Voorbeschouwing: Adriatica Ionica Race 2018

Door Koen Middendorp, woensdag 20 juni 2018 om 08:00

foto: LaPresse/Fabio Ferrari

Jarenlang waren het Critérium du Dauphiné en de Ronde van Zwitserland dé maatstaf in aanloop naar de Tour. Sommige renners kozen voor een alternatieve voorbereiding met de Ster ZLM Tour, de Route du Sud of de Ronde van Slovenië. Maar sinds dit jaar biedt ook Italië een weg naar La Grande Boucle. Vanaf woensdag start een peloton aan de allereerste editie van de Adriatica Ionica Race. Wie zet zijn naam als eerste op de erelijst? WielerFlits blikt vooruit!

Historie
De geschiedenis induiken van een wedstrijd … zonder historie. Vreemd is het zeker. Waar de Tour de France, Giro d’Italia en Luik-Bastenaken-Luik kunnen putten uit talloze sappige wieleranekdotes, is het blad van de Adriatica Ionica Race nog onbeschreven. Het betekent dat we niet kunnen ingaan op winnaars, verliezers, broedermoorden, valpartijen en andere vormen van dramatiek.

De geboorte van de Adriatico Ionica Race is echter wel belangrijk, als teken van een nakende Italiaanse wielerrenaissance. Want ondanks het feit dat het Zuid-Europese land de afgelopen jaren grote successen heeft mogen vieren dankzij Vincenzo Nibali, Fabio Aru en Elia Viviani, wordt er met weemoed teruggekeken naar de tijd van Fausto Coppi, Gino Bartali en Fiorenzo Magni. Een tijd waarin het Italiaanse wielrennen de maat bepaalde.

Ook in de daaropvolgende generaties was het Italiaanse wielrennen toonaangevend. Neem de Tour de France van 1990. Wie een korte blik werpt op het toenmalige deelnemersveld, ziet met Chateau d’Ax, Carrera-Vagebond, Ariostea en Alfa Lum liefst vier teams van Italiaanse makelij. In de Giro d’Italia van 2003 verwelkomde de organisatie zelfs elf(!) ploegen van eigen bodem. Een weelde, zeker als je het vergelijkt met het aantal Italiaanse teams dat vorig jaar aan de start stond van La Grande Boucle; geen enkele. Met enige verbeelding kon UAE Emirates – met vier Italianen in de selectie – als Italiaans worden beschouwd.

Het moge duidelijk zijn dat het Italiaanse wielrennen in een financiële en sportieve crisis verkeert. De Giro della Provincia di Lucca, Giro Della Provincia Di Reggio Calabria, Settimana Ciclistica Lombarda, Giro di Sardegna en de Giro della Toscana; ze zijn inmiddels allemaal van de wielerkalender verdwenen. Vanuit dit oogpunt is de introductie van de Adriatica Ionica Race een positief signaal. Is het een voorzichtige terugkeer naar de Italiaanse grandeur van weleer?

Parcours
De Adriatica Ionica Race voert door de regio’s Veneto en Friuli-Venezia Giulia, wat vanuit een cultuur-historische bril schitterende plaatjes zal opleveren. Voor de coureurs zal het echter niet alleen maar genieten zijn van de prachtige omgeving. Verre van.

Na een ploegentijdrit en een heuveletappe trekt het peloton op dag drie door het hart van de Dolomieten, naar een – zeker voor berggeiten – mythische aankomstplek. Via twee relatief vlakke etappes zal in Triëst de allereerste winnaar van deze vijfdaagse rittenkoers worden gekroond.

Dat de Adriatica Ionica Race niet beperkt blijft tot één editie, blijkt wel uit de plannen van koersorganisator en oud-(wereld)kampioen Moreno Argentin. Voor 2019 heeft men al een aankomst weten te regelen in het Oostenrijkse Klagenfurt, terwijl het ultieme doel is om de renners in de toekomst langs de volledige Adriatische kust te laten koersen, met een mogelijke aankomst in Athene.

Woensdag 20 juni: Etappe 1 – Musile di Piave-Lido di Jesolo (23,3 km, TTT)

Op woensdag is het tijd om de nieuwbakken rittenkoers in gang te schieten. De organisatie deint duidelijk mee op de wielergolven, want net als in het Critérium du Dauphiné en de Ronde van Zwitserland zal een ploegentijdrit voor de (eerste) verschillen zorgen. Vanuit Musile di Piave gaat het over een afstand van 23,3 kilometer naar Lido di Jesolo.

Musile di Piave is een naburige gemeente van het grotere San Donà di Piave. De ruim veertigduizend inwoners tellende plaats blijkt gebouwd op vruchtbare wielergrond, want oud-wereldkampioen en klassiekerkoning Moreno Argentin en huidige wielerprofs Marco Marcato én Nicola Boem zagen hier het levenslicht.

Van hieruit gaat het over voornamelijk vlakke en rechte wegen naar badplaats Lidi di Jesolo – gelegen aan de Adriatische Zee – waar Paolo Cimini in 1987 nog een Giro-etappe wist te pakken. De pure tijdrijders zullen hun lichtere ploegmaten op sleeptouw moeten nemen, willen zij een kans maken op eindwinst later in de week.

Donderdag 21 juni: Etappe 2 – Lido di Jesolo-Maser (152,5 km)

Vanuit de finishplaats van gisteren – Lido di Jesolo – gaat het op dag twee naar het in de provincie Treviso gelegen Maser. De finishstad dankt zijn bekendheid vooral als sterfplaats van de zestiende-eeuwse architect Andrea Palladio, de geestelijk vader van het Palladianisme, een westerse architectuurstijl gestoeld op eenvoud en harmonie.

Of de coureurs onderweg op eenvoud en harmonie stuitten, is maar de vraag. De finale kenmerkt zich door een veelvoud aan klimmetjes, al wordt de lokale scherprechter – de heroïsche Monte Grappa – ontweken. In volle finale wacht nog tweemaal de klim naar Asolo (maximaal 7%), met de top van de laatste passage op 6,6 kilometer van de streep. Wie wint de eerste rit in lijn?

Vrijdag 22 juni: Etappe 3 – Mussolente-Passo Giau (158,3 km)

Wie het profiel bekijkt van de derde etappe, denkt dat we te maken hebben met de koninginnenrit van de Giro d’Italia. Voor de zwaarste rit trekt de organisatie dwars door de Dolomieten, het bergmassief waar zoveel heroïsche duels zijn uitgevochten. Dat zal dit jaar niet anders zijn, want met de Passo Rolle, Passo Valles en de Passo Giau moeten we spektakel krijgen. Toch?

Mussolente – de startplaats – kreunde onder de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog, maar wist zich in de daaropvolgende decennia geleidelijk te herstellen. Vanuit dit plaatsje lopen de eerste zeventig kilometer zoetjesaan omhoog, om vervolgens aan de eerste klim van de dag te beginnen. De Passo Rolle is maar liefst 20,5 kilometer lang, aan een gemiddelde van bijna 6%. Eenmaal de top gerond volgt een korte afdaling naar de tweede klim van de dag; de veel kortere maar steilere Passo Valles (4,1 km aan 8,6%). De kans is groot dat er een relatief grote groep hier en groupe naar boven rijdt, want op de top wachten nog 54 kilometer naar de aankomstlijn.

De nietigheid van de mens gevangen in één beeld; de Giro 1989 bedwingt de Passo Giau – foto: Sirotti

Na een twintig kilometer lange afdaling beginnen de renners al te klimmen – 9,7 kilometer aan 5% – naar het schilderachtige dorpje Colle Santa Lucia. Eenmaal het dorpje uitgeraasd begint men aan de hoofdmoot van de dag: de Passo Giau. De cijfers? Bijna tien kilometer aan een gemiddelde van maar liefst 9,3%, met pieken van 15%. De Giau – een bergpas die het bekende wintersportoord Cortina D’Ampezzo verbindt met het dal van de rivier Cordevole – heeft een belangrijke rol gespeeld in de Giro d’Italia. Wie legt op de Giau het beste fundament voor de eindzege?

In totaal stuurde Il Giro zijn matadoren zevenmaal over de flanken van de Giau. De eerste keer was in 1973, toen de gevleugelde Spaanse klimmer José Manuel Fuente als eerste wist boven te komen. De overige passages stammen uit 1989, 1992, 2007, 2008, 2011 en 2012. Domenico Pozzovivo had in 2012 de eer om als eerste de top te ronden. De ritzege dat jaar ging echter naar Joaquím Rodriguez; Purito wist in Cortina d’Ampezzo zijn concurrenten te vloeren in de spurt.

Zaterdag 23 juni: Etappe 4 – San Vito di Cadore-Grado (229,2 km)

Als de stofwolken zijn opgetrokken op de Giau, is het klassement definitief opgemaakt. Wat rest in deze Adriatica Ionica Race, zijn twee kansen op dagsucces. Of ploegen moeten nog stoute plannen hebben in de beginfase van de etappe, als de Passo Crosetta (21,8 km aan 3%) op het programma staat. Na de top van deze beklimming van tweede categorie wachten nog 130 vlakke kilometers.

Het moet met andere woorden gek lopen, wil het in finishplaats Grado niet uitdraaien op een sprint. Al kunnen twee onverharde stroken in de finale nog een interessant koersverloop in de hand werken. Het schitterende Grado wordt van grandeur voorzien door de aanwezige Romeinse en Byzantijnse architectuur. Het ligt pal aan de Adriatische Zee, wat zijn bijnaam L’Isola del Sole (Het Zonnige Eiland) verklaart. Wellicht dat de renners na afloop van de etappe kunnen wandelen aan het meer.

Zondag 24 juni: Etappe 5 – Grado-Triëst (124,6 km)

Vanuit Grado gaat het in de slotetappe van deze eerste editie van de Adriatica Ionica Race naar Triëst, de hoofdstad van de gelijknamige provincie én de regio Friuli-Venezia Giulia. De aan de Sloveense grens gelegen stad – hierdoor jarenlang een mengelmoes van nationaliteiten – was in 2014 nog gastheer van de slotetappe van de Giro.

Voordat de renners het lokale circuit in Triëst oprijden, moeten ze onderweg eerst nog de San Martino del Carso (2,9 km aan 5.1%) en de Ternova Piccola (6,5 km aan 2,4%) beklimmen. Na ruim tachtig kilometer doorkruisen de renners Triëst een eerste keer, om vervolgens zeven lokale rondjes af te werken van 6,1 kilometer. Telkens zal een kort klimmetje (600 meter aan 4,7%) halverwege de omloop zorgen voor de nodige dynamiek.

Favorieten
De organisatie heeft voor zijn allereerste editie met Quick-Step Floors, Bahrain Merida, UAE Emirates, Trek-Segafredo en Dimension Data vijf teams uit het hoogste wielerechelon weten te strikken. Zij zullen worden vergezeld door zeven ProContinentale formaties, drie continentale ploegen en een Italiaanse selectie.

Mark Padun maakt indruk in zijn eerste profjaar voor Bahrain Merida – foto: Sirotti

Ondanks het fraaie deelnemersveld is er een gebrek aan een allesbepalende topfavoriet. Dat betekent geen Vincenzo Nibali, Chris Froome of Alejandro Valverde, maar een mix van jonge talenten, subtoppers, outsiders en gevallen helden. Wie absoluut te scharen valt onder de eerste categorie, is Mark Padun. De 21-jarige Oekraïner mag dan nog maar eerstejaars prof zijn, hij heeft de afgelopen maanden al voldoende adelbrieven geschreven.

Zijn doorbraak volgde in de Tour of the Alps, toen hij de afsluitende bergrit naar Innsbruck wist te winnen. In de daaropvolgende Hammer Series Limburg bezorgde hij zijn ploeg eigenhandig de zege in de klimkoers, met een indrukwekkende solotocht op en rond de Vaalserberg. Krijgt Padun de volledige vrijheid in de Dolomieten? Hij kan een duo vormen met Giovanni Visconti, die – in tegenstelling tot Padun – inmiddels het klappen van de zweep kent. Normaal gesproken komt de Italiaan wat tekort in het hooggebergte, maar hij kan met zijn taaiheid en koersintelligentie een eind komen.

Giulio Ciccone is een andere Italiaan die wél opleeft bij het zien van hoge bergtoppen. De Bardiani CSF-renner wist in de Giro d’Italia niet zijn gewenste ritzege te behalen, al moet de verzachtende omstandigheid worden ingeroepen dat de vluchters er bekaaid vanaf kwamen in La Corsa Rosa. Nu de batterijen weer zijn opgeladen, moet Ciccone in staat zijn om van de tegenstand weg te fladderen op de Passo Giau. Hij kan rekenen op de aanvalslustige Enrico Barbin, die zelf ook een houtje kan klimmen.

Iván Ramiro Sosa kan zijn hart ophalen in de koninginnenrit naar de Passo Giau – foto: Sirotti

Padun, Visconti en Ciccone zullen allen met een schuin oog kijken naar de eindzege, maar moeten in hun jacht op de winst een flinke horde nemen. Een horde genaamd Androni Giocattoli-Sidermec. Iván Ramiro SosaRodolfo Torres en Mattia Cattaneo; welke ploeg beschikt nu over eenzelfde paardenkracht? Het is echter de vraag of een schip met dergelijk veel kapiteins niet zinkt. De renner met het meeste potentieel is de piepjonge Sosa, maar de 20-jarige Colombiaan kwam er in de Ronde van Slovenië niet aan te pas. Kan hij deze teleurstelling doorspoelen in Italië?

Torres en Cattaneo komen dan weer uit een loodzware Giro, waar ze – met verdeeld succes – op jacht gingen naar dagsucces. Cattaneo kwam dichtbij op Prato Nevoso (3e), maar bleef uiteindelijk met lege handen achter. Torres was wellicht de grootste teleurstelling binnen de formatie van Gianni Savio; de ervaren Colombiaan wist nooit zijn gebruikelijke niveau te halen. Kan hij weer aanknopen met een goed resultaat?

Edward Ravasi lijkt na een moeilijke periode door te breken – foto: Sirotti

UAE Emirates heeft met Valerio Conti en Edward Ravasi twee Italiaanse kanshebbers in de gelederen. De kwaliteiten van rasaanvaller Conti zijn inmiddels bekend, maar Ravasi ontwikkelt zich de laatste weken ook tot een gevaarlijke klant bergop. De 24-jarige klimmer – twee jaar geleden nog tweede in de toekomstronde – leek sinds zijn entree bij de profs vorig jaar te stagneren, maar in de Tour of California en het Critérium du Dauphiné liet hij zich nadrukkelijk gelden. Zo reed hij in de Alpen de stenen uit de straat voor kopman Daniel Martin. Kan hij het echter ook als leider?

De laatste Italiaan waarmee rekening moet worden gehouden, is Gianluca Brambilla. Het woelwater van Trek-Segafredo sneed de Giro aan met klassementsambities, maar zag een topklassering al gauw in het water vallen door een resem slechte dagen. Aan het einde van La Corsa Rosa kwam de rasaanvaller er echter weer door. Kan hij ditmaal wel schitteren in eigen land? Hij krijgt assistentie van de tegenvallend presterende Jarlinson Pantano en Peter Stetina.

Ildar Arslanov is een van de nieuwe Russische klimmers aan het wielerfirmament – foto: Sirotti

Vanuit niet-Italiaanse hoek is het uitkijken naar het presteren van Jhonathan Narvaez (Quick-Step Floors) en Ildar Arslanov (Gazprom-RusVelo). De 21-jarige Ecuadoraan Narvaez onderscheidt zich voornamelijk op heuvelachtig terrein, maar liet in de Colombia Oro y Paz (tiende) ook zien bergop zijn mannetje te staan. De drie jaar oudere Arslanov daagde in de Ronde van Slovenië wereldtoppers als Primož Roglič, Rigoberto Urán en Rafal Majka uit bergop. Kan hij ook de stap maken naar het echte hooggebergte?

Tot slot is het ook nog uitkijken naar Quick-Step Floors-Italiaan Eros Capecchi, de afscheidnemende Damiano Cunego en oud-nationaal kampioen Ivan Santaromita (Nippo-Vini Fantini Europa-Ovini), Miguel Eduardo Florez (Wilier Triestina-Selle Italia), Arslanov’s oudere ploegmaat Sergey Firsanov en Fries Pieter Weening (Roompot-Nederlandse Loterij). Het is ook uitkijken naar wat enkele beloften kunnen. Zo beschikt Trevigiani Phonix-Hemus 1896 over de beloftevolle Marokkaanse klimmer Zahiri Abderrahim en zijn Colombiaanse ploeggenoot Javier Montoya.

Sprinters 

Elia Viviani is de blikvanger in de sprints – foto: Tim de Waele/Getty Images

De organisatie heeft dan geen topklimmers weten te verleiden voor een oversteek naar Italië, de massasprints beloven bijzonder interessant te worden. Met Elia Viviani en Mark Cavendish staan er namelijk twee spurtbommen aan het vertrek. Viviani teert nog op zijn Giro-vorm, terwijl Cavendish aan zijn laatste voorbereidingen bezig is met het oog op de Tour de France. Wie komt er als overwinnaar uit de strijd? Overigens kan Quick-Step Floors ook nog rekenen op de nieuwe sprintsensatie Álvaro José Hodeg, mocht Viviani niet aan sprinten toekomen.

De twee kemphanen kunnen concurrentie verwachten van de bevrijdde Simone Consonni (UAE Emirates), Giacomo Nizzolo (Trek-Segafredo), Riccardo Minali (nationale selectie), Francesco Gavazzi (Androni Giocattoli-Sidermec), Marco Canola (Nippo-Vini Fantini Europa-Ovini), Kristian Sbaragli (Israel Cycling Academy), Wouter Wippert (Roompot-Nederlandse Loterij) en Paolo Totò (Sangemini-MG.Kvis).

Favorieten volgens WielerFlits
**** Mark Padun
*** Giulio Ciccone, Valerio Conti
** Gianluca Brambilla, Edward Ravasi, Ivan Ramiro Sosa
* Giovanni Visconti, Rodolfo Torres, Ildar Arslanov, Jhonatan Narvaez

Website organisatie
Deelnemerslijst (ProCyclingStats)

Weer en TV
De renners zullen de hele week moeten koersen bij temperaturen van wel dertig graden Celsius. Vanaf vrijdag neemt de kans op neerslag wel toe. De wind zal dan weer nauwelijks invloed hebben. De koers is niet live te volgen via televisie. Je kunt op WielerFlits uiteraard wél elke dag een Volg Hier verwachten.


Update 18 juni – 19.30 uur: Mark Padun staat niet op de definitieve startlijst. Zijn naam is uit de sterverdeling geschrapt.

Wie wint de Adriatica Ionica Race 2018?

  • Giulio Ciccone (21%, 62 stemmen)
  • Gianluca Brambilla (14%, 43 stemmen)
  • Mark Padun (14%, 42 stemmen)
  • Iván Ramiro Sosa (13%, 39 stemmen)
  • Jhonatan Narvaez (9%, 27 stemmen)
  • Iemand anders (Laat in de reacties weten wie...) (8%, 25 stemmen)
  • Valerio Conti (7%, 22 stemmen)
  • Ildar Arslanov (5%, 14 stemmen)
  • Edward Ravasi (4%, 12 stemmen)
  • Fausto Masnada (2%, 7 stemmen)
  • Rodolfo Torres (2%, 6 stemmen)

Aantal stemmen: 299

Stem


Bespaar tot 200 euro op een Polar Sporthorloge

Nieuwe wieleroutfit nodig? Topdeals voor de nieuwe zomercollectie

Stijlvolle wielerkleding van La Machine : Gratis verzending tijdens de Tour

Reacties Toon reacties Verberg reacties