Rob Ruijgh: “Mijn talent zit er nog altijd in”

Door Niels Bastiaens, zondag 20 augustus 2017 om 09:00

Foto: Marcel Koch

Talent vergaat niet, daar is Rob Ruijgh (30) rotsvast van overtuigd. Dus heeft hij zijn droom om ooit terug te keren naar de Tour, waar hij zes jaar geleden zijn doorbraak kende, nog steeds niet opgegeven. Na het stoppen van Vacansoleil, vond de Valkenburger een nieuwe uitdaging bij het Belgische Vastgoedservice, en sinds dit seizoen is hij aan het werk bij Tarteletto-Isorex. Top 10-plaatsen in de Volta Limburg Classic en de Brugse Elfstedenronde bevestigen de stelling van een ambitieuze Ruijgh, maar is dat voldoende voor een transfer naar een grotere ploeg? WielerFlits zocht hem op voor een gesprek.

Het is een aantal jaar wat stiller rond Rob Ruijgh geweest, maar langzaam maar zeker heeft de man uit Limburg zichzelf toch weer teruggevonden. Het gele truitje van het Belgische continentale Tarteletto-Isorex is op het eerste gezicht niet de meest evidente keuze voor een renner van het kaliber Ruijgh, ooit twintigste in de Tour. Maar de frisse wind doet hem zichtbaar deugd. De uitslagen zijn weer daar en Ruijgh toont zich. En dat in wedstrijden die eigenlijk niet eens het terrein zijn van de ranke klimmer.

“Het is soms goed om te veranderen, ook al is dat naar het derde niveau”, vertelt Ruijgh. “Ik krijg de kans om mijn passie nog te beoefenen en alles op de koers te zetten. Weliswaar met een alternatief programma, maar we rijden toch al meer lastige wedstrijden dan bij Vastgoedservice. Vorig jaar was dat anders. Ik ben een opleiding gaan doen, die ik ook succesvol heb afgerond, in combinatie met mijn sport. Maar dan merk je dat het kaarsje langzaamaan uitdooft, en dus moet je een keuze maken. Er zijn renners die dan zouden zeggen: ‘ik stop’. Ik fiets gewoon nog ontzettend graag en heb gekozen om door te zetten, bij een ambitieuze ploeg die mij er heel graag bij wilde. Je krijgt een zekere vrijheid en vertrouwen, en dat motiveert me. Ik voel mij bovendien net iets meer gewaardeerd dan voordien.”

Er zijn renners die dan zouden zeggen: ‘ik stop’. Ik heb gekozen om door te zetten, bij een ploeg die mij er graag bij wilde.

Ruijgh kan er zijn ervaring doorgeven aan de jonge Belgische renners, maar krijgt op zijn beurt ook raad van niemand minder dan ploegadviseur Johan Museeuw. “Dat zegt toch veel over de structuur en ambitie van de ploeg, denk ik. Museeuw brengt een bepaalde rust binnen de ploeg. Om maar iets te noemen: na een val wil een renner van nature snel terugkomen, vaak te snel. Het is goed om iemand als hem erbij te hebben die de kalmte bewaart en je behoedt voor dat gevaar. Je kan denken: kan je daar zelf niet opkomen? Maar in je eigen cocon bekijk je de dingen vaak anders dan iemand van buitenaf met ervaring.”

Crisis en parasiet
Het blijft wel de vraag hoe het met een van de grootste Nederlandse talenten van de afgelopen jaren zover is kunnen komen. Waarom eindigde na drie jaar Vacansoleil zijn avontuur op het hoogste niveau? “Ten eerste mag je niet vergeten dat er eind 2013 een crisis heerste op de transfermarkt. Ik denk dat er vier à vijf ploegen van het hoogste niveau stopten, dus kwamen er bijna 150 renners op straat te staan. De vraag was groter dan het aanbod en het was vechten voor een plekje. Neem daarbij het feit dat mijn laatste jaren bij Vacansoleil gedwarsboomd werden door een parasiet, dan weet je eigenlijk genoeg.”

