Weekendinterview: Daan Olivier

Door Maxim Horssels, zondag 14 juni 2015 om 08:00

foto: Sirotti

Een week geleden maakte Daan Olivier (22) bekend zijn profcontract bij Giant-Alpecin te hebben ingeleverd. De lastigste beslissing uit zijn nog jonge leven was het gevolg van een reeks tegenslagen en twijfels. Na anderhalf seizoen als beroepswielrenner wil hij zich nu richten op een maatschappelijke carrière. In het Weekendinterview blikt hij voor de allerlaatste keer terug op wat hij zelf noemt Daan de wielrenner.

Met lichte tegenzin stemt hij in nog één keer vragen te beantwoorden over zijn indringende beslissing. Waar voor de buitenwereld het nieuws als een verrassing kwam, was de bekendmaking voor Olivier de laatste bladzijde in een inmiddels dichtgeslagen boek.

Tweemaal eerder in zijn wielercarrière stond hij op een kantelpunt. De eerste keer dateert al van 2013, in zijn laatste jaar als belofte bij het Rabobank Development Team raakte hij overtraind. Het profcontract bij het toenmalige Argos-Shimano, dat hij al in april dat jaar tekende, motiveerde hem te blijven fietsen. Toen een jaar later zijn eerste wedstrijd als beroepswielrenner volledig mislukte door een harde val kreeg zijn vertrouwen weer een knauw. De genadeklap kwam eind maart 2015. Na opnieuw een zware valpartij, in de vierde etappe van de Ronde van Catalonië, keerden de twijfels weer terug. Na deze nieuwe tegenslag gaf hij voor het eerst toe aan de gevoelens die hij lange tijd probeerde te negeren en stapte naar de ploegleiding. Die gaven hem alle ruimte om na te denken.

Bij de profs is het plezier in wedstrijden fietsen langzaam verdwenen en voor een beroepswielrenner is dat toch vrij essentieel.

Vorige week werd zijn beslissing bekend, wat leidde tot een stortvloed aan reacties. “Mijn telefoon heb ik die avond bewust op stil gezet. ’s Avonds laat heb alle berichtjes gelezen. Iedereen was vooral erg medelevend, daar ben ik heel blij mee. Mensen vinden het knap dat ik zo’n lastige keuze heb durven maken, maar natuurlijk vinden ze het ook jammer dat ik stop als beroepswielrenner. Voor mijzelf is dat niet anders. Op mijn vijftiende ben ik begonnen met fietsen met maar één doel: prof worden. Die droom heb ik gerealiseerd. Maar bij de profs is het plezier in wedstrijden fietsen langzaam verdwenen en voor een beroepswielrenner is dat toch vrij essentieel. Met de motivatie die ik nog had, was ik voor de ploeg geen toegevoegde waarde meer. Op het moment dat je zó met jezelf in strijd bent en afvraagt ‘wat doe ik hier?’, dan doe je je werk niet goed en ben je je geld niet waard. Er zijn zat andere talenten die een betere instelling hebben dan ik en die hun werk daardoor beter doen. Voor die talenten is nu een plek vrij gekomen en dat geeft mij een beter gevoel.”

Hoewel Olivier klaar is met het topsportleven zegt hij de wielerwereld ook te gaan missen. “Het heeft mij een heel hoop gegeven en gebracht. Ik fiets nog steeds graag, dat zal altijd blijven. Het reizen en trainen heb ik altijd mooi gevonden, alleen het koersen an sich en met name het profwereldje niet meer.”

Met een terugkeer naar het amateurpeloton is Olivier niet bezig. “Zoals ik er nu over denk blijf ik fietsen als dagbesteding en ga ik weer lekker schaatsen, dat is eigenlijk de sport die ik het mooist vind. Schaatsen heb ik altijd een mooiere sport gevonden dan wielrennen. Ik heb simpelweg voor het wielrennen gekozen omdat ik er beter in was en ergens de top in wilde halen. Het hoeft nu allemaal niet meer. Ik zit nog wel vijf of zes keer per week op de fiets, al maak ik niet meer van die enorm lange ritten. Maar puur omdat ik het leuk vind en ook omdat mijn lijf het wil. Als je zo lang topsport hebt gedaan kan je niet zomaar de fiets in de hoek zetten. Wie dat doet krijgt lichamelijke kwalen. Langzaam zal mijn lichaam wennen aan kortere inspanningen. Voor mezelf heb ik in ieder geval laten zien dat er echt wel wat in mijn lijf zit. Nu wil  ik ontdekken wat ik met mijn hersens kan doen.”

Voor mezelf heb ik in ieder geval laten zien dat er echt wel wat in mijn lijf zit. Nu wil  ik ontdekken wat ik met mijn hersens kan doen.

In september start Olivier een hbo-opleiding Commerciële Economie aan de Hogeschool Leiden, tot die tijd werkt hij een aantal dagen per week in een horecagelegenheid in Scheveningen. “Mijn persoonlijkheid is dat ik me maar op één ding tegelijk écht kan focussen. Dat is ook de reden waarom ik tijdens mijn wielerleven op school er redelijk met de pet naar heb gegooid. Nu ik voor een opleiding kies, wil ik daar 100% voor gaan. Ook dat is een reden waarom ik niet nog een paar jaar prof kan zijn in combinatie met een avondstudie. Het is bij mij alles of niets.”

Voor beroepsrenners is de zomer een periode met belangrijke wedstrijden op het programma. In minder dan een maand tijd start in Utrecht de Tour de France. Waar wielerminnend Nederland de dagen aftelt tot het Grand Départ, kan het Olivier weinig deren. Voorlopig is hij even gestopt met de sport te volgen. “Het zal wel weer terugkomen, want wielrennen vind ik nog steeds een mooie sport, maar op dit moment neem ik daar wel even afstand van. Deze zomer ben ik van plan om lekker op vakantie te gaan, als wielrenner heb ik dat niet kunnen doen. Je moet dan wachten tot na het seizoen, dus ergens in oktober. Wat ik precies ga doen, weet ik nog niet. In dat opzicht ben ik niet zo’n planner. Ik zie wel wat er verder nog op mijn pad komt.”

Reacties Toon reacties Verberg reacties

Poll

Karsten Kroon bewijst de wielersport een dienst met zijn bekentenis

Stand


Holland Cup

Nieuwsbrief

Schrijf je in en ontvang elke maandag de WielerFlits-nieuwsbrief