De weg die de tijdrijder Wout van Aert aflegde naar de absolute top

De weg die de tijdrijder Wout van Aert aflegde naar de absolute top

foto: Cor Vos

zondag 19 september 2021 om 08:23
Special

WK-goud voor Wout van Aert in de tijdrit in Brugge? Het kan, zondag. Het zou niet eens een verrassende titel zijn, wel die van de doorzetter die jaar na jaar zijn grenzen heeft verlegd, zowel fysiek als mentaal, en daarvoor in Brugge de ultieme beloning hoopt te pakken. Een reconstructie van de tijdrijder in Van Aert.

Het is in de zomer van 2012 dat de 17-jarige Wout van Aert zijn eerste officiële wedstrijd tegen de klok rijdt. Een proloog van 8,1 kilometer in Waarloos, startplaats van de Sint-Martinusprijs Kontich, een internationale vierdaagse rittenkoers voor junioren. Van Aert finisht er als 53ste, ver achter toenmalig winnaar… Mads Pedersen, die drie dagen later ook eindwinnaar wordt. De frêle Kempenaar ligt er ’s avonds niet wakker van. Die Sint-Martinusprijs is voor hem niet meer dan een voorbereiding op het veldritseizoen, dat dik twee maand later van start gaat. Daar is het Van Aert om te doen.

Een jaar later, toen eerstejaarsbelofte, mag hij met zijn Telenet-Fidea-team van start in de Baloise Belgium Tour. De Ronde van België, zoals de rittenkoers in de volksmond heet, is elk jaar weer een belangrijke rittenkoers voor de veldrijders. Ze leggen er een eerste basis in hun voorbereiding richting de winter. Van Aert wordt in de tijdrit 83ste. Hij heeft daarbij twee volle minuten meer nodig dan winnaar Tony Martin, die in Beveren Tom Dumoulin klopt.

Om maar aan te geven dat Van Aert als jongere absoluut niet als een tijdrittalent werd gezien. Ook nog niet in 2014 (32ste in de proloog van de ZLM Toer). En nee, ook in 2015, wanneer hij zestiende wordt in de proloog van de Baloise Belgium Tour, rinkelt nog nergens een belletje. Veldrijders zijn van nature immers sterk in korte, explosieve inspanningen. Zo werd die dag Mathieu van der Poel bijvoorbeeld elfde.

Plots sneller dan Tony Martin
Maar nog een jaar later, op 25 mei 2016 om precies te zijn, gaan er in het Oost-Vlaamse Buggenhout plots wel een pak alarmbellen af. Van Aert haspelt er de zes kilometer lange proloog van de Ronde van België af aan een gemiddelde snelheid van bijna 52,5 kilometer per uur en doet daarmee beter dan onder meer Lars Boom, Yves Lampaert en Niki Terpstra. Alleen… toen moest Tony Martin nog aan de bak.

Van Aert op weg naar proloogwinst in Buggenhout – foto: Cor Vos

De Duitser zal wel onder die 6.52 minuut van Van Aert duiken, toch? Niet dus. Ook de Pantzerwagen, dan al drievoudig wereldkampioen, bijt zich de tanden stuk op de sterke chrono van de veldrittopper. Van Aert oogst bewondering bij vriend en vijand, maar houdt na afloop de voeten op de grond. Meer zelfs, hij dicht een groot deel van zijn succes toe aan zijn coach Marc Lamberts, toen al bij LottoNL-Jumbo aan de slag en ook de vaste coach van Jurgen Van den Broeck.

“Marc heeft hier met mij naartoe gewerkt. Ik heb amper ervaring in dit werk en hoefde maar zijn richtlijnen op te volgen”, vertelde Van Aert ons op de persconferentie. “Zo focusten we voor het eerst op een degelijke opwarming en grondige verkenning. Mijn goede bochtentechniek en goede benen deden de rest.”

Het was in die periode dat Van Aert ook de eerste vragen kreeg over een overstap van het veld naar de weg. “Ach, daar gaan we weer. Ik wil doen waar ik me goed bij voel en dat is crossen in de winter, aangevuld met anderhalve maand, van half mei tot eind juni, focus op de weg. Al wil ik in die anderhalve maand wel mijn grenzen verleggen.”

Kantelpunt
Toch bleek die 25ste mei 2016 later een kantelpunt in zijn carrière te zijn. “Toegegeven, daar heb ik een nieuwe uitdaging gevonden”, vertelt Van Aert ons later. “Waarom niet eens testen wat ik waard ben op een Belgisch kampioenschap tegen de klok? Alleen, dat jaar was het nog geen optie, want ik had mijn zinnen op het BK op de weg aan de Lacs de l’Eau d’Heure gezet.” Een jaar later, toen in het shirt van Veranda’s Willems-Crelan, had hij voor het eerst het BK tijdrijden met rood omcirkeld.

Alleen, dat werd allesbehalve een succes. Van Aert moest in Chimay vrede nemen met een zesde plaats. De ontgoocheling was immens. “Ik heb me prima voorbereid. Conditioneel was ik ook in orde, ik trapte een zeer hoog vermogen. Maar op bepaalde factoren had ik geen vat: het gebrek aan ervaring, waardoor je minder goed indeelt, én het aspect aerodynamica”, klonk het voorzichtig.

In Chimay moest Van Aert tevreden zijn met een zesde plek – foto: Cor Vos

Later legde coach Marc Lamberts echter de vinger op de wonde. “Voor Wout was dat tegenvallende BK misschien een verrassing, voor mij niet”, vertelt Lamberts in Ik fiets focus, het in 2017 verschenen boek dat een inkijk bood in Van Aerts leven als topveldrijder. “Kijk, bij LottoNL-Jumbo zijn we heel fanatiek bezig met dat tijdrijden. Zo draagt niemand dezelfde helm. Die wordt per renner geprint in 3D. De kaders worden gelakt met verf die minder luchtweerstand geeft. Dan heb ik het nog niet over het gewicht van de fietsen.”

Zesde, maar hoogste wattages
Nog later werd duidelijk dat dat bewuste BK voor de eerste barstjes in de relatie tussen Van Aert en Nuyens had gezorgd. Van Aert zou in Chimay hogere wattages hebben getrapt dan álle renners die voor hem eindigden, inclusief Lampaert en Campenaerts, de nummers één en twee. Van Aert hoopte dat het management van de ploeg (lees: Nick Nuyens) met hem wilde meedenken en meegroeien, maar dat bleek uiteindelijk wishful thinking.

Van Aert schoof zijn tijdritambities voor onbepaalde tijd voor zich uit. Het daaropvolgende jaar reed hij zelfs maar één tijdrit meer: in de Ronde van Noorwegen verdedigde hij met succes zijn leidersplaats dankzij een tweede plek achter Mads Pedersen. Pas nadat hij Veranda’s Willems had ingeruild voor Jumbo-Visma (maart 2019), kwam de discipline opnieuw in een stroomversnelling. Met dank aan Mathieu Heijboer, de head of performance van het Nederlandse WorldTour-team, die snel besefte dat hij goud in handen had en zich van meet af aan verdiepte in Van Aerts tijdritcapaciteiten.

In Middelkerke pakte Van Aert zijn eerste tijdrittitel – foto: Cor Vos

Heijboer trok met de Kempenaar naar de windtunnel en Jumbo-Visma zorgde voor  – gepersonaliseerd – topmateriaal. De resultaten volgden snel. Wout van Aert won in juni 2019 meteen zijn allereerste tijdrit in Jumbo-Visma-outfit. In het Critérium du Dauphiné klopte hij respectievelijk Tejay van Garderen en Tom Dumoulin. Twee weken later verwees hij Yves Lampaert, Remco Evenepoel en Victor Campenaerts naar de ereplaatsen op het Belgisch kampioenschap in Middelkerke.

Bekroning
Nog tien dagen later was hij een van de motoren van het winnende team in de ploegentijdrit van de Ronde van Frankrijk in Brussel. In diezelfde Tour kwam Van Aert zwaar ten val tijdens de tijdrit in Pau, waardoor zijn progressie een tijdlang werd afgeremd. Maar eenmaal hersteld van zijn blessures, werkte hij opnieuw hard richting de absolute wereldtop. Dat resulteerde – exact een jaar geleden – in eerste instantie in WK-zilver, gevolgd door etappewinst in de Tour van dit jaar.

Goud op de Olympische Spelen zou een ultieme bekroning geweest zijn, maar na een geslaagde Tour de France en zijn zilveren plak in de wegrit in Tokio had Van Aert het in de tijdrit – vooral mentaal – moeilijk om zich nog eens extra op te laden. Hij finishte zesde. Zondag krijgt hij een nieuwe kans. Tussen Knokke en Brugge kan hij een eerste gouden medaille op de weg pakken.

Dit artikel delen:

29 Reacties

Romāns Vainšteins 18 september 2021 om 13:04

Maarrrrrrrr, als MvdP zich er hélemaal op toe zou leggen, ja wat dan ja?

Lionel Gesink 18 september 2021 om 18:46

Dan zou Mathieu een tikkeltje beter zijn dan Wout, simpel zat! Dit geldt eigenlijk voor alle discplines en dus ook voor tijdrijden en ook voor klimmen!

Rawolf Rawolf 18 september 2021 om 20:02

Ik denk dat MvdP zeker op korte tijdritten makkelijk beter kan worden dan WvA. Maar zo’n Ventoux rit ik betwijfel of MvdP dat ooit gaat kunnen. WvA heeft altijd een enorm grote motor gehad en beter in langere inspanningen tov Mvdp

Lionel Gesink 18 september 2021 om 20:16

De Ventoux rit was naar mijn mening niet eens het strafste wat Wout ooit bergop heeft laten zien. Zijn sterke klimcapaciteiten zijn echter met name ontwikkeld door specifieke trainingen tijdens de vele hoogtestages met mannen als Roglic, Kruijswijk en Kuss. Mathieu heeft zich op dat gebied nooit zo minitieus voorbereid dus daar is voor hem nog heel veel winst te halen. Als Mathieu zich aankomende Tour bij wijze van spreken 3 weken samen met Pogacar gaat voorbereiden dan is Mathieu minimaal tot hetzelfde in staat als Wout.

adelaarvanantwerpen 18 september 2021 om 21:48

@ Lionel Gesink

Op basis van wat zou VDP een betere klimmer en tijdrijder zijn. Het is niet omdat hij in het veld de veel meer technische renner is en in de heuvels de klein beetje meer explosievere renner is dat hij dan automatisch een betere tijdrijder en klimmer moet zijn.

NiM 19 september 2021 om 00:30

Naar mijn mening heeft Van Aert inderdaad een grotere motor dan VDP. De grote kracht van VDP zit hem in explosief vermogen en enorm snel herstelvermogen. Natuurlijk aangevuld met eveneens een grote motor. Maar indien beide de perfecte voorbereiding hebben verwacht ik toch dat Van Aert de betere is

Panache 19 september 2021 om 07:36

Enige juiste antwoord is: je weet het niet.

Wat we wel weten is dat velen hier na Strade 2020 bij hoog en laag beweerden dat zo’n wedstrijd winnen qua hoogtemeters en gebrek aan grote motor toch en een brug te ver zou zijn en kijk hoe het een dik half jaar later verliep. Ook de tijdrit in de Tour en zijn klimvermogen bij de junioren geven wat inzicht (maar geen uitsluitsel). De focus moet om en de benen moeten spreken, pas dan volgt het antwoord.

bloemist 18 september 2021 om 13:27

Je specialiseren in het tijdrijden gaat altijd ten koste van explosiviteit, en in dat laatste is Mathieu de beste ter wereld.

toerist 18 september 2021 om 21:11

En wat doet Roglic dan precies?

Reiger 18 september 2021 om 13:31

Eens met bloemist. Het grootste wapen van Mathieu is zijn explosiviteit. Dat zal minder worden wanneer hij zich flink gaat toeleggen op het tijdrijden.

S'mon 18 september 2021 om 13:53

Wel niet handig tijdrijden met een buitenbeugel (zie foto van in Chimay). ;)

Kopinkas 18 september 2021 om 15:46

Voor 2020 verdienen zijn tweede Belgische titel en de vierde plek in de verbijsterende Planche des Belles Filles tijdrit ook nog een vermelding.

Michelangelo 18 september 2021 om 19:07

Ik mis alleen de ketonen in dit verhaal, samen met de steeds verder geprofessionaliseerde voeding. Want daar zit denk ik ook een heel belangrijke factor voor het succes van TJV in het algemeen. En al dit soort details zijn bepalend om het verschil te maken tussen winst en net niet.
En daarbij: ook de Cervelo is m.i. een beter apparaat dan de Bianchi als het gaat om tijdrijden. Ook dat kan een paar kostbare seconden schelen.

djerkson 18 september 2021 om 19:35

Wout zelf is een beter apparaat geworden, dat scheelt de meeste seconden.
Denk je dat ploegen zoals UAE, QS, Bora, Ineos en Bahrain niet naar de ketonen grijpen? Er moet toch ergens een reden zijn dat ‘allesweigeraars’ zoals een Wellens nog wel meekunnen, maar zich niet meer kunnen onderscheiden terwijl ze leeftijdgewijs nu op hun best zouden moeten zijn.
Soit, mijn punt: het ketonenverhaal geldt ook voor de concurrentie, het betere fietsenverhaal lijkt me verwaasloosbaar.

Reiger 18 september 2021 om 20:00

Als Ketonen daadwerkelijk verschil maken bij een renner tussen goed zijn en super dan moet je dat toch gewoon gebruiken? Het staat niet op de dopinglijst.

Wheely 18 september 2021 om 20:07

Het geheel is meer dan de som der delen.

Michelangelo 18 september 2021 om 23:07

@Djerkson,
Natuurlijk is Wout zelf beter geworden. Maar waardoor? ik denk door al dit soort kleine dingen, van ketonen tot voeding, en van hoogtestages tot trainingen met toprenners om zich heen. Precies díe combinatie die Nuyens hem niet zou kunnen bieden.

En ketonen: ik denk dat TJV op tijd op die trein is gesprongen, net na Ineos en DQS. En dat ze vorig jaar echt een voordeel hadden ten opzichte van sommige anderen, zeker ook omdat ze qua voeding en begeleiding heel ver stonden. Maar dat voordeel zal uiteindelijk ook steeds marginaler worden. En uiteindelijk ook weer teniet worden gedaan.

xistnc 18 september 2021 om 23:12

Ketonen zijn een factor als je kijkt naar ontwikkelingen binnen het peloton. Om dat op deze manier op de ontwikkeling van één renner te betrekken, komt op mij vooral over als een vileine poging tot trollen.

Michelangelo 18 september 2021 om 23:23

@Xistnc,
Is helemaal niet zo bedoeld. Ik denk dat de hele TJV ploeg gewoon heel goed gebruik heeft gemaakt van de introductie van ketonen als onderdeel van het geheel van training, voeding en medische begeleiding. En dat ze daar op dit moment verder in staan dan de meeste andere teams. De hele ploeg profiteert daarvan (kijk hoe sterk ze vorig jaar waren in de breedte), en dus ook Wout. Echter dit artikel gaat niet over TJV, maar over hoe Wout beter is geworden.

Niet meer en niet minder, en zeker geen trollpoging. Als ik een trollpoging doe, dan is die een stuk beter dan deze ;-)

Panache 19 september 2021 om 08:37

Schijnbaar liggen ketonen gevoelig, want bij geen enkele andere legale prestatiebevorderende methode wordt er aan trollen gedacht, opmerkelijk. Ketonen hebben voor een zelfde output aan energie minder zuurstof nodig en vormen daarmee de brug tussen de koolhydraat/vetverbranding. In de winter 2018/2019 maakte Van Aert een ferme stap richting het voorjaar. In april/mei 2019 nóg eentje (onder meer door de hoogtestage met de klimploeg). In dat half jaar is er geen sprake geweest van evolutie, maar een revolutie. Door een stapeling van 3-4-5 verbeteringen maakten we in Dauphine 2019 kennis met een renner die geen schim meer was van de Van Aert die dik een jaar eerder uit pure vermoeidheid voet aan de grond zette op de Via Santé Catherina. Wijzen naar ketonen is dan geen trollen, juist het bagatelliseren van de rol van ketonen is trollen want zonder ketonen is de ferme prestatiesprong vrijwel niet legaal uitlegbaar.

Romāns Vainšteins 19 september 2021 om 08:47

Eens met Panache en M, een totaal verbod op ketonen vanwege gekunsteld en oneigenlijk lijkt me dan ook uitermate geinig. Kijken wat dat doet met het verschil tussen de vermogende teams tov de rest.

djerkson 19 september 2021 om 10:05

Het ketonenverhaal lijkt me vooral een discussie rijke teams vs arme teams idd. Als het werkelijk zo prestatiebevorderend is, is afschaffen zeker een te overwegen piste. De splitsing tussen rijke en arme teams is daarmee niet weg uiteraard. Ligt daar ook geen grote verklaring? Betere omkadering, wetenschappelijke begeleiding, meer personeel, etc…
Wout moest voet aan de grond zetten in zijn eerste Strade, maar het was wel een van zijn eerste WT-wedstrijden en een waar hij meteen op het podium stond. Ook: die Strade was wel een verschrikkelijk zware editie, de besmeurde kop van Benoot staat nog altijd op het netvlies gebrand. Ouder worden, beter leren doseren en een betere ploeg zullen zeker ook meespelen in het verhaal.

Wieuwe Lestra 18 september 2021 om 21:24

99,..% zijn de benen. De rest zijn marginale winstjes. Men reed indertijd al 50km/u. op de stalen rossen.

VerstandOpNul 19 september 2021 om 07:37

Op stalen rossen ok, maar ook tjokvol andere hulpmiddelen. Ik ga er toch vanuit dat dát inmiddels een stuk minder is.

Murcia 18 september 2021 om 23:54

Staat volgens mij een fout in het artikel, die tijdrit waar hij achter Mads Pedersen eindigde was in de ronde van Denemarken en niet Noorwegen. Verder is van Aert gewoon gegroeid als renner en dus ook tijdrijder, hij is extreem goed te coachen en kan aangeven waar het aan schort tijdens trainingen en wat er moet worden aangepast. Bij TJV kreeg hij te maken met mensen die aan de slag gingen met zijn houding op de fiets en het materiaal, Cervelo is weer een trede hoger dan Bianchi en mensen als Heijboer en Blocken zijn hun gewicht in goud waard. Chimay was inderdaad het moment waarop hij besefte dat zijn kwaliteit als renner alleen niet voldoende was, je moet alle randvoorwaarden op het hoogste niveau invullen anders verlies je alsnog terwijl je waardes door het plafond gaan bij wijze van spreken. Nuyens kon en wilde daar niet aan voldoen en dan komt de winnaarsmentaliteit bij hem naarboven, om te slagen aan de wereldtop moet ik hier weg koste wat het kost.

Reiger 18 september 2021 om 23:57

Sterke teksten van Murcia. De spijker enz.

bloemist 19 september 2021 om 08:50

Ondanks de ketonen bij Jumbo staat Wout er vaak alleen voor in de finale. De gebruikers van amfetamine en epo in het verleden die amper prijs reden zijn niet te tellen. Rik 1 zei ooit in de koers bestaan er geen geheimen, iedereen rijdt met hetzelfde.

Panache 19 september 2021 om 11:38

Het geheim zit niet in het bestaan van, maar in de juiste toepassing. Ik ben bekend met een piano, met noten, met toetsen en met akkoorden maar om virtuoos te spelen heb je toch de juiste begeleiding en mindset nodig.

Peterke 19 september 2021 om 12:25

Tegen Tony Martin was in Beveren. Niet in Buggenhout. Ik stond erbij en ik keek ernaar.

Headlines

Materiaalzone

Populair