Vindt Ruijgh dat hij uiteindelijk voldoende kansen heeft gekregen om écht te bewijzen wat hij in zijn mars heeft? “Dat is moeilijk te zeggen. Het had in ieder geval helemaal anders kunnen lopen als ik die knieblessure met parasiet niet had gehad. Dat heeft mij twee heel belangrijke jaren van mijn carrière gekost. Het begon in 2012 eigenlijk allemaal met steeds terugkerende buikpijn in april. Een buikgriepje, dachten we. Iets anders konden ze niet vinden. Maar haast iedere koers weer voelde ik me als een vod; geen kracht, geen energie. Ik was ook ontzettend vermagerd. Pas in oktober kwam de diagnose van die parasiet, een virus dat zich blijkbaar vermenigvuldigt als je lichaam zwak is. Ik was dus de ideale prooi. Van die zelfverzekerde jongen die in de Tour nog rondfladderde alsof het niets was, bleef weinig over.”

Van die zelfverzekerde jongen die in de Tour nog rondfladderde alsof het niets was, bleef er toen nog weinig over.

“Tot dan kan je nog zeggen: iedere wielrenner kent weleens een tegenslag, en dat is ook zo. Maar dé grote fout die ik dan heb gemaakt, is om in de winter daarop veel te intensief te gaan trainen. Nochtans in overleg met mijn trainer van destijds, Marc Lamberts. Achteraf is het dan gemakkelijk om te zeggen dat je in de fout bent gegaan, maar op dat moment wil je zo snel mogelijk weer de oude worden. Zo zit ik in elkaar: niet zeuren, maar rijden”, legt Ruijgh uit. “Maar intussen ga je op training veel te snel en te vaak in het rood en brand je jezelf helemaal op. Ik had eerder een basis moeten opbouwen en duurtrainingen moeten inlassen, om mijn fundamenten op te bouwen. Want fundamenten had ik niet door dat lastig jaar met die parasiet, en een huis zonder fundamenten, dat stort in. Gevolg: je gaat een heel onstabiel seizoen tegemoet, juist in de periode dat de ploeg ophield te bestaan.”

Fun bij Vacansoleil
Ruijgh kijkt desondanks positief terug op zijn periode bij Vacansoleil, met als hoogtepunten zijn veertiende plaats in de Dauphiné en de twintigste plaats in de Tour de France. “Absoluut. Vacansoleil is een gemis voor de wielersport. Het was echt een ploeg op mijn lijf geschreven. Strijdlustig, koersen met het hart. Het was ook gewoon een heel leuke boel, ook naast de koers. Het is altijd een fijn weerzien met jongens als Wout Poels of Johnny Hoogerland, maar dat heb ik met alle ex-teamgenoten. Er is werkelijk niemand waarbij ik iets heb van: die klootzak wil ik nooit meer zien. Dat is veelzeggend.”

Nochtans was het aankoopbeleid van de voormalige Nederlandse formatie bij momenten dubieus. Aankopen als Riccardo Ricco, Ezequiel Mosquera en Jose Rujano deden het imago van de ploeg geen goed. Hoe werd daar binnen de ploeg op gereageerd? “Natuurlijk was Ricco geen onbeschreven blad, maar het is niet zo dat ik hem op zijn bek zou willen slaan als ik hem zie. De ambitie van Vacansoleil was na 2010 duidelijk: een WorldTour-ploeg worden, en het aantrekken van Ricco was uiteindelijk wel de sleutel. Anders hadden we misschien nooit de Tour gereden. Zijn dopingdaden zijn natuurlijk in geen geval goed te keuren, maar ploegmanager Daan Luyckx had dat op voorhand ook niet gedacht, lijkt mij.”

De ambitie van Vacansoleil was na 2010 duidelijk: een WorldTour-ploeg worden, en het aantrekken van Ricco was wel de sleutel.

Van de vriendengroep van toen blijft er anno 2017 nog weinig over, maar dat is volgens Ruijgh heel logisch. “Eigenlijk ben je zo vaak van huis en als je nu eenmaal in een nieuwe omgeving komt, dan heb je weer andere mensen om je heen waar je veel mee optrekt. Ik ben ook heel voorzichtig in dat contact zoeken, ik wil niemand storen in zijn voorbereiding of tijdens een belangrijke koers. Maar als ik zie dat Wout Poels sukkelt met zijn knie, dan stuur ik wel een bericht om hem te steunen. Meer contact heb ik eigenlijk met Philippe Gilbert. Als hij hier in de buurt is, stuurt hij mij weleens een berichtje met de vraag of we samen gaan trainen. Het doet mij deugd dat ik die vriendschap aan mijn periode op het hoogste niveau heb overgehouden.”

Sterker dan 2011
Ruijgh heeft de afgelopen jaren meer dan eens met een profploeg onderhandeld. Vorig jaar ging een overeenkomst met Roompot-Nederlandse Loterij bijvoorbeeld in extremis niet door. “Jammer, maar ondanks mijn torenhoge ambities, lig ik daar niet meer wakker van. Ik kijk graag vooruit en heb na vorig jaar wel een beetje de knop omgedraaid. Ik fiets gewoon nog ontzettend graag en wil me niet druk maken om constant achter ploegen aan te lopen, omdat ik denk dat dat rendeert. Ik heb altijd onthouden: als je voldoende laat zien, dan komt die interesse vanzelf. Het wielrennen is een kleine wereld en je prestaties zijn je sollicitatiebrief. Ook al spelen managers daarbij tegenwoordig ook een grote rol. Zelf heb ik er geen meer, wat je misschien apart kan noemen. Maar ik voel me er prima bij.”

Een deadline geeft de renner, die woonachtig is in het Belgische Rekem, zichzelf niet. “Zolang ik mijn niveau blijf halen, blijft een stap hogerop een mogelijkheid. En dat niveau, dat is er nog altijd wel. Ik hoor weleens: ‘hoe kan het dat je je Tourniveau van 2011 nooit meer geëvenaard hebt?’, maar dat vind ik dus echt appels met peren vergelijken”, aldus een eerlijke Ruijgh. “De eendagskoersen die ik nu rijd, zijn geen grote rondes in de Alpen of Pyreneeën. Om vooraan mee te strijden tegen Mathieu van der Poel en Wout van Aert in de Elfstedenronde, moet je ook een stevig niveau behalen. Het is niet zo dat je talent in de douche door het putje is weggelopen, het zit er zeker nog in. Als ik de mogelijkheid krijg om een programma mee te draaien van in het begin van het seizoen, een bredere basis kan aanleggen met rittenkoersen richting de Tour, dan ben ik ervan overtuigd dat ik zelfs sterker voor de dag kan komen dan toen. En natuurlijk zou ik heel graag nog terugkeren naar de Tour.”

Met de juiste voorbereiding, denk ik dat ik zelfs beter voor de dag kan komen dan in mijn eerste Tour de France.

Maar eerst: het komende najaar. Ruijgh koerst, niet toevallig, veel in België. Daar vindt hij iets lastigere wedstrijden, die bovendien live op het Belgische VTM worden uitgezonden. Kan hij daar de lijn van de Elfstedenronde doortrekken? “Ik ben heel gemotiveerd om me daar in ieder geval te tonen. Koersen als de Grote Prijs Jef Scherens, de Grote Prijs Stad Zottegem, de Druivenkoers en de Schaal Sels zijn ideaal om erin te vliegen, zoals ik dat zo graag doe. Koersen met het hart, op intuïtie. Ik ga genieten.”

Reacties Toon reacties Verberg reacties