EK 2020: Voorbeschouwing tijdrit beloften

EK 2020: Voorbeschouwing tijdrit beloften

Price-Pejtersen (m) verdedigt zijn titel uit Alkmaar niet - foto: Cor Vos

maandag 24 augustus 2020 om 07:20

Komende maandag begint het EK tijdrijden voor beloften met een klein deelnemersveld en zonder een aantal grote namen. Zo is titelverdediger Johan Price-Pejtersen er niet bij, terwijl hij nog een jaar als belofte over heeft. Wie wel voor goud in aanmerking komen? Lees dan deze voorbeschouwing van WielerFlits.

Historie

Waar het EK voor profs pas in 2016 werd geïntroduceerd, werken de beloften al sinds de invoering op het WK van 1996 Europese kampioenschappen af. Dat betekent dat in 1997 dus voor het eerst een renner zich een jaar lang de beste tijdrijder van Europa mocht noemen. De boomlange Guillaume Auger (1 meter 95 groot) was destijds de allereerste winnaar ooit. De Fransman werd het jaar erop prof bij BigMat-Auber ’93, waarmee hij in 2001 de Tour de France reed. Drie jaar later deed hij dat nog een keer in het shirt van R.A.G.T.-MG Rover, maar in 2005 beëindigde hij zijn carrière. Op zijn erelijst staan vijf profzeges.

Toch wonnen hier vaak niet de geijkte namen; dat is pas van de laatste jaren. Zo zegevierden na Auger ook de Rus Oleg Zhukov (1998) en de Kroaat Martin Čotar (1999, in datzelfde jaar wereldkampioen bij de militairen), die bij de profs nooit doorbraken. Toch zien we ook bekende namen op het palmares. Zo won oud-U23-wereldkampioen tijdrijden – en de inmiddels overleden – Dmytro Gabrovskyy twee keer (2005 en 2006), die daarmee ook recordhouder werd. Maar ook namen als Marcel Kittel (2009), werelduurrecordhouder Victor Campenaerts, Stefan Küng, Steven Lammertink, Lennard Kämna, Kasper Asgreen en Edoardo Affini keren terug.

flag-europe Laatste tien winnaars EK tijdrijden U23
2019: flag-dk Johan Price-Pejtersen
2018: flag-it Edoardo Affini
2017: flag-dk Kasper Asgreen
2016: flag-de Lennard Kämna
2015: flag-nl Steven Lammertink
2014: flag-ch Stefan Küng
2013: flag-be Victor Campenaerts
2012: flag-dk Rasmus Quaade
2011: flag-fr Yoann Paillot
2010: flag-gb Alex Dowsett


Vorig jaar

In 2019 vonden de Europese kampioenschappen – toen van het coronavirus nog geen sprake was – plaats in het Nederlandse Alkmaar. In de Kaasstad was toen nog tweevoudig wereldkampioen Mikkel Bjerg de gedoodverfde favoriet om de titel voor zich op te eisen. Op het rondje in Noord-Holland zette diens landgenoot Johan Price-Pejtersen een eerste richttijd neer en haspelde de tijdrit af met een gemiddelde van bijna 52 per uur. Iver Knotten kwam al snel dichtbij, maar de favorieten beten allemaal hun tanden stuk op de tijd van de lange Deen. Incluis Bjerg; hij pakte zilver, het brons ging naar Stefan Bissegger.

Het podium van vorig jaar – foto: Cor Vos

flag-europe EK tijdrijden U23 in flag-nl Alkmaar 2019 (22,4 kilometer)
flag-nr1 flag-dk Johan Price-Pejtersen in 25m53s
flag-nr2 flag-dk Mikkel Bjerg +11s
flag-nr3 flag-ch Stefan Bissegger +13s
4. flag-no Iver Knotten +21s
5. flag-no Andreas Leknessund +30s
6. flag-nl Daan Hoole +38s
9. flag-be Ilan Van Wilder +45s
Volledige uitslag


Parcours

Het Bretoense dorp Plouay is dit jaar het decor voor de Europese kampioenschappen tijdrijden, zo ook bij de beloften. Er is een parcours uitgestippeld van 25,6 kilometer, waarmee het iets langer is dan de editie van vorig jaar. En waar het toen oer-Hollands vlak was, gaat de ronde ten noorden van Plouay nu over glooiende wegen. Er zitten 364 hoogtemeters in dit parcours en dus leent het zich minder goed voor de echte powerhouses. Maandag moet het waarschijnlijk meer van de mannen komen die de heuvels goed verteren, omdat je op de Franse wegen nooit in een goed ritme kunt komen vanwege de klimmetjes.

Het parcours begint op de Boulevard van het Wereldkampioenschap, vernoemd naar het WK dat in 2000 op dezelfde wegen plaatsvond. Na een bocht naar links gaat het daarna kilometerslang over doorgaans rechte wegen naar het keerpunt in Kernascléden (nee, niet in Zweden; dit is gewoon in Frankrijk). Op dat stuk doemt na amper een kilometer al de Côte du Lezot op. Dit klimmetje is een kilometer lang aan een gemiddelde stijging van 4,1%. Nog voor het keerpunt volgt na acht kilometer nog een klimmetje (800 meter aan 5,1%) dat je weer compleet uit je ritme haalt. Na twaalf kilometer is dan het keerpunt in Kernascléden.

Na goed vijftien kilometer ligt dan weer een hellende strook van dit keer 600 meter. Hier is het stijgingspercentage 4,8%. Daarna volgt een stuk van zeven kilometer in licht dalende lijn. Hier is het zaak om niet te verslappen, want je kunt hier veel meters maken. Anderzijds moet je ook niet te diep in het rood, want na 22 kilometer doemt nog het lastigste klimmetje van de dag op: Restergal. Deze helling is 900 meter lang aan een gemiddelde stijging van 5,6%. Hier kun je in de tijdrit het verschil nog maken. Heb je over, dan win je hier veel tijd. Zit je aan je limiet, dan kan dit klimmetje je tijdrit helemaal vergallen. Energie spreiden is key.

Afstand: 25,6 kilometer
Hoogtemeters: 364
Start: flag-fr 13.10 uur (start eerste renner)
Finish: flag-fr 14.25 uur (finish laatste renner)


Favorieten

Met een vrij magere voorlopige deelnemerslijst (op de laatste uitgave van zaterdag 21 augustus staan 53 namen, waaronder ook nog alle reserves), het ontbreken van een aantal grote namen én het doodsimpele feit dat er in dit coronajaar nog amper tijdritten hebben plaatsgevonden waar de deelnemers dan ook nog eens vrijwel niet tegen elkaar hebben gereden, is het verdelen van de sterren geen eenvoudige klus. Maar op basis van het parcours, de ervaring en de weeromstandigheden (daarover zo dadelijk meer), hebben we ons best gedaan om daar zo goed mogelijk invulling aan te geven. Dat resulteert dan in het volgende.

Van Wilder – foto: Cor Vos

Een echte topfavoriet is er eigenlijk niet. Niet een van de renners steekt er echt bovenuit. Maar als we er dan toch eentje vier sterren moeten toebedelen, dan is dat Ilan Van Wilder. Het 20-jarige toptalent – volgens kenners kan hij op termijn hetzelfde als Remco Evenepoel – is prof bij Team Sunweb. Juist die ervaring en hardheid maakt waarschijnlijk het verschil ten opzichte van zijn concurrenten. De aspirant-ronderenner beschikt over een goede tijdrit, maar het zijn vooral zijn klimmersbenen die hem hier de zege kunnen opleveren. Gezien Van Wilders kleine gestalte, vangt de Belg op de terugweg ook minder wind. Allemaal plussen, dus.

