Giro d’italia 2020 – Etappe 13 van Cervia naar Monselice (192km)

woensdag 23 september 2020 om 11:08

Dagenlang volgde de Giro de Adriatische kustlijn, maar vrijdag draait de koers af van de zee als van stad aan zee Cervia in Emilia-Romagna over de Povlakte naar Monselice gereden wordt. De stad in de regio Veneto geldt voor vakantieliefhebbers als de ideale uitvalsbasis voor een bezoek aan Venetië en Padua, maar was nog nooit etappeplaats in de Ronde van Italië. De sprinters zien hier weer een kans om te strijden voor de overwinning.

De etappe begint op het Piazza Garibaldi in badplaats Cervia, waarna tijdens de neutralisatie voor het laatst de Adriatische Zee te zien is. Twee keer eerder ging een Giro-rit hier van start. In 1955 begon hier een tijdrit over 50 kilometer, waarin Pasquale Fornara Coppi en Magni vooraf ging. Na dertig jaar was Cervia vertrekplaats voor een rit naar Jesi, waar Orlando Maini de slimste was van een kopgroep met zes man.

Daarna gaat de route landinwaarts via de Povlakte richting de Italiaanse Alpen, waarbij de eerste 150 kilometer biljartvlak blijft. Onderweg passeren de renners Ravenna, wereldwijd beroemd om haar mozaïeken, en het elegante Ferrara, waarna bij Polesella de Po-rivier wordt overgestoken en de regio Veneto wordt binnengereden. Op dat moment hebben de renners 105,5 kilometer in de benen. Na 118,5 kilometer ligt in Rovigo de tussensprint voor de puntentrui.

Als het peloton 143,2 kilometer onderweg is, wordt voor het eerst finishplaats Monselice bereikt. Dan volgt echter nog van een gepeperde plaatselijke ronde van 48,8 kilometer, die het sluitstuk vormt van deze dertiende rit. In Galzignano Terme is vervolgens de tussensprint getrokken voor drie, twee en een bonificatieseconde. Aansluitend wordt de eerste van twee pittige kuitenbijters aangesneden.

Deze klim naar Roccolo (4,1 km aan 8,3%, max. 20%) bestaat uit drie trappen. Eerst de Muro di Vallorto met een maximale helling van twintig procent, dan de Castelnuovo en tot slot de èchte Roccolo met maxima tot zeventien procent. De wegen zijn vrij smal, maar voorzien van goede asfaltstroken. Daarna wordt afgedaald naar het plaatsje Cinto Euganeo en leidt de route naar de laatste hindernis van de dag.

Vanuit Rivadolmo wordt de Muro di Calaone (2,1 km aan 9,5%, max. 18%) omhoog gereden. Na de top is het nog 15,9 kilometer naar de aankomst in Monselice. De twee bergjes nodigen uit tot aanvallen, maar zijn ze zwaar genoeg om de sprinters uit evenwicht te brengen? Snelle mannen met klimmersbenen als Peter Sagan moeten hier normaal gesproken overleven. De klassementsrenners houden allicht hun kruit droog voor de tijdrit naar Valdobbiadene.

Dit artikel delen: