Vuelta 2017: Vooruitblik op het parcours van de 72ste Vuelta

Door Koen Middendorp, dinsdag 15 augustus 2017 om 08:00

foto: Sirotti (archief)

Ultimo kilómetro, meta volante en cabeza de carrera: vanaf zaterdag 19 augustus zal de speaker met dienst de zo kenmerkende wielertermen door de finishstraten van Tarragona, Logroño en Gijon schreeuwen. Viva la Vuelta! De derde grote ronde van het jaar begint echter niet in het land van de corrida de toros, paella en de siësta, maar in buurland Frankrijk. WielerFlits staat uitgebreid stil bij het parcours van de tweeënzeventigste Vuelta. Want een moment van reflectie is wel nodig, met ontelbaar veel muros, altos en ander zwaar geschut op het menu.

De 72ste editie van de Ronde van Spanje schotelt het peloton ook dit jaar weer vele lastige ritten en loodzware beklimmingen voor. In totaal zijn er maar liefst negen aankomsten bergop te noteren: vaak op een typische muro, maar het zwaardere werk wordt ook niet geschuwd met Calar Alto, de Sierra’s van la Pandera- en Nevada en de beruchte Alto de L’Angliru. De Vuelta van 2017 is – naast een speeltuin voor de berggeiten – ook een waar paradijs voor de baroudeurs in dit peloton. In totaal zijn er meer dan een handvol overgangsritten door de organisatie uitgetekend, waardoor geboren aanvallers als Luis Leon Sanchez, Alessandro de Marchi en Serge Pauwels zich kunnen uitleven. De snelheidsduivels worden – net als de voorbije jaren – met op papier vier sprintkansen flink gemuilkorfd. Ook de tijdritfiets zal dit jaar weer van stal moeten worden gehaald, met een ploegentijdrit op de openingsdag en een individuele vlakke chrono aan het begin van de derde week. Een ding is zeker: de Vuelta zal ook dit jaar weer worden samengevat aan de hand van de hashtags explosief, zwaar en intens.

Madrid is ook dit jaar weer de plek waar de eindwinnaar de bloemen en champagne in ontvangst mag nemen

Van de nalatenschap van de Romeinse keizers tot waaieren aan de Franse kust 
Loop een dagje door Nîmes, en je waant je voor even een Romeinse patriciër of plebejer. Nîmes is een stad die haar identiteit voor een belangrijk gedeelte ontleent aan de overblijfselen van de tijd van vermaarde heersers als Julius Caesar, Augustus en Trajanus, toen de Franse stad uitgroeide tot een belangrijk centrum van het rijk. De Arena van Nîmes, de Maison Carrée en Temple de Diane zijn nog altijd te aanschouwen uitvloeisels van het groteske karakter van die periode. De Vuelta heeft dan ook geopteerd om de ploegen en het publiek kennis te laten maken met dergelijk Romeins schoon. Maison Carrée – een van de best bewaarde Romeinse tempels – vormt dan ook het startdecor voor een ploegentijdrit van 13,7 kilometer. Vervolgens rijden de coureurs door de oude binnenstad langs de boulevards van admiraal Courbet, Jean Jaurès en het amfitheater van Nîmes naar het Archeologisch Museum, waar de eindtijden worden geklokt. Het parcours kent voldoende variatie met maar liefst achttien bochten en een klimmetje halverwege de omloop. Alle ingrediënten zijn kortom aanwezig om al serieuze verschillen op te tekenen in de strijd om het rood. Welke renner vertrekt uit Nîmes als (voorlopige) keizer van deze Vuelta?

Zaterdag 19 augustus, etappe 1: Nimes – Nimes (13,7 km – TTT)

Na een chronostrijd tussen de deelnemende ploegen op de openingsdag, vormt Nîmes eveneens de startplaats van de eerste rit-in-lijn. In een Vuelta kenmerkend om zijn relatief korte etappes, dient het peloton op de eerste zondag wel een afstand van (net) boven de tweehonderd kilometer af te werken naar aankomstplaats Gruissan. De term Vuelta a España is eigenlijk nog niet van toepassing met een etappe over uitsluitend Frans grondgebied. Het is ook de eerste – en meteen een van de weinige – kansen voor de aanwezige snelle mannen om zichzelf uit de anonimiteit te sprinten. Maar let ook op de mogelijk fel blazende viento in de laatste honderdvijftig kilometer van de etappe: het peloton werkt namelijk een groot gedeelte van zijn kilometers af langs de Zuid-Franse kust. De kans dat er waaiers worden getrokken, is daarom zeker niet denkbeeldig.

Zondag 20 augustus, etappe 2: Nimes – Gruissan (203,4 km)

Andorrees spektakel op La Rabassa en in het spoor van de Moren 
Roderen, inkomen, opbouwen? Niks daarvan. Ook dit jaar dienen de klassementsrenners al meteen op volle oorlogssterkte te zijn. Het is de continuering van een ingezette trend, als antwoord op de Tour waar men vaak kiest voor een relatief rustige eerste week. Na een flinke verplaatsing vanuit Zuid-Frankrijk wordt er voor het eerst gestart op Spaanse bodem. Correctie: op het grondgebied Andorra, het dwergstaatje bekend om zijn lucratieve houding ten aanzien van (het betalen van) belasting en toerisme, maar dat ook dient als trainingsparadijs voor vele wielerprofs. Al is het woord paradijs niet helemaal op zijn plaats, als we de rit van vandaag moeten typeren. Voor veel coureurs zal het eerder als de hel aanvoelen, met de beklimmingen van de Col de la Periche (22 km aan 4,3%), Col de la Rabassa (13,4 km aan 6,7%) en Alto de la Comella (4,3 km aan 7,7%) als duivels met dienst. Vooral de laatste twee cols – met bijbehorende technische afdalingen – vormen dé ultieme springplank naar eeuwige glorie en de rode leiderstrui.

De laatste keer dat de Vuelta Andorra aandeed, was in 2015. Mikel Landa won na een knappe solo de koninginnenrit op Cortals.

Na de naar alle waarschijnlijkheid intense strijd in de Andorraanse bergen, krijgt het peloton in etappe vier de kans om op adem te komen. De dwergstaat wordt ingeruild voor een regio die een natuurlijke symbiose met de koers vormt: Catalonië. Streek van de plaatselijke Volta, de Montjuïc, de verdwenen Catalaanse Week en voormalige kampioenen als Melchor Mauri, Ángel Edo en Joaquím Rodríguez. Tussen startplaats Escaldes-Endorgany en aankomststad Tarragona ligt slechts één beklimming van de derde categorie: de Alto de Belltall (13 km aan 3,5%). Een tweede massaspurