Tom Pidcock: “De status van toptalent is niet altijd leuk”

Door Niels Bastiaens, zondag 29 oktober 2017 om 09:00

Foto: Telenet-Fidea Lions

Met Tom Pidcock heeft Sven Nys goud in handen. De 18-jarige Brit heeft zich in korte tijd opgewerkt tot misschien wel de meest veelbelovende belofte van het moment. Het Brits, Europees en wereldkampioenschap veldrijden, het WK tijdrijden én Parijs-Roubaix: Pidcock schreef ze in zijn juniorenperiode allemaal op zijn naam. Sinds vorig weekend rijgt hij ook in de beloftecategorie de overwinningen aan elkaar. Waar liggen de limieten van deze alleskunner uit de stal van Telenet-Fidea Lions? WielerFlits ging bij hem op bezoek voor een uitgebreide babbel.

Een keer om de tien jaar staat er in het wielrennen een supertalent op. Gezien zijn indrukwekkende ontwikkeling, zou Pidcock weleens het talent van de komende generatie kunnen zijn. Na zijn flitsende prestaties bij de junioren, kwam de carrière van de jonge Brit in een stroomversnelling. Teams als Sky en Trek-Segafredo waren er plots als de kippen bij om het hoofd van Pidcock op hol te brengen, maar toch koos het Britse talent niet voor het grote geld en een overhaaste overstap naar de weg. Pidcock gaat voor een rustige groei in de stal van Sven Nys en vooral voor veel plezier op de crossfiets.

“De mensen rondom mij hebben altijd al gezegd dat ik talent had”, vertelt Pidcock. “Pas drie jaar geleden reed ik mijn eerste crossen, maar ik ben van nature redelijk klein en mager, en moest vaak tegen grotere leeftijdsgenoten strijden. Ik won niet heel vaak, maar ik had wel een enorme drang om te winnen. Met mijn techniek kon ik ook vaak terrein goedmaken. Het echte besef dat ik talent heb kwam er eigenlijk pas vorig jaar, na het EK. Sindsdien ben ik blijven winnen en is het allemaal heel snel gegaan voor mij.”

Ik ben in de cross gekomen dankzij mijn vader. Hij heeft ook aan veldrijden gedaan en heeft mij veel bijgeleerd over de sport.

Zo snel dat het verwachtingspatroon van de buitenwereld alsmaar groter werd en zelfs de vergelijkingen met Peter Sagan niet uitbleven. “Heel vreemd natuurlijk, om met zo iemand vergeleken te worden terwijl je nog geen enkele profzege hebt. Anderzijds begrijp ik het in zekere zin nog wel, want volgens mij matchen onze persoonlijkheden. Voor mij staat het plezier maken op de fiets ook centraal en ik neem het niet altijd even serieus”, lacht Pidcock. “Maar soms is het ook helemaal niet leuk om die status van alleskunner te hebben. In Zonhoven bijvoorbeeld, tijdens de opwarming, was ik echt aan het sukkelen. Ik nam enkele passages heel slecht en zag dat de mensen mij daar direct voor veroordeelden. Ze verwachten zo veel van mij.”

In de cross dankzij vader
Hoe komt een jonge, talentvolle Brit eigenlijk in het veldrijden terecht? British Cycling moedigt zijn talenten doorgaans eerder aan om in te zetten op de olympische disciplines. Pidcock was dan ook pas de eerste renner uit Groot-Brittannië sinds Roger Hammond in 1992 die een medaille kon grijpen op het WK veldrijden. “Eigenlijk is dat allemaal dankzij mijn vader gekomen. Hij was ook een goede wielrenner, maar niet van dien aard dat hij de Tour de France heeft gereden of zo. Hij heeft ook aan veldrijden gedaan en heeft mij veel bijgeleerd over deze sport. Voor mij was veldrijden altijd een ideale manier om iets te doen te hebben in de winter, maar sinds vorig jaar is de cross ook een doel op zich.”

Niet zonder succes, zo bleek afgelopen winter in het Luxemburgse Bièles. Pidcock greep de wereldtitel, zijn landgenoten Daniel Tullet en Ben Turner maakten het podium compleet. “Die dag is nog altijd de mooiste uit mijn prille carrière. Vooral omdat ik daar al een jaar naar aan het toewerken was. Ik had er hard voor gewerkt om dat niveau te halen, er lang naar uitgekeken en iedereen verwachtte dat ik het zou gaan afmaken. Als je dat dan doet en je staat ook nog eens met twee vrienden op het podium, dan is dat gewoon een erg speciale dag. Die wereldtitel in het tijdrijden kwam veel meer als een verrassing.”

Ik geraakte gefrustreerd door mijn slechte zandtechniek en heb na de cross drie extra rondjes gedaan om het toch onder de knie te krijgen.

Toch heeft hij ook zijn gebreken, beseft Pidcock. De Brit vindt het makkelijker om die te benoemen dan zijn sterktes. “Rijden door het zand, dat is momenteel waar ik de grootste moeite mee heb. Al gaat het wel steeds beter. Wanneer ik iets niet zo goed kan, dan wil ik dat liefst zo snel mogelijk rechtzetten. In Zonhoven bijvoorbeeld, tijdens mijn eerste cross als belofte, gingen mijn passages door het zand heel slecht. Ik geraakte gefrustreerd en heb na de cross nog drie extra rondjes gedaan om het toch maar onder de knie te krijgen. Niet dat ik mezelf daarmee echt verbeterde, want ik was te moe. Maar het typeert mij wel. Ik heb een winnaarsmentaliteit, maar soms is het moeilijk om eens niet te winnen.”

Sven Nys, een winnaar bij uitstek, lijkt als ploegmanager van Telenet-Fidea Lions de ideale man om Pidcock te helpen. “Hij is voor mij een heel belangrijke factor geweest om bij deze ploeg te tekenen. Ik ben nog heel jong en moet toegeven dat ik zijn carrière niet actief heb meegemaakt, maar ik weet nu wel wat voor een legende hij is. Ik heb aanbiedingen gekregen van veel crossploegen en voor mij waren die teams allemaal gelijkwaardig. Alleen, als je dan hoort dat je mag gaan werken met iemand als Sven, geeft dat wel de doorslag. Het geeft ook vertrouwen dat ze mij niet te snel willen brengen. Zo heb ik bijvoorbeeld zelf mogen kiezen hoeveel crossen ik doe.”

Nog geen carrièreplanning
Pidcock krijgt bij de Belgische ploeg de kans om het veldrijden te blijven combineren met zijn ambities op de weg, en hij is van plan om dat zeker nog een tijdje te blijven doen. “Op deze leeftijd is dat perfect mogelijk”, aldus Pidcock. “Hoe ouder je wordt, hoe moeilijker het is om de twee te blijven combineren. Dat besef ik ook wel. Ik heb gewoon heel veel plezier in het crossen en ik blijf het nog zeker twee jaar bij deze ploeg doen. Uiteindelijk zal ik wel eindigen op de weg, alleen weet ik nog niet wanneer. Ik vind ook niet dat ik al een hele carrièreplanning moet maken, ik pin mij nergens op vast.”

Uiteindelijk zal ik wel eindigen op de weg, alleen weet ik niet wanneer. Ik vind niet dat ik al een carrièreplanning moet maken.

Ook op de weg kiest de Britse alleskunner voor een rustige opbouw, hoogstwaarschijnlijk bij het Team Wiggins van… Bradley Wiggins. “Dat is nog niet bevestigd, maar het zou wel mooi zijn natuurlijk. Dat ik dan zou samenwerken met twee grote kampioenen, naast ook Nys? Daar had ik zelfs nog niet over nagedacht. Wiggins is misschien wel niet zo betrokken bij de ploeg als Sven, maar het zou wel een leuke kans zijn. Voor mij is hij altijd een van mijn idolen geweest, naast Mark Cavendish. Dat zijn toch echt legendes?”

Hoever reiken de ambities van Pidcock op het asfalt? “Ik ben natuurlijk heel ambitieus, maar het is eerst nog even kijken tot wat voor renner ik mij kan ontwikkelen. Sprinten kan ik sowieso het slechtst. Vorig jaar heb ik mij, mede door mijn lage gewicht, meer tot klimmer ontpopt. Dit jaar heb ik een pak minder geklommen, maar ik ben naar mijn gevoel wel veel sterker geworden. Je zou het gezien mijn lichaamsbouw misschien niet zeggen, maar vooral Parijs-Roubaix zou weleens een koers kunnen zijn die mij goed ligt. Ik kon dit jaar de editie voor junioren winnen en vond die koers echt geweldig. Van het huidige peloton zou je mij misschien ook het best kunnen vergelijken met iemand als Zdenek Stybar.”

“Maar bovenal wil ik graag zo veel mogelijk titels pakken op de kampioenschappen, zowel op de weg als in het veld. Het is altijd een geweldige eer om zo’n unieke trui te mogen aantrekken, zeker die mooie regenboog. Ik ben het intussen ook al wel een beetje gewoon om in een speciale trui te mogen rijden”, lacht Pidcock. “Winnen in een kleinere wedstrijd, dat went, maar op een kampioenschap nooit. Dat én het plezier op de fiets zijn momenteel mijn grootste drijfveren. Misschien dat winnen op termijn nog belangrijker wordt voor mij dan dat het nu is, maar dat is maar goed ook. Ik ben nog altijd heel jong.”

Bovenal wil ik graag zo veel mogelijk titels pakken op de kampioenschappen, zowel op de weg als in het veldrijden.

Zijn grote wapen? Afzien
Pidcock zou volgende week op het Europees kampioenschap in Tabor zijn truienverzameling al kunnen uitbreiden. De Brit verteerde de grote stap van junior naar belofte uitermate goed. In Zonhoven werd hij na een val in de openingsronde nog knap vierde, in Boom en in de wereldbeker in Koksijde stond hij al op het hoogste schavotje. En tussendoor werd hij ook al negende tussen de profs in Kruibeke. “Het lijkt misschien dat die stap niet groot is, maar uiteindelijk is het wel een serieuze aanpassing voor mij. De wedstrijd is twintig minuten langer en de jongens waar ik nu tegen uitkom hebben vaak meer kracht in de benen dan ik. Wat mijn grote wapen dan is? Volgens mij ben ik gewoon erg goed in afzien en doorbijten.”

De jongeling uit Yorkshire deinst niet terug om zichzelf bij de favorieten te plaatsen voor het WK voor beloften in Valkenburg, zijn grootste doel van het jaar. “Daar moet ik op mijn best zijn, want dat ben ik nu zeker nog niet. Na het WK tijdrijden heb ik twee weken rust genomen, en daarbij verlies je wel een beetje van je topvorm. Daarnaast zijn er nog een aantal zaken waar ik nog aan moet werken. Ik moet nog een beetje wennen aan de Dugast-banden waar we mee rijden. Zeker in die eerste crossen was het aftasten hoe die banden reageerden op de ondergrond, maar dat gaat nu al een pakje beter. En ik wil graag mijn techniek ook nog verbeteren, samen met Kris Wouters.”

Dat wil niet zeggen dat Pidcock het hele seizoen in België zal verblijven, zoals dat de afgelopen weken steeds het geval was. Pidcock kreeg een stekje in de service course van Telenet-Fidea Lions in Westerlo, maar zal de komende weken vooral thuis trainen tussen de crossen in. “Op mijn vraag”, aldus de Brit. “Ik vind het niet fijn om hier in België te trainen. Het weer is hier vaak slecht en de wegen zijn zo vlak. Geef mij dan maar de groene en heuvelachtige omgeving van Yorkshire. Er zullen nog wel periodes zijn dat ik hier logeer, maar meestal zal ik er enkel in het weekend zijn. Ik ga ook nog maar een vijftiental crossen rijden, om zeker geen roofbouw op mijn lichaam te plegen. Op het WK, dan moet ik er staan.”

Reacties Toon reacties Verberg reacties