Naar grote hoogte in de Zwitserse Alpen

Naar grote hoogte in de Zwitserse Alpen

foto: George Marshall/Switzerland Tourism

zaterdag 12 juni 2021 om 09:30

Als ik voor de derde keer boven de magische grens van tweeduizend meter hoogte kom snap ik waarom de Ronde van Zwitserland soms de vierde grote ronde wordt genoemd: alle beklimmingen lijken hier tot de zwaarste categorie te behoren. Zeker wanneer de Grimselpass, Furkapass en Sustenpass gecombineerd worden in een rit. Samen vormen ze een machtige trilogie, die voor de liefhebber van het hooggebergte een fenomenale beproeving zijn.

Ik kampeer aan de voet van de Grimselpass, in Innertkirchen, dus de rit loopt vanaf de start omhoog. De eerste kilometers nog vals plat, maar al gauw verandert het in een echte Alpenklim. Het is nog relatief vroeg in de ochtend dus er is niet al te veel verkeer en de temperatuur is aangenaam; perfect om de lange rit te starten. Over de brede weg dartel ik vol goede moed omhoog.

Na iets meer dan vier kilometer gaat de grote weg kort door een tunnel, maar als fietser kan je aan de rechterzijde van de weg langs de berg blijven fietsen. Onder een uitgeslagen rotspartij rijd je heel even in niemandsland, en volgt zelfs even een korte kasseistrook. Al gauw sluit je weer aan op de grote weg, die kilometerslang omhoog loopt. de klim is ruim 26 kilometer lang. Af en toe volgen wat stroken rond de 9% maar het is een relatief makkelijke beklimming, ideaal om een dergelijk lange rit mee te starten.

Na ongeveer 20 kilometer volgt een vlakke kilometer langs de Räterichsbodensee. Vanaf dit stuwmeer fiets je door een bijzondere omgeving, die lastig te vergelijken valt met de rest van de Alpen. Het turquoise-kleurige meer wordt omgeven door ronde bergtoppen, die mede door hun grijs-groene kleur een uniek karakter aan de laatste kilometers van de beklimming geven.

Langs de iets hoger gelegen Grimselsee leiden een zevental haarspeldbochten je naar de top van deze Alpengigant. Het uitzicht reikt hier niet heel ver, omdat je eigenlijk aan alle kanten omgeven wordt door hoge, besneeuwde bergtoppen. Als je nog een kleine kilometer doorfietst – de weg is hier nagenoeg vlak – verandert dat volledig. Over een steile bergwand kijk je uit op talloze haarspelden van de afdaling die je naar Gletsch leiden en vervolgens weer omhoog de Furkapass op.

De laatste kilometers van de Grimselpass – foto: Ivo Scholz/Switzerland Tourism

Ondanks enkele haarspelden kan je in de afdaling flink snelheid maken, omdat de bochten elkaar in het begin niet snel opvolgen. De wind kan in dit dal echter flink opsteken, at het geen bepaald comfortabele afdaling maakt. Voor je het weet ben je echter beneden en begint gelijk de volgende klim van de, naar de top van de Furkapass. Vanaf Gletsch is de klim ‘slechts’ 10.7 kilometer maar dat maakt hem nog niet bepaald makkelijk. Kort na de start voel ik gelijk dat de hoogte hier mee speelt. De ijle lucht maakt het fietsen een stuk zwaarder, zeker op de steilere stroken in de tweede helft van de beklimming.

Met nog een paar kilometer te gaan kijk ik uit naar een van de highlights in de Zwitserse Alpen: Hotel Belvédère. De weg draait met een haarspeldbocht om dit spookachtige, ouderwetse hotel heen, wat prachtige beelden oplevert. Vol verwachting fiets ik omhoog, tot ik wat hoor tikken tijdens het trappen. Ik kijk even naar beneden maar fiets argeloos door, tot een paar trappen later mijn ketting van mijn kettingblad afvalt, tussen het frame en het binnenblad. Nog steeds denk ik er niet veel van dus leg ik de ketting erop en wil ik weer doorfietsen. Na een halve omwenteling valt de ketting er echter gelijk weer af en begin ik me toch lichtelijk zorgen te maken. Ik stap af en kijk eens goed naar mijn tandwielen en zie dat mijn binnenblad harstikke scheef is. Er is een boutje uit mijn crankstel getrild, waardoor ik de laatste kilometer op mijn buitenblad omhoog moet.

Hotel Belvédère – foto: Ties Wijntjes

Tandenknarsend rijd ik met een cadans tussen de 50 en 60 omwentelingen omhoog. Ik kijk wel even naar het hotel maar genieten van het uitzicht zit er even niet in. Als het wegdek de laatste kilometers voor de top wat afvlakt slaak ik een zucht van opluchting. Gelukkig neem ik na de beklimming toch even de rust om om me heen te kijken, want vanaf het speciale uitzichtpunt dat net onder de top ligt kan je mooi door het dal kijken. Een opvallend gezicht hier is een klein spoorbaantje dat over de helling van de berg een tunnel in loopt. Deze spoorlijn is in 1925 geopend om Realp met te verbinden Oberwald, maar fungeert sinds de opening van de nieuwe Furka Tunnel enkel nog als erfgoedspoorweg.

Ondanks enkele lange, rechte stukken verloopt de afdaling naar Andermatt allerminst snel. De beklimming van de Furkapass, die onder andere bekend is vanwege een achtervolgingsscène in de James Bondfilm Goldfinger, is namelijk niet alleen populair onder wielrenners. Ook motorrijders en ander gemotoriseerd verkeer zijn hier in groten getale aanwezig.

Na een snel bezoek aan de fietsenmaker kan ik weer naar mijn binnenblad schakelen. Gelukkig maar, want de laatste klim van de dag zal ik die zeker nodig hebben. Vanuit Andermatt loopt de weg nog eens tien kilometer verder in dalende lijn. Alhoewel deze afdaling rap verloopt is het door de vele auto’s niet echt lekker. Bij vlagen lijkt het alsof je op de snelweg rijdt. Vanaf Wassen begint het klimmen weer, naar de laatste top van de dag: de Sustenpass.

Op een paar korte tunnels na loopt deze klim eigenlijk constant door een open omgeving. Het is ondertussen midden op de dag en de brandende zon maakt de uitdaging nog een stuk groter. Met het vorderen van de kilometers zie ik ook de gevoelstemperatuur die mijn fietscomputer aangeeft toenemen, tot deze ruim boven de 40 graden ligt. Voor mijn gevoel kruip ik als een slak omhoog, maar beetje bij beetje vorder ik wel degelijk.

Het uitzicht vanaf de Sustenpass het Gadmendal in – foto: Andreas Gerth/Switzerland Tourism

Onderweg word ik meermaals vriendelijk begroet door mannen die in de weer zijn met het maaien van Alpenweiden. De laatste zes kilometer heb je goed zicht op het einde van de klim. Kilometerslang loopt de weg nagenoeg rechtdoor langs de berg. Een tweetal haarspeldbochten kondigen het slotepos van de gevoelsmatig ellenlange klim aan. Eenmaal boven moet je enkel nog door een tunnel, maar alle hoogtemeters heb je dan al overwonnen.

Boven is het uitzicht niet gelijk adembenemend, maar net als bij de eerdere toppen wordt het in de afdaling steeds mooier. De afdaling is een heerlijke afsluiter van een lange dag. Lange rechte stukken waar ik snelheden boven de 80 kilometer per uur zie staan op mijn fietscomputer, worden afgewisseld met haarspeldbochten. Ik ben ondertussen flink vermoeid dus het is fijn om zonder hard te hoeven werken de laatste kilometers af te haspelen.

De laatste vlakke kilometer naar de camping voelt als een soort zegetocht. Na bijna 120 kilometer en ruim 3700 hoogtemeters ben ik nog meer dan voorheen gecharmeerd van de Zwitserse Alpen. Goedkoop is het niet in Zwitserland en de wegen zijn bij tijd en wijle enorm druk, maar deze rit is zonder twijfel een van de mooisten die ik in het hooggebergte maakte. De ruwe Zwitserse Alpen zijn voor de fanatieke klimmer een paradijs met uitdagende beklimmingen en prachtige vergezichten.

Dit artikel delen:

2 Reacties

ProfrondeZevenbergen 13 juni 2021 om 12:20

Leuk om te lezen. Prachtige rit. Ik kom er heel graag.

guyremgabdel 14 juni 2021 om 13:40

Jammer dat bij het begin van de beklimming van de Sustenpas geen melding wordt gemaakt van het wielerdrama uit 1948. Ronde van Zwitserland 16 juni 1948. De renners rijden de Sustenpas naar benden naar Wassen. In de laatste (toen nog onverlichte) tunnel komen enkele renners ten val waaronder Richard Depoorter. Hij wordt daarna overreden door een volgwagen bestuurd door Lomme Driessens en is op slag dood. Bij het binnenkomen van de eerste tunnel vanuit Wassen hangt nog steeds een gedenkplaat.

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.