Leknessund aan het werk in zijn kampioenstrui in Portugal – foto: Cor Vos

Een andere topgegadigde voor de overwinning is een van Van Wilders toekomstige ploeggenoten. Andreas Leknessund is op dit moment misschien wel hét allergrootste talent in het U23-circuit. De 21-jarige ronderenner uit Noorwegen heeft een behoorlijk trackrecord als het gaat om tijdrijden. Zo werd hij in 2019 én 2020 Noors kampioen tijdrijden; bij de elite wel te verstaan. Op het EK U23 van vorig jaar werd hij al vijfde, terwijl dat parcours hem minder goed lag ten opzichte van de echte krachtpatsers. Leknessund en Van Wilder reden dit jaar in de Volta ao Algarve trouwens een soortgelijke tijdrit. Toen was de Noor zes tellen rapper.

Bissegger na het WK ITT in Innsbruck – foto: Cor Vos

Net als Van Wilder, is er nog een WorldTour-prof dit het EK U23 rijdt. Per 1 augustus rijdt Stefan Bissegger namelijk voor EF Pro Cycling. De 21-jarige coureur uit Zwitserland is gekend vanwege zijn sterke tijdrit en goede eindschot na een lastige koers. Zoals reeds geschreven in deze voorbeschouwing, pakte hij vorig jaar al brons op het EK. Diezelfde medaille kreeg hij half juli ook omgehangen na het Zwitsers kampioenschap tijdrijden bij de elite, waar hij op een dikke minuut eindigde van Stefan Küng. Gezien de korte klimmetjes, zijn sprintvermogen die hij daarop kwijt kan en de grote motor die Bissegger heeft, ligt goud voor het grijpen.

Hoeveelste werd je op het WK in Bergen, Tom? – foto: Cor Vos

Groot-Brittannië is een land dat traditioneel ook veel goede tijdrijders voortbrengt. Dat is vaak te danken aan het baanprogramma van British Cycling. Dat het niet via de gebaande wegen hoeft – in dit geval zelfs letterlijk – bewijst Tom Pidcock. Het 21-jarige multitalent is een soort Mathieu van der Poel lite: op iedere fiets kan hij goed uit de voeten. Op de weg geldt Pidcock ook als een veelvraat. Dit jaar had hij zijn pijlen gericht op de Tour de l’Avenir. Afgelopen week won hij nog een mountainbike-wedstrijd op de Alpe d’Huez, dus met zijn vorm zit het wel snor. Hier kan de U19 wereldkampioen van 2018 heel goed uit de voeten.

Otruba tijdens de Europese Spelen in 2019 – foto: Cor Vos

Een vaste klant in de top-10 van het Europees kampioenschap tijdrijden bij de beloften is Jakub Otruba. De 22-jarige belofte uit Tsjechië werd in eigen land tijdens de editie van 2018 nog verrassend vierde. Vorig seizoen moest hij het stellen met een achtste plek, maar nu zou hij ook zo maar eens kunnen winnen. Otruba is namelijk in bloedvorm. Tussen de WorldTour-renners werd hij eerder deze maand knap zesde in de Czech Cycling Tour (2.1), met winst in het jongerenklassement als bijgevolg. Vrijdag won hij nog met overmacht het Tsjechisch beloftenkampioenschap (40 km) tijdrijden. De concurrentie is gewaarschuwd.

Dit bericht bekijken op Instagram

Finalmente di nuovo in groppa al mio bolide🔥💪🏼🥉🥈

Een bericht dat is gedeeld door @ _jonathanmilan_ op

Op het EK tijdrijden voor beloften komen er altijd namen bovendrijven van wie je nog nooit gehoord hebt. In het kader van dat licht: Jonathan Milan. De tweedejaars belofte uit Italië zal zelfs bij de doorgewinterde wielerfans misschien niet meteen een belletje doen rinkelen. De 20-jarige coureur lijkt in zekere zin wel wat op Bissegger, want ook Milan heeft een goede sprint in de benen. Maar bovenal kan hij goed tijdrijden. Wat heet: op 1 augustus jongst leden verpulverde hij de tegenstand op het Italiaans kampioenschap voor beloften, over precies dezelfde afstand als deze tijdrit. Zijn gemiddelde toen: 52,4 kilometer per uur.

Piccolo (midden) won vorig jaar bij de junioren, voor Lars Boven (links) en Enzo Leijnse – foto: Cor Vos

Milan versloeg op dat kampioenschap absoluut niet de minsten. Wat heet: Antonio Tiberi werd derde op 58 seconden en dat is toch de huidige wereldkampioen tijdrijden bij de junioren. Tweede werd Andrea Piccolo, die in Innsbruck nog brons veroverde op het WK tijdrijden U19. Hij en Tiberi zijn weliswaar een jaartje jonger dan Milan, maar toch. Ook Piccolo moet op dit parcours zijn partij kunnen meeblazen. Het 19-jarige talent is in goede conditie, want anders kun je niet als 29steeindigen in de Giro dell’Emilia tussen de profs. Vorig jaar werd Piccolo nog Europees kampioen bij de junioren. Kan hij dat nu bij de U23?

Krawczyk (rechts) stond al eens op een EK-podium op de baan – foto: Cor Vos

Net als Otruba, hebben ze er in buurland Polen ook eentje: een renner die goed kan tijdrijden en eveneens heel goed in vorm is. Szymon Krawczyk is net als zijn Tsjechische concurrent laatstejaars belofte en kan dat krachtverschil goed gebruiken om een bres te slaan ten opzichte van de wat jongere deelnemers. Krawczyk rijdt dit jaar voor het CCC Development Team, dat er volgend jaar niet meer is. Alle reden om zich dus te bewijzen. Het talent is Pools kampioen tijdrijden bij de beloften en werd afgelopen maand nog twee keer zevende in korte tijdritten in de Roemeense Tour of Szekerland (2.2). Opletten op hem, dus.

Hoole hoopt door zijn kwetsuren heen te trappen – foto: Cor Vos

Nederland heeft ook een gegedigde voor eremetaal. Op een goede dag kan Daan Hoole ook zeker meedoen voor goud. Normaliter had hij een rijtje hoger gestaan in de sterrenverdeling, maar de renner van SEG Racing Academy kwam vrijdag vervelend ten val tijdens het NK voor beloften op de weg. Hij hield daar onder meer stijve spieren in zijn linker bovenbeen aan over en een diepe snee in zijn elleboog. Niet ideaal voor op een ligstuur en tijdens het krachtzetten op de pedalen, maar de boomlange Hoole gaat toch met ambities naar Frankrijk. Vorig jaar werd hij nog zesde en dat resultaat zal hij graag willen verbeteren.

Markus Wildauer won al eens een zware rit in de Giro d’Italia U23 2018 – foto: IsolaPress (archief)

Nog een laatstejaars belofte die een stiekeme hoop op het podium mag hebben, is Markus Wildauer. De 22-jarige Oostenrijker werd in 2018 – toen het parcours ook lastiger was dan dat van vorig jaar in Alkmaar – knap derde. In Nederland kwam hij een jaar later wel niet verder dan een vijftiende plaats. Op het WK een maand later in Yorkshire werd hij dan wel weer negende. Wat ook in het voordeel van Wildauer spreekt, zijn de klimmersbenen die hij op een goede dag heeft. Als dat allemaal nu net samenvalt komende maandag, dan zou hij hier best kunnen winnen. Achter zijn huidige vorm staat echter wel een groot vraagteken.

Florian Vermeersch – foto: Cor Vos

Voor een top-10 plaats komen best nog een aantal renners in aanmerking. Denk maar eens aan Florian Vermeersch (afgelopen week nog vijfde op het BK tijdrijden voor elite), tweedejaars belofte Petr Kelemen (Tsjechië), thuisrijder en rondetalent Clément Davy, Duits U23 kampioen tijdrijden Miguel Heidemann en diens jonge landgenoot Michel Heßmann (Jumbo-Visma U23, vorig jaar vijfde op het WK bij de junioren), Brits tijdrittalent Ethan Vernon, Ben Healy (19) uit Ierland, de grillige Pool Filip Maciekjuk, Zwitsers U23-kampioen Alexandre Balmer en Zweeds elite kampioen tijdrijden Jacob Ahlsson. Maar of zij sterk genoeg zijn voor het eremetaal, valt nog te bezien.


Favorieten volgens WielerFlits
**** Ilan Van Wilder
*** Andreas Leknessund, Stefan Bissegger
** Tom Pidcock, Jakub Otruba, Jonathan Milan
* Andrea Piccolo, Szymon Krawczyk, Daan Hoole, Markus Wildauer

Website organisatie
Deelnemerslijst


Weer en tv

De weersvoorspelling voor komende maandag zijn ietwat verraderlijk in en rond Plouay. De meteostations verwachten 40% kans op neerslag, waardoor het dus kan gaan regen. Maar wanneer op de dag, dat is niet helemaal duidelijk. Het is in ieder geval bewolkt en het kwik komt niet boven de twintig graden Celsius uit. De wind waait aan kracht vier uit het zuidwesten, waardoor de renners hem heen schuin in de rug hebben. Op de terug weg is dat dus schuin tegen. Een niet te onderschatten factor, want het betekent dat je moet overhouden voor de terugweg, zeker gezien er ook nog het slotklimmetje is. Wie kan dat het beste?

Het EK tijdrijden voor beloften is maandag niet live te volgen op televisie. Wel kun je op WielerFlits het verloop van de tijdrit bespreken in onze Volg Hier.


Dit artikel delen:

7 Reacties

josi 22 augustus 2020 om 12:28
Quote:
de Boulevard van het Wereldkampioenschap, vernoemd naar het WK dat in 2020 op dezelfde wegen plaatsvond

Hier zal 2000 worden bedoeld.

Toch best wel een aantal mooie namen aan de start. Alleen moeilijk in te schatten hoe iedereen ervoor staat na zo’n lange pauze. Ik ga voor Leknessund.

Wielervolger 22 augustus 2020 om 12:38
Quote:
het ontbreken van een aantal grote namen

Welke grote namen die hier kans zouden maken ontbreken dan?

Van Wilder het grootste talent al schat ik Leknessund nog iets hoger in in het tijdrijden.

Youri IJnsen 22 augustus 2020 om 12:46

Wærenskjold, Sajnok, Ries, Wirtgen, Price-Pejtersen, Johansen, Hayter, Almeida, Van Moer, Eekhoff, zelfs Bjerg. Om er maar een paar te noemen. Hadden hier allemaal nog kunnen deelnemen.

Woutje 22 augustus 2020 om 13:39

Daar zitten er genoeg bij die geen of weinig kans maken op top5 in de itt. PP, Johansen en Bjerg waren waarschijnlijk wel de topfavorieten geweest als die meededen.

Youri IJnsen 22 augustus 2020 om 15:13

Dat ben ik niet met je eens. Ik plaats daar toch ook maar Hayter bij.

Frank V 22 augustus 2020 om 15:25

Van Moer zeker wel.

boenk 24 augustus 2020 om 00:57

Van Moer is de laatste twee jaar achteruit gegaan in plaats van vooruit, op vlak van tijdrijden. Vorig jaar niet eens in de top 10. Maar Van Moer, Almeida, Bjerg… zijn inmiddels wel van een leeftijd en rijpheid dat ze het bij de grote jongens mogen gaan tonen (wat een deel al aan het doen is, begrijp me niet verkeerd). Ries ook al "op leeftijd" (naar beloften normen) en hoort voor mij niet in het lijstje absolute toppers.

Voor mij Leknessund topfavoriet in het tijdrijden. Ik schat Van Wilder als rondetalent hoger in, maar in het tijdrijden, denk ik toch dat Leknessund hem 10 à 20 seconden gaat voorblijven. Zet daar Pidcock en Bissegger maar bij. Al is het moeilijk inschatten hoe die jongens hun vorm zit. Anderzijds, er zit wel wat hoogteverschil in het parcours, dus mogelijk dat Van Wilder en Pidcock hier beter uit de verf komen tov de toch zwaardere Leknessund en Bissegger.

Laatste nieuws

Materiaalzone

Populair