Aleksandr Vlasov

Aleksandr Vlasov
Naam:
Aleksandr Vlasov
Geboortedatum:23 april 1996 (25 jaar)
Land:Rusland

Op 23 april 1996 wordt Aleksandr Vlasov geboren in Vyborg, een Russische stad aan de Finse Golf. Het is in deze oude vestingstad, die eeuwenlang bij Zweden en later bij Finland hoorde, dat de kleine Aleksandr Verknocht raakt aan de fiets en zijn eerste kilometers maakt. Dat het fietsen hem goed afgaat, laat hij al meteen zien door in 2014 bij de junioren zijn eerste grote koers te winnen: in Frankrijk schrijft hij het algemeen klassement van de GP Général Patton op zijn naam.

Datzelfde jaar wordt Vlasov nog zesde in de het eindklassement van de Trofeo Karlsberg, een meerdaagse juniorenkoers in Duitsland. Alles wijst erop dat de Rus een mooie wielertoekomst tegemoet gaat, want ook in 2015 rijdt hij beresterk. Het is dan zijn eerste jaar bij de U23-categorie, maar dat lijkt hem nauwelijks te deren: hij wordt negende op het Russisch kampioenschap op de weg en derde in de Coppa della Pace (Italië).

In 2016 koerst hij opnieuw bij de beloften, maar het gaat hem iets lastiger af dan het jaar daarvoor. Zijn beste notering van het seizoen rijdt hij in etappe 5 van de Tour de l’Avenir. In de rit van Scionzier naar Les-Carroz-d’Arâches ligt de finish bergop en Aleksandr Vlasov komt als vierde over de streep, vlak achter landgenoot Pavel Sivakov en op 18 seconden voor de winnaar. Vlasov laat hier al zien dat hij over een goed paar klimmersbenen beschikt.

Het jaar nadien komt Vlasov wederom goed uit de verf in de Italiaanse eendagswedstrijden voor beloften. In de GP Industria wordt hij negende, in de Giro del Medio Brenta wordt hij twaalfde en in de Giro Ciclistico della Valle d’Aosta Mont Blanc eindigt hij als negende in het eindklassement. Het beste resultaat van 2017 behaalt Vlasov in de GP Sportivi di Poggiana, waar hij vierde wordt op de zelfde tijd als winnaar Nicola Conci.

Vanaf 2018 draagt Aleksandr Vlasov het blauw van Gazprom-RusVelo en opnieuw zijn het de Italiaanse beloftenkoersen die hem het beste liggen. Hij wint een etappe en het bergklassement in de Toscana Terra di Ciclismo Eroica en behaalt nog verschillende podiumplaatsen in de andere meerdaagse etappekoersen. Zijn beste resultaat van het jaar is de overwinning in het eindklassement van de Babygiro, oftewel de Giro voor beloften.

In 2019 gaat het ‘echte’ werk beginnen, als hij zijn eerste profcontract tekent bij Gazprom-RusVelo. Al in de allereerste koers van het seizoen bewijst hij zijn waarde en wordt hij tweede in het jongerenklassement van de Ronde van Valencia. In het eerste jaar bij de profs haalt hij meerdere keren het (jongeren)podium, maar de eerste grote profzege laat nog even op zich wachten.

In de zomer van 2019 is het dan zover. In de Ronde van Slovenië wordt Vlasov bergkoning en amper een week later wordt hij Russisch kampioen op de weg bij de profs. Het broekie van 23 verrast vriend en vijand en ontpopt zich in het hooggebergte tot ware klimmer.

De Russische titel op de weg zorgt ervoor dat er serieuze interesse komt vanuit de WorldTour-ploegen. Astana is echter de gelukkige en in 2020 tekent Aleksandr Vlasov een contract voor twee jaar bij de licht-blauwen. Ook hier opent hij zijn seizoen weer ijzersterk door direct mee te doen om de zege. In de eerste koers van het jaar, de Tour de La Provence, wint hij etappe 2 en het jongeren klassement. Ook wordt hij tweede in zowel het punten- als het algemeen klassement.

In augustus, na de coronabreak, pakt hij uit met een zege in de UCI 1.1 Mont Ventoux Dénivelé Challenge. Ook zet hij zijn debuutjaar bij Astana kracht bij door te winnen in de Giro dell’Emilia en derde te worden in de Ronde van Lombardije. In de Tirreno-Adriatico pakt hij vervolgens de jongerentrui en in de Vuelta eindigt hij als derde in de strijd om de jongerentrui.

In amper twee jaar tijd is het fietstalent uit Vyborg uitgegroeid tot één van de toppers in het hedendaagse profpeloton. In 2021 moet hij om zien te gaan met die druk. Dat lukt hem naar behoren, want in Parijs-Nice 2021 wint hij niet alleen het jongerenklassement, ook wordt hij tweede in het algemeen klassement, waarmee hij zijn potentie opnieuw bevestigt. In de Giro d’Italia van dat jaar gaat hij van start met ambities voor de eindzege. Hij finisht uiteindelijk net buiten het podium op de vierde plek.