Aigle en Martigny: Fietsen over het parcours van een WK dat nooit verreden werd

maandag 23 november 2020 om 13:41
Aigle en Martigny: Fietsen over het parcours van een WK dat nooit verreden werd

Het is een donderdag in augustus rond het middaguur. De zon staat hoog aan een strakblauwe hemel. Ik kijk vlug op mijn fietscomputer: 10% stijgingspercentage. Het voelt als het dubbele. Het zweet parelt van mijn gezicht. Een mede-fietser roept mij toe: ‘vanaf hier wordt het nog iets steiler.’ De moed zinkt mij in de schoenen. Gelukkig heb ik nog ruimte om terug te schakelen. Op de top wacht een prachtig uitzicht bij de dam van Emosson. Dat houdt mij op de been.

WK-territorium

Barrage d’Emosson of Finhaut-Emosson ligt in het kanton Valais (Wallis op z’n Duits) en hier had in september 2020 een compleet WK spektakel moeten plaatsvinden. Het coronavirus gooide roet in het eten: het WK werd afgeblazen en verplaatst naar Italië. Wij hadden echter de kans om een aantal prachtige routes in de omgeving te verkennen en zo toch een beetje dat WK-gevoel te ervaren.

Lokale Held

Op de eerste dag van ons verblijf in Martigny, Valais, worden we vriendelijk ontvangen door Alain Rumpf, onze gids, en oud-prof Steve Morabito. We krijgen een uitgebreide verkenning voorgeschoteld van wat het WK-parcours had moeten zijn. Morabito is de lokale held, geboren in Monthey, slechts 20km van Martigny. Tegenwoordig is hij ambassadeur van de regio, maar is hij vooral bezig met het veiliger maken van de fietsroutes in Valais. Hij heeft er persoonlijk voor gezorgd dat minstens vijftien beklimmingen zijn uitgerust met bewegwijzering en dat er fietsroutes zijn uitgestippeld. Een goede bijdrage van de voormalig Zwitsers kampioen.

Scherprechter

Na een korte kennismaking rollen we langzaam Martigny uit. Al vrij rap ligt daar de Col de la Petit Forclaz, de scherprechter in het WK parcours. Met 4,1km klimmen aan bijna 10% is dit een fikse kuitenbijter. Flink puffend en steunend komen we boven. Morabito wacht lachend op ons. ‘Dit is goed warm draaien, niet?’ grinnikt hij. Hij heeft nog genoeg adem om rustig te praten over zijn werk als ambassadeur voor Valais. Een mooie toevoeging op het schitterende uitzicht over het dal richting Martigny.

Barrage d’emosson

Na een korte koffie en waterstop, het is bijna 30 graden in de volle zon, zetten we onze weg voort richting de Barrage D’Emosson. Deze klim was de finaleklim tijdens de 17e etappe van de Tour de France 2016, een etappe die in de laatste kilometers voor beslissingen zorgde in het klassement.

MORABITO!

We kruipen met een slakkengang omhoog en snappen steeds meer waarom. De bordjes langs de kant, waar Morabito zo trots over vertelde, geven accurate en soms pijnlijke informatie over de volgende km’s. Stijgingspercentages tot boven de 10% zijn eerder regel dan uitzondering. Hoe dichter bij de top, hoe steiler het lijkt te worden. Morabito rijdt hier met extra gemak omhoog. Op de weg is meer dan 200 keer zijn naam geschilderd. Cadeautje van de fanclub onder leiding van z’n broer.

Eenmaal boven vallen we stil. Letterlijk en figuurlijk. Het uitzicht op de alpentoppen, met in de verte de Mont Blanc is subliem. De combinatie met het stuwmeer en de dam maken het plaatje compleet. Het geklik van fotocamera’s en kreten van bewondering doorbreken de stilte.

Ook weer terug

Na een goede Zwitserse lunch en een klein ritje over de dam duiken we de afdaling in. Die was al mooi bergop, maar bergaf krijgen wij een technische afzink voorgeschoteld, met goed wegdek een een paar lekkere scherpe bochten. Het verkeer valt alleszins mee, wat helpt bij een afdaling als deze.

Onderaan wacht nog een kleine beklimming naar de top van de Forclaz om daarna via een prachtig lopende afdaling in Martigny te eindigen. Detail: de teller geeft bijna 80km/u aan en terwijl iedereen onderin de beugels hangt, leunt Morabito losjes met z’n handen bovenop het stuur.

Beste mechanicien

De Zwitser is geheel ontspannen maar ook extreem behulpzaam. Terwijl we afdalen rijd ik lek. Geen sinecure. Gelukkig is het een langzame leegloper, maar toch ernstig genoeg voor een bandenwissel. Steve pakt snel het wiel en als een volleerd mecanicien wisselt hij het bandje.

Tegelijkertijd geeft hij nog wat tips over andere beklimmingen en helpt hij met het beter vastzetten van een zadel. Dat had ik even niet verwacht en gretig leg ik het tafereel vast op de gevoelige plaat.

Grote hoogte

De volgende dag beklimmen we  met ons reisgezelschap de Col du Sanetsch vanuit Pont de la Morge. Deze variant is de zwaarste van de twee, met een 25,9km lange beklimming aan gemiddeld 6.8%. Er zit een uitschieter van 14,5% in. Slik.

Gedurende de klim is dit duidelijk te merken. Onze aandacht wordt enkel afgeleid door de schitterende vergezichten die naarmate we hoger komen en de begroeiing verdwijnt alleen maar mooier worden.

We houden de vaart er goed in want volgens de berichten gaat het rap regenen. Dat hoort ook bij fietsen in de Alpen. De zon verdwijnt snel achter de wolken. Terwijl we door een tunnel heen rijden worden we door tegemoetkomende fietsers gewaarschuwd voor slecht weer op de top.

Niets houdt ons echter tegen en gestaag maken we vorderingen om bovenop even stil te houden voor de nodige foto’s. Het uitzicht is adembenemend, de temperatuur is rap gedaald van 25 graden in het dal naar krap 10 graden op de top.

Terwijl we een stukje afdalen richting het stuwmeertje dat aan het einde van de beklimming ligt dreigt de natuur ons een fors nat pak te bezorgen. Juist op tijd schuilen we in de alpenhut die daar voor ons lijkt te zijn neergelegd. We warmen we ons bij het haardvuur en met enkele lokale specialiteiten verdwijnt de regen als sneeuw voor de zon.

 

Planning in de soep

Zaterdagochtend belooft niet veel goeds. Regen komt met bakken uit de hemel en gelukkig hebben we een alternatief. Even na 9u ’s ochtends kunnen we bij de UCI binnenlopen. Het hoofdkantoor van de wereldfietsbond bevindt zich in Aigle en we zijn meer dan welkom voor een rondleiding.

Open voor publiek

De hoofdzetel en tevens trainingscentrum is tegenwoordig ook toegankelijk voor niet-profs en er zijn zelfs nieuwe initiatieven ontwikkeld waarbij je clinics kan volgens, of zelfs complete trainingskampen van drie tot zes dagen kan afnemen. Alles is wel aan de prijs, maar de kwaliteit liegt er niet om. State-of-the art faciliteiten en begeleiding door topcoaches.

Wil je alleen even komen kijken? Dat kan, want het café-restaurant is ook open. Check de site via cmc-aigle.ch voor alle info en openingstijden.

De regen van de vorige dag en deze ochtend was een voorbode voor wat komen gaat. De Zwitserse buienradar kleurt blauw en rood en alle plannen gaan overboord.

Het idee was om nog twee dagen door de Alpes Vaudoises te fietsen en daarbij het parcours van de UCI Granfondo Zwitserland te rijden, met daarin de prachtige Col de la Croix, Pillon en des Mosses. Helaas. Dat hebben we enkel vanuit de auto kunnen bekijken, terwijl de natte sneeuw op de voorruit slaat. Genoeg reden om deze regio nogmaals te bezoeken, want wat wij vanuit de auto zien, dat smaakt naar meer!

Over de regio:

 De regio rondom Aigle en Martigny beslaat twee kantons. Aigle ligt in Vaud en Martigny in Valais

Vanuit Aigle, de thuisbasis van de UCI vind je rap de weg richting de bergen, de Alpes Vaudoises, met daar de beklimmingen als de Col de la Croix (1776m), Col de Mosses (1445m) en een tip van gids Alain Rumpf is de klim naar Les Chaux (1800m). Het gebied heeft een aantal uitdagende, maar ook ‘vriendelijkere’ beklimmingen. Ideaal voor fietsers die niet op enkel kuitenbijters zitten te wachten.

Het is mogelijk om een 4-daagse trip door de Alpes Vaudoises te boeken, met of zonder gids. In deze tour doe je alle belangrijke en mooie beklimmingen van de regio aan. Kijk op de website www.region-du-leman.ch/ voor meer informatie.

Vanuit startplaats Martigny liggen de Alpen aan je voeten en met de eerder genoemde Col de la Forclaz (1528), de Col de Sanetsch (2252m) en de klim naar Emosson (1967m) ben je een paar dagen zoet. Dit deel van Valais heeft veel hoogtemeters te bieden. Niet alleen liggen 45 van de 82 ‘4000-ers’ in het kanton, ook het feit dat je vanuit het dal eigenlijk drie kanten op kan (richting Frankrijk (zuidelijke richting) als ook naar het noorden en noordoosten creëert meer mogelijkheden. De col du Grand Saint Bernard is een van de mooiste en langste beklimmingen, met bijna 42km aan 4,8% gemiddeld. Enkel het laatste vijf á zes kilometer laat percentages boven de 7% noteren. Met als opwarmer de (petit) Forclaz is dit een uitdagende dag op de fiets.

Je kunt via het toerisme bureau van Valais ook de ‘legendary Valais Passes’ als toer boeken. Check de site voor alle details.

Beide plekken bieden ook genoeg mogelijkheden om op vlakker terrein te fietsen en bijvoorbeeld een tour langs de wijngaarden te doen. Alleen al in Valais zijn er 55 verschillende druifsoorten te verkrijgen, dus de wijnliefhebber kan zijn hart ophalen.

Verblijf

Zwitserland heeft over het algemeen zeer goede accommodatie. Voor fietsers zijn er daarnaast nog speciale bike hotels, met een afgesloten opslag voor de fiets, ruimte om te sleutelen en extra goede voorzieningen (ook het ontbijt mag er zijn). Wij verbleven in Martigny in het Hotel Campanille wat net van ‘bike-friendly’ naar officieel bike hotel was gegaan.

Ook in Villars-Sur-Ollon verblijven we in een hotel (Hotel L’Europe) met een specifieke opslag voor fietsen. Een fijne gedachte om jouw karretje achter slot en grendel te kunnen parkeren.

Eten – Drinken

Tijdens het fietsen kom je allerlei mooie plekken tegen om even te stoppen voor een drankje of hapje. Bovenop de Forclaz zit een prima uitspanning voor een kop koffie en je kunt water bijvullen in de waterput. Bovenop de Emosson-dam zit een goede lunchspot, met lokale specialiteiten.

De aanrader van het weekend was de alpenhut boven op de Col du Sanetsch. Helemaal doorrijden tot voorbij het stuwmeer en daar staat een houten hutje dat velen direct voorbij zouden rijden. Deze ‘Auberge du Sanetsch’ heeft kwalitatief hoogwaardige gerechten en is onderdeel van het Ta Cave crowdfunding concept, wat gelijk lijkt te staan aan hoge kwaliteit.

How to get there

Zwitserland is vanuit Nederland goed aan te reizen met de auto, alhoewel de regio rondom Aigle – Martigny toch zeker 10-11 uur netto reistijd behelst. Een goed alternatief is de trein.

Zwitserland heeft een van de beste treinsystemen van Europa en tevens is er de mogelijkheid om een Swiss Travel System pas voor meerdere dagen (maximaal 14 dagen) aan te schaffen. Alle informatie hierover staat op www.MySwitzerland.com/rail

Dit artikel delen:

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.