Die Bucklige Welt: land van duizend heuvels
foto's: Joris Lugtigheid

Die Bucklige Welt: land van duizend heuvels

Fietstoerisme Houd je van klimmen? Maar niet oneindig lang? En het liefst over glad asfalt zonder auto’s? Moet je net als Arjan en Sebastiaan de Bucklige Welt eens bezoeken. Deze Oostenrijkse regio is een soort pretpark voor wielrenners, maar dan zónder kassa en zónder lange rijen voor de attracties. En met veel beter eten en drinken. Puur fietsgenieten.

Dit artikel verscheen eerder in de voorjaarseditie van RIDE Magazine, het premium wielermagazine van WielerFlits. Dokkeren over kasseien, het nieuwe wielerseizoen en reisinspiratie voor het nieuwe jaar zijn de thema’s van het voorjaarsnummer. Wil jij dit magazine nabestellen? Bestel hem nu online

“Okay. Dus jij rijdt 12.000 kilometer en 250.000 hoogtemeters per jaar?” De fietser naast me knikt bevestigend. Ik laat de cijfers even tot me doordringen. Best veel. “En dat doe je naast je werk als gynaecoloog?” Weer een ja. Het is de vijftiger die naast me rijdt aan te zien. Gebruind, strak in de spieren, geen grammetje vet. Peter is zijn naam en samen met twee andere lokale fietsers is hij onze gids voor vandaag. Die andere twee heten allebei Christoph en net als Peter zitten ze op een hagelnieuwe Trek Émonda SLR 9 Disc eTap. Het type fiets dat ze op veel fietsfora een ‘dentist-bike’ noemen, vanwege z’n prijs van een mille of tien. Maar ‘gynaecologen-fiets’ kan in dit geval dus ook. Of ‘directiefiets’, want de ene Christoph is iets hoogs bij de ÖBB, de Oostenrijkse Spoorwegen, terwijl de andere Christoph eigenaar is van een parket- en trappenfabriek. 

Maar hoe je hun peperdure Émonda’s ook noemt, het zijn sowieso superlichte, gespecialiseerde klimfietsen en dat is geen toeval. We zijn namelijk in de Bucklige Welt, een streek in het oosten van Oostenrijk, net even onder Wenen, ingeklemd tussen de uitlopers van de Alpen in het westen en de Hongaarse laagvlakte in het oosten. De naam Bucklige Welt spreekt waarschijnlijk voor zich, maar voor wie het niet duidelijk is; dit gebied wordt ook wel ‘Land der 1000 Hügel’ genoemd, het Land van de 1000 Heuvels.

Achtbaan
Ik heb niet gecheckt of het er echt duizend zijn. Maar veel zijn het er wel. We zijn inmiddels een uur met Peter en beide Christophen onderweg en ik begin de benen al te voelen. Vlak? Daar doen ze hier niet aan. Het gaat als een achtbaan omhoog óf omlaag. Omhoog is in dit geval maximaal een metertje of 600, met de dalbodem op zo’n 350 meter hoogte en toppen tot maximaal 900 meter. Even als referentie: hoogste toppen in het Zuid-Limburgse Heuvelland reiken nèt boven de 300 meter. Oftewel; fietsen hier is flink aanpoten. Maar ongekend fraai. Achter iedere bocht is het uitzicht weer anders, met tarwevelden, bossen, beekjes en dorpjes. Met, op zo nu en dan een tractor na, geen gemotoriseerd verkeer maar wel asfalt dat in topconditie verkeerd. En nu het tempo wat lager ligt, kan ik er ook nog van genieten.

Zie jij auto’s? Wij ook niet.

Bucklige Welt
De Bucklige Welt ligt in de Oostenrijkse deelstaat Neder-Oostenrijk, een kleine tachtig kilometer onder Wenen. Ten westen van de Bucklige Welt vind je de Alpen, ten oosten ervan de Hongaarse laagvlakte. Het gebied ligt dus letterlijk aan de rand van het land; de grens met Hongarije is nergens ver weg. Vanaf Utrecht is het ongeveer 1.200 kilometer rijden om er te komen.  Je vindt meer info op wieneralpen.at/rennrad.

Dat was de eerste drie kwartier wel anders. Dat zit zo: Sebastiaan en ik verblijven samen met fotograaf Joris in een speciaal racefietshotel in Krumbach, een dorpje middenin de Bucklige Welt. De baas van dat hotel, Andreas Ottner, is een echte wielerfanaat. Normaal gesproken begeleidt hij zijn klanten daarom persoonlijk bij hun ontdekkingstochten door dit gebied. Maar naast hotelbaas en bike-guide is Andreas óók nog kok. En nèt op onze eerste dag in de Bucklige Welt moet hij koken voor een groot gezelschap. Dat zit Andreas niet lekker, want als je bezoekers helemaal uit Nederland krijgt, moet je ze wél gastvrij ontvangen. Vanwege Fronleichnamsfest, Sacramentsdag, dat hier traditioneel gevierd wordt op de tweede donderdag na Pinksteren, zijn veel van z’n fietsmaten vandaag echter vrij. En dus nemen Peter en de twee Christophen de honneurs waar om ons de omgeving te laten zien. 

Nou, dat heb ik geweten. Die käseköpfe, zo moeten deze drie heren gedacht hebben, die gaan we even laten zien dat we hier in dit afgelegen stukje Oostenrijk écht wel weten wat fietsen is. Anders gezegd: de mannen gaan al vanaf de eerste meters lekker los. Het meest nog de Christoph van de ÖBB, die zich opwerpt als gids. Behalve zijn benen malen ook zijn kaken non-stop op en neer en stort hij onophoudelijk allerlei wetenswaardigheden over ons uit. Al snel moet ik lossen, ik hou het niet meer bij. De snelheid niet, maar ook de verhalen niet. Teveel hoogtemeters en teveel woorden in te korte tijd. 

Ingrijpen
Sebastiaan, onze eigen lichtgewicht bergtijger, heeft er geen moeite mee het tempo bij te houden. Maar ook fotograaf Joris bungelt, ondanks z’n elektrisch ondersteunde e-racer, achteraan het pelotonnetje. Hij grijpt daarom in. We zijn geen profs, legt hij uit, maar wielertoeristen uit een land dat zo vlak is als een pannenkoek. En als iedereen continue volle bak omhoog rijdt en hij daarom moet lossen, kan hij dus geen plaatjes schieten. Terwijl dat één van de redenen is van ons bezoek. Dus of het wat rustiger kan? De drie overenthousiaste gastheren knikken een beetje beduusd. Zo hebben ze het niet bedoeld. 

Dit kasteel in Kirchschlag hebben de Hongaren en Turken nooit kunnen innemen.

Het resultaat van Joris’ ingrijpen is, dat we nu wel bij elkaar blijven én dat er gelegenheid is, om op de mooie plekken plaatjes te maken. Alhoewel dat hier niet bepaald moeilijk is hier, want het is eigenlijk overal mooi. Het ultieme fietslandschap. Sommige mensen zijn zelfs speciaal voor het fietsen naar de Bucklige Welt verhuisd. “Peter is helemaal niet van hier,” vertrouwt zijn maatje Christoph – die van de spoorwegen – me toe als ik een stukje naast hem rijd, “maar hij is speciaal voor het fietsen in Krumbach komen wonen. Nou ja, en zijn vrouw komt hier vandaan, dat zal ook wel een rol gespeeld hebben.” Christoph lacht erbij, maar de ondertoon is duidelijk: hier is fietsen belangrijk. 

Dat blijkt ook als ik weer thuis ben. Christoph heeft me lid gemaakt van de plaatselijk app-groep – “handig voor de contactgegevens” – en de hele dag door rollen de berichtjes en oproepen binnen. Ochtendritjes voor het werk van 70 kilometer, ‘afternoon-rides’ van 150 kilometer plus, triathlons. Nu snap ik die jaargemiddelden ook. Peter blijkt met zijn 12.000 kilometer en 250.000 de ongekroonde wielerkoning van Krumbach, maar de Christoph van de trappenfabriek is met zijn 11.500 kilometers en 240.000 hoogtemeters een waardige kroonprins. “Ik rijd maar 8.000 per jaar”, vertelt de spoorweg-Christoph haast een beetje beschaamd. “Ik ben de laatste tijd veel op reis voor mijn werk”, zo verontschuldigt hij zich. Ik zeg maar niet dat ik zelfs met de helft van dat aantal al blij zou zijn, regelmatig haal ik namelijk zelfs dát niet eens…

Vinkentouw
Het fijne van het lagere tempo is niet alleen dat ik nu oog kan hebben voor het fraaie landschap, maar óók dat ik nu tijd en adem heb voor een praatje met m’n drie begeleiders. Dat vind ik mooi van toeren op een racefiets. Je rijdt naast een volslagen onbekende en je hebt gewoon een leuk gesprek. Als een kroeg, maar dan zonder bier en herrie. Ondanks dat het een feestdag is, hebben de heren wel verplichtingen. Met name Peter en de Christoph van de trappenfabriek zitten op het vinkentouw. Ik vind het prima, we hebben er inmiddels dik zestig kilometer opzitten. Nee, dat is niet veel, maar dat is wat er gebeurt als je met een fotograaf op pad bent. Veel tijd, weinig kilometers.

Een kwartiertje trappen later nemen we aan de rand van Krumbach afscheid van Peter en de ene Christoph. Achter de andere Christoph aan rollen we door de straten van Krumbach. Bestemming: zijn huis. Christoph wil namelijk de rit afsluiten met een glas bier in zijn tuin. En dat vinden we allemaal een prima plan. Terwijl we van verschillende lokale bieren proeven, bekent Christoph dat hij eigenlijk liever op z’n gravelbike dan op de racer zit. “De combinatie van kracht en techniek die je bij gravellen nodig hebt, vind ik uitdagender. De mogelijkheden zijn hier minstens zo goed als die voor wielrennen. Veldwegen, bospaadjes, we hebben hier echt alles, met veel uitgepijlde routes. Dus als jullie deze week nog tijd over hebben…?” 

’s Avonds laat zitten we wéér aan een tafel vol met grote flessen Oostenrijks bier. Nu niet in de tuin van Christoph, maar op het terras van de Krumbacherhof. Chef Andreas, “Otti voor m’n vrienden”, is net klaar in de keuken en wil ons graag wat meer vertellen over de Bucklige Welt in het algemeen en zijn bedrijf in het bijzonder. En daar hoort bier bij. Of meer specifiek: Schwarzbräu-bier van de plaatselijke brouwer Gerald Schwarz. “Gerald is een fietsmaatje van me”, vertelt Otti. “Gerald brouwde tot voor kort zijn bier bij mij in het pand, maar dat paste op een gegeven moment niet meer. Hij heeft nu een eigen brouwerij in het dorp. Moet je écht even heen als je tijd hebt, hij geeft iedere zaterdag een rondleiding. De grondstoffen komen allemaal uit Oostenrijk en het bier wordt niet gefilterd of gepasteuriseerd.” 

Terwijl Otti op de kaart mogelijke routes voor morgen aanwijst, genieten we van een glas Biker’s Favourite, één van de speciaalbieren van Schwarzbräu. Een licht zomerbiertje met een heerlijk frisse, fruitige smaak. “Nog een rondje?”, vraagt Otti als hij ziet dat onze glazen al snel weer leeg zijn? Nou ehhh, nog eentje dan Otti. Maar dat is écht de laatste. We moeten morgen nog een stukje trappen over die 1000 heuvels van jullie, weet je nog…?

Verblijf
Arjan verbleef in Landgasthof Krumbacherhof in het dorp Krumbach. Dit kleine maar fijne hotel van Andreas en Karin Ottner heeft speciale faciliteiten voor wielertoeristen. Denk aan gezonde en energierijke maaltijden, routeinformatie, beveiligde stalling met werkplaats, kledingwasservice en terughaalservice. Een alternatief wielerhotel in de Bucklige Welt is Alpen-Aktiv-Landgasthof zur Schubertlinde. Vanwege hun specialisatie zijn beide hotels lid van Roadbike Holidays, een overkoepelende organisatie die 31 racefietshotels in Duitsland, Oostenrijk en Italië vertegenwoordigt.

Routes
In de Bucklige Welt zijn de mogelijkheden eindeloos, zowel voor de racefiets als voor de gravelbike. Wie wil, kan met hotelwaard Andreas zélf tochten maken. Of je kunt je door hem laten adviseren. Of je neemt een gps-van-het-huis mee. Wie een indruk wil krijgen van de mogelijkheden kan even naar de website van Landgasthof Krumbacherhof, daar zijn Andreas’ favoriete racefiets- en gravelroutes te bekijken en te downloaden.

RIDE Magazine
1 Reacties
21 juni 2023 10:58
De heren zijn allemaal gescheiden en/of kinderloos?

Om te reageren moet je ingelogd zijn.