August Jensen: “35 keer top 10, dan ben je klaar voor een niveau hoger”

Door Niels Bastiaens, zondag 17 september 2017 om 08:00

Foto: ASO

Neem Peter Sagan en Alexander Kristoff buiten beschouwing, en August Jensen is de renner die zich dit seizoen het frequentst in de top 10 van een UCI-koers heeft weten de plaatsen. Maar liefst 35 keer dook de 26-jarige Noor op bij de eerste tien renners. Een indrukwekkend aantal, dat hem een transfer van het bescheiden Noorse Coop naar Israel Cycling Academy én een WK-selectie opleverde. Dat laatste is voor Jensen het belangrijkst, want de titelstrijd vindt dit jaar plaats in zijn thuisstad Bergen.

Het is niet dat Jensen uit het niets komt opduiken met zijn fameuze rijtje top 10-plaatsen. De Noor was ook in de afgelopen jaren bij momenten goed op dreef en dwong op die manier een contract af bij One Pro Cycling. De ploeg had toen nog onder meer Matthew Goss onder contract. “Maar eind november kregen we te horen dat die ploeg kampte met financiële problemen. Ze zouden toch niet de stap naar het Pro Continentaal niveau maken. Vind dan maar eens een andere profploeg, zo laat op het seizoen. Ze hebben nog moeite gedaan om een ploeg voor mij te vinden, maar alles zat al vol. Ik heb er dan voor gekozen om nog een jaar bij Coop te blijven, ook al wist ik dat ik klaar was voor een niveau hoger”, zegt Jensen, die dezer dagen in het West-Vlaamse Wevelgem verblijft, in een gesprek met WielerFlits.

Getergd begon Jensen dan ook aan de winter, in de hoop aan de wereld te bewijzen dat hij zijn plekje op het hoogste niveau waard is. “Het is misschien gek om te zeggen, maar dat voorval heeft misschien wel bijgedragen tot mijn resultaten van dit jaar. Ik had mezelf voorgenomen om me nog meer aan het front te tonen, bij wijze van revanche. Ik heb harder getraind dan de voorgaande jaren en ben vroeger met mijn trainingen begonnen, zonder roofbouw op mijn lichaam te plegen. Dat heeft dus zijn vruchten afgeworpen en daarmee verbaas ik mezelf. Ik had echt niet verwacht dat ik dit in mijn mars heb.”

Ik heb harder getraind dan de voorgaande jaren en ben vroeger met mijn trainingen begonnen, bij wijze van revanche na die tegenslag.

Onder die 35 topnoteringen vallen ook vier overwinningen. Een ritje in de Tour du Loir et Cher, twee in de Oberösterreichrundfahrdt, maar vooral zijn eerste profzege in de derde etappe van de Arctic Race of Norway springt in het oog. In een oplopende sprint was Jensen najaarsrevelatie Dylan Teuns te snel af. “Zonder twijfel een hoogtepunt. Die etappe ging door mijn thuisregio, in het noorden van Noorwegen. Niet veel renners zijn van daar afkomstig, dus een pak supporters en familieleden waren daar speciaal voor mij. Dat geeft die overwinning nog een extra dimensie.”

“Na alle ereplaatsen was een overwinning op het hoogste niveau weleens welkom. Het wordt op den duur een soort obsessie”, aldus Jensen. “Je bent zo vaak zo dichtbij de overwinning, maar je blijft ook zo vaak steken op een tweede, derde of vierde plaats. Als je dan eens de handen in de lucht mag steken, dan merk je pas hoe groot het verschil is tussen winnen en een ereplaats. Ook in het peloton: met zo ’n groene trui om je schouders krijg je plots meer respect van collega’s, die je voordien niet zouden komen groeten. Anderzijds ben ik geen Sagan of Kristoff. Ik moet nog steeds knokken voor posities.”

