Eindejaarslijstjes: De mooiste monumentale klassieker van 2017

Door Koen Middendorp, woensdag 27 december 2017 om 06:00

WielerFlits kijkt in de maand december terug op het wielerjaar 2017 met iedere dag een terugblik en poll. Vandaag: De mooiste monumentale klassieker van 2017.

flag-it Milaan-San Remo

“Ik denk dat dit de sprint van mijn leven was.” Deze woorden slingerde Michal Kwiatkowski de wereld in via het sociale medium Twitter, enkele uren na zijn prestigieuze overwinning in Milaan-San Remo. De Pool sneed die bewuste zaterdag samen met wereldkampioen Peter Sagan en de Franse puncheur Julian Alaphilippe de laatste kilometer aan van het eerste wielermonument van het jaar, die zijn besluit kreeg op de vermaarde Via Roma.

Voordat we de eindsprint tot in detail analyseren, moeten we ons de vraag stellen: wat is eigenlijk de aantrekkingskracht van Milaan-San Remo? De koers wordt niet opengebroken op de omhooglopende kasseien van een Oude Kwaremont, of op de slecht liggende keien van een Mons-en-Pévèle. De wedstrijd kent geen dermate zware kuitenbijters als de Col de la Redoute of de Roche aux Faucons. Laat staan loodzware doch ook romantische cols als de Muro di Sormano en de Madonna del Ghisallo. Daarnaast is de koers door een sportieve bril bekeken zelden verheffend.

In dit laatste aspect schuilt echter ook datgene wat La Primavera zo bijzonder maakt: het is een koers waarin het wachten tot kunst is verheven. De eerste pakweg 250 kilometer zijn te kwalificeren als een processietocht, waarin de ploegen proberen hun troeven zo goed mogelijk uit de wind te houden. Toch dragen deze eerste koersuren bij aan de nervositeit bij zowel de renners als de wielerliefhebbers voor de buis. Bij het horen van de verschillende Capo’s wordt de zetel een eerste maal dichter naar de tv geschoven.

De koers begint pas echt met het opdoemen van de Cipressa, traditioneel een plek waar dromen van sprinters al aan diggelen worden geslagen. Hét punt waar de koers tot volle ontbranding komt, is echter op de Poggio. Een helling die qua zwaarte eigenlijk geen naam mag hebben, maar zich een iconisch karakter heeft aangemeten door de vele duels die er zijn uitgevochten. Het feit dat de Poggio geen Muur van Huy of Montelupone is, maakt van Milaan-San Remo een koers waarin verschillende renners kunnen zegevieren.

Ook dit is een reden waarom La Classicissima zo’n aantrekkingskracht geniet. Mark Cavendish, Oscar Freire en Arnaud Démare wisten de koers naar hun hand te zetten na een spurt, Fabian Cancellara hief zijn handen solo ten hemel en Simon Gerrans en Gerald Ciolek zegevierden uit een klein groepje. Het is elk jaar weer de vraag: welk type renner wint er dit jaar? Ook in 2017 verliep Milaan-San Remo volgens het geijkte stramien: een kopgroep kreeg voor meer dan tweehonderd kilometer de zegen van het peloton. Tot het moment dat de ploegen wakker schoten bij het naderen van de Cipressa.

Na enkele speldenprikken op de Cipressa, die werden opgevangen door het BORA-hansgrohe van wereldkampioen Peter Sagan, besloot een groep van tien renners tussen de Cipressa en de Poggio het hazenpad te kiezen. Met Belgisch kampioen Philippe Gilbert en de immer aanvalslustige Fransman Tony Galllopin was deze gevuld met kwaliteit. Reden voor BORA-hansgrohe om het tempo hoog te houden, en de kopgroep voor de Poggio in te rekenen.

Op de flanken van de slothelling was het aanvankelijk Tom Dumoulin die het tempo strak hield voor zijn kopman Michael Matthews. Voor Sagan bleek het tempo nog niet hoog genoeg te liggen. De Slovaak ontwikkelde in een mum van tijd een hels tempo, dat alleen kon worden beantwoord door een sterke Alaphilippe en een angstvallig aanklampende Kwiatkowski. De rest hapte naar adem, en bleef happen tot na de finish.

Sagan nam als wereldkampioen de verantwoordelijkheid, en nam het initiatief in de afdaling en de daaropvolgende vlakke kilometers. Kwiatkowski en Alaphilippe pokerden door de aanwezigheid van respectievelijk Elia Viviani en Fernando Gaviria in de achtervolgende groep. “Ik speelde een beetje met Sagan. Een sprint vanuit een grote groep of man-tegen-man is totaal verschillend. Ik weet dat hij de betere sprinter is, maar hij is te kloppen. Ik kan iedereen aan in de sprint als alles perfect verloopt, ook Sagan”, deed Kwiatkowski na afloop van verhaal.

Dit zelfvertrouwen bleek gegrond. De Pool liet in de laatste seconden voor de daadwerkelijke spurt zelfs bewust enkele meters ruimte. “Ik wilde hem op die manier uit zijn kot lokken. Hij keek om, en toen wist ik dat hij de sprint zou beginnen. Ik probeerde relaxed te blijven en ruimte te laten, zodat ik een hogere topsnelheid zou halen aan het einde. Die tactiek bleek op de streep de juiste, met enkele centimeters…” Het betekende een apotheose van een ruim zeven uur durend, langzaam opbouwend wielersymfonie. Zoals Milaan-San Remo eigenlijk altijd is.


flag-be Ronde van Vlaanderen

Als Belgische wielrenner De Hoogmis winnen. Je moet het als Nederlander vergelijken met het winnen van de Elfstedentocht, het zegevieren op het WK voetbal of het binnenslepen van een gouden medaille op de Spelen. In totaal gingen 68 landgenoten Philippe Gilbert voor. Gilbert, die in zijn imposante carrière al zegevierde op het WK, in Luik-Bastenaken-Luik, de Ronde van Lombardije en ontelbaar veel andere klassiekers, was zo blij met zijn zege dat hij met zijn fiets over zijn hoofd de streep passeerde in Oudenaarde. ‘Op Merckxiaanse wijze pakt Gilbert winst in De Ronde’, kopte de Volkskrant diezelfde avond nog na zijn indrukwekkende solo. “Dertig jaar geleden was het Claude Criquielion die als laatste Waal de Ronde won. Het doet mij veel dat ik nu op het hoogste schavotje sta”, waren de woorden van Phil na afloop.

Zijn overwinning wordt nog specialer als je bedenkt in welke situatie hij zich bevond ten tijde van de Ronde van Vlaanderen van 2016. Verpieterend voor de televisie, kijkend naar de wegen en hellingen waar hij zo graag op wilde schitteren. Bij het Amerikaanse BMC kwijnde de 35-jarige Gilbert al enkele jaren zienderogen weg. Toegegeven, hij won dat jaar nog de Belgische titel en de Ronde van Luxemburg. Maar de kampioen die iedere renner belachelijk wist te maken met zijn haast mutante spurts bergop, lag al een tijdje achter ons. Hij werd de afgelopen seizoenen, tegen zijn zin in, gepasseerd voor de kasseiklassiekers vanwege de opkomst van landgenoot Greg van Avermaet als wereldtopper.

Meer en meer mensen gingen twijfelen aan het feit of Gilbert ooit nog terug kon keren aan de absolute wereldtop. Patrick Lefevere was één van de weinigen die het in hem zag zitten. In een ploeg al uitpuilend van de kopmannen, besloot hij met Gilbert een volgende vedette binnen te hengelen. Met een vromer jaarsalaris, bescheidener status binnen de ploeg maar vooral de toezegging van het kunnen rijden van de voorjaarsklassiekers, wist hij echter de gevoelige snaar te raken. In Dwars door Vlaanderen en de E3 Harelbeke demonstreerde Gilbert al zijn hoogvorm. In de gewonnen Driedaagse De Panne-Koksijde bevestigde hij zijn favorietenstatus voor Vlaanderens Mooiste. 

Het verschil met veel andere wereldtoppers, is dat Gilbert oog heeft voor de heroïek van de wielersport. De Waal is nog van de oude stempel; de generatie die koerst op gevoel en instinct. In het verleden schudde hij al indrukwekkende solo’s uit zijn benen in de Omloop het Volk en Lombardije, daar waar hij ook had kunnen wachten tot de absolute slotfase om zijn befaamde cartouche uit te spelen. Zijn optreden in Vlaanderen was ook een toonbeeld van ‘traditioneel’ wielrennen.

Na de gewoonlijke schermutselingen in de eerste wedstrijduren, ontplofte de koers op de beruchte Muur van Geraardsbergen. Sky versnelde met nog 95(!) kilometer te gaan op de Veste, en het was Quick-Step Floors dat overnam richting de Kapelmuur. De Belgische formatie bleek bij de les, met Gilbert, Boonen én Trentin als aanwezige pionnen. Rowe, Kristoff en Stuyven waren ook mee, topfavorieten Sagan en Van Avermaet hadden zich dan weer laten verrassen. “We wilden direct doorrijden omdat we met drie man mee waren. We gingen volle bak, en we bleven ook goed ronddraaien.”

Zo goed zelfs dat de achtervolgende groep met daarin Sagan en Van Avermaet geen seconde dichterbij kwam. Sterker nog, de Gilbert en kornuiten liepen alleen maar verder uit. De tweede passage van de Oude Kwaremont bleek de plek waar de Waal aan zijn – zo bleek onbedoelde – solo-slim begon. Op 56 kilometer van de streep bleek er geen weg meer terug. “Ik nam de kop op de Oude Kwaremont, en toen ik achterom keek was ik alleen.” Hij besloot ook om alleen door te gaan, ondanks een resem lastige hellingen, vlakke kilometers en een jagende achtervolgende groep in het verschiet. Gedragen door een massa uitzinnige Belgen vloog Gilbert echter over de Koppenberg richting de laatste keer Oude Kwaremont en Paterberg.

Op de eerste van de twee slothellingen ontbrandde de koers achter Gilbert definitief. Sagan, Van Avermaet en een sterke Naesen ontbonden op de Kwaremont hun duivels, en knabbelden zienderogen aan de achterstand. De koers leek plots weer open te bloeien, maar de inmiddels beruchte jas-gate zorgde voor nog maar eens een omwenteling. De drie achtervolgers kwamen door een uitstekende jas onzacht in aanraking met de kasseien, waardoor er van een georganiseerde achtervolging op Gilbert plots geen sprake meer was.

De Belgische kampioen, die de souplesse inmiddels had ingeruild voor een pijnlijke grimas, wist in de daaropvolgende tien vlakke kilometers stand te houden. In Oudenaarde zorgde hij voor de definitieve bekroning van een ware revival aan de top van het wielerfirmament. “Dit was er eentje uit de goede oude doos”, sprak wielerlegende Eddy Merckx vol lof over de prestatie van zijn landgenoot. Gilbert en niemand anders maakte van de Ronde van Vlaanderen 2017 een waar spektakelstuk.


flag-fr Parijs-Roubaix

“Eindelijk heb ik een monument gewonnen! Toen ik jaren geleden deze wedstrijd voor het eerst reed, had ik nooit gedacht dat hier ooit zou zegevieren.” Dit waren de woorden van Greg van Avermaet na zijn zege in Parijs-Roubaix. De helleklassieker vormde voor de Belg de ultieme bekroning van een superseizoen, met ook nog de Omloop het Nieuwsblad, E3 Harelbeke en Gent-Wevelgem op zijn conto. Het was ook een revanche voor de een week eerder verreden Ronde van Vlaanderen die hij – mede door een val – op een tweede plaats besloot.

En toch was Parijs-Roubaix aanvankelijk niet de koers van Van Avermaet. Of van die van John Degenkolb. Of Peter Sagan. Of van de andere pakweg 170 renners die aan het vertrek stonden. Er was bij de start slechts oog voor één man: Tom Boonen. Tornado Tom; veelwinnaar, boegbeeld en halfgod in Vlaanderen, zou namelijk zijn laatste Parijs-Roubaix rijden. De viervoudig winnaar wilde nog één keer alles in de schaal leggen voor een recordbrekende vijfde kassei. In de vorige knotsgekke editie kwam hij slechts een halve fiets tekort. Dan moest het dit jaar maar gebeuren, zo was de gedachte bij hem en zijn ploeg Quick-Step Floors.

Parijs-Roubaix is altijd een koers waarin een ongeluk in een bijzonder klein hoekje zit. In tegenstelling tot de andere klassiekers ben je in de Hel van het Noorden nog meer overgeleverd aan de goden, in de hoop dat ze je die bewuste zondagmiddag gunstig gezind zijn. Waar de editie van 2016 knotsgek was, kon de editie van dit seizoen ook een script zijn van een heuse opera. In het eerste uur leken de renners bevangen door demonen; pas na goed zeventig kilometer wisten de eerste vluchters een klein gaatje te slaan. Dit bleek echter maar voor even. De satanische openingsfase bleek eveneens een voorbode voor een resem aan valpartijen.

Al op de tweede kasseistrook van de dag was het kassa, met Oliver Naesen als grootste slachtoffer. Het bleek slechts het begin van een ware baaldag voor de kopman van AG2R La Mondiale. Een tweede, nog zwaardere val én een lekke band zorgden ervoor dat hij nooit volledig in koers kwam. Ook Niki Terpstra werd het slachtoffer van twee tuimelpertes. De tweede betekende zelfs een vroegtijdig einde voor de winnaar van 2014. Ook latere winnaar Van Avermaet kende mechanische pech onderweg, keek op een gegeven moment zelfs tegen een achterstand aan van bijna een minuut, maar wist na het Bos van Wallers toch weer aan te sluiten.

Op goed tachtig kilometer was het wereldkampioen Sagan die het initiatief nam. Hij kreeg ploegmaat Macej Bodnar, Daniel Oss en Jasper Stuyven mee. De Slovaak reed echter kort daarna lek, waardoor hij weer werd gegrepen door het overgebleven peloton. Op de strook van Sars-et-Rosières schudde hij echter nogmaals aan de boom, direct gecounterd door het Belgische duo Boonen en Van Avermaet. Vooraan wist een beresterke Oss op de keien van Auchies Stuyven dan weer uit het wiel te kletsen. In de achtervolging op de Italiaan probeerden meerdere coureurs de oversteek te maken, waaronder Milaan-San Remo winnaar Arnaud Démare en de verrassend sterke Gianni Moscon.

De grote kanonnen besloten hun kogel op te sparen tot de beruchte keien van Mons-en-Pévèle. Onder bezielende leiding van Stybar en Sagan formeerde zich een elitegroep van vijftien renners. Het was opnieuw Oss die hieruit wist weg te rijden. Op de vlakke wegen naar Carrefour de l’Arbre viel een eerste beslissing. Sagan besloot nog maar eens het hazenpad te kiezen, en kreeg een attente Stybar, Sebastian Langeveld en Jürgen Roelandts met zich mee. Niet veel later sloten Van Avermaet, Stuyven en de piepjonge Moscon aan. Van Boonen, aan wie deze editie van Parijs-Roubaix werd opgehangen, was plots geen spoor meer.

Wie uiteindelijk ook niet vooraan bleef, was Sagan. De BORA-hansgrohe kopman kreeg nog maar eens af te rekenen met mechanische pech, en zag de kop van de koers niet meer terug. Ondanks gepoker in de achtervolgende groep, wisten ze op Camphin-en-Pévèle de leeggezogen Oss bij te halen. De groep met Boonen en Sagan kwam enkele keren nog gevaarlijk dichtbij, maar wist nooit meer de aansluiting te maken. Op Carrefour de l’Arbre was het vervolgens Stybar die alles uit zijn karkas schudde om zijn medevluchters overboord te kieperen. Het waren Van Avermaet en een verbazingwekkende Langeveld die hun wagonnetje wisten aan te haken.

In gestrekte draf reden de drie naar de Velodrome van Roubaix. Eenmaal opgedraaid op de historische piste begon de traditionele surplace. En zoals zo vaak stelde dat renners vanuit de achtergrond in staat om in extremis aan te sluiten. Dit keer waren het Stuyven en Moscon die voor enkele seconden (opnieuw) de hoop koesterden op een monumentale overwinning. Van deze chaos probeerde Stybar te profiteren door van ver aan te gaan. De aanzet was imponerend, maar de remonte van Van Avermaet nog indrukwekkender. Hij katapulteerde zichzelf op deze manier naar zijn eerste zege in een monument, voor de Tsjech en een bijzonder sterke Langeveld. Het betekende een knotsgek einde van een opnieuw knotsgekke editie van Parijs-Roubaix.


flag-be Luik-Bastenaken-Luik

Alejandro Valverde was tot tranen geroerd na de finish van Luik-Bastenaken-Luik. De Spanjaard, die net La Doyenne voor de vierde keer had gewonnen, was zijn emoties duidelijk niet de baas gedurende het flashinterview. “Deze zege is voor mijn vriend Scarponi”, verwijzend naar het dodelijke ongeval van zijn Italiaanse generatiegenoot en collega één dag eerder. Het was een intens einde van een toch wel vrij matte editie van het vierde monument van het jaar.

Waar de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix elk jaar bol staan van het spektakel, blijven de wielerfans bij het bekijken van Liege al langere tijd op hun honger zitten. Ondanks de aanwezigheid van mythische beklimmingen als de Stockeu, Col de la Redoute en Saint Nicolas, is de koers tegenwoordig verworden tot een afval- en afwachtingskoers, waarbij de springveren wachten tot het allerlaatste moment om hun pijl af te schieten. Het levert traditioneel een tiental minuten aan spectaculair kijkvoer op, maar de koers wordt de laatste jaren niet meer van ver opengebroken.

Ook de editie van 2017 bleef lang op slot. Het stelde een kopgroep bestaande uit Bart De Clercq, Tiago Machado, Simon Perez, Stephane Rossetto, Nick Van der Lijke, Fabien Grellier en Aaron Gate in staat om hun moment de gloire te beleven. Van dit zevental was het de ervaren klimmer Rossetto die het langst stand wist te houden, maar ook hij bleek een vogel voor de kat. In het peloton bleef het lang gesloten, maar konden de eerste serieuze demarrages worden genoteerd op de flanken van de historische La Redoute.

Ondanks verscheidene impulsen op de Redoute, reden de favorieten en groupe naar de laatste jaren als breekpunt aangemerkte Roche aux Faucons. Op goed twintig kilometer van de meet, op de eerste stroken van de klim, was het de Colombiaanse kampioen Sergio Henao die een cartouche afvuurde. Hij kreeg Damiano Caruso en landgenoot Tom Dumoulin mee. Vanuit de achtergrond was het Roman Kreuziger die op en over de drie aanvallers ging. Door de ontplooide initiatieven wist zich een eerste groep van zo’n dertig renners af te scheiden, van waaruit Tim Wellens de sprong wist te maken naar de nog dapper vooruit rijdende Rossetto.

Zoals de laatste jaren in Luik-Bastenaken-Luik het geval is, strandden ook deze aanvalspogingen in schoonheid door de beklemmende controle van ploegen als Movistar (voor topfavoriet Valverde) en Quick-Step Floors (zijn uitdager Daniel Martin). Wellens werd op de beginflanken van de slotklim van de dag, de Côte de Saint Nicolas, opgeslokt. Door het hoge tempo bleven demmarages aanvankelijk uit, tot Davide Formolo koos voor de vlucht naar mogelijke glorie. De Italiaan had onder de vod van de laatste kilometer nog enkele tellen voorgift, maar de lastige hellende aankomststrook richting Ans bleek zoals zo vaak een plek waar dromen veranderen in nachtmerries.

In deze laatste hellende slotkilometer probeerde Martin te doen wat hij 2013 zo succesvol deed. Zijn versnelling leek te machtig voor de concurrentie, maar toen besloot een 37-jarige Spanjaard zichzelf om te vormen tot kanonskogel. Met een imposante acceleratie dichte hij met sprekend gemak het gat op de Ier, om hem in de laatste tweehonderd meter te laten staan. Goed voor een vierde zege in La Doyenne en een fantastisch einde van een imposant voorjaar. El Imbatido zal zich de 103e editie van het Belgische monument ongetwijfeld voor altijd blijven herinneren. Maar of de neutrale wielerfan dit ook zal doen?


flag-it Ronde van Lombardije

Ondanks het feit dat het wielerseizoen tegenwoordig eindigt in het verre China, geldt de Ronde van Lombardije voor de meeste wielerfans nog altijd als dé slotkoers van het wielerjaar. La corsa delle foglie morte zorgt voor een traditioneel orgelpunt na een goed jaar dokkeren over de kasseien, overwinnen van ontelbare Passo’s, Cols en Alto’s, het aan een hallucinante snelheid sprinten en het trotseren van de wind. In tegenstelling tot Luik-Bastenaken-Luik, wordt in dit klimmonument vaak wél op het scherpst van de snede gekoerst. Dat was dit jaar niet anders.

De 111e editie van Il Lombardia werd in gang geschoten onder een voor de renners uiterst welkom Lombardisch zonnetje. Het inspireerde Lennard Hofstede, Matthias Le Turnier, Jacques Janse van Rensburg en de thuisrijders Lorenzo Rota, Pier Paolo De Negri en Davide Ballerini om op avontuur te trekken. Het peloton bleek in een genegen bui, maar hield de teugels desondanks strak aan voor datgene wat nog moest komen. En dat is naar Lombardije-begrippen niet te onderschatten.

Want ook de Ronde van Lombardije heeft, net als alle andere monumenten, zijn kritieke punten. De eerste col met betekenis is de Madonna del Ghisallo. Deze ruim acht kilometer lange klim, met zijn fameuze klokken van de kapel op de top, is het laatste decennium eenzelfde lot beschoren als de Col de la Redoute. Net als zijn Waalse broeder heeft de beklimming door de vele parcourswijzigingen – de Ghisallo wordt nu eerder in koers beklommen – aan puur sportieve waarde ingeboet. Toch blijft het een col waaraan de Ronde van Lombardije nog altijd een belangrijk gedeelte van zijn identiteit ontleent.

Dit seizoen bleek de Ghisallo een speeltuin voor de mannen-van-de-tweede-rij. De spervuur aan demarrages – onder meer van de nieuwe wonderboy Primož Roglič en Laurens de Plus – werd echter weer onschadelijk gemaakt met het oog op de gevreesde Muro di Sormano. De Sormano, met zijn duivelse stroken van 25(!)%, vormt sinds zijn herintrede in de klassieker hét eerste schiftingspunt. In 2015 werd dit nog maar eens onderstreept door Astana, dat in dienst van kopman en latere winnaar Nibali hier het hele peloton uit elkaar deed spatten. Dit jaar werd er echter verrassend defensief gekoerst, waardoor we met een vrij grote groep de absolute finale indoken.

De enige twee dappere Don Quichots die vooruit wisten te blijven, waren De Plus en de Fransman Mikaël Cherel. Dit bleek voor de Quick-Step Floors jongeling echter niet voor lang. Hij werd namelijk het slachtoffer van een op het oog verschrikkelijke valpartij. Net als zijn landgenoot Jan Bakelants miste hij in de bij momenten zeer verraderlijke afdaling van de Sormano een bocht, en viel meters naar beneden. De schade bleek bij De Plus mee te vallen. Bakelants was echter minder fortuinlijk met maar liefst zeven gebroken ribben en zowel twee gebroken ruggen- als lendenwervels.

De gevleugelde uitspraak van commentaargoeroe Mart Smeets – ‘de Tour wacht op niemand’ – bleek ook in Lombardije van toepassing. De favorieten reden namelijk in een ziedende vaart naar de voet van de Civiglio, op twintig kilometer van de streep de inleiding van de definitieve finale. Na enkele snedige versnellingen van onder meer Thibaut Pinot en Gianni Moscon, bleek Nibali over de meest snedige van allemaal te beschikken. Lo Squalo rekende net voor de top Pinot in, waardoor de twee kemphanen met een bonus aan de zeer technische afzink begonnen.

De afdaling werd een kopie van die van twee jaar geleden. Opnieuw toonde Nibali zijn exceptionele daalkunsten door van een weifelende Pinot weg te flitsen en met een voorgift van een tiental seconden te beginnen aan het vlakke tussenstuk naar de laatste hindernis van de dag: de San Fermo della Battaglia. In vergelijking met twee edities geleden, toen de Italiaan op die klim van zijn pluimen verloor en een sterke Daniel Moreno met rasse schreden zag naderen, reed hij nu nog verder weg van de concurrentie.

Met meer dan een halve minuut voorsprong sneed de kopman van Bahrain Merida de laatste vijf dalende kilometers aan. De viervoudig grote ronde winnaar wist de klus vervolgens op de automatische piloot te klaren, goed voor zijn tweede zege in de herfstklassieker. En dat na een opnieuw bijzonder attractieve koers. “Ik stak vandaag in een grootse vorm. Maar omdat iedereen me beschouwde als topfavoriet, was het verre van gemakkelijk om te zegevieren. Daarom sla ik deze zege nog hoger aan dan die van twee jaar geleden”, was Nibali dolenthousiast na de finish. Wij als wielerfans waren vooral enthousiast omdat Lombardije opnieuw een perfecte afsluiter bleek van het wielerseizoen.

Wat was de mooiste monumentale klassieker van 2017?

  • Ronde van Vlaanderen (49%, 274 stemmen)
  • Parijs-Roubaix (30%, 168 stemmen)
  • Ronde van Lombardije (9%, 50 stemmen)
  • Milaan-San Remo (9%, 48 stemmen)
  • Luik-Bastenaken-Luik (4%, 21 stemmen)

Aantal stemmen: 561

Stem


Opruiming Fietsschoenen: korting tot wel 50% op topmerken

Nieuwe wieleroutfit nodig? Topdeals voor de nieuwe zomercollectie

Stijlvolle wielerkleding van La Machine : Gratis verzending tijdens de Tour

Reacties Toon reacties Verberg reacties