Etappe 13 Almuñécar - Loja (192.8km)
De dertiende etappe is een heuvelachtige rit van 193,2 kilometer. Het meeste klimwerk zit in de eerste 84 kilometer, waarna de renners vooral dalend en over glooiende wegen richting Loja trekken. De finale zelf is vlak, waardoor een snelle renner of een geslaagde vlucht goede kansen heeft.
Vanaf Almuñécar, de geboorteplaats van Carlos Rodríguez, gaat het peloton langs de Middellandse Zee richting Salobreña. Daarna draait de route landinwaarts en begint de weg te stijgen richting Guájar-Faragüit. De eerste serieuze beklimming is de Puerto Los Guájares, die over 14,5 kilometer gemiddeld 5,3 procent omhoog loopt.
Na de afdaling volgt een korte klim naar Pinos del Valle. Vervolgens wacht de Puerto Las Albuñuelas, een korte maar venijnige klim van 2,4 kilometer aan 9,2 procent. Op de steilste stroken loopt het stijgingspercentage zelfs op tot 15,8 procent.
Na een nieuwe klim over bescheiden percentages trekt het parcours glooiend verder naar Padul. Daar begint de Alto de Legionario, een lange en geleidelijk oplopende strook. Echt steil wordt het nergens. Na ongeveer 84 kilometer zit het zwaarste klimwerk van de dag erop.
Een lange afdaling brengt de renners vervolgens naar het stuwmeer van Los Bermejales. Na nog wat glooiend terrein volgt de laatste officiële klim van de dag: de Puerto de Granada. Die is 11,7 kilometer lang en stijgt gemiddeld 4,2 procent. De top ligt op 37 kilometer van de finish.
Het grootste gedeelte van die resterende kilometers loopt naar beneden. Vanaf Huétor-Tájar, op 11,5 kilometer van de meet, is het parcours volledig vlak. Dat maakt een sprint mogelijk, maar een vlucht krijgt door het zware eerste deel van de etappe eveneens een goede kans op succes.


| 1 | 41.36% | |
| 2 | 7.89% | |
| 3 | 7.24% | |
| 4 | 3.63% | |
| 5 | 3.08% | |
| 6 | 2.67% | |
| 7 | 2.40% | |
| 8 | 1.92% | |
| 9 | 1.70% | |
| 10 | 1.29% |
Modelschatting op basis van renner-ratings en het etappeprofiel.
| 1 | 41.36% | |
| 2 | 7.89% | |
| 3 | 7.24% | |
| 4 | 3.63% | |
| 5 | 3.08% | |
| 6 | 2.67% | |
| 7 | 2.40% | |
| 8 | 1.92% | |
| 9 | 1.70% | |
| 10 | 1.29% |
Modelschatting op basis van renner-ratings en het etappeprofiel.
Etappe 13 Almuñécar - Loja (192.8km)
De dertiende etappe is een heuvelachtige rit van 193,2 kilometer. Het meeste klimwerk zit in de eerste 84 kilometer, waarna de renners vooral dalend en over glooiende wegen richting Loja trekken. De finale zelf is vlak, waardoor een snelle renner of een geslaagde vlucht goede kansen heeft.
Vanaf Almuñécar, de geboorteplaats van Carlos Rodríguez, gaat het peloton langs de Middellandse Zee richting Salobreña. Daarna draait de route landinwaarts en begint de weg te stijgen richting Guájar-Faragüit. De eerste serieuze beklimming is de Puerto Los Guájares, die over 14,5 kilometer gemiddeld 5,3 procent omhoog loopt.
Na de afdaling volgt een korte klim naar Pinos del Valle. Vervolgens wacht de Puerto Las Albuñuelas, een korte maar venijnige klim van 2,4 kilometer aan 9,2 procent. Op de steilste stroken loopt het stijgingspercentage zelfs op tot 15,8 procent.
Na een nieuwe klim over bescheiden percentages trekt het parcours glooiend verder naar Padul. Daar begint de Alto de Legionario, een lange en geleidelijk oplopende strook. Echt steil wordt het nergens. Na ongeveer 84 kilometer zit het zwaarste klimwerk van de dag erop.
Een lange afdaling brengt de renners vervolgens naar het stuwmeer van Los Bermejales. Na nog wat glooiend terrein volgt de laatste officiële klim van de dag: de Puerto de Granada. Die is 11,7 kilometer lang en stijgt gemiddeld 4,2 procent. De top ligt op 37 kilometer van de finish.
Het grootste gedeelte van die resterende kilometers loopt naar beneden. Vanaf Huétor-Tájar, op 11,5 kilometer van de meet, is het parcours volledig vlak. Dat maakt een sprint mogelijk, maar een vlucht krijgt door het zware eerste deel van de etappe eveneens een goede kans op succes.

