Taco van der Hoorn: “Ik hou van slijtageslagen, maar mis nog de punch”

Door Niels Bastiaens, zondag 3 september 2017 om 09:00

Foto: Marcel Koch

Zijn winst in de Schaal Sels was de kroniek van een aangekondigde overwinning. Op het terrein dat hem het beste ligt en in een vorm die nooit beter was, mag het niemand verbazen dat Taco van der Hoorn juist in Merksem zijn allereerste zegeruiker bij de profs in ontvangst nam. De 23-jarige renner uit De Zilk komt zo eindelijk volledig tot ontbolstering, na een paar moeilijkere jaren. Waar eindigt het sprookje van de Nederlandse revelatie van het najaar?

De echte volgers hadden na zijn negende en tiende plaats in de Schaal Sels en Slag om Norg van vorig jaar en zijn vierde in Norg van dit seizoen natuurlijk al opgemerkt dat Taco van der Hoorn aanleg heeft voor zware koersen over kasseien en het onverharde, maar na die bewuste 5 augustus 2017 – de dag van Dwars door het Hageland – was de volledige wielerwereld gewaarschuwd. Niemand minder dan Mathieu van der Poel wist hem pas in de laatste meters met een korte, maar explosieve versnelling te remonteren, wereldkampioen veldrijden Wout van Aert liet hij wel knap achter zich. Het geloof bij de ijzersterke Van der Hoorn groeide. En terecht, zo bleek.

Waar het net misliep in het Hageland, zette hij tijdens de Schaal Sels wél de puntjes op de i. Van Aert en co konden niets anders doen dan lijdzaam toekijken hoe Van der Hoorn zijn eerste grote overwinning pakte. “Het zat er inderdaad een beetje aan te komen”, geeft Van der Hoorn toe aan WielerFlits. “Dit zijn de koersen waar ik het van moet hebben. Echte, lange slijtageslagen, zonder veel tijd voor recuperatie. Iedereen gaat aan het einde naar de klote, maar ik meestal iets minder snel dan de rest. Ook de heroïek die erbij hangt op het onverharde, dat aparte parcours. Daar kan ik mij net dat beetje extra voor opladen.”

Het zou fantastisch zijn als ik ooit een rol zou kunnen spelen in de finale van Parijs-Roubaix.

Slijtageslagen
“Toeval kan je het dan niet meer noemen zeker, dat ik in dit soort koersen altijd op mijn best ben?”, lacht de renner Roompot-Nederlandse Loterij. “Dat ligt dan toch echt aan de zwaarte van dit soort wedstrijden. Het is niet zo dat ik extreem behendig ben, al kom ik de bochten meestal redelijk goed door. De onverharde ondergrond inspireert blijkbaar om ervan bij de start in te vliegen en daarna valt het amper nog stil. Een slijtageslag dus, en dat ligt mij perfect. Van mij mogen er meer zo’n koersen komen hoor, graag zelfs. Ik merk ook dat het een beetje een hype is aan het worden. Sommige collega’s krijgen daarom schrik dat bijna elke koers zo zal worden. Dat begrijp ik zeker, maar voor mij mag het.”

Met die prestaties schept Van der Hoorn in één klap hoge verwachtingen voor de toekomst. Natuurlijk niet alleen op het onverharde, maar vooral in de zware koersen op de kasseien: het Vlaamse voorjaar. Van der Hoorn is nog jong en heeft dus nog veel tijd om dat te verwezenlijken. Hij ziet bij zichzelf ook nog een aantal werkpuntjes waaraan hij moet voldoen om daar mee te strijden voor de prijzen. “Ik moet vooral werken aan mijn piekwaarden, zodat ik meer punch heb om de Vlaamse hellinkjes op de sprinten in de finales van die wedstrijden. Die punch heb je op WorldTour-niveau heel erg nodig. Dat merkte ik dit voorjaar al in de Omloop Het Nieuwsblad, waarin ik toch nog 33e werd en een tijdje kon volgen, en de E3 Harelbeke. Eigenlijk zou vooral Parijs-Roubaix mij heel goed moeten liggen. Daar heb je diezelfde chaos van in de Schaal Sels en is explosiviteit minder belangrijk. Het zou fantastisch zijn als ik daar ooit een rol zou kunnen spelen in de finale, maar ik besef dat dit op dit moment nog heel ver weg is.”

Dat gevoel werd recent bevestigd in de BinckBank Tour. Waar hij in de voorgaande wedstrijden steevast zijn rol wist te spelen in de finale, ging er in deze WorldTour-rittenkoers toch het een en ander mis. “Er speelden die week eigenlijk meerdere dingen op. Ik voelde mij sowieso niet zo goed, op die Ardennenetappe na, waar ik redelijk lang met de besten meeging. Maar ik focuste mij natuurlijk vooral op de laatste dag; de kasseirit richting Geraardsbergen. Ik had onmiddellijk door dat ik een heel eind te kort kwam op de Muur. Jammer, maar anderzijds ook wel logisch, omdat ik, zoals ik zei, die punch nog mis op die nijdige hellingen. Bovendien had ik geen superdag, en dat is op dat niveau wel nodig.”

Na die uitslagen in het najaar van vorig jaar wist ik dat ik in ieder geval op ProContinentaal niveau mee zou kunnen komen.

Laatbloeier
En toch, als je Van der Hoorn pakweg vijf jaar geleden had verteld dat hij zou staan waar hij nu staat: hij had het nooit geloofd. De jongeling is dan wel pas 23, maar hij ziet zichzelf als een laatbloeier, die bij de jeugd nooit helemaal is ontbolsterd. “Ik kon bij bijvoorbeeld de nieuwelingen en juniores altijd wel leuk meedoen, maar een echte uitblinker of veelwinnaar was ik niet. Dat was meer weggelegd voor jongens als Danny van Poppel. Ik was heel rap, een sprinter, maar verder kon ik niet zoveel. Gek eigenlijk dat ik later toch ben omgeschoold tot een iets minder rappe renner, die wel veel meer inhoud heeft.”

“Mede daarom kon ik als eerstejaarsbelofte niet naar een continentaal team, dus ben ik bij De Jonge Renner gaan rijden. Dat ging eigenlijk heel goed, ik kon zelfs hogerop, alleen kreeg ik last van een erge rugblessure en kon ik een tijdje niet fietsen. Ik denk dat ik wel negen of tien maanden geen fiets heb aangeraakt. Daarna was ik weer welkom bij De Jonge Renner en reed ik een goed derde jaar als belofte. Dat leverde mij een transfer op naar het continentale Team Join’s-De Rijke, waar ik toch wel wat moest wennen aan het niveau. Na één seizoen ben ik met mijn huidige trainer gaan werken en heb ik het met mijn studie iets rustiger aan gedaan, daarmee heb ik een aantal stappen kunnen zetten. De uitslagen kwamen er plots uit en ik kreeg weer vertrouwen in mezelf.”

Is dat het moment dat Van der Hoorn zelf de klik maakte en het geloof kreeg dat hij misschien wel in staat was tot grootse dingen? “In ieder geval de klik dat ik het tot prof zou kunnen schoppen, want dat is uiteindelijk altijd mijn droom en doel geweest. Verder heb ik nooit durven kijken. Na die uitslagen in het najaar van vorig jaar wist ik dat ik in ieder geval op ProContinentaal niveau wel mee zou kunnen komen. Zeker nu ik mijn studies Bewegingswetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam zo goed als heb afgerond, ik moet enkel nog een afstudeerscriptie indienen. Ik wilde altijd al wel harder trainen, maar dat kon gewoon niet omdat ik steeds te vermoeid was door de bijkomende colleges en tentamens. Dat is een wereld van verschil.”

Ik maak mijn afstudeerscriptie dan wel bij Sunweb, maar mijn eigen carrière staat daar volledig los van.

Opvallend: Van der Hoorn maakt zijn afstudeerscriptie bij… wielerploeg Sunweb. Zet dat de deur op een kier voor een eventuele overstap? “Dat heeft er eigenlijk weinig mee te maken. Ik ben bezig met een scriptie over de training load. Ik ga dus onderzoeken bij welke hoeveelheid en intensiteit qua training renners in de problemen komen met ziektes en blessures en of ik daar een verhouding in kan vinden. Verder heb ik met de mensen van de ploeg niet echt veel contact, mijn carrière staat daar los van.”

Lange termijn
Van der Hoorn plaatste zich de afgelopen weken nadrukkelijk in de etalage van de WorldTour-ploegen, waardoor een overstap naar een team als Sunweb niet eens zo onlogisch zou zijn. Maar Van der Hoorn voelt zich goed bij het vertrouwde nest van Roompot-Nederlandse Loterij. “Er is nog niets concreet, maar ik weet wel dat ik bij onze ploeg alle koersen die ik graag wil rijden, effectief kan rijden en wanneer ik dat wil, ik vaak mijn kans krijg. Ik zie een stap naar de WorldTour op dit moment dan ook niet als noodzakelijk. Kijk naar Pim Ligthart, die zelf de keuze heeft gemaakt om terug te keren naar ProContinentaal niveau om te kijken hoever hij zelf kan komen in de finales van grote koersen. Uiteindelijk hoop ik in de toekomst zeker de overstap te maken richting de WorldTour en ik ga ook zeker in gesprek mocht er concrete belangstelling komen. Maar het is niet zo dat ik die stap per se al komend jaar wil maken.”

Die keuze maakt het 23-jarige talent niet alleen. “Het is niet zo dat ik een manager heb, maar verder heb ik wel een aantal mensen waarmee ik graag overleg. Dat zijn dan bijvoorbeeld mijn trainer en ook sommige oud-ploegleiders van mij, die ik rondom mij heb verzameld en waar ik het goed mee kan vinden. Met hen kan ik zulke zaken perfect bespreken. Het is gewoon een heel lastige keuze. Je moet met zijn allen kijken wat voor mij het beste kan zijn op lange termijn. Maar de eindbeslissing ligt bij mij.”

Het is niet zo dat ik een manager heb, maar verder heb ik wel een aantal mensen waarmee ik graag overleg.

Een luxeprobleem is het eigenlijk, en daarom focust Van der Hoorn zich liever op de koersen die hem dit seizoen nog resten. Zeker nu hij in de winning mood is. “Ik heb de smaak nu wel te pakken, ja”, lacht hij. “Ik hoop nu snel weer een wedstrijdje te winnen. We rijden veel mooie 1.1-koersen de komende tijd. Vooral in België dan, met wat kermiskoersen tussendoor. Ik heb het dan over de Grote Prijzen van Fourmies, Wallonië, Impanis en de Memorial Frank Vandenbroucke in Binche. Ik ben wel afhankelijk van het weer of die koersen zwaar genoeg zijn voor mij om een uitslag te rijden, maar het zijn in ieder geval mooie kansen om dit seizoen nog iets te laten zien. Hopelijk zit die nieuwe overwinning er dan in.”

Reacties Toon reacties Verberg reacties