De Col de la Madeleine: een illustere Alpenreus

De Col de la Madeleine: een illustere Alpenreus

foto: SavoieMontBlanc-Scalpfoto

vrijdag 25 juni 2021 om 12:00

Verspreid door Frankrijk vind je verschillende beklimmingen vernoemd naar de beschermheilige Madeleine. Echter, als het over de Col de la Madeleine gaat doelt men meestal op de 1993-meter hoge Alpenpas in het departement Savoie. Maar liefst 25 keer was de Col opgenomen in het parcours van de Tour de France en daarmee is het met recht een van de klassiekers in de Franse Alpen.

De Col de la Madeleine is op drie manieren te beklimmen. De noordelijke beklimming vanuit Feissons-sur-Isère en de zuidelijke beklimming vanuit La Chambre over de D213 zijn de meest bekende beklimmingen. Vanuit La Chambre is er ook nog een minder bekende en rustigere beklimming over Montgellafrey, die de laatste drie kilometer ook over de D213 loopt, vanaf skistation St-François-Longchamps. Een monument op de top geeft aan dat deze zich op 2000 meter bevindt, maar in werkelijkheid ligt de piek zeven meter lager.

Ik beklim de op papier wat makkelijkere noordelijke zijde, waar je overigens wel het meeste hoogtemeters te overbruggen hebt; 1588. De start van de beklimming is niet bijzonder; een Y-splitsing kondigt het begin van de klim aan. De weg loopt eerst nog relatief rustig omhoog maar al gauw gaat het stijgingspercentage naar ruim 9% en word duidelijk waar ik aan begonnen ben. Het gemiddelde stijgingspercentage van 6.2% boezemt niet meteen angst in, maar dit is behoorlijk vertekenend door enkele vlakke stukken. Soms loopt het wegdek kilometers aaneengesloten steil omhoog, maar regelmatig is de klim allesbehalve.

Dat de klim de eerste drie kilometer steil bergop gaat wordt onderstreept door het feit dat je gelijk 7 haarspeldbochten krijgt voorgeschoteld. Later volgen nog een aantal keer een paar haarspeldbochten, maar loopt de klim hemelsbreed in een relatief rechte lijn verder. De eerste 8 kilometer zijn dankzij bomen langs de weg relatief beschut, maar na een vlakke passage van twee kilometer wordt dit alsmaar minder en krijgt de zon vrij spel. Zeker in de zomer kan de hitte hierdoor – ondanks de hoogte – de klim nog wat lastiger maken.

Stilte voor de storm
Vooraf had ik behoorlijke drukte verwacht op de beklimming. Dit deel van de Alpen is namelijk ongelooflijk populair onder wielertoeristen, geheel terecht ook. Maar vandaag is het allerminst druk. Tijdens de twee uur dat ik bijna onderweg ben is het aantal mede-wielrenners wat ik tegenkom te tellen op één hand. Vermoedelijk door de vele reisbeperkingen vanwege Covid-19 ten tijde van mijn rit. Ik werk me in alle rust naar boven maar er mist merkbaar iets. De rust op een dergelijk bekende klim is magisch, maar heeft ook iets onheilspellends. Geen vriendelijke begroetingen en geen langsrazende auto’s met kinderen die hun zwoegende vader of moeder aanmoedigen. De omgeving is sereen, maar er lijkt iets te ontbreken aan de ervaring.

Het Tourpeloton van 2020 daalt af over de Col de la Madeleine – foto: Cor Vos

De rust is ook een schril contrast met de Touretappe die er een paar weken later plaats zou vinden, als het peloton er in hoog tempo overheen zou denderen. Of eigenlijk, dat wat nog over was van het peloton, onder aanvoering van Bahrain-Merida. Ik hoef niet als eerste boven te komen en dus doe ik het rustig aan. Gelukkig maar, want na een paar dagen rondtrekken beginnen mijn benen stilletjes aan te protesteren.

De klim kan je eigenlijk in drie stukken opdelen die telkens gescheiden worden door een stuk vlak of vals plat van een paar kilometer. Zeker als je geen snelle tijd wil zetten, kan dit erg fijn zijn om even de druk van de benen te halen en even goed om je heen te kijken. Vooral de laatste kilometers naar de top zijn een prachtig schouwspel. Een opeenvolging aan haarspeldbochten zorgen voor een indrukwekkend uitzicht als je een blik over je schouder werpt, waar je de weg terug door het dal ziet kruipen en eindeloos in de verte lijkt te turen.

Het slot is ook een van de zwaarste stukken van de beklimming. De steilste flanken zijn dan al achter de rug, maar de combinatie met de hoogte maakt het einde erg pittig. De laatste kilometer vlakt het wegdek wat af dus kan je op hoog tempo naar de top knallen, en vanuit de laatste haarspeldbocht krijg je zicht op de twee restaurants die de top markeren.

foto: Cor Vos

Op de top waait een frisse wind over de open vlakte die wordt omgeven door een groen-oranje grasland tot deze stuk loopt op ruige bergtoppen. Ik kijk nog eens goed om me heen en geniet van de machtige vergezichten. Zowel in noordelijke als zuidelijke richting reikt het uitzicht eindeloos in de verte naar de valleien van de Tarentaise en de Maurienne. Ik denk nog eens aan het Tourpeloton wat een paar weken na mij al zwoegend over de Alpenreus zou denderen. Als sterveling vlieg ik dan wel een stuk minder rap naar boven en wordt mijn strijd naar de top niet door miljoenen gevolgd, maar geniet ik er zonder twijfel des te meer van.

Dit artikel delen:

2 Reacties

guyremgabdel 25 juni 2021 om 13:17

In Frankrijk krijg je vooral lange cols die zelden boven de 10% stijging gaan. In Italie hebben ze nauwelijks cols die onder de 10% gaan.

Lalsacien 25 juni 2021 om 19:35

In Italië zijn er weinig beklimmingen van rond de 30km.

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.