Giro d’Italia 2020 – Etappe 14 van Conegliano naar Valdobbiadene (34,1km)

donderdag 24 september 2020 om 11:12

Het lijkt al een hele poos geleden dat wereldkampioen Filippo Ganna in Palermo de snelste tijd op de klokken zette met een duizelingwekkende vaart van 58,8 per uur. Op het vijftien kilometer lange parcours met een venijnig klimmetje aan het begin bleef hij João Almeida en de drievoudige U23-wereldkampioen Mikkel Bjerg 22 seconden voor. Op de vijftiende dag van de Giro d’Italia staat de tweede individuele tijdrit op de planning.

Die wordt verreden in de regio Veneto, in de heuvels van de Proseccostreek tussen Conegliano en Valdobbiadene. De etappe is dan ook bestempeld tot de Prosecco Superiore Wine Stage, naar de wijn die wordt gemaakt van de druiven uit deze streek. De parcoursbouwer heeft zijn best gedaan om een geaccidenteerde en dus veeleisende tijdrit uit te tekenen. Wie doet de beste zaken na de langste tijdrit van deze Giro?

Gestart wordt in Conegliano, waar de Ronde van Italië al vaker te gast was. In 1977 won Pierino Gavazzi hier een rit, 25 jaar later boekte Mario Cipollini in zijn opvallende Acqua e Sapone-tenue zijn vierde overwinning in de Giro van 2002 en in 2011 vertrok hiervandaan de bergrit naar Val di Fassa. Die werd indertijd gewonnen door Igor Anton, terwijl Alberto Contador het roze met verve verdedigde in de bergen.

Vervolgens krijgen de renners tussen de wijngaarden een veeleisend parcours van 34,1 kilometer voor de wielen geschoven. De eerste zes kilometer zijn nog vlak, maar dan wordt begonnen aan de eerste klim. De Muro di Cà del Poggio (1,1 km aan 12,3%, max. 19%) wordt zonder twijfel in de benen gevoeld. Het bordje aan de voet geeft een hellingsgraad van vijftien procent aan, maar volgens het routeboek lopen sommige stukken op tot zelfs negentien procent!

Deze muur bij San Pietro di Feletto maakt overigens sinds 2017 deel uit van een driestedenband met de Muur van Geraardsbergen en de klim van Mûr-de-Bretagne om gezamenlijke acties te promoten. Eenmaal boven op de top na 7,4 kilometer worden de eerste tussentijden vastgesteld. Voor de drie renners die het snelst de klim omhoog rijden liggen overigens bergpunten klaar. Als de klim achter de rug is, blijft de route op en neer gaan.

Via Refrontolo leidt het parcours daarna naar Pieve di Soligo, waar na 17,1 kilometer de tweede tijdmeting wordt gedaan. Op de route liggen vervolgens Soligo en Farra di Soligo op de route. Die tweede plaats heeft een verleden in het veldrijden, want in de winter van 1968 versloeg Renato Longo hier namelijk Rolf Wolfshol en wereldkampioen Erik De Vlaeminck in de eindsprint. In Col San Martin, na 25,1 kilometer, wordt dan de derde tijdmeting opgenomen.

Na dit meetpunt klimmen de renners naar het hoogste punt van deze chronoproef, bij San Pietro di Barbozza. Daarna volgt een snelle, verraderlijke afdaling tot vierhonderd meter van de streep. Met nog 750 meter te gaan maakt de route een scherpe bocht naar links en gaat vervolgens naar rechts in de laatste vijfhonderd meter. Dan volgt nog een haakse bocht, waarna aan de laatste rechte lijn wordt begonnen. Die loopt nog listig omhoog, aan 5,5 procent.

Aankomstplaats Valdobbiadene ontving vaker de Ronde van Italië, zoals in 2009. In een hectische finale was Alessandro Petacchi verreweg de beste in de massasprint. En in 2015 werd hier al eens een individuele tijdrit gehouden, die met 59,2 kilometer overigens een stukje langer was dan nu. In grillige weersomstandigheden was Vasil Kiryienka twaalf tellen sneller dan Luis León Sánchez. De nummer drie was Alberto Contador, die daarmee goede zaken deed voor het klassement.

Vasil Kiryienka was in 2015 de beste tijdrijder – foto: Cor Vos

Dit artikel delen: