners in rap tempo aan bij de voet van de eerste beklimming van de dag: de Grand Ballon (21,5 km à 4,8%). De klim, die vanuit zeven kanten gedaan kan worden, is in werkelijkheid lastiger dan hij op papier eruitziet. Dat komt omdat er een aantal vlakke en dalende kilometers in de klim zitten. Haal je die eruit, dan wordt er een kilometer of vijftien met zo’n 7 aan 8% geklommen.
Na de Grand Ballon dalen de renners af naar de eerste finishpassage in Le Markstein, waarna een middenstuk met de Col du Page (9,8 km à 4,7%) en opnieuw de de Ballon d’Alsace (9,8 km à 6,9%) volgt.

Vervolgens is het na deze beklimmingen wachten op de slotklim. De Col du Schirm en de Col du Hundsruck moeten nog worden beklommen, maar die mogen geen naam hebben met wat er in het slot nog volgt.
In de laatste twintig kilometer volgt namelijk de Col du Haag (11,2 km à 7,3%). Deze beklimming wordt vooral in de laatste anderhalf kilometer interessant, als het wegdek continu met bijna 11% (!) omhoog gaat. Eenmaal op de top wachten nog 5,5 relatief vlakke kilometers tot Le Markstein.
Etappe 15
In de vijftiende etappe van de Tour de France krijgen de renners nog een zware bergrit voorgeschoteld. Onderweg moeten er bijna 5.000 hoogtemeters worden afgewerkt, waardoor dit misschien wel dé dag voor het algemeen klassement gaat worden.
De etappe begint zondag nog in Champagnole in de Jura. Vanuit het pittoreske dorpje – er is veel groen te vinden aan de Ain – moet er vrijwel meteen worden geklommen. De renners moeten meteen de Mont Rivel op, die liefst 22 kilometer lang is maar een gemiddeld stijgingspercentage van slechts 2,1% heeft. Na deze klim volgt een korte afdaling tot de Côte de Doppes (15,2 km à 3,6%). Ook deze klim is heel lang, maar heeft weer een laag stijgingspercentage.

Hierna volgt een afdaling van zo’n 50 kilometer en wat korte klimmetjes, tot op zo’n 60 kilometer van de meet. Met de Col la de Croitesse (7,6 km à 8,8%) wordt dan de eerste echt serieuze col aangedaan, waarna er nog een kilometer of vijftig tot de meet is.
In de finale wacht met het Plateau de Solaison (11,3 km à 9,1%) een beest van een slotklim. Deze klim hakt er meteen in met stijgingspercentages boven de 10%. Daarna schommelen de percentages tussen de 8 en 10% tot de top.
Etappe 16
Na de Jura vertrekken de renners in de Tour in rap tempo naar de Alpen, waar de grote ontknoping in de Tour de France moet plaatsvinden. Op de dinsdag na de tweede rustdag wacht een tijdrit van 26 kilometer aan het Meer van Genève, in Thonon-les-Bains om precies te zijn.
De tijdrit brengt de renners langs het meer van Evian-les-Bains naar Thonon-les Bains en telt in totaal zo’n 500 hoogtemeters. Dat komt omdat er direct na de start een heuvel bedwongen moet worden. Deze klim is 9,6 kilometer lang en heeft een gemiddeld stijgingspercentage van 4,2%. De klim heeft een stempel van tweede categorie opgeplakt gekregen.
In zeven kilometer wordt er daarna weer afgedaald naar het meer. Vanaf het meer is het nog negen kilometer tot de finish in Thonon-les-Bains. In deze tijdrit kan het klassement nog maar eens flink op de schop.


Etappe 18
De Alpen kondigden zich al even aan in de Tour de France, maar op donderdag is het dan eindelijk zover. De eerste echte Alpen-rit, met in totaal 3.800 hoogtemeters. De start is ‘s ochtends in Voiron, waarna er in 185 kilometer naar het skigebied Orcieres-Merlette wordt gereden.
Na de start rijden de renners meteen zuidwaarts richting Grenoble, waar de eerste klim van de dag volgt. Het gaat om de Engins (11,4 km à 5,4%), waarna het peloton na een lange uitloper voor even de vallei intrekt. Halverwege de rit wacht dan de beklimming naar Monteynard (9,7 km à 5,2%).

Na deze klim wacht lange tijd een plateau. Pas op 32 kilometer van de meet wordt er weer echt geklommen, maar dit gaat wel allemaal nog tegen vriendelijke stijgingspercentages. Pas op zeven kilometer van de aankomst begint de slotklim naar Orcieres-Merlette (7,1 km à 6,8%).
Etappe 19
Het slotweekend in de Tour de France is spectaculair te noemen, met liefst twee ritten die over de Alpe d’Huez gaan! Op vrijdag staat de Alpe d’Huez voor de eerste keer op het programma.
De start is, zoals al veel vaker in de Tour-geschiedenis, in Gap. Vanaf Gap volgt een rit van 128 kilometer met in totaal vier beklimmingen. De eerst volgt al meteen na de start en is de Col de Bayard (5,1 km à 7,2%). Direct na de afdaling wacht meteen al de Col du Noyer (7,2 km à 8,5%).

Het peloton zal na deze pittige openingsfase al flink zijn opgeschud. Er zijn dan pas 25 kilometer verreden. Na deze twee beklimmingen volgt een lange periode van relatieve rust. Pas 75 kilometer later moet er namelijk geklommen worden, als de Col d’Ornon (5,4 km à 6,4%) de finale inluidt.
Na een afdaling van 13 kilometer komen de renners dan in Bourg d’Oisans aan. Dan weet je het wel: de Alpe d’Huez (13,8 km à 8,1%) gaat beginnen! Via de beroemde 21 haardspeldbochten kronkelen de renners zich vervolgens naar de top van de ‘Nederlandse Berg’.
Etappe 20
De voorlaatste etappe in de Tour de France is absoluut de koninginnenrit. Weer wordt er gefinisht op Alpe d’Huez, maar de rit ervoor ziet er compleet anders uit. In totaal moeten er 5.600 (!) hoogtemeters worden overwonnen.
De start is op deze zaterdag in Bourg d’Oisans. Deze klim ligt aan de voet van de Alpe d’Huez, maar ook aan die van de Col de la Croix de Fer (24 km à 5,2%). Deze klim zullen de renners als eerste doen, waardoor de renners na 34 kilometer koers al op een hoogte van meer dan 2.000 meter bivakkeren.
Na de top van de Croix de Fer duiken de renners richting Saint-Jean-de-Maurienne. Je weet dan dat de combi Col du Télégraphe-Col du Galibier eraan komt. De Télégraphe (11,9 km à 7,1%) is nog kinderspel vergeleken met de overige beklimmingen in deze rit, maar zal de vermoeidheid maximaal laten toenemen bij de renners.

Zeker omdat er na deze klim geen afdaling volgt, maar hij bijna gelijk overgaat in de Col du Galibier (17,7 km à 6,9%). Met zijn hoogte van 2.642 meter is dit meteen het dak van de Tour. In de etappe moet dan nog 61 kilometer worden afgewerkt.
Na een lange afdaling volgt dan nog de Col de Sarenne (12,8 km à 7,3%). Hier zal het zaterdag gebeuren. Op deze beklimming stijgt het wegdek regelmatig ver boven de 10%, waardoor er ongetwijfeld grote verschillen tussen de klassementsrenners zullen ontstaan.
Eenmaal boven is het nog bijna 15 kilometer tot de finish op de Alpe d’Huez. Echt beklommen hoeft de Alpe d’Huez niet te worden na de beklimming van de Sarenne, al volgt na een korte afdaling nog wel het laatste stuk van de traditionele kant tot de finish. Dit betekent zo’n 3,7 kilometer klimmen à 6,2%.
De Zomergids 2026 van Wielerflits Magazine is maar liefst 220 pagina's dik en staat barstensvol mooie wielerverhalen. Een van de verhalen is met Visma | Lease a Bike-kopman Jonas Vingegaard, die de Giro d'Italia en Tour de France gaat combineren deze zomer. Hoe kijkt hij daarnaar uit? En welke hobby's houden hem bezig buiten de koers? In de Zomergids lees je verder alles over de Tour de France en de Tour Femmes, over de knechten van Tadej Pogačar, Lucien Van Impe, Nienke Vinke en nog veel meer!

Om te reageren moet je ingelogd zijn.