Vuelta a España 2019 – Etappe 11 van Saint-Palais naar Undax-Dantxarinea (169km)

donderdag 20 december 2018 om 12:42

Het is en blijft de Vuelta a España en dus koersen we niet al te lang in Frankrijk. Na een etappe van 180 kilometer finishen de renners in de regio Navarra, dichtbij de Franse en Baskische grens, in het dorpje Urdax, gelegen in de lage delen van de Pyreneeën. De organisatie laat de echte Pyreneeëncols links liggen, maar het parcours is toch lastig met één beklimming van tweede én twee hellingen van derde categorie.

Maar vooraleer we Spanje (opnieuw) induiken, koerst het peloton nog een tijdje over Frans grondgebied. De renners verzamelen zich in Saint-Palais, gelegen in het departement Pyrénées-Atlantiques, om het startblad te tekenen en op de eerste rijen plaats te nemen. Over Saint-Palais valt wel iets te vertellen. Er wonen zo’n 1700 mensen in het oude stadje, op goed veertig kilometer van de Spaanse grens.

Als het startschot heeft geklonken koersen de renners in zuidoostelijke richting, voor een blitzbezoek aan plaatsjes als Lohitzun-Oyhercq (ja, we zijn echt nog in Frankrijk), Chéraute en Barcus. Na een passage door Lanne-en-Barétous (na 41,5 kilometer) trekt het hele circus plots naar het westen, op weg naar de eerste klim van naam en faam: de Col d’Osquich (4,9 km aan 6,1%) van derde categorie.

Eenmaal op de top van de Osquich is het nog behoorlijk ver tot de finish. Wat heet: de renners moeten nog ruim honderd kilometer doortrappen om in finishplaats Urdax te komen. Dat gaat deels over geaccidenteerd terrein, over Franse en Spaanse asfaltwegen, over de Col d’Ispéguy (7,2 km aan 7,1%) en de Col de Otxondo (7,6 km aan 4,7%). Na een (voor Spaanse begrippen) vlak intermezzo van ruim dertig kilometer beginnen we aan de Col d’Ispéguy.

Aan groen geen gebrek in deze regio! – foto: Cor Vos

Deze beklimming staat ook wel bekend als de Izpegipas, gezien de ligging op de grens tussen Frankrijk en Spanje. De pas verbindt de vallei van de Baigorri in het oosten met die van de Baztan in het westen, maar veel auto’s zul je er niet aantreffen, aangezien het verkeer vooral gebruik maakt van nabijgelegen passen. Een perfecte klim om een peloton over te sturen, moet koersdirecteur Javier Guillén hebben gedacht!

De Col d’Ispéguy is vrij lastig gezien de lengte (meer dan zeven kilometer) en de steiltegraad (meer dan zeven procent), maar de top ligt wel op 56,8 kilometer van de finish. Wellicht moeten we wachten op de Col de Otxondo voor het echte spektakel, al ligt de derde en laatste helling ook nog behoorlijk ver van de aankomst. De Otxondo is bovendien niet al te steil (net geen 5%), zeker niet voor renners die actief zijn in de Vuelta.

Valerio Conti won drie jaar geleden in Urdax – foto: Cor Vos

Op de top van de Otxondo is het nog 37,2 kilometer naar Urdax, eenmaal beneden in Dantxarinea is het nog 28 kilometer tot de finishstreep. Al is de daadwerkelijk afstand naar Urdazubi (zoals de Basken het plaatsje Urdax noemen) een stuk kleiner, aangezien Dantxarinea een buurt is in de gemeente Urdax. De organisatie kiest echter voor een ommetje ten noorden van de finishplaats, door Sare en Zugarramurdi, deels over Frans grondgebied.

De laatste tien kilometer voeren echter weer over Spaanse wegen. Op acht kilometer van de meet gaat het nog even bergop, richting de tussensprint, maar de laatste kilometers zijn zo goed als vlak. Het is niet voor het eerst dat de Ronde van Spanje finisht in Urdax. Sterker nog, drie jaar geleden wist Valerio Conti hier een solo af te ronden, al was dat wel na een andere finale. En laat de Italiaan ook dit jaar van de partij zijn…

Start: 12.51 uur in Saint-Palais 
Finish: 17.21-17.51 uur in Urdax 

Dit artikel delen: