De ruwe route naar de top van de Col de la Croix de Fer

De ruwe route naar de top van de Col de la Croix de Fer

Het ijzeren kruis waar de Col de la Croix de Fer naar vernoemd is - foto: Ties Wijntjes

zondag 22 augustus 2021 om 22:00

De Franse Alpen staat bol van bekende beklimmingen, de ene mooier dan de ander. Toch springen er een paar uit, waar historie en prachtige vergezichten samen komen. De Col de la Croix de Fer is een dergelijke beklimming, waar je door een bijzonder landschap de nodige hoogtemeters overwint.

De Col de la Croix de Fer behoort tot de meest bekende en historierijke beklimmingen in de Franse Alpen. De 2.067 meter hoge bergpas ligt enkele kilometers van de Col du Glandon, in het Grandes Roussesmassief, en dient als passage tussen de departementen Isère en Vanoise. De klim is vernoemd naar een ijzeren kruis dat zich naast de top van de bergpas bevindt.

Sinds 1947 werd de klim achttien keer opgenomen in het parcours van de Tour de France. Eerst was het nog als beklimming van de eerste categorie, maar sinds 1989 draagt de klim de titel hors categorie. Renners als Fausto Coppi, Gino Bartali en Bernard Hinault wisten er als eerste boven te komen. Meest recent was het Steven Kruijswijk die er als eerste boven kwam, tijdens zijn lange solo onderweg naar de Alpe d’Huez in de Tour van 2018.

De klim is ‘officieel’ vanuit twee zijden te beklimmen: vanuit Allemont en Saint-Jean-de-Maurienne. Echter kan je de top ook nog op enkele andere manier bereiken, langs andere bergpassen zoals de Col du Glandon, Col du Molard en La Toussuire. De mooiste beklimming is echter vanuit het zuidoostelijk gelegen Allemont. Dit dorp ligt in dezelfde vallei als le Bourg d’Oisans, de startplaats van de Alpe d’Huez.

Opwarmen langs het meer
De klim begint eigenlijk al aan de voet van het Lac du Verney: een kunstmatig stuwmeer dat vooral bekend is als de startplaats van de Alpe d’Huez triatlon. Over twee haarspeldbochten klim je de eerste 500 meter, waarna enkele kilometers vals plat volgen langs het meer. Als ik om me heen kijk zie ik in de verte een enkele ruwe bergtop, maar landt mijn blik vooral op met bossen bezaaide bergen. Het geeft geen enkele blijk van de zware klim die me te wachten staat.

De voet van de Croix de Fer, gezien vanaf het Lac du Verney – foto: Ties Wijntjes

Dit is voorlopig ook de laatste mogelijk om nog even te genieten van het uitzicht, want kort na het inrijden van het bos loopt de weg fors omhoog. Aan 8% en niet veel later 10% begint de klim echt. De weg naar de top is vrij onregelmatig, met enkele vlakke stukken en zelfs twee korte afdalingen. In een nagenoeg rechte lijn lopen de eerste kilometers door het bos omhoog, met enkele flauwe bochten om het zicht te doorbreken.

Ik probeer een ritme te vinden maar heb moeite met de eerste kilometers. Op papier is het begin niet al te lastig, aangezien het maar vijf kilometer duurt. De werkelijkheid leert anders. In het kleine dorpje le Rivier d’Allemont vlakt de weg gelukkig wat af en krijg je een eerste rustmoment. Hier kan de druk even van de benen af, of kan je bij restaurant Les Favets bijtanken met een goeie crêpe.

Na enkele kilometers vals plat duik ik de eerste korte afdaling in, waarna direct de lastigste passage van de klim volgt. Ik ben vooraf gewaarschuwd, maar toch schrik ik als de weg met een scherpe knik weer omhoog loopt. Bij het oversteken van de rivier Eau d’Olle doemt de weg namelijk als een muur voor je op en volgen enkele steile kilometers. Ook dit deel van de klim is onregelmatig en wordt nergens makkelijk.

Stijgingspercentages in de dubbele cijfers zijn hier de regel, niet de uitzondering. Al zwoegend kom ik verder, maar daar lijkt het allerminst op. Met enkel het bos en de felle zon voelt het alsof dit deel van de klim een eeuwigheid duurt. Na ongeveer vijf kilometer vlakt de weg echter geleidelijk aan weer af en kom je steeds meer in een open landschap terecht dat het slotdecors van de klim vormt.

Het slotepos van een Alpenreus
Ik passeer het Lac de Grand Maison, het stuwmeer waar de Eau d’Olle uit voortvloeit met een indrukwekkende dam. Dit is het hoogste reservoir van een hydro-elektrische pompcentrale, waar ook het Lac du Verney toebehoort. De weg vlakt wederom wat af en je krijgt er voor het eerst prachtig uitzicht over de bergen die in tal van losse flanken uiteenlopen in het meer. Hier wordt ook duidelijk dat je op grote hoogte zit, aangezien de begroeiing alsmaar dunner wordt. Als je hier bent, heb je het merendeel van het werk achter de rug en kan je de laatste kilometers van de weg voor je zien liggen.

Het Lac du Grand Maison – foto: Ties Wijntjes

Na een tweede korte afdaling loopt de weg de laatste vijf kilometer weer omhoog, zij het minder steil dan voorheen. De weg kruipt hier als een slang door de uitgestrekte bergweide richting de top van de beklimming. Langs riviertjes en kleine berghutjes kom je dichter en dichter bij de top, tot je met 2,5 kilometer de gaan de afslag naar de Col du Glandon passeert.

Sla hier linksaf en je bereikt na 200 meter de pashoogte van de Glandon. Deze weg werd in 1898 geopend, terwijl de weg pas in 1912 werd doorgetrokken tot de bergpas van het ijzeren kruis. Vanaf deze kruising kan je tevens de top van de Croix de Fer zien. De laatste kilometers lopen aan ongeveer 6% omhoog. Met het moraal van de finish in zicht trek ik nog één keer alle registers open. De ijle lucht doet mijn longen branden, maar de glorende hoop van de top verlicht de pijn.

Als ik mezelf met de laatste pedaalslagen over de pashoogte sleur, stuur ik gelijk de parkeerplaats op waar je met typische Alpentaferelen wordt begroet. In de verte kan je op een heldere dag verschillende bergtoppen en gletsjers zien, zoals de Pic de la Grave, de Aiguilles d’Arves en de Pointe du Bouchet. Naar beneden kan je de weg richting het nabijgelegen Saint-Sorlin-d’Arves zien dalen.

Uitzicht over de Alpen, vanaf de top van de Col de la Croix de Fer – foto: Ties Wijntjes

De Col de la Croix de Fer is een absolute must voor iedere wielertoerist. De historie, de bijzondere omgeving en het prachtige uitzicht op de top maken het samen tot een fantastische klim. Het is niet de makkelijkste noch de zwaarste beklimming om op te fietsen maar het is wel een beklimming die goed de essentie van de Franse Alpen weet te vangen.

Op de top vind je een restaurant waar je na de beklimming een welverdiende beloning kan halen. Zo verkopen ze heerlijke Tarte Aux Myrtilles: bosbessentaartjes, een typisch streekgerecht uit de Franse Alpen. Je kan hier anno 2021 nog steeds niet met een pinpas betalen, vanwege het zwakke signaal, dus denk aan wat contant geld.

Dit artikel delen:

3 Reacties

Nitro 23 augustus 2021 om 10:18

Magistrale beklimming waar je ook rekening moet houden met weersverandering tijdens de beklimming. Vooral als je wat later op de dag start kan het flink gaan spoken. Ik vond hem door de onregelmatigheid best vervelend om te fietsen. Een echt ritme heb ik nooit kunnen vinden. Uitdagend was hij zeker wel!

Covadonga 23 augustus 2021 om 11:56

Deze is inderdaad heel fraai.

Kelder is de Man 23 augustus 2021 om 12:05

Vorige maand voor het eerst opgefietst. Ook de eerste echte col in jaren. Dat stuk na dat korte steile dalen is idd killing met de zon op je bol. Eenmaal bij het stuwmeer is het prachtig en alleen nog maar genieten. Goede beschrijving. Precies zoals ik ‘m voelde.

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.