Thuiskoers
Volgende week zondag ligt er een nieuw hoogtepunt op Jensen te wachten. Dan vindt het WK op de weg plaats in zijn thuisstad Bergen. Een unieke ervaring. “Alles is klaar om er een speciale en perfecte dag van te maken. Ik kijk er zo hard naar uit. Je kan niet geloven hoe groot de opluchting was toen ik drie weken geleden de bevestiging van de bondscoach kreeg dat ik erbij was. Ik heb altijd een goed contact met hem gehad en ik wist dat ik gezien mijn resultaten een goede kans maakte, maar geloof me: dat verlossende telefoontje doet altijd deugd. Ook al ga ik daar niet voor mezelf koersen.”

Alles staat nu in het teken van het WK in mijn thuisstad Bergen, voor mij de belangrijkste wedstrijd van het jaar.

De Noor heeft er, gezien de status van zijn ploeg, natuurlijk geen Vuelta of Tour of Britain opzitten, en dus was het aan hemzelf om dat op training te simuleren. “Niet gemakkelijk natuurlijk. Ik heb heel veel lange trainingen van zes à zeven uur moeten inbouwen, anders kan je de lengte van die wedstrijd niet aan. In de voorbije koersen heb ik het rijden voor resultaten ook wat moeten laten varen, door mezelf niet te sparen en vol mee te koersen. Alleen op die manier kan je extra hardheid en conditie kweken. Alles staat nu in het teken van het WK in mijn thuisstad, voor mij de belangrijkste koers van het jaar.”

Met Alexander Kristoff en Edvald Boasson Hagen heeft Noorwegen twee kleppers in huis, met allebei een goede kans op de wereldtitel. Na het WK van vorig jaar, waar Boasson Hagen weigerde de sprint aan te trekken voor Kristoff en gewoon zijn eigen ding deed, lagen de twee meer dan eens in de clinch. Wat doet dat met de sfeer in de Noorse equipe? “Ik was erbij op het EK en je zou naast de fiets echt niet zeggen dat die twee een probleem hebben met elkaar. Iedereen zit er gewoon aan dezelfde tafel, er wordt gelachen en voldoende gepraat. Ik heb de indruk dat ze dat voorval achter zich hebben gelaten. Ook tijdens de wedstrijd zelf verliep de samenwerking vlekkeloos. Edvald voor de aanval, Alex voor de sprint.”

Moet dat ook de tactiek van de Noren worden op het WK? “Op papier lijkt mij dat ideaal, maar we moeten er rekening mee houden dat er niet veel ploegen zijn die inzetten op de sprint. Je ziet eerder klassieke types en zelfs klimmers in de selecties van de grote landen. De finale gaat vroeg beginnen en dan is het aan ons om niet achter de feiten aan te moeten rijden. Er zal naar ons gekeken worden door de rest, maar ik zie dat thuisvoordeel toch vooral als iets positiefs. Twee toppers in huis hebben die allebei kunnen winnen, dat geeft die wedstrijd toch een extra dimensie voor het publiek. Iedereen zal voor ons supporteren en dat zorgt voor een positieve druk. Dat merk je tegenwoordig in elke Noorse koers.”

Iedereen zit er aan dezelfde tafel, er wordt gelachen en gepraat. Hagen en Kristoff hebben het voorval achter zich gelaten.

Israel Cycling Academy
Voor Jensen wordt het komende wereldkampioenschap op de weg ook een soort afscheid aan het koersen in Noorwegen. Volgend jaar gaat hij immers aan de slag bij het Pro Continentale Israel Cycling Academy. Op het eerste zicht niet de meest evidente keuze. “Ik had voldoende opties in de WorldTour, maar ik had direct door dat er ook bij deze ploeg veel kwaliteit aanwezig was. Niet alleen bij de renners, zoals Ben Hermans, maar ook bij het bestuur. Ze beschikken over een groot budget en hebben goede ploegleiders, die zelfs bij Sky hebben gezeten. Het is een ploeg die nog aan het groeien is, maar dat ben ik zelf ook nog.”

“Wat dan uiteindelijk de doorslag geeft, is hun appreciatie voor mij. Ze wilden mij er heel graag bij. Bij de WorldTour-ploegen was het meer van: ‘ja, hij heeft goede resultaten gereden, maar hij is wel al 26. We zullen hem er maar bijnemen als opvulling.’ Dat is niet wat je als renner wilt horen. Bij Israel Cycling Academy ga ik mijn kansen krijgen, dat is ook belangrijk. Ik heb geen zin om alleen maar lead outs te moeten doen: nee, ik wil ook voor mezelf kunnen rijden. Daarnaast hebben het mooie koersprogramma en de flinke som geld, daar kan je niet omheen, een belangrijke rol gespeeld.”

Gaat Jensen het koersen in zijn thuisland, waar hij doorgaans het best uit de verf komt, niet missen? “Enerzijds wel. Anderzijds heb ik die Noorse rittenkoersen nu toch al een keer of vier à vijf gedaan en dan ben je weleens toe aan nieuwe uitdagingen. De Giro bijvoorbeeld, in plaats van Tour of Norway en de Tour des Fjords. En ook de klassiekers worden een doel, al is er natuurlijk een groot niveauverschil met de koersen die ik dit jaar heb gereden. Milaan-San Remo, de Strade Bianche en Kuurne-Brussel-Kuurne zijn races waar ik mezelf graag eens zou uitleven. Maar ik heb geen idee hoever ik kan komen.”

Ik heb die Noorse rittenkoersen nu toch al een keer of vier à vijf gedaan en dan ben je toe aan nieuwe uitdagingen, zoals de Giro.

Rivaliteit met Joker
Tot slot nog een woordje over de huidige ploeg van het Noorse talent: Team Coop. Een naam die in Nederland misschien niet meteen een belletje doet rinkelen. “We zijn een Noorse continentale ploeg, die eigenlijk al een hele tijd bestaat. De naamsponsor is gewoon veel veranderd. Voor een continentale ploeg hebben we best een mooi programma, met naast de Noorse etappekoersen, ook veel kleinere .1-wedstrijden in België en Frankrijk. Ik denk niet dat veel continentale ploegen dat kunnen evenaren.”

Nochtans is er in eigen land een belangrijke formatie die kan wedijveren met Coop. Dan hebben we het over Team Joker-Icopal, het team van wereldkampioen bij de beloften Kristoffer Halvorsen. “Er is wel sprake van een rivaliteit tussen de twee teams. Het is frappant dat Joker in dezelfde business actief is als Coop, het zijn beide supermarktketens. Joker is altijd al ploeg nummer één geweest in ons land, en wij zitten hen al een hele tijd op de hielen als nummer twee. De beste junioren kiezen vaak voor hen, omdat ze hun verleden mee hebben. Alexander Kristoff en Edvald Boasson Hagen hebben bijvoorbeeld ook voor Joker gereden. Zij zijn misschien ook net iets meer gefocust op het opleiden van talenten dan wij.”

Opvallend wel dat juist Noorwegen deze twee broedplaatsen aan talent kan voorleggen. Het betreft niet meteen een land met een sterke wielertraditie. “Het is een soort van Noorse mentaliteit om die talentontwikkeling hoog in het vaandel te dragen, denk ik. Zeker nu de sportcultuur in ons land aan het veranderen is, van voetbal en skiën meer en meer naar wielrennen. Veel getalenteerde skiërs nemen in de zomer de fiets en blijven zo bij onze sport plakken. De Noorse etappekoersen scoren ook steeds beter op de televisie dat gaat het met het komende WK in Bergen niet slechter op worden.”

Er is sprake van een rivaliteit tussen de Noorse teams. Het is frappant dat Joker in dezelfde business actief is als Coop.

Kampioenen als Thor Hushovd, Alexander Kristoff en Edvald Boasson Hagen zijn dan wel cruciaal om de jeugd te blijven aanspreken. Kan ook laatbloeier Jensen zich in dat rijtje gooien in de toekomst? “Ik ben er in ieder geval van overtuigd dat ik nog altijd beter kan worden. Mijn groeicurve gaat nog altijd in stijgende lijn en nu ik in een nog professionelere omgeving terechtkom, verwacht ik alleen maar meer progressie. Ik verhuis deze winter ook naar Girona, waar ik nog meer mogelijkheden heb qua training. Ik ben nog niet vergeten wat die extra trainingsarbeid van deze winter mij heeft opgeleverd en ben van plan om dat nog eens over te doen. Misschien zelfs nog een beetje meer, want aan motivatie is er geen gebrek.”

Reacties Toon reacties Verberg reacties