Giro d’Italia 2020 – Etappe 16 van Udine naar San Daniele del Friulli (229km)

donderdag 24 september 2020 om 11:19

In de zestiende etappe van de Giro d’Italia (van Udine naar San Daniele del Friuli) trekken de renners niet één keer over een berg van eerste categorie. De finish ligt ook niet op een col en boven de 1.000 meter komt men al helemaal niet. Toch is het volgens organisator RCS Sport een echte ‘viersterrenetappe.’ Waarom? Eenmaal aan de finish hebben de renners 229 kilometer afgelegd, meteen ook de op één na langste etappe van deze Giro.

Voor de langste rit moeten we overigens nog een paar dagen wachten, als de renners in de negentiende etappe 253 kilometer afwerken richting Asti. Nog belangrijker is echter dat het peloton op weg naar San Daniele del Friuli heel wat vervelende kuitenbijters moet overwinnen. De eerste volgt al vrij snel na de start in Udine, een normaal zo bruisend stadje in de autonome regio Friuli-Venezia Giulia.

In Udine, omgeven door bergen en niet al te ver van de Adriatische Zee, is het goed toeven. Al heeft de coronacrisis ook hier het dagelijkse leven wel een beetje platgelegd. Normaal kunnen toeristen zich vergapen aan het werk van de hier groot geworden kunstschilder Giambattista Tiepolo, studenten zich bezatten in de vele barretjes en voetballiefhebbers in het Stadio Friuli thuiswedstrijden bezoeken van Serie A-club Udinese.

Udine is ook de plek waar Matteo Fabbro, in deze Giro een belangrijke knecht voor schaduwfavoriet Rafal Majka, werd geboren. De Giro bevindt zich niet ver van de Sloveense grens, maar blijft in Italië en koerst wat meer naar het noordwesten. Na goed twintig kilometer koers is het tijd voor de eerste klim van de dag. De Madonnina del Domm (10,8 km aan 7,1%) is meteen ook de langste beklimming van de dag.

Voor sterke vluchters lijkt de Madonnina del Domm een ideaal moment om weg te rijden. De renners dalen vervolgens af naar het zeer fraaie Cividale del Friuli, waar ze na goed tachtig kilometer in het zadel nog eens passeren. Daartussen gaat het nog omhoog naar het dak van de Monte Spig, met zijn top op 612 meter hoogte. Eenmaal boven moeten de coureurs nog meer dan 150 kilometer afleggen naar de finish in San Daniele del Friuli.

De derde klim van de dag, de Monteaperta, volgt na een tweede passage door Cividale del Friuli en een blitzbezoek door enkele typische Italiaanse dorpjes. Nu gaat het snel, want na een relatief vlakke aanloop beginnen we in het gehucht Muris aan de belangrijkste scherprechter van de dag: de Monte di Ragogna. Dit is een beklimming van 2,8 kilometer aan 10,4% die we nog twee keer zullen tegenkomen op weg naar de finish.

Het lijkt een ideale etappe voor Diego Ulissi – foto: Cor Vos

Dat laatste is ook niet zo gek, aangezien de zestiende etappe finisht na twee lokale ronden van goed 27 kilometer, met halverwege telkens die pittige Monte di Ragogna. Op deze beklimming zal het kaf van het koren worden gescheiden, zeker als het wegdek piekt aan 16%. Na de laatste passage van de Monte di Ragogna is het nog dertien kilometer tot de finish, maar in de Giro zit het venijn bijna altijd in de staart.

Met nog drie kilometer te gaan bereiken de renners het centrum van het overigens zeer bescheiden San Daniele del Friuli en vanaf dat moment begint de weg nog maar eens vervelend omhoog te lopen. Eerst een paar honderd meter aan maximaal 8% en net voor het ingaan van de laatste kilometer draaien de renners de Via Sottomonte op. Dit is een muurtje van zo’n 400 meter met een piek van maar liefst 20%.

Na een ultieme krachtsinspanning om zo goed mogelijk boven te komen, volgt er een korte duik naar beneden om vervolgens te eindigen met een laatste machtssprint naar de finish. De laatste tweehonderd meter gaan namelijk weer omhoog aan maximaal 10%. Spektakel gegarandeerd!

Dit artikel delen: