De Passo Mortirolo en Passo Gavia: broedplaats van legenden

De Passo Mortirolo en Passo Gavia: broedplaats van legenden

Het ruwe landschap van de Gaviapas - foto: Cor Vos

zondag 8 augustus 2021 om 12:47

Voor vertrek ben ik stiekem best een beetje huiverig. Over de steile Mortirolo doen verhalen de ronde die menigeen angst inboezemen. Mijn knie doet pijn, maar toch wil ik omhoog. De Passo Mortirolo en Passo Gavia zijn tenslotte een bijzondere twee-eenheid in het hart van de Italiaanse Alpen die garant staat voor een dag spectaculair klimmen.

‘Pas’ in 1990 werd de Mortirolo voor het eerst in het parcours van de Giro d’Italia opgenomen, maar sindsdien is het al gauw een vaste stekhouder geworden. Dankzij de 14 verschijningen in het Giro-parcours weten ook recreatieve wielrenners de klim goed te vinden. Het steile pad, waar weinig gemotoriseerd verkeer omhoog gaat, geniet ondertussen grote bekendheid onder wielrenners.

Opvallend genoeg werd de meer bekende Gaviapas minder vaak in het parcours opgenomen; 9 keer sinds 1960. De pas die ten tijde van de Eerste Wereldoorlog is aangelegd om Italiaanse soldaten te bevoorraden, piekt op 2621 meter. Vanwege barre weersomstandigheden is de pas soms slechts 4 maanden per jaar open. Mede omdat de weg aan de zuidzijde erg smal is (vaak niet meer dan 3 meter breed), is hij lastig sneeuwvrij te houden. Hierom, en mede vanwege het bij vlagen ontbreken van vangrails langs de 500 meter hoge afgrond, staat de weg als erg gevaarlijk bekend.

Ik beklim de Mortirolo vanuit Mazzo di Valtellina; de ‘klassieke’ kant. Er zijn nog drie andere manieren om de top van de Mortirolo te bereiken. Het wegdek loopt aan deze zijde 11,4 kilometer lang aan een gemiddelde van 11% omhoog. Een deftig verzet is voor iedereen die zonder voetje aan de grond boven wil komen een vereiste. De eerste kilometers loopt het wegdek nog aan een schappelijke 7 à 9 procent omhoog, maar na drie kilometer volg het loodzware middenstuk.

Kilometerslang lijkt het wegdek recht omhoog te lopen en zijn stijgingspercentages als 13% en 14% de norm. Uitzicht om de pijn te verzachten of rust in haarspeldbochten is er ook weinig. Door het bos loopt de weg constant omhoog, op een enkele uitzondering na. Ondanks de moeilijkheidsgraad van de beklimming heeft het toch iets moois. Misschien is het de vorm van de dag waardoor ik goed omhoog kom, maar tegelijkertijd lijkt het temmen van een dergelijke monstercol een bepaald gevoel van macht te geven.

Langs Il Pirata
Vier kilometer onder de top hangt aan de bergwand een monument ter ere van Marco Pantani. Door mijn trage tempo heb ik goed tijd het te bestuderen. Het uit ijzer geboetseerde figuur is onmiskenbaar Pantani, met zijn typische stijl in de beugels. Ik besluit even aan te zetten en op diezelfde manier even omhoog te fietsen, maar al gauw word ik door de zwaartekracht teruggeroepen en moet ik weer verder fietsen op mijn gebruikelijke, minder indrukwekkende tempo.

Het monument kondigt ook het slot van de beklimming aan, al is de top met vier steile kilometers nog best ver weg. Het wegdek wordt iets minder steil, maar stijgingspercentages in de dubbele cijfers blijven veelvoorkomend. Als je in haarspeld nummer vier aan je linkerzijde een Rifugio passeert is het tijd om de eindsprint in te zetten. Vanaf hier is het namelijk nog ruim 700 meter naar de top, die in vergelijking met de rest van de klim relatief makkelijk zijn. Op de top word je begroet door twee grote keien met daarop de hoogte en naam van de pas, en een kudde koeien.

De top van de Mortirolo – foto: Ties Wijntjes

Waar vrijwel de gehele klim eigenlijk door het bos loopt heb je op de top uitzicht op de Alpentoppen die de grens tussen Zwitserland en Italië vormen. Heel bijzonder is het echter niet, dus na het aantrekken van een regenjasje en het eten van een reepje stap ik weer op de fiets voor de afdaling. Net als omhoog, loopt ook hier het wegdek steil naar beneden. Mede door veel bochten en slecht zicht door het bos is het zeker in het begin geen aangename afdaling. Mijn remmen draaien overuren, want op de smalle weg is weinig ruimte om te corrigeren. Na enkele kilometers wordt het iets meer ontspannen doordat de weg een stuk minder bochtig wordt, maar het blijft tricky.

Door het hart van de Alpen
Een kleine twintig kilometer door het dal volgt, met enkele stukken vals plat richting Ponte di Legno. Eenmaal aangekomen in deze plaats is het aan te raden nog een keer goed bij te tanken, aangezien dit het beginpunt van de Passo Gavia is. Eerst begint de klim nog rustig met stijgingspercentages rond de 5%, maar al na drie kilometer volgt een eerste steile strook aan 10%. De Gavia is gelukkig een stuk minder steil dan de Mortirolo, al kent hij dus ook enkele uitdagende stroken. Zoals in dit deel van de omgeving normaal is, kan het daarnaast ook op de Gavia behoorlijk spoken. Waar ik bijvoorbeeld tijdens de eerste helft van de beklimming nog kan genieten van het uitzicht, kom ik boven met amper twintig meter zicht door dikke mist.

In het begin loopt de klim door het dal, maar na enkele kilometers kruip je langs een bergwand omhoog. Niet alleen visueel is dit merkbaar, dit is waar de weg – na een relatief makkelijk begin – serieus omhoog begint te lopen. Bij het inrijden van het bos versmalt de weg, en brengen een opeenvolging van 10 haarspeldbochten je in rap tempo omhoog. Wat volgt is een indrukwekkend uitzicht: voor je prijkt een dor berglandschap, terwijl je achter je de weg langs de bergwand ziet kronkelen.

Johan van der Velde ploetert op de Gavia door een sneeuwstorm omhoog in de Giro van 1988 – foto: Cor Vos

Kort voor de top volgt een tunnel waar werkelijk geen hand voor ogen te zien is. Lampjes zijn geen overbodige luxe, al is het zelfs dan een behoorlijk uitdaging om door de tunnel te geraken. Bij het uitrijden van de tunnel is het nog een kleine drie kilometer. Aan de woeste omgeving is overduidelijk zichtbaar dat je op hoogte zit. Slechts wat mossen en grassen leven hier, verder zijn het vooral gesteenten en wellicht wat sneeuw wat je ziet. In de verte prijken tal van besneeuwde bergtoppen van meer dan 3000 meter hoog.

Eenmaal aangekomen op de top, kan je bij het Rifugio Bonetta terecht om weer op te laden. Neem hier vooral binnen een kijkje want in het restaurant hangen talloze verschillende foto’s en andere memorabilia omtrent de Gavia en de vele noemenswaardige verhalen die zich er hebben afgespeeld. Achter dit restaurant zie je tevens de bergtop liggen waar de pas naar vernoemd is.

Zigzaggend omlaag
Evengoed het slecht weer kan zijn in de Alpen, kan het weer ook snel in positieve zin omslaan. Waar ik bibberend van de kou het rifugio indook bij aankomst op de top, daal ik in volle zon af en krijg ik de kans te genieten van het indrukwekkende uitzicht dwars door het nationaal park Stelvio. Net als de afdaling van de Mortirolo is echter ook de afdaling van de Gavia best lastig. Ditmaal niet door een smalle weg of vele bochten, maar vooral vanwege het slechte wegdek. In de bij vlagen vrij snelle afdaling is het vooral een uitdaging de vele gaten in de weg te vermijden.

foto: Cor Vos

In de lange afdaling (ruim 25 kilometer) doet de zon zijn werk en warm ik ondanks een nat wegdek en ferme rijwind behoorlijk op. Vermoeid rol ik Bormio weer in, maar enthousiasme overheerst. Het slechte weer en bijbehorende slechte zicht op de Gavia zijn de enige smetten op een verder prachtige rit. De opeenvolging van deze twee zware cols eist zijn tol op het lichaam, maar brengt je wel door een indrukwekkend deel van de Alpen. Omgeven door ruwe bergtoppen word je vooral in het tweede deel van de rit beloond met prachtige vergezichten. Het is geen alledaags ritje, maar juist daarom een prachtige uitdaging.

Dit artikel delen:

6 Reacties

Covadonga 8 augustus 2021 om 21:56

Leuk verslag en het leest ook lekker weg. Top!
Ik ben er zelf helaas nog nooit geweest.

Sjoerd102 11 augustus 2021 om 08:33

Heb zelf (weliswaar per auto en motor) beide passen bereden.
Tip die ik voor de Gavia wil geven.
beklim deze ’s morgens (zeker aan de zuidkant) op tijd. De pas is dermate smal dat je later op de dag (bij drukker verkeer) regelmatig stil komt te staan.
Ook met de fiets kom je dan amper door.

mcnuggets 12 augustus 2021 om 12:12

Hmm, op 3 september ga ik deze route fiets voor Giro di Kika + de Stelvio, ga me toch een beetje zorgen maken :-)

Jan Willem Samsom 12 augustus 2021 om 14:47

Twee weken geleden bijna hetzelfde rondje gedaan, maar dan vanuit Edolo, dus eerst naar de Gavia. Wat een prachtige klim! Het tweede deel van de klim is inderdaad smal en ook wel druk af en toe. Motoren, auto’s en een enkele camper. Het was aangenaam weer en daardoor een lekkere klim. De tunnel is hallucinant. Zonder verlichting lijkt het me doodeng, je ziet nl. echt he-le-maal niks. Helaas was het restaurant boven dicht, omdat al het personeel naar een begrafenis was van een oude dame. (Echt waar!). Zelfs op de pas was het in de zon best lekker. De afdaling naar Bormio was fantastisch. Eerste stuk is idd slecht asfalt, maar vanaf een paar kilometer onder de top gaat het eigenlijk prima. Vanuit Bormio daalden we in een groepje af naar de Mortirolo. Omdat we wind tegen hadden ging dat minder lekker dan gehoopt. In Mazzo begint er echt een lijdensweg. Wat. Een. Beest! Met 36 voor en 34 achter dacht ik wel uit de voeten te kunnen, maar zelfs dat was nog harken. Twee keer een voet aan de grond moeten zetten, om m’n hartslag weer wat lager te krijgen. Ik heb nog nooit zoiets zwaars gedaan, zelfs m’n eerste HC-Col was beter te doen dan dit… De euforie is wel groot als je eenmaal boven bent. Twee jaar geleden kon ik de Stelvio al afvinken, dit jaar deze twee legendarische cols.
@mcnuggets: Geen zorgen maken: blijven eten en drinken en de Stelvio vanuit Bormio is de ‘makkelijkste’ van deze drie klimmen ;-)…

mcnuggets 7 september 2021 om 13:31

Nou, ik heb het gehaald! Wat een bizarre slopende tocht! Om 7:00 gestart vals plat omlaag vanuit Bormio naar Grosio. Dat dorp ligt net voor Mazzo en is iets hoger gelegen. Hierdoor zijn er minder hoogtemeters te overwinnen (80) en is de afstand iets langer. Toch was deze 14km klim aan 8,5% gemiddeld nog altijd enorm bruut. Met een 34/32 verzet is het vechten om een beetje cadans te houden. Er is niet veel uitzicht behalve andere zwoegende wielrenners voor je uit. Halverwege kom je bij het beruchte kerkje, waar de weg een kilometer lang aan 14% stijgt. Bovenaan de Mortirolo weinig vertier en dus snel met een windjack omlaag duiken naar een heerlijke bochtige afdaling. Onderaan staat vervolgens stiekem 15 kilometer vals plat omhoog op je te wachten, waardoor je toch flink verzuurd aan de 17 kilometer Gavia klim kan beginnen. Het eerste stuk in het bos heeft weer Mortirolo achtige stijgingspercentages en is mentaal zwaar omdat er nog zoveel komt. De lange weg langs de bergpas erna met het hierboven beschreven donkere tunneltje (ook heel steil) vraagt ook veel van je. De weg wordt steeds slechter, de lucht ijler en ook de laatste haarspeldbochten doen je verlangen naar huis. Bovenop was ik er helemaal klaar mee, wat een hel. Uiteindelijk toch naar beneden gesneld om te bezien hoe ver ik de Stelvio nog op zou geraken, terug naar beneden kon altijd nog. Helaas door veel kramp op die klim geregeld af moeten stappen om te stretchen. Uiteindelijk zowaar boven geraakt, met een euforisch gevoel. Op het gebied van mentaliteit en afzien was dit een supertocht. Genieten was er, op de afdalingen na, totaal niet bij. Volgend jaar een wat minder uitdagende tocht voor mij.

Marik 7 september 2021 om 14:08

Petje af hoor!

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.