Voorbeschouwing: Ronde van Vlaanderen 2018 (retro)

Door Luuk van der Meer, zondag 5 april 2020 om 07:00
Voorbeschouwing: Ronde van Vlaanderen 2018 (retro)

Ronde van Vlaanderen - foto: Cor Vos

Het coronavirus heeft de wielerwereld lamgelegd. Eigenlijk zou zondag 5 april de Ronde van Vlaanderen worden verreden. In plaats daarvan zenden de publieke omroepen in Nederland en België een editie uit het verleden uit. In Nederland koos de NOS voor de Ronde van Vlaanderen van 2018. We doken in ons archief en vonden we onze voorbeschouwing op de Ronde van Vlaanderen van twee jaar geleden. De voorbeschouwing op de Ronde van 2017 is terug te lezen op WielerFlits.be.

We gaan terug naar vrijdag 30 maart 2018…

De kerken in het katholieke Vlaanderen zullen zondagochtend goed gevuld zijn voor de Paasmis. De belangrijkste gebeurtenis van de dag volgt echter pas later, wanneer voor de heren coureurs in Antwerpen het startschot klinkt van de 102de editie van de Ronde van Vlaanderen. De Hoogmis van het Vlaamse wielrennen brengt elk jaar weer de gehele streek in rep en roer. WielerFlits doet daar maar wat graag aan mee en blikt alvast uitgebreid vooruit.

“Wij waren goden voor de mensen, de enige goden die ze van dichtbij konden zien en een klapke mee konden maken.” Zo beschreef Briek Schotte, in de jaren veertig tweevoudig winnaar van de Ronde van Vlaanderen, de status die coureurs in Vlaanderen genoten. De koers is er meer dan alleen een sport. De koers is een religie. Verweven met alles. Met de kassei die ergens op een verlaten landweg ligt. Met de gleuf tussen twee platen beton. Met de slok La Chouffe in het dorpscafé waar je je rugnummer voor de plaatselijke kermiskoers afhaalt. Met de stem van de speaker die geduldig het premieschema opsomt. Met het fluitje van de verkeersregelaar die op de middenberm staat. Met de memoeke die glundert van trots als ze haar kleinzoon in de kopgroep ziet. Met de windvlaag die over de velden giert. Met het Mariabeeldje op de hoek van de straat. Met het kapelletje op de top van de heuvel. Met de zachte zonnestraal die het land beschijnt.

De wielerwereld globaliseert in rap tempo. Australië, het Midden-Oosten en de Verenigde Staten. Overal koersen renners in pelotonnetjes tegen elkaar. Maar nergens, nergens is de beleving zo groot als in Vlaanderen. Dag in, dag uit. En tijdens de dag van de Ronde nog net ietsje meer.

Nergens is de koers zo sfeervol als in Vlaanderen – foto: Sirotti

Historie
De Ronde van Vlaanderen is één van de vijf klassieke wielermonumenten, en dat is niet voor niets. In 2018 is de wedstrijd reeds toe aan zijn 102de editie. Aan de wieg stond Karel ‘Koarle’ Van Wijnendaele, journalist van De Sportwereld en tegenwoordig alom erkend als de peetvader van het Vlaamse cyclisme. Promotie van zijn krant was het belangrijkste doel. Maar Van Wijnendaele – een uiterst trotse Vlaming – wilde ook laten zien dat de Vlaamse renners, van wie hij een romantisch beeld had als onverschrokken, noeste stoempers, niet minder waren dan bijvoorbeeld hun Franse beroepsgenoten.

De eerste uitgave van Vlaanderens Mooiste telde 330 kilometers, tussen de fietsenzaak van ene Frans Demeunynck aan de Rooigemlaan in Gent en een houten wielerpiste rond een meertje in Mariakerke. Een groot succes. Tenminste, als we Van Wijnendaele zelf mogen geloven. Die schreef dat er bij de start een echte menschenzee aanwezig was en het ook in alle dorpjes aan de route krioelde van de toeschouwers. Volgens Herman Chevrolet – schrijver van het boek De Flandriens – is dat destijds allemaal zwaar overdreven, maar de Vlaamse wielermythe was geboren. In de loop der jaren is die, al dan niet volledig waarheidsgetrouw, aangedikt met heroïsche verhalen over de Vlaamse coureurs uit die tijd. Neem bijvoorbeeld Henri Van Lerberghe. Hij schreef in 1919 de eerste editie na de Eerste Wereldoorlog op zijn naam. Volgens de legende stapte hij voor de ingang van de piste in Mariakerke van zijn fiets om in een cafeetje enkele pintjes te drinken. Toen Van Wijnendaele hem er hoogstpersoonlijk op kwam wijzen dat hij nog twee ronden op de piste af moest leggen, trakteerde Van Lerberghe hem op een pintje, stapte vervolgens weer op zijn fiets en won alsnog met veertien minuten voorsprong.

“De Ronde is ons belangrijkste exportproduct” – Michel Wuyts

Afijn, dat zijn leuke sprookjes uit de prehistorie van het wielrennen. Tegenwoordig is de Ronde van Vlaanderen uitgegroeid tot een evenement van enorme proporties. “Het is waar Vlaanderen zich aan optrekt. Me dunkt is het ons grootste exportproduct”, zo durfde wielercommentator Michel Wuyts zelfs te stellen. Toch heeft het lang geduurd vooraleer de wedstrijd internationaal aanzien kreeg. De Zwitser Heiri Suter wist in de jaren twintig weliswaar een keer te winnen, daarna was het tot de drieklapper van de Italiaan Fiorenzo Magni (winnaar in 1949, 1950 en 1951) wachten op buitenlands succes. Tijdens diens laatste zege in 1951 – toen de Ronde geteisterd werd door helse weersomstandigheden – was er zelfs geen enkele Belg in de top-5 terug te vinden. Tot ongenoegen van Van Wijnendaele overigens, die hard uithaalde naar de “verwijfde en verwaterde” Vlamingen: “We hebben alleen onze ogen nog om te schreien.”

Video: Korte reportage over Fiorenzo Magni

Fiorenzo Magni, de enige renner die de Ronde driemaal op rij won – foto: Sirotti

Dat bleek wel mee te vallen. Tot op de dag van vandaag zijn de Vlamingen nog atlijd beeldbepalend op hun thuisgrond. Eric Leman, Eric Vanderaerden, Edwig van Hooydonck, Johan Museeuw, Peter van Petegem, Tom Boonen, Stijn Devolder. Het is maar een greep uit een groep renners die met name dankzij hun prestaties op Vlaamse wegen tot grote hoogte zijn gestegen. Wie zich toont in De Hoogmis, krijgt in Vlaanderen een heldenstatus. Of men buiten die ene zondag in april nog iets presteert, doet dan al niet meer ter zake. Het zijn zelfs niet meer alleen de Vlamingen die door de fans verafgood worden. Vraag dat maar aan Fabian Cancellara. De Zwitser is dankzij zijn jarenlange sportieve tweestrijd met Tom Boonen door heel Vlaanderen gekend én geliefd. De Ronde van 2010, eigenlijk de enige keer dat de twee vedetten het in een man-tot-man gevecht tegen elkaar opnamen, staat niet voor niets te boek als één van de meest indrukwekkende uitgaven aller tijden. “De Ronde van Vlaanderen is anders dan alle andere wedstrijden. Op die dag staat het hele land stil. Het is een andere dimensie”, verklaarde Spartacus zelf tegenover Rouleur.

Video: Cancellara versus Boonen op de Muur van Geraardsbergen

Fabian Cancellara wint de Ronde in 2010 – foto: Sirotti

Vorig jaar voegde Philippe Gilbert, die toch al geen onverdienstelijk palmares kon voorleggen, zich in het rijtje volkshelden. Nota bene in de Belgische tricolore rondde hij een Merckxiaanse solo van maar liefst 55 kilometer succesvol af. Spannend was het tot de laatste beklimming van de Oude Kwaremont. Wereldkampioen Peter Sagan worstelde zich fier naar boven, maar bleef ongelukkig met zijn stuur steken in een blauwe jas van een toeschouwer. Oliver Naesen en Greg Van Avermaet konden de val niet ontwijken en kwakten met een ferme smak op de Vlaamse kasseien. Dylan van Baarle ontsprong de dans, maar hij zag Van Avermaet en Niki Terpstra in de sprint voor plek twee nog voorbij steken.

Video: Gilbert soleert naar de zege in de Ronde van 2017

Laatste tien winnaars flag-be Ronde van Vlaanderen
2008: flag-be Stijn Devolder
2009: flag-be Stijn Devolder
2010: flag-ch Fabian Cancellara
2011: flag-be Nick Nuyens
2012: flag-be Tom Boonen
2013: flag-ch Fabian Cancellara
2014: flag-ch Fabian Cancellara
2015: flag-no Alexander Kristoff
2016: flag-sk Peter Sagan
2017: flag-be Philippe Gilbert

Parcours
De Ronde van Vlaanderen en de heuvels van de Vlaamse Ardennen zijn innig met elkaar verweven. Toch is dat niet altijd zo geweest. Pas lang nadat Van Wijnendaele de eerste editie van zijn wedstrijd op gang schoot, deden de eerste hellingen hun intrede. Eerst – in de jaren dertig – het drietal Kwaremont (niet te verwarren met de parallel lopende Oude Kwaremont), Kruisberg en Edelare, beter bekend als De Drie Dromedarissen. Ook dit waren echter relatief brede beklimmingen op doorgaande wegen. De nood om kleinere weggetjes en meer heuvels op te zoeken was er ook niet, omdat de staatswegen in die tijd al obstakels op zich waren. Ja, er zijn tijden geweest dat de kwaliteit van de Vlaamse wegen nóg slechter was! Pas na de Tweede Wereldoorlog kwam hier verandering in, verspreidde het asfalt zich razendsnel over het land en begon de organisatie het parcours ingrijpend te veranderen om te voorkomen dat hun wedstrijd te makkelijk werd.

“Beuken, nervositeit, kronkelende wegen, regen en wind, scheefgewaaide bomen, kappelekens” – Rik Vanwalleghem beschrijft de Ronde

Zo introduceerde ze in de jaren vijftig de Muur van Geraardsbergen. Een steile, stijlvolle keienweg die vanuit het oude stadscentrum van Geraardsbergen tegen de Oudenberg op kronkelt, met op de top een idyllische bedevaartskapel. Vanaf 1973, toen de aankomst werd verplaatst van Wetteren naar Meerbeke, werd de beklimming de scherprechter in de finale en groeide uit tot hét icoon van de Ronde. “Beuken, nervositeit, kronkelende wegen, regen en wind, scheefgewaaide bomen, kappelekens. Misschien zou het goed zijn de Vlaming te vragen de Ronde te associëren met vijf zelfstandige naamwoorden. Kasseien, strontweer en de Muur zullen er zeker bij zijn”, zo beschreef Rik Vanwalleghem de typische sfeer van Vlaanderens Mooiste anno 2006 treffend in zijn column in De Standaard.

Maar, het kan u niet ontgaan zijn, de Muur is sinds 2012 van het voorste toneel verdreven. Oudenaarde trok de portemonnee en werd de nieuwe finishplaats van de Ronde van Vlaanderen. Een plaatselijke ronde over de Oude Kwaremont en de Paterberg, met VIP-tenten en al, vormt sindsdien de nieuwe finale. De ziel werd uit de Ronde getrokken, luidde het algemene verdict van aangeslagen liefhebbers, waar ook de auteur van dit artikel zich bij aansloot. De eerste edities op het nieuwe parcours versterkten dat idee alleen maar, gezien het vreselijk afwachtende koersverloop. Maar eerlijk is eerlijk, de afgelopen twee jaar is bewezen dat het vroeg openbreken van de koers nog altijd kan lonen. Stiekem zijn wij met zijn allen, langzaam doch gestaag, toch een beetje vertrouwd geraakt met de huidige opzet. Al zal de sfeer nooit meer hetzelfde zijn.

De Muur, nog altijd gemist – foto: Sirotti

Afijn, terug naar 2018. Het parcours van de 102de Ronde van Vlaanderen is 267 kilometer lang en vrijwel identiek aan dat van vorig seizoen. Voor het tweede jaar op rij klinkt het startschot op het marktplein van Antwerpen. Ook al zoiets waar wij puristen maar moeilijk mee om kunnen gaan, gezien Antwerpen helemaal niet tot het oude Graafschap Vlaanderen behoorde. Van Wijnendaele zou het met lede ogen hebben aangezien, maar misschien moeten we aan zijn sterk nationalistische gedachtegoed ook niet al te veel waarde hechten.

Vanuit Antwerpen zetten de renners koers richting Vlaamse Ardennen. De eerste beklimming is de Oude Kwaremont – die de renners in de finale nog tweemaal terug zullen zien – en doemt op na zo’n 120 kilometer wedstrijd. Daarna volgen de hellingen elkaar in rap tempo op. Achtereenvolgens de Kortekeer, Edelare (puristen opgelet: voor het eerst sinds 1973 weer in het parcours!), Wolvenberg, Leberg, Berendries en Tenbosse moet het peloton binnen een afstand van dertig kilometer overwinnen, met tussendoor ook nog de kasseien van de Holleweg en Haaghoek. Met name de Berendries (1 kilometer aan 6,5%, maximaal 10%) is in deze sectie een klim die men vaak onderschat. “Aan de Berendries komt geen einde. De Berendries, dat is een smeerlap.” Was getekend, Michel Wuyts. Wie zijn wij om die woorden in twijfel te trekken?

Op zo’n honderd kilometer van de aankomst is het dan de beurt aan de mythische Muur van Geraardsbergen. Vorig jaar besloot organisator Flanders Classic tot een terugkeer van het gevallen icoon, maar dan op een iets minder prominente plek op het parcours. Toch was het reeds daar waar de Quick-Step Floors-ploeg van de latere winnaar Philippe Gilbert de koers openbrak. Alsof het zo moest zijn.

De echte finale begint pas als – met nog 55 kilometer voor de boeg – de Oude Kwaremont voor een tweede keer opdoemt. De 2,2 kilometer lange klim met stijgingspercentages tot 12%, dwars door het gehuchtje Kwaremont, is gevreesd om zijn schots en scheef liggende kasseienvloer. Slechts een paar kilometer later is het de beurt aan de Paterberg. Een gedrocht van een klim, mogen we wel zeggen. De kasseien zijn er als pure kitsch pas in 1983 neergelegd, speciaal om de Ronde van Vlaanderen aan te trekken. Zwaar, dat is-ie wel. Slechts 360 meter lang, maar met stijgingspercentages die oplopen tot boven de 20%.

De Paterberg, een gedrocht van een klim, inclusief VIP-tent – foto: Sirotti

Steil, dat is ook de Koppenberg, die op zo’n veertig kilometer van de meet op de coureurs ligt te wachten. Meermaals al is het voorgekomen dat goed getrainde profrenners het stijgingspercentage tot 22% niet fietsend konden ronden. Laat staan de deelnemers aan de toerversie van de Ronde. Dat levert soms hilarisch beeldmateriaal op.

Video: Hilarische taferelen tijdens de toerversie van de Ronde

De Koppenberg opfietsen is niet voor iedereen weggelegd – foto: Sirotti

Na het drieluik Steenbeekdries, Taaienberg en Kluisberg wordt het slotstuk wederom gevormd door de Oude Kwaremont en de Paterberg. Als de renners op de top van die laatste klim linksaf slaan en de afdaling induiken, is er nog dertien kilometer te rijden tot de aankomst in het centrum van Oudenaarde. Zolang we niet tot dat moment hoeven te wachten op spektakel, zullen we het parcours ons commentaar weer voor even besparen.

Beklimmingen Ronde van Vlaanderen
1. Oude Kwaremont (na 121 km)
2. Kortekeer (na 132 km)
3. Edelare (na 137 km)
4. Wolvenberg (na 142 km)
5. Leberg (na 151 km)
6. Berendries (na 155 km)
7. Tenbosse (na 160 km)
8. Muur-Kapelmuur (na 170 km)
9. Pottelberg (na 189 km)
10. Kanarieberg (na 195 km)
11. Oude Kwaremont (na 211 km)
12. Paterberg (na 214 km)
13. Koppenberg (na 221 km)
14. Steenbeekdries (na 226 km)
15. Taaienberg (na 229 km)
16. Kruisberg (na 240 km)
17. Oude Kwaremont (na 250 km)
18. Paterberg (na 253 km)

Favorieten
Voor de Vlaamse wielerfans zal het even wennen zijn. De 102de editie van de Ronde van Vlaanderen is de eerste ná het pensioen van hun volksheld Tom Boonen. Tommeke, drievoudig winnaar van de Hoogmis, was vorig jaar nog het blakende middelpunt van de belangstelling. Maar de kans dat hij dit jaar weer herrijst, lijkt niet zo groot. Als het aan de goedlachse Kempenaar zelf ligt, richt men nu de ogen op een Ollander: Niki Terpstra. “Terpstra is in mijn ogen de torenhoge favoriet”, zo tekende Boonen op in een column. Een gewaagde opmerking, maar wel één die hout snijdt. Van alle troonpretendenten is Terpstra de enige die dit jaar op de kasseien écht indruk wist te maken. En dat zonder te beschikken over het wapen van een sterke sprint. Na een valse start in de Omloop het Nieuwsblad won de Zaankanter op straffe wijze de semiklassieker Le Samyn, om een maand later tijdens de E3 Prijs Harelbeke ook in een WorldTour-koers een grootse solo succesvol af te ronden. Het moge duidelijk zijn: Terpstra trekt op zijn paasbest naar de Ronde. Een parcours waar hij al meermaals heeft aangetoond zijn ei kwijt te kunnen. In de afgelopen drie edities stond hij tweemaal op het podium.

Niki Terpstra maakte indruk in de E3 Prijs Harelbeke – foto: Sirotti

Binnen de ploeg van Quick-Step Floors is Terpstra niet de enige vooruitgeschoven pion. De kracht van de Belgische formatie ligt juist in het uitspelen van een breed collectief, waarin iedereen zijn kans kan en mag grijpen. Philippe Gilbert bijvoorbeeld, de afgetekende winnaar van vorig jaar. Phil wist dit voorseizoen nog niet zo te imponeren als twaalf maanden terug, maar mag – telkens achter Terpstra – toch ook podiumplaatsen in de Samyn en de E3 Prijs voorleggen. Verder zijn er ook nog Zdeněk Štybar – de Tsjechische kampioen die wellicht beter tot zijn recht komt in Parijs-Roubaix, maar ook op Vlaamse wegen altijd van voren rijdt – en Yves Lampaert – die woensdag voor de tweede maal op rij Dwars door Vlaanderen op zijn naam schreef.

Dan de Vlamingen zelf. Hoewel het knuffelgehalte hem nog iets ontbreekt, is Greg Van Avermaet de afgelopen jaren bezig zich op sportief vlak tot opvolger van Boonen te ontpoppen. Vorig jaar pakte de BMC-kopman uit met een heuse vierklapper door zowel de Omloop het Nieuwsblad, de E3 Prijs Harelbeke, Gent-Wevelgem als Parijs-Roubaix op zijn naam te schrijven. De Ronde van Vlaanderen ontbreekt vooralsnog op zijn erelijst, en dat steekt. “De Ronde blijft mijn favoriete koers. Ik ben er al verschillende keren dichtbij geweest en blijf het proberen”, zei hij eind vorig jaar tegen Het Laatste Nieuws. Met weer een jaar meer ervaring in zijn zak behoort Gouden Greg uiteraard tot de topfavorieten, maar het uitblijven van resultaten in het voorseizoen zal toch aan zijn vertrouwen knagen. Een derde plek in de E3 Prijs was wat dat betreft slechts een doekje voor het bloeden. Tegenover Het Nieuwsblad houdt Van Avermaet zich sterk: “Vorig jaar won ik weliswaar twee keer in het weekend voor de Ronde, maar de Ronde zelf won ik uiteindelijk niet.” Gaat het dit jaar andersom zijn?

Greg van Avermaet droomt van een zege in de Ronde – foto: Sirotti

Een landgenoot van Van Avermaet die zich wel prominent in beeld reed, is Tiesj Benoot. Slechts 24 jaar jong nog, maar de wijze waarop hij Strade Bianche naar zijn hand zette, deed denken aan die van een ervaren meester. Ook in de Tirreno-Adriatico reed het goudhaantje van Lotto-Soudal met de besten mee. Op Vlaamse bodem won hij nog niet, maar Benoot heeft op nog jongere leeftijd – vijfde in de Ronde van 2015 – al aangetoond dat deze koers hem meer dan goed ligt. Net als Terpstra moet hij het solo proberen, het liefst van ver. Als hij wacht op de sprint, is hij het haasje.

Tiesj Benoot, een Flandrien zoals Van Wijnendaele ze graag zag – foto: LaPresse

Datzelfde manco is van toepassing op de andere Belgische favorieten: Sep Vanmarcke, Oliver Naesen en Wout van Aert. Eerstgenoemde – de vooruitgeschoven pion bij de roze brigade van EF Education First-Drapac – doet al jaren een gooi naar die ene grote klassieke zege die zijn carrière in één klap van kleur zou voorzien. Tevergeefs, want voorlopig bijft de Omloop het Nieuwsblad van 2012 zijn enige overwinning van formaat. Pech, tactische fouten en gebrek aan snelheid zitten Sterke Sep telkens weer dwars. De goede vorm lijkt hij dit jaar in ieder geval wel te hebben. Gaat het dubbeltje dan eindelijk eens de goede kant opvallen?

Kan Sep Vanmarcke eindelijk eens het hoogste treetje bestijgen? – foto: Sirotti

Naesen is relatief nieuw op het toneel en voelt allicht minder druk op zijn schouders. Binnen de Franse AG2R La Mondiale-ploeg kan de praatgrage Belgisch kampioen zijn eigen gang gaan. Dat leverde hem met name vorig voorjaar al leuke ereplaatsen op. Vlaanderen winnen in de tricolore is een droom die misschien nog iets te hoog gegrepen is, zeker gezien zijn valpartij in Dwars Door Vlaanderen. In het ziekenhuis bleef de diagnose bij een opgezwollen linkerknie. Desondanks moet de concurrentie rekening houden met Naesen, ook wanneer hij zich in de koers wegsteekt achter zijn kwetsuur.

Van Aert is vooralsnog dé revelatie van dit voorseizoen. Twijfels of de drievoudig wereldkampioen veldrijden wel rijp genoeg was voor de klassiekers op de weg, werden meteen de kop ingedrukt met een derde plaats in de loodzware Strade Bianche. Ook het voorin meekoersen in Gent-Wevelgem – Van Aerts eerste klassieker van meer dan 250 kilometer – droeg daaraan bij. Te verliezen heeft hij dit jaar al niets meer. Te winnen, des te meer. “Het zou mij niks verbazen mocht hij er op de Paterberg een ei op geven”, aldus oud-winnaar Eddy Planckaert. Daar sluiten wij van WielerFlits ons volmondig bij aan.

Wout van Aert, de revelatie van het voorjaar (foto: Sirotti)

Een hoop namen zijn al de revue gepasseerd, maar nog niet die van Peter Sagan (BORA-hansgrohe). Hoog tijd om de wereldkampioen aan te halen. Net als zijn grote concurrent Van Avermaet laat Peter de Grote ons wielervolgers nog enigszins in het ongewisse over de staat van zijn vorm. In de eerste grote afspraken – Strade Bianche, Milaan-San Remo en de E3 Prijs – oogde Sagan in ieder geval vrij flets. Wel wist hij afgelopen zondag – weliswaar zonder groots machtsvertoon onderweg – voor de derde maal naar de zege te sprinten in Gent-Wevelgem. Zelf lijkt hij zich in ieder geval geen zorgen te maken (“Ik geef niets om overwinningen, de show is belangrijker”) en ook de kenners van het Belgische Sporza zijn unaniem in hun oordeel: “Hij overtuigt nog niet, maar het is en blijft Sagan.”

Peter Sagan won afgelopen zondag ‘gewoon’ Gent-Wevelgem – foto: Sirotti

De bovengenoemde groep vedetten krijgt er zondag een geduchte concurrent bij. De Poolse ex-wereldkampioen Michał Kwiatkowski keert namelijk terug naar Vlaamse bodem. Kwiato staat te boek als een echte alleskunner. En hoewel hij in de Ronde zelf nog nooit in de voorste gelederen reed, won hij twee jaar terug al wel de E3 Prijs in Harelbeke. Sindsdien keerde hij niet meer terug op de kasseien, maar breidde zijn erelijst uit met onder meer Milaan-San Remo, de Strade Bianche en de Clásica San Sebastián. In de voorbereiding toonde hij dit jaar bloedvorm met eindoverwinningen in de Ronde van de Algarve en Tirreno-Adriatico. De Vlaamse heuvels deed hij echter nog niet aan. Het is de vraag in hoeverre dat komende zondag een nadeel gaat zijn. Bij zijn Britse werkgever Sky hebben ze in ieder geval nog één en ander achter de hand. De veelbesproken Italiaan Gianni Moscon bijvoorbeeld, maar ook de Nederlander Dylan van Baarle, die de afgelopen twee jaar naar respectievelijk een knappe zesde en vierde plaats reed.

Een andere in het oog springende naam is zonder meer die van Vincenzo Nibali. De viervoudig grote ronde-winnaar zal voor het eerst deelnemen aan de Ronde van Vlaanderen. In principe om zich optimaal voor te bereiden op de kasseienrit in de komende Tour de France, maar volgens zijn ploegleider Rik Verbrugghe zou De Haai van de straat van Messina zomaar eens mee kunnen doen om te knikkers. “In de Ronde komen de sterkste renners bovendrijven. Met een renner als Nibali moet je altijd oppassen. Ze mogen hem zeker niet laten rijden in de finale”, aldus Verbrugghe tegen Sporza. Dat bleek wel in de afgelopen Milaan-San Remo. In een koers waar voor een klimmer als Nibali normaal gesproken niet veel te halen valt, soleerde hij op indrukwekkende wijze naar alweer zijn derde monumentale klassieke zege. Mits hij enigszins chocola kan maken van het voor hem onbekende parcours, zou het ons niet verbazen als we hem op de voorposten zien verschijnen.

Nibali debuteert in Vlaanderen (Foto: LaPress – Marco Alpozzi)

Op papier is het kopmanschap bij Nibali’s Bahrain Merida weggelegd voor Sonny Colbrelli. De rappe Italiaan kwakkelt echter al enige tijd met zijn gezondheid en beschikt ogenschijnlijk niet over de benodigde vorm. Sowieso is het voor zijn type renner – sprinters die redelijk een heuvel op kunnen rijden – lastig om in de Ronde van Vlaanderen succes te boeken. In onder meer Gent-Wevelgem en Dwars Door Vlaanderen behoren ze steevast tot de grote favorieten; maar de Ronde, dat is nog een ander paar mouwen. Enkel Alexander Kristoff – dit jaar de kopman van UAE Emirates – wist zichzelf in 2015 op te werpen als uitzondering op die regel. Maar de supervorm die hij destijds voor de dag kon leggen, is later nooit meer teruggekeerd. Ook voor Frans kampioen en Groupama-FDJ-vlaggendrager Arnaud Demare – de nummer drie van zowel San Remo als Gent-Wevelgem – en de geplaagde Duitser John Degenkolb – die het kopmanschap bij Trek-Segafredo aan zijn Belgische kompaan Jasper Stuyven zal moeten laten – lijkt het winnen van Vlaanderens Mooiste een brug te ver. De Italiaan Matteo Trentin (Mitchelton-Scott) en het eeuwige Noorse talent Edvald Boasson Hagen (Dimension Data) – woensdag ineens weer op de voorposten in Dwars door Vlaanderen – zijn op het eerste gezicht iets beter gebouwd voor dit werk en moeten in staat zijn lang mee te gaan. Maar winnen? Als Pasen en Pinksteren op één dag vallen, wellicht.

Favorieten volgens WielerFlits.nl
**** Niki Terpstra
*** Peter Sagan & Greg Van Avermaet
** Tiesj Benoot, Philippe Gilbert & Michał Kwiatkowski
* Wout van Aert, Yves Lampaert, Oliver Naesen & Sep Vanmarcke

Links
Officiële website
Deelnemerslijst

Weer & TV
Op de officiële website van de Ronde van Vlaanderen houden ze de weersvoorspelling nauwlettend in de gaten. Vooralsnog gaat men uit van het weertype ‘bewolkt en zonnig’ – voornamelijk droog met af en toe een kleine lokale bui. Maxima rond de 9 graden Celsius en een noordoostenwind van zo’n 3 Beaufort. Een typische gure voorjaarsdag, maar geen apocalyptische omstandigheden.

De Ronde van Vlaanderen 2018 is zondagmiddag vanaf 15.00 uur te zien op NPO 1, NOS.nl en in de NOS-app.

Dit artikel delen:

11 Reacties

Wielervolger 4 april 2020 om 11:28

Ik had liever een editie gezien van langer geleden

Fast Freddy 4 april 2020 om 11:53

Dan kun je volgens mij op Sporza terecht

Wielervolger 4 april 2020 om 12:40

Daar zenden ze die van 2017 uit. Dat is niet zo veel langer geleden :p

Dolfy 4 april 2020 om 13:05

En de voorbeschouwing op die 2017-editie staat dan weer op .be-site… :-)

jsprunk 4 april 2020 om 11:50

Benieuwd of Mads Pedersen nog kan verrassen!

Kosmonaut 4 april 2020 om 14:41

Geen woord over Valgren? Toch de Omloop gewonnen, zie ik hier ook wel een mooie klassering rijden.

Romāns Vainšteins 4 april 2020 om 18:18

Dit houen we niet vol joh

Dat gezegd hebbende : Als je slim bent pak je Paris Roubaix 2016 en LBL 2012

Franco Ballerini 4 april 2020 om 18:59

PR van 95 of 98 ook goed, maar RvV van 2017 was niet te versmaden.

Martino87 4 april 2020 om 19:23

Ik zou het veel leuker vinden om de ‘oude’ reacties te lezen op de voorbeschouwing. Hetzelfde geldt voor het volgtopic.

Wheely 5 april 2020 om 10:28

https://www.wielerflits.nl/nieuws/voorbeschouwing-ronde-van-vlaanderen-2018/

Leuke enthousiaste eerste reactie daar trouwens. ;)

Martino87 5 april 2020 om 11:41

Dank je Wheely! De vierde reactie is ook mooi! :D

Headlines

Materiaalzone

Populair