Giro d’Italia 2020 – Etappe 10 van Lanciano naar Tortoreto Lido (177km)

woensdag 23 september 2020 om 10:48

Het peloton heeft kunnen genieten van een welverdiende rustdag als in de tiende etappe wordt gestart in het Abruzzese Lanciano.In deze bedrijvige, welvarende stad tussen de Adriatische Zee en het bergmassief van de Majella kwam Jeroen Blijlevens in 1999 zegevierend over de streep, nadat hij in de eindsprint Romāns Vainšteins en Fabrizio Guidi had verslagen. Het was het tweede dagsucces voor de sprinter, nadat hij vier dagen eerder ook al de beste was in Messina.

Beginnend in Lanciano zoekt de koers eerst de kustlijn weer op, die wordt gevolgd tot badplaats Francavilla al Mare. Vervolgens trekt de route landinwaarts richting studentenstad Chieti, die op een heuvel is opgetrokken. Op de klim daarnaartoe, de Muro del Tricalle (1,8 km aan 7,8%, max. 19%), zijn de eerste bergpunten te verdienen. Het maximale stijgingspercentage van 19 procent is zeker geen zeldzaamheid deze dag, zo zal later op het etappeprofiel blijken.

Na het uitstapje naar Chieti keert de koers terug naar de kust tot aan Giulianova, waar na 110,1 kilometer de tussensprint voor het puntenklassement is gepland. De eerste acht krijgen punten, maar bonificaties zijn er niet te verdienen. Op een steenworp afstand van deze kustplaats, een populair zomerverblijf voor mensen uit grote steden als Rome en Milaan, ligt Tortoreto en daar wordt de pittige finale met een opeenvolging van korte, venijnige klimmetjes afgewerkt.

Vanuit het plaatsje Salino gaat de route voor de eerste keer omhoog naar Tortoreto Alto (2,9 km aan 7,3%, max. 18%), waar het wegdek tot tweemaal toe oploopt tot 18 procent. Daarna wordt afgedaald naar Tortoreto Lido aan de kust en wordt doorgereden naar Colonnella (3,1 km aan 9,2%, max. 18%) voor de tweede muur in amper achttien kilometer. Deze wat langere klim, met opnieuw een uitschieter tot 18 procent, gaat ook in de kuiten zitten van het peloton.

Dan zijn na 144 kilometer, bij Controguerra, drie, twee en een bonificatieseconde te verdienen aan de tussensprint. De bonificaties zijn niet zomaar te verdienen, want eerst moet nog een muur van negenhonderd meter aan 9,7 procent worden bedwongen met een maximale stijging van liefst 24 procent! Eigenlijk zouden de renners die hier als eerste de tussensprint doorkruisen een dubbele beloning moeten krijgen.

De route is dan al teruggedraaid naar Tortoreto. Bij Colle Luna moeten de coureurs een bult over en beklimmen daarna Tortoreto Alto nog eens via twee verschillende kanten; de eerste helling loopt op tot maximaal 20 procent, de tweede gaat over 1,9 kilometer aan gemiddeld 7,2 procent met een uitschieter tot 18 procent. De heuvel wordt dan vanaf dezelfde kant omhoog gereden als eerder in de etappe. Vanaf de top is het dan nog elf kilometer naar de streep.

Na de afdaling vlakt het wegdek af tot waterpas in de laatste zeven kilometer. In de slotfase is het nog oppassen voor twee scherpe bochten; eerst op vijf kilometer van de aankomst, daarna op 3,5 kilometer. Ook wordt nog een rotonde voor de wielen geschoven met nog 1700 meter te gaan. Na 177 verraderlijke kilometers ligt op de Lungomare Sirena van Tortoreto Lido de finish. We houden er rekening mee dat een sterke sprinter of een aanvaller hier de dagzege pakt.

Ook in 1995 lag de finish in Tortoreto Lido. Die dag reed het peloton een rit van 182 kilometer, die begon in Recanati. Al na zes kilometer ontsnapte een groep met tien man met ook Erik Breukink. Op vijftien kilometer van de streep, op de klim van Tortoreto Alto, barstte de kopgroep. Vier mannen gingen uiteindelijk sprinten om de zege, waarbij Filippo Casagrande, het broertje van Francesco, Rolf Sörensen verraste. Breukink legde daarachter beslag op de derde plaats.

Dit artikel delen: