Victor Campenaerts: “Ik krijg nu meer privileges op een tijdritdag”

Door Niels Bastiaens, zondag 11 februari 2018 om 09:00

Foto: Sirotti

Victor Campenaerts ruilde afgelopen winter de Nederlandse Lotto-ploeg in voor de Belgische. Bij Lotto Soudal treft onze 26-jarige zuiderbuur niet de tijdritcultuur van bij LottoNL-Jumbo, maar als enige tijdrijder binnen de ploeg geniet hij gelukkig wel tal van privileges. Hoe heeft Campenaerts zijn overstap verteerd en hoe hoopt hij zich verder te ontwikkelen?

Campenaerts heeft zich tijdens zijn tweejarige periode bij LottoNL-Jumbo ontpopt tot een topper in de ritten tegen de klok. Winst in het Belgisch en Europees kampioenschap waren de hoogtepunten, en dus hadden Richard Plugge en co de vrolijke Belg maar wat graag willen behouden. Toch zag de renner uit het Vlaams-Brabantse Herent meer kansen bij een ploeg in eigen land. “Een Belgische ploeg met voornamelijk Belgische sponsors wil natuurlijk het liefst scoren met Belgische renners”, legt hij uit aan WielerFlits. “Dat is toch een verschil met de Nederlandse loterij en Jumbo, die misschien liever Jos van Emden – overigens een topkerel – zien winnen. Marc Sergeant wilde mij er heel graag bij en sprak zijn vertrouwen in mij uit. Ook het feit dat ik nu de enige tijdritspecialist van de ploeg ben, is een pluspunt voor mij. Dat brengt een aantal privileges met zich mee, maar natuurlijk ook een beetje meer druk.”

Opvallend: twee jaar geleden, toen Campenaerts de stal van Topsport Vlaanderen-Baloise verliet, koos hij bewust nog niet voor een Belgische ploeg. “Klopt, in die fase van mijn carrière was dat gewoon het interessantst. Ik vreesde dat ik als Vlaamse renner bij een Belgische ploeg sneller geviseerd zou worden door de media. Als je goed rijdt, is het leuk dat ze kort op de bal zitten. Maar als het minder goed gaat, dan kan dat heel lastig zijn en ook voor een negatieve moraal zorgen. Ik heb bijvoorbeeld gemerkt dat Michel Wuyts en José De Cauwer minder snel mijn naam gaan noemen als ik gelost word dan die van Belgen bij Belgische ploegen. Maar nu ben ik in een fase in mijn carrière dat het juist wel interessant is om in de kijker te rijden. Niet dat ik een heel indrukwekkend palmares bij elkaar heb gereden, maar ik denk dat ik wel een goede coureur ben geworden, die de komende jaren graag wil blijven presteren.”

Het is zo dat ik bij LottoNL-Jumbo heel veel heb bijgeleerd in het eerste half jaar, maar daarna heb je het allemaal wel gezien.

Geen tijdritcultuur
Waar LottoNL-Jumbo zich de afgelopen jaren heeft geprofileerd als een ploeg die tijdritten bijzonder hoog in het vaandel draagt, is dat bij Lotto Soudal (voorlopig) niet het geval. Was dat voor Campenaerts een punt van discussie? “Natuurlijk moesten we duidelijke afspraken maken met betrekking tot het materiaal en de begeleiding op een tijdritdag. Ik krijg nu bijvoorbeeld op die dag een soigneur voor mij alleen, die al die kleine details voor mij tot in de puntjes kan regelen. Ik heb samen met de ploegarts een heel document laten opstellen, met alles wat er op die dag aanwezig moet zijn en moet gebeuren. Dat is dan doorgestuurd naar alle soigneurs en ploegleiders en ligt ook in iedere truck. In dat document staat bijvoorbeeld dat ik de dag voor een tijdrit ’s avonds nog wil kunnen losrijden op mijn tijdritfiets, dat er ijsvesten en een ventilator aanwezig moeten zijn, wat ik als ontbijt wil hebben, welke tubes en snelspanners ik op mijn fiets wil. De tijdritcultuur is misschien minder aanwezig bij Lotto Soudal, maar dankzij dat contract ben ik zeker van een goede begeleiding en dat ik niet aan professionaliteit inboet.”

Campenaerts hoopt dat hij de Belgische formatie misschien ook de expertise kan bijbrengen die hij bij LottoNL-Jumbo heeft opgestoken. “Ze hadden voor mijn komst geen echte tijdrijder, en dat maakt het voor beide partijen enorm interessant. Misschien komt die tijdritcultuur wel terug nu ze weer iemand in huis hebben die zich puur op die ene discipline wil focussen. En je merkt ook dat iedereen graag van mij wil leren. Ik vind het bijvoorbeeld heel leuk om met Tim Wellens om te gaan. Hij kan goed tijdrijden en is heel geïnteresseerd in klassementen rijden in kleine rondjes. Daarin komt het vaak op een paar seconden aan, en dus wil Tim graag van mij leren. Hetzelfde geldt voor Tiesj Benoot. Vanaf dat hij wist dat ik bij de ploeg zou komen rijden, zei hij al tegen mij: ‘Victor, jij moet mij helpen om een goede tijdrit af te werken in Tirreno-Adriatico.’ Die interesse is leuk en zo voel ik mij nog meer welkom in het team.”

Om iets meer in detail te treden: wat zijn concreet de snufjes die Campenaerts bij LottoNL-Jumbo heeft opgestoken met betrekking tot ritten tegen de klok? “Het gaat vaak over details. Neem nu bijvoorbeeld de opwarming. Op welke momenten neem je het best koolhydraten op? Wanneer neem je een gelletje in? Tot hoelang voor de start warm je op en met welke intensiteit? Wanneer koers je met lange mouwen en wanneer niet? Welke overschoentjes zijn het snelst? Zij hebben al die dingen uitgezocht en je ziet dat die kleine details hun vruchten afwerpen, want globaal gezien scoren ze heel goed in de tijdritten”, legt hij uit. “Maar op een gegeven moment stoppen die nieuwe inzichten. Het is zo dat ik bij LottoNL-Jumbo heel veel heb bijgeleerd in het eerste half jaar, maar daarna heb je het allemaal wel gezien. Echt fundamenteel nieuwe dingen leer je niet meer bij. Ik weet intussen zelf hoe ik alles moet aanpakken.”

Yves Lampaert heeft al eens de rode trui gepakt in de Vuelta, dan moet ik toch voor het roze gaan?

De allergrootste aanpassing voor Campenaerts wordt misschien nog zijn nieuwe fiets. De 26-jarige Belg moest zijn populaire Bianchi inruilen voor een Ridley, maar daarbij voorspelt hij geen problemen. “Ik ben heel tevreden over die fiets en de manier waarop ze met mij omgaan. Dat ze bijvoorbeeld speciaal voor mij een fiets in de Europese kleuren hebben gelakt, vind ik een leuke geste. Dat werd bij Bianchi niet gedaan. Verder ben ik er natuurlijk van overtuigd dat mijn Bianchi een heel goede fiets was, maar de hoofdreden waarom iedereen dacht dat het een wonderfiets was, was omdat iedereen binnen de ploeg extreem professioneel met de tijdritten bezig was. Iedereen had in het begin van het seizoen in een windtunnel testen ondergaan om tot een ideale fietspositie te komen, en op een tijdritdag was de ploeg enorm gefocust. Dan is het logisch dat er globaal goede resultaten volgen. Maar om dat allemaal aan die fiets toe te schrijven, dat geloof ik niet. Ik heb deze winter testen in een windtunnel en op de piste gedaan met mijn Ridley, en tegen mijn verwachtingen kwam die er beter uit. Ik had eerlijk gezegd verwacht dat de resultaten vergelijkbaar zouden zijn, of dat mijn Ridley niet veel slechter zou scoren.”

Concurreren met Dumoulin
Wat komend seizoen betreft, wil Campenaerts dolgraag een tijdrit op WorldTour-niveau winnen. Zijn ploegleider Bart Leysen sprak een paar weken geleden de verwachting uit dat het Belgisch tijdritkanon misschien de proloog in de Giro naar zijn hand zou kunnen zetten, maar dat vindt Campenaerts iets te voorbarig. “Zeker nu Dumoulin aan de start komt, wordt het er niet makkelijker op. Ik stond natuurlijk niet te juichen toen ik hoorde dat hij dit jaar de Giro zou rijden. Toch zijn er een aantal dingen waar ik mijn voordeel kan uithalen. Ik heb gezien dat er in de proloog een aantal linke bochten zitten. Ik rijd die proloog om te winnen en ik hoop dat ik niet val, maar ik ga wel een risico nemen in die bochten. Dumoulin zal die risico’s misschien niet durven nemen met het oog op wat er voor hem nog aankomt en bovendien zou een roze trui vanaf de openingsdag ook niet ideaal voor hem zijn. De tweede tijdrit valt dan weer vlak na drie zware bergritten, waar hij zich volledig zal hebben moeten geven. Daar is het misschien makkelijker om te scoren voor mij, maar als je in het begin scoort, heb je ook het roze. Yves Lampaert heeft al eens de rode trui gepakt, dan moet ik toch voor roze gaan?”, lacht Campenaerts.

Als Europees kampioen is hij het misschien ook aan zijn stand verplicht om in elke tijdrit waar hij start voor winst te gaan. Of niet? “Enerzijds ben ik het daarmee eens, omdat ik in mijn jonge carrière bijna alle grote tijdritkanonnen op Dumoulin na al eens heb geklopt. Als ik een gezegende dag heb, en het terrein is ideaal voor mij, dan weet ik dat ik altijd mee kan doen om de overwinning. Maar als ik maar 99 procent ben en geen honderd, of het reliëf van de tijdrit is te specifiek voor klimmers, dan mag ik het vergeten. Bijvoorbeeld vorig jaar in de Tour of Britain, daar klop ik Kwiatkowski, Thomas, Küng, Martin, Kiriyenka, etc. Dat zijn renners die je stuk voor stuk bij de beste tijdrijders ter wereld plaatst. Uiteindelijk blijkt Boom over een betere dag te beschikken, maar ik weet dat ik hem in een iets langere tijdrit ook wel aankan. Het is een kwestie van details, alles moet meezitten op zo’n belangrijke dag.”

Het zegt genoeg dat ik veel meer media-aandacht kreeg met mijn date-aanzoek in de Giro, dan met mijn Europese titel tijdrijden.

Op de wereldkampioenschappen is het tot nu toe telkens tegengevallen voor Campenaerts, vaak door een te zware omloop. Ook in Innsbruck is het parcours op het eerste gezicht niet voor de poes. “Er zit weer een zware klim in, maar voor mij is het wel een groot verschil dat het nu geen aankomst bergop is. Je hebt nu nog die uitloper, waar je het verschil kan maken. Oké, Dumoulin gaat daar niet stilvallen. Maar bijvoorbeeld Primoz Roglic is iemand die op een beklimming drie kilometer lang op de pedalen kan blijven staan. Als het dan aankomst bergop is, zoals in Bergen, dan heeft hij een enorm voordeel. Maar als er daarna nog een uitloper volgt, moet je sowieso terug gaan zitten en weer je ritme vinden. Dat is iets wat ik volgens mij heel goed kan. Het zou weleens deugd doen om een goed WK te rijden, dan gaan de mensen die Europese trui misschien ook meer naar waarde schatten. Het zegt genoeg dat ik meer media-aandacht kreeg met mijn date-aanzoek in de Giro, dan met mijn Europese titel. Best wel apart om te zien. Interviews met journalisten uit alle landen, van bij het ontbijt tot als ik terug naar mijn kamer ging. Daar was na mijn Europese titel totaal geen sprake van, en dat was jammer.”

Wat ziet Campenaerts dan als een ideaal parcours voor hemzelf? “Ik zou zeggen, gewoon iets op een autostrade. Rechtdoor en biljartvlak”, lacht hij. “Oké, nee, het mag wel een beetje golvend zijn, maar het is voor mij belangrijk dat ik een heel hoge snelheid kan blijven ontwikkelen. Hoe sneller je rijdt, hoe belangrijker de aerodynamica is. Je hebt een aerodynamicacurve waarbij je meer wattage moet trappen om sneller te rijden, maar vanaf je de vijftig kilometer per uur passeert, schiet die curve bij heel veel renners exponentieel omhoog. Om 51 of 52 kilometer per uur te halen, moeten veel jongens geen twintig, dertig watt meer trappen, maar direct honderd. Alsof ze opeens tegen een muur moeten aanrijden om extra te versnellen. Maar omdat ik heel klein en aerodynamisch ben, blijft die curve bij mij redelijk vlak. Het nadeel dat ik heb, is dat ik niet over de power beschik van bijvoorbeeld een Yves Lampaert. Mocht hij zo aerodynamisch als ik op de fiets zitten, dan zou hij iedere tijdrit met een paar minuten voorsprong winnen. Maar je moet van alles een beetje hebben om te kunnen scoren, helaas.”

Ambitie in rittenkoersen
Een tweede ambitie van Campenaerts is om zich toe te leggen op het rijden van een goed klassement in korte etappewedstrijden, en natuurlijk vooral die waar een korte tijdrit inzit. “Deze winter hadden we gezegd dat ik mijn pijlen zou richten op de Driedaagse van De Panne en de Ronde van België. Jammer genoeg is de tijdrit nu uit de Driedaagse geschrapt, waardoor dat doel al wegvalt. De Ronde van België valt dan weer samen met de Giro, die ik toch een pak belangrijker vind. Gelukkig zijn er later op het seizoen nog voldoende kansen, zoals de Ronde van Denemarken, de Tour of Britain en misschien zelfs de Binckbank Tour. Maar anderzijds zou ook de Vuelta weer met een korte tijdrit beginnen, en dat is ook wel interessant met het oog op het WK. Het kan zijn dat ik mijn ambitie in die rittenkoersen nog een seizoen moet uitstellen, maar het is zeker iets wat ik graag nog eens zou willen uitproberen.”


Speel mee met het Scorito Klassiekerspel en win mooie prijzen

Reacties Toon reacties Verberg reacties