Weekendinterview: Kenny Dehaes

Door Niels Bastiaens, zondag 16 augustus 2015 om 08:00

Foto: Sirotti

De snelle benen van Kenny Dehaes zijn dit seizoen nog amper op de voorgrond verschenen. Boosdoener is een aaneenschakeling van valpartijen en blessures in het voorjaar, maar de 30-jarige Belg – die einde contract is bij Lotto Soudal – gelooft dat het tij is gekeerd. Afgelopen week kwam er een eerste positief signaal, toen Dehaes zich in het Oost-Vlaamse Heusden tot de officieuze wereldkampioen der kermiskoersen wist te kronen. Vandaag is hij het gezicht van het WielerFlits Weekendinterview.

Vallen en weer opstaan
Het is de nachtmerrie van elke coureur: al in je allereerste koers van het seizoen tegen de vlakte gaan en vervolgens maandenlang moeten revalideren. Dehaes moest het eind januari tijdens de vijfde rit van de Tour Down Under aan den lijve ondervinden. In volle eindsprint kwam hij zwaar in aanraking met het Australisch asfalt en de Vlaams-Brabander kon zijn ambities voor de eerstvolgende maanden al opbergen. “Ik denk dat ik nog nooit tegen zo’n hoge snelheid gevallen ben en ik hoop dat ik zoiets nooit meer moet meemaken”, vertelt de snelle man van Lotto Soudal. “Tijdens de sprint zat de wind vol in de rug en de weg liep een beetje bergaf, wat de snelheid nog wat opdreef. We reden ongeveer aan tachtig kilometer per uur op het moment dat we met een aantal renners tegen de grond gingen. De gevolgen vielen al bij al mee: een geschaafde bil, scheenbeen en kuit, maar het pijnlijkste was dat mijn nagels helemaal weg waren. Ze hebben zeker een draadje of veertig nodig gehad om mijn vingers te kunnen hechten. Ik ben er toch een tijdje out door geweest.”

Op het eerste zicht leek er nog niet al te veel verloren voor Dehaes. Geleidelijk aan kon hij terug opbouwen, maar een tweetal maanden later sloeg tijdens de Driedaagse van West-Vlaanderen en de Handzame Classic het noodlot opnieuw toe. De gevolgen van de nieuwe valpartijen waren een stuk ernstiger: Dehaes brak in de laatstgenoemde wedstrijd zijn onderarm. “Na die laatste valpartij heb ik wel even diep gezeten. Het was moeilijk om terug de motivatie terug te vinden en te herbeginnen, maar je weet dat het gewoon moet. Het is mijn werk en ik moet dit seizoen rijden voor een nieuw profcontract, dus veel keuze had ik niet. Nochtans is het niet echt mijn gewoonte om moedeloos te worden. Dit was een uitzonderlijke situatie en gelukkig kon ik op dat moment rekenen op de mensen rondom mij. Eens je dan terug bezig bent en je voelt dat je echt vorderingen aan het maken bent, dan gaat het weer vooruit en dan komt de motivatie vanzelf wel terug.”

“De conditionele achterstand was na al dat rusten groter geworden dan verwacht. Normaal gezien zegt men dat als je één week rust, je er twee nodig hebt om terug in dezelfde conditie te komen als daarvoor. Bij een revalidatie is dat toch altijd iets anders, omdat je lichaam ook moet herstellen van uw blessures. Na de Handzame Classic heb ik een maand niet gefietst. Daarna heb ik een maand getraind, voor ik terug kon beginnen koersen. Maar ook dan was ik nog niet honderd procent. Je hebt na zo’n breuk eigenlijk nog een derde maand nodig om terug in een degelijke vorm te komen. Dat heeft dus echt veel werk gekost, ook al ben ik een renner die van nature redelijk snel in conditie komt. Mijn grote probleem is dat ik mijn topvorm moeilijk kan bereiken via training. Je hebt jongens die dat kunnen door enkel te trainen, maar ik kan zo enkel ‘gewoon’ conditioneel in orde geraken. Alleen als ik een paar wedstrijden kort na elkaar gereden heb, vind ik snel mijn goede vorm terug. Met de Ronde van Wallonië, de Prudential RideLondon en de Ronde van Denemarken in de benen, zou mijn topvorm nu dus dichtbij kunnen zijn.”

Dehaes zou na zijn zware valpartijen echter niet de eerste renner zijn die met angst in het peloton terugkeert. “In de Ronde van Zwitserland heb ik wel een keer schrik gehad. Er was een aankomst, gelijkaardig aan die in Australië. Ik kreeg een flashback: de aankomst liep ook bergaf, de wind zat wederom in de rug en het had ook geregend. De wegen waren spiegelglad. De sprint was gelukkig niet voor mij die dag, wel voor ploegmaat Jürgen Roelandts. Toch heb ik die dag gezegd: “Sorry, jongens. Ik kan dit niet doen, ik heb schrik.” Dan heb ik mij gewoon rustig laten uitzakken en mij achteraf natuurlijk uitgebreid geëxcuseerd bij de ploegmaats. Niemand heeft mij dat echt kwalijk genomen. Dat was eigenlijk de enige keer dat ik daar echt last van heb gehad, maar misschien ga je onbewust soms wel iets sneller in de remmen. Je hebt ook een tijd niet meer in een peloton gereden en dan verleer je dat gewriemel in aanloop naar de eindsprint toch een beetje. Intussen komt dat stilaan terug. Al doende leert men.”

WK der kermiskoersen
Behalve de profkoersen, maakt de 30-jarige sprinter tijdens het seizoen als een van de enige WorldTour-renners gebruik van de Vlaamse kermiskoersen om zijn vormpeil op te krikken. Daar heeft hij een goede reden voor. “In de eerste plaatst rijd ik die koersen omdat ik het erg graag doe. Het is altijd lastig, echt koersen van de start tot de finish. Maar het belangrijkste is dat je er ervaring opdoet en tactisch leert rijden. Ik denk dat je dat nodig hebt op sommige momenten in de grote profkoersen. Zo kom je tijdens een kermiskoers wel eens in een situatie dat je als een eenzaat moet opboksen tegen een aantal sterke blokken van de kleinere ploegen. Om dan te winnen, moet je tactisch beginnen koersen en volgens mij kan je dat enkel leren in een kermiskoers. Daarnaast zijn het gewoon de lastigste wedstrijden van het jaar. De SRM-waarden bewijzen dat achteraf altijd. Als je daarna dan nog wat bij gaat trainen, dan heb je meer dan 250 kilometer gefietst en in het beste geval kan je misschien ook nog de koers winnen. En zeg nu zelf, winnen is altijd mooi en bovendien enorm goed voor het vertrouwen van een renner.”

Afgelopen week haalde Dehaes nog de Belgische media met zijn winst in zo’n wedstrijd, al was het niet zomaar een kermiskoers. De Vlaams-Brabander was na een sprint de beste in het officieuze ‘WK der kermiskoersen’ in het Oost-Vlaamse Heusden. “Die titel doet deugd. De kermiskoers in Heusden wordt in de volksmond al jaar en dag het WK der kermiskoersen genoemd, omdat alle grote ploegen hier vroeger met een topdelegatie aan het vertrek stonden. Toen ik in 2006 voor het eerst aan de start kwam in Heusden was dat nog altijd het geval, maar door de concurrentie met de Eneco Tour is dat nu wat minder. De pers en alle renners binnen het peloton blijven deze koers toch nog steeds als WK der kermiskoersen beschouwen. Ook de snelheid is in al die jaren tijd absoluut niet naar beneden gegaan. Uiteindelijk haalden wij over 170 kilometer een gemiddelde snelheid van ongeveer 47,5 kilometer per uur. Als je dan nog de koers kan winnen en achteraf kan vertellen: ‘ik ben de wereldkampioen van de kermiskoersen’, dan is dat natuurlijk heel leuk.”

“Of het ook een grote rol speelt bij de onderhandelingen over een nieuw contract? Het is natuurlijk handig meegenomen als je kan zeggen dat je wint, ook al is het maar een kermiskoers. De meeste ploegen weten wel hoe lastig het is om zo ’n wedstrijd te kunnen winnen, maar je kan het belang van zo ’n zege niet vergelijken met het winnen van een 1.1-koers zoals bijvoorbeeld Nokere Koerse. Ik hoop alleszins dat het de onderhandelingen gaat versnellen, want momenteel is het overal hetzelfde: wachten, wachten en nog eens wachten. Er zijn natuurlijk wel een aantal gesprekken aan de gang, maar het loopt op dit moment nog niet zo vlot als ik zelf zou willen. Ik kan momenteel niets anders doen dan verder af te wachten en mij proberen te bewijzen met de pedalen in de koersen die eraan komen. Ik heb toch vertrouwen in een goede afloop, want er is al goed gesproken met Lotto Soudal en enkele andere ploegen. Al is het vooralsnog nergens helemaal concreet.”

Vertrouwen terugwinnen
In de koersen waar Dehaes de voorbije jaren vaak sterk voor de dag kwam, zoals Nokere Koerse, de Driedaagse van West-Vlaanderen, de Ronde van Picardië en Halle-Ingooigem, gaf de ploegleiding van Lotto Soudal door een gebrek aan vorm bij Dehaes zijn vertrouwen dit jaar aan Kris Boeckmans. Die greep die kans met beide handen en won meer dan tien koersen, waardoor Dehaes naar het achterplan verdween. “Het is logisch dat Lotto Soudal het vertrouwen eerder aan andere renners gaat geven dan aan mij, als ik niet in topvorm ben. Kris heeft een goed jaar gereden, maar de ploeg mag niet vergeten dat ik hem aan meer dan de helft van zijn overwinningen heb geholpen. Je kan als sprinter nooit een koers alleen winnen. Met een rol als lead-out voor Kris heb ik dan ook absoluut geen probleem, zolang ik op voorhand weet dat dit mijn rol is. Je hebt als lead-out man een andere ingesteldheid en andere trainingsschema’s nodig om goed in je vak te zijn. Het vertrouwen tussen Kris en mij is er in ieder geval langs beide kanten.”

Een sprinter wint natuurlijk het liefst zelf. En dat is op profniveau voor Dehaes alweer van 19 maart 2014 geleden, toen hij zich in Nokere Koerse (1.1) de betere toonde van Tom Van Asbroeck en Nacer Bouhanni. In datzelfde jaar won hij ook de Ronde van Drenthe (1.1). Dit najaar wil Dehaes alles op alles zetten om opnieuw een persoonlijk succes te behalen in een profkoers. “Zoals ik mij op dit moment voel, zit het er zeker in dat ik dit najaar nog eens mijn armen in de lucht mag gooien. Ik denk dat er een aantal mooie koersen aankomen, waar ik iets kan forceren. Ik denk dan vooral aan de koersen in eigen land, zoals de GP Stad Zottegem, de GP Jef Scherens en de Druivenkoers in Overijse. Dat zijn allemaal heel mooie koersen, waar ik in het verleden toch een aantal keer een goede uitslag heb neergezet. Dit jaar wil ik dat opnieuw doen, maar dan liefst nog net iets beter dan de vorige jaren. Als dat lukt, dan zou ik met een perfect gevoel kunnen toeleven naar volgend seizoen. En dat is voor een renner als ik heel belangrijk.”

Reacties Toon reacties Verberg reacties

Poll

Wie wint de Vuelta a San Juan 2018?

Stand

Nieuwsbrief

Schrijf je in en ontvang elke maandag de WielerFlits-nieuwsbrief