Giro d’Italia 2020 – Etappe 9 van San Salvo naar Roccaraso (Aremogna) (208km)

donderdag 24 september 2020 om 11:04

Op de negende dag gaat de Giro d’Italia verder in de Abruzzese kustplaats San Salvo, dicht bij de grens met Molise. Het kleine, charmante plaatsje staat bekend om zijn schitterende zandstranden. Een keer eerder, in 2013, streek de Giro hier neer voor een etappestart. Op die dag kwam Adam Hansen na 177 kilometer in een kletsnat Pescara zegevierend over de streep nadat hij uit de lange ontsnapping was weggereden.

In de eerste dertig kilometer volgt de route de Adriatische oostkust, maar gaat dan verder in het binnenland van de Abruzzen en wordt de weg meer golvend. Na 75,6 kilometer bereikt de koers Guardiagrele, waar de tussensprint voor de puntentrui is gepland. De eerste acht renners krijgen punten, maar bonificaties zijn daar niet te verdienen. Daarna krijgt het peloton in de Apennijnen drie zware beklimmingen voor de wielen geschoven.

Eerst ligt de Passo Lanciano (12,7 km aan 4,5%, max. 11%) op de route, die vanaf de oostkant wordt beklommen. Na 100,4 kilometer wordt de top op 1310 meter hoogte bereikt. Het is het trainingsgebied van onder meer Giulio Ciccone, die hier uit de regio komt. Na de afdaling is er gelegenheid om wat te eten, maar daarna gaat de weg al snel weer omhoog naar de tweede klim van de dag.

Na 154,7 kilometer arriveert de koers op de top van de Passo San Leonardo (13,8 km aan 4,5%, max. 11%), die vanuit het noorden wordt aangevlogen. Volgens het routeboek is deze klim 13,8 kilometer, maar gerekend vanaf de passage van Scafa begint de weg al omhoog te lopen en is de afstand eigenlijk twee keer zo lang. Aansluitend ligt de Bosco di Sant’Antonio (9,9 km aan 5,0%, max. 10%) op de route, met de top na 181,4 kilometer.

De coureurs hebben al veel klimkilometers in de benen als ze aankomen bij de tussensprint in het skiresort Rivisondoli na 194 kilometer, voor drie, twee en een bonificatieseconde. Daaropvolgend begint het sluitstuk van de dag, de slotklim vanuit wintersportgebied Roccaraso naar Aremogna (9,6 km aan 5,7%, max. 12%). De klim is in het eerste deel te overzien en gaat daarna even vals plat naar beneden. De laatste 2,5 kilometer stijgt aan 7,2 procent met een piek tot 12 procent.

Skistation Aremogna was ook in 2016 het decor van de Giro. Na zes dagen had Tom Dumoulin de roze trui om de schouders en ging in Ponte de eerste bergetappe van start. De koers draaide uit op een zegetocht voor Tim Wellens, die op ruim zeventig kilometer van het einde ten aanval trok en op de slotklim zijn medevluchters loste. Ook Dumoulin deed goede zaken; de Nederlander viel zelf eveneens aan en vergrootte zo zijn voorsprong in het klassement.

Dit artikel delen: