Giro d’Italia 2020 – Etappe 17 Bassano del Grappa naar Madonna di Campiglio (203km)

woensdag 23 september 2020 om 11:22

Zwaar, zwaarder, zwaarst. Dat is het credo in een derde week van een grote ronde, maar de Giro d’Italia lijkt er dit jaar nog een schepje bovenop te doen. Ook de zeventiende etappe speelt zich weer af in de bergen, nu krijgen de renners een klassieke bergrit door de Dolomieten voorgeschoteld. In Bassano del Grappa, een stad in het hartje van de regio Veneto, zal de vlag worden gezwaaid voor de start van etappe zeventien van deze Giro.

Bassano del Grappa ligt aan voet van de Monte Grappa, maar dit jaar laat de Ronde van Italië de berg links liggen. In 2017 was deze ruim twintig kilometer lange beklimming nog een obstakel in de voorlaatste etappe naar Asagio, gewonnen door Thibaut Pinot. Dit jaar gaat het via Marostica, Breganze en Zugliano naar de voet van de Forcella Valbona. Dit is een echte loper – 22 kilometer klimmen aan 6,6% gemiddeld – en dus een ideale klim om de benen wat los te rijden.

De renners dalen vervolgens de Passo Coe (ook niet onbekend in de Giro, Cadel Evans kende er in 2002 zijn Waterloo als rozetruidrager) af richting Calliano en Aldeno, waar de weg weer begint te stijgen richting de top van de Monte Bondone. De Bondone is twintig kilometer lang, stijgt gemiddeld aan 6,8% maar kent ook pieken tot 15%. In 1956 won Charly Gaul een memorabele etappe met aankomst op de Monte Bondone, precies vijftig jaar later zegevierde een indrukwekkende Ivan Basso op de top van deze klim.

Ivan Basso, vincitore op de Monte Bondone – foto: Cor Vos

Een interessant gegeven is dat de renners ditmaal de Monte Bondone beklimmen vanuit een andere en nog niet eerder gedane kant. Als de renners de top bereiken op 1.572 meter hoogte, moeten ze nog bijna negentig kilometer afzien om de streep in Madonna di Campiglio te bereiken. Na een lange afdaling en een lastige tussentrook naar Ponte Arche is het weer klimmen geblazen met de Passo Durone (10,4 km aan 6%).

De Passo Durone is wellicht een ideale springplank voor de renners die al wat verder staan in het klassement, maar nog altijd de ambitie hebben om het podium te halen of zelfs de Giro te winnen. De top ligt namelijk op een kleine veertig kilometer van de finish, in de wetenschap dat de slotklim naar Madonna di Campiglio niet al te zwaar is. Een probleem is echter wel dat eventuele aanvallers na de afdaling van de Durone nog behoorlijk lang stand moeten houden tot de voet van de slotklim.

Eenmaal de eerste renners de afdaling van de Durone tot een goed einde hebben gebracht, beginnen ze aan een tussenfase van goed zestien kilometer. De weg loopt lichtjes omhoog richting de voet van de slotklim, maar wie hier in zijn eentje besluit om door te rijden pleegt wellicht sportieve Harakiri. Met nog 12,5 kilometer te gaan beginnen de coureurs dan eindelijk aan de slotklim naar het toeristisch ingerichte Madonna di Campiglio.

Mikel Landa – foto: Cor Vos

De klim is eigenlijk een klassieke loper met een gemiddeld stijgingspercentage van ongeveer 6%. Wie wil uithalen op deze slotklim, zal vrijwel meteen moeten aanvallen om überhaupt verschillen te creëren. De eerste tien kilometer lopen omhoog aan 6,4%, met helemaal aan het einde een piek van 9%. De laatste twee kilometer vlakken dan weer af naar 2%. Wie treedt er in de voetsporen van Marco Pantani en Mikel Landa, renners die al eens zegevieren op Madonna di Campiglio?

In Madonna di Campglio kun je in de winter overigens heerlijk skiën, in de zomer is het bovendien een mountainbikeparadijs. De renners willen woensdag vooral zo snel mogelijk binnenkomen, want er volgen nog enkele loodzware etappes.

Dit artikel delen: