Gianni Meersman: “Mijn werk zal pas volgend seizoen zijn vruchten afwerpen”

Door Niels Bastiaens, zondag 24 december 2017 om 21:00

Foto: Sirotti

Het is nu bijna een jaar geleden dat Gianni Meersman besloot om een punt achter zijn wielercarrière te zetten. Op trainingsstage met zijn nieuwe ploeg Fortuneo-Vital Concept stelde een Franse dokter hartritmestoornissen bij Meersman vast, en dat was voor de Belg het sein om aan de alarmbel te trekken. Inmiddels heeft Meersman zijn draai weer gevonden als ploegleider bij het Marlux-Napoleon Games van onder andere Klaas Vantornout, Kevin Pauwels en Michael Vanthourenhout. WielerFlits ging bij hem op bezoek voor een uitgebreid gesprek.

Een ex-wegrenner die crossers gaat begeleiden, dat is op het eerste gezicht geen al te logische stap. Meersman zelf reageerde in eerste instantie ook tamelijk verrast toen hij een telefoontje kreeg van ploegmanager Jurgen Mettepenningen. “Ik weet het nog goed: ik was net klaar met sporten, toen ik werd opgebeld door een onbekend telefoonnummer: ‘Hallo, met Jurgen Mettepenningen. Heb je vijf minuutjes?’ Het grappige is dat een vriend van mij nog geen uur daarvoor een berichtje had gestuurd met de boodschap dat Danny De Bie was ontslagen bij Marlux-Napoleon Games. ‘Zou die functie niets voor jou zijn?’, zei hij. Ik dacht van niet, omdat ik niet uit de veldritwereld kwam. Maar kijk waar ik nu sta. Ik had al een aantal wegploegen benaderd. Met sommige ploegen had ik ook contact, maar nooit echt concreet. Toen Jurgen wél concreet was, wilde ik niet afwachten. Ik had eindelijk die zekerheid.”

Ik snap Jurgen wel: waarom zou een ploegleider in het veldrijden per se iemand moeten zijn die zelf heeft gecrost?

Meersman heeft zelf ook een verleden als crosser in de jeugdcategorieën, al wil hij die ervaring liefst niet overschatten. “Ik denk dat elke Belgische profrenner wel ooit een keer een veldrit heeft gereden bij de jeugd. Bovendien kennen we het crosswereldje allemaal wel van op televisie, zeker nu bijna elke wedstrijd live wordt uitgezonden. Je moet natuurlijk geen leek – iemand die bijvoorbeeld nog nooit van Sven Nys of Richard Groenendaal heeft gehoord – als ploegleider aanstellen in een crossploeg als Marlux-Napoleon Games, want dan zit je met een probleem. Maar ik kan mijn plan wel trekken. Bij de crosstrainingen word ik ook bijgestaan door Mario De Clercq, waar ik zoveel mogelijk steel met mijn ogen.”

Zomercampagne essentieel
Mettepenningen was in de eerste plaats op zoek naar een jongere ploegleider, die zijn renners met verfrissende inzichten naar een hoger niveau zou kunnen tillen, na het ontslag van Danny De Bie. Naast Meersman werden ook Jan Verstraeten, Richard Groenendaal en Klaas Vantornout genoemd. “Ik snap Jurgen wel: waarom zou een ploegleider in het veld per se iemand moeten zijn die zelf heeft gecrost? Met Mario De Clercq hadden we bij onze ploeg al iemand die de renners optimaal kan bijstaan op het crosstechnisch vlak. Maar om goed te zijn in het veldrijden, is de basis die in de zomer op de weg gelegd wordt ook enorm belangrijk. Daar breng ik dan weer veel ervaring mee uit de WorldTour.”

Hoe wil Meersman de zomercampagne van Marlux-Napoleon Games dan aanpakken in 2018? “Ik ga proberen om een evenwichtig programma samen te stellen. Ik zou het liefst wat rustiger beginnen met wat koersen bij de beloften, om het goede gevoel te pakken te krijgen. Daarna enkele profkoersen in eigen land, waar je vorig jaar ook zag dat Wout van Aert en Mathieu van der Poel, maar zelfs ook Laurens Sweeck, Toon Aerts en Gianni Vermeersch een keer konden winnen. Ik zeg niet dat we ook per se een koers op de weg moeten winnen, maar je moet toch wel een keer een finale kunnen rijden. Zeker in de maand augustus. Hoe denk je anders dat je Van der Poel een maand later kan bekampen? Verder is het natuurlijk aan mij om trainingsstages te organiseren, om de vorm extra aan te scherpen.”

Ik heb maar één jaar met Michiel Elijzen gewerkt, maar hij is de ploegleider die me het meest heeft bijgebracht.

Het gevolg is wel dat Meersman de conditionele achterstand die zijn rennerskern dit seizoen lijkt te hebben maar moeilijk kan herstellen, terwijl hij wel wordt afgerekend op de resultaten. Kevin Pauwels kampt bovendien met rugproblemen en de pols van Klaas Vantornout moest acht dagen in het gips na een zware val in Namen. “Klopt. Ik weet nog: mijn eerste crossweekend als ploegleider was Kruibeke-Zonnebeke, meteen het slechtste weekend ooit voor onze profs. Kan je dat dan aan mij toeschrijven? Ik denk van niet, hé. Ik denk dat mijn werk pas vanaf volgend jaar echt zijn vruchten zal beginnen afwerpen. In de tussentijd kan ik alleen maar mijn best doen om de renners zo goed mogelijk bij te staan. Kijk naar Laura Verdonschot, die nu met een schimmelinfectie kampt. Iedere twee dagen informeer ik eens: ‘hoe voel je je? Wat heb je gedaan?’ Als het goed gaat, dan leef je als renner op een wolk en is dat veel minder nodig. Dat is de filosofie die ik van Michiel Elijzen heb geleerd. Ik heb maar één jaar met hem gewerkt, maar hij is toch de ploegleider die mij het meest heeft bijgebracht.”

Eerste verwezenlijkingen
Twee weken geleden kon Meersman zich toch al een eerste keer ten volle laten gelden als ploegleider, toen hij met de rennerskern op trainingsstage vertrok naar het Spaanse Calpé. “Superplezant was dat, werken met zo’n kleine kern. Ik had daar vier renners onder mijn hoede, dan krijg je toch de kans om heel persoonlijk te werk te gaan en zo krijgt iedereen de aandacht die hij verdient. Totaal anders dan in een WorldTour-ploeg”, legt hij uit. “Het is ook pas daar dat je je renners echt leert kennen. Op een cross zit ieder renner in zijn eigen mobilhome. Je gaat voor de start wel even langs, maar iedereen is zodanig gefocust dat je geen deftige gesprekken kan voeren. En na de wedstrijd is het de vlucht naar Egypte: iedereen wil zo snel mogelijk naar huis en dan is er ook geen tijd om goed te praten. Ik ben blij dat dit op stage nu wel gelukt is. Dat was wel echt nodig, want ik kende de jongens nog niet heel goed.”

“Op stage heb ik een aantal zaken geïntroduceerd bij de trainingen, waar ik het zelf als renner soms moeilijk mee had”, aldus Meersman. “Ik vind het belangrijk dat je als coureur, voordat je aan een ritje begint, weet naar waar je gaat rijden en wat je te wachten staat qua lastigheid. Ik had daarvoor dus voor iedere dag een rit uitgestippeld via Strava én een aparte route voor de volgauto. Ik weet nog van vroeger dat je soms in een dorpje terecht komt, waar je met de auto niet goed door kan. Dan is het als renner niet aangenaam als je daar staat van: waar is die auto nu, waar moet ik nu juist heen? Ik had daar zelf echt een hekel aan. Nu was dat allemaal goed geregeld. Ik stippelde dan een omweg uit voor de wagen en drie kilometer later waren we weer samen, zonder dat de renners zich zorgen moesten maken over bevoorrading en zo. Dat zijn zo van die kleine dingen, die voor een renner toch belangrijk kunnen zijn. Ik heb er ook op gehamerd dat er een soigneur meeging, voor massages in de namiddag.”

Als Eli op het EK niet doet wat Mario en ik de avond daarvoor hadden uitgestippeld, dan ziet het er misschien anders uit.

Zo blijkt dat een voormalig wegrenner wel degelijk zijn stempel kan drukken een veldritploeg als Marlux-Napoleon Games. Dat werd ook duidelijk op het Europees kampioenschap in Tabor, waar Eli Iserbyt met de wit-blauwe trui aan de haal ging in de beloftecategorie. Weliswaar na een tumultueuze sprint tegen supertalent Tom Pidcock, die achteraf zijn beklag deed. “Eli reed daar een slimme sprint. Als hij daar niet doet wat Mario en ik de avond daarvoor hadden uitgestippeld, dan ziet het er misschien anders uit. We hadden dat scenario uitgetekend en dat heeft hij perfect gevolgd. Maar ja, je moet daarvoor wel de power in de benen hebben. Je kan die dingen nog zo goed voorbereiden als je wil, maar als Eli de kracht niet heeft, dan komt Pidcock er wel in de wind over. Eli was die dag echt ijzersterk en heeft een prachtig kampioenschap gereden. Alle credits gaan dus zeker naar hemzelf.”

Hartritmestoornissen
Meersman zelf is inmiddels – op 30 december 2016 om precies te zijn – bijna een jaar gestopt met koersen, nadat er op ploegstage hartritmestoornissen bij hem werden vastgesteld. De West-Vlaming begon zijn carrière in 2007 bij Discovery Channel, om via vier jaar Française des Jeux en een jaartje Lotto Belisol bij Etixx-Quick Step aan te komen voor het meest succesvolle deel van zijn loopbaan. Hij won onder andere ritten in Parijs-Nice en de Rondes van Catalonië, Romandië en Spanje, maar kende dus een abrupt carrière-einde. En dat terwijl hij juist naar Fortuneo-Vital Concept was getransfereerd.

Een Franse dokter weigerde hem vanwege hartritmestoornissen een licentie toe te kennen, maar Meersman benadrukt dat hij zelf de beslissing nam om te stoppen met koersen. “Half januari ben ik naar dokter Brugada geweest voor een tweede opinie. Daar heb ik weer allerlei testen ondergaan en die dokter zei: ‘wat mij betreft, is er met uw hart niets aan de hand. U kan gewoon koersen.’ Had ik gesolliciteerd bij een Belgische ploeg, dan had ik gewoon een vergunning gekregen en was ik nu nog aan het koersen. Maar een hart is geen knie. Als er één iemand zegt dat het gevaarlijk is, en die arts had dat niet alleen beslist, wat moet je dan doen? Ik ben nu 32 jaar, ik kan het niet maken ten opzichte van mijn gezin om dan te zeggen van: ‘ik ga het, ondanks het risico, toch nog proberen’. En ook alle ploegen zaten al vol, ik had geen zin om te gaan bedelen voor een plek. Ik heb de juiste keuze gemaakt.”

Dokter Brugada vertelde aan mij: ‘wat mij betreft, is er met uw hart niets aan de hand. U kan gewoon koersen.’

Opvallend wel, dat juist in België en Nederland de voorbije jaren plots zoveel renners met hartritmestoornissen opdoken. Mario Aerts was in 2011 een van de eersten die met dit probleem op de proppen kwam, later volgden onder andere Robert Gesink, Niels Albert, Klaas Lodewyck, Max Gulickx, Johan Vansummeren, Olivier Kaisen en recent ook Lars Boom. Sommigen konden hun carrière na een operatie toch voortzetten, anderen besloten geen risico te nemen. “Ik zou daar eigenlijk niet te veel achter zoeken. Volgens mij zijn de controles hier gewoon het best, daarom komen die problemen zo frequent aan het licht. En maar goed ook. Ik ben in 2009 mijn beste vriend Frederik Nolf verloren door een hartprobleem. Nu zijn de controles volgens mij beter en gelukkig komen die zaken aan het licht.”

Alleen spijt van Dauphiné
De sympathieke Ingelmunsternaar neemt nu vrede met het verloop van zijn carrière, al heeft hij van één ding spijt. “Ik zie het zeker niet als een unfinished business”, blikt hij terug. “Ik heb mezelf daar vrij snel bij kunnen neerleggen. Wat ik alleen ambetant vond, is dat ik niet wist waar mijn toekomst lag. Gelukkig is dat nu opgelost. Zelfs toen ik nog koerste, had ik altijd zoiets van: er ontbreekt nog iets op mijn palmares. Een rit in een grote ronde. In de laatste maanden van mijn carrière als renner heb ik dat hiaat in de Ronde van Spanje kunnen opvullen. Ik denk dat ik kan zeggen dat ik met mijn talent er het maximale heb uitgehaald. Ik hoef nooit te zeggen: had ik maar meer mijn best gedaan. Als je mij tien jaar geleden zou zeggen dat ik dit palmares zou hebben, had ik ervoor getekend. Het enige wat ik nog jammer vind, is dat er in de eerste rit van de Dauphiné van 2013 nog één renner voor het peloton bleef. Een miscommunicatie. Daarachter won ik de sprint en ik stond vervolgens vier dagen tweede in het klassement. Ik had zo graag een keer die gele trui gedragen, maar goed: ik kan er intussen mee leven.”

“Ik kijk vooral met heel veel trots terug. Zelfs in de jaren met veel pech, miserie en rugklachten, ben ik in mezelf blijven geloven en heb ik het blijven opbrengen om voor het hoogst mogelijke te gaan”, aldus Meersman. “Vanaf dat je als renner aan jezelf begint te twijfelen, ben je verloren. Ik denk dat het mijn sterkte is geweest dat ik dat nooit heb gedaan en karakter heb getoond. Zelfkennis was ook essentieel. Ik heb nooit een hartslagmeter gehad en heb nooit met een trainer gewerkt. Daar ben ik wel trots op. Ik heb het allemaal zelf gedaan, zonder de hulp van die wetenschappelijke methodes. Er waren misschien soms mensen die aan mij twijfelden, maar ik wist zeker dat ik zonder pech en al die blessures altijd mee zou kunnen doen voor winst in mijn wedstrijden – vaak was dat een sprint na een lastige koers.”

Een mooie sportieve ambitie lijkt mij om ooit eens een Belgisch kampioen onder mijn hoede in de ploeg te hebben.

Meersman is en blijft een winnaarstype, dat blijkt uit het vuur waarmee hij zich nu inzet bij zijn nieuwe job als ploegleider. “Enerzijds ben ik nu veel meer thuis, dat is vooral fijn voor mijn dochter. Vroeger was ik bijna 180 dagen van huis en dan moet je toch veel mooie momenten missen. Anderzijds neemt mijn job als ploegleider ook zeven dagen op zeven in beslag. Mailtjes sturen voor kledij, vergunningen, groepstrainingen, fietsen voor volgend jaar: het stopt eigenlijk nooit. In het begin heb ik wel een beetje onderschat dat er nog zoveel extra dingetjes bij kwamen kijken. Maar de renners appreciëren wat ik voor hen doe. Er is een goede vertrouwensband en dat is voor mij het belangrijkst. Een mooie sportieve ambitie lijkt mij om ooit eens een Belgisch kampioen onder mijn hoede te hebben. Liefst dan iemand die we bij Marlux-Napoleon Games zelf hebben opgeleid, dat geeft dan nog meer voldoening, denk ik.”


Speel mee met het Scorito Klassiekerspel en win mooie prijzen

Reacties Toon reacties Verberg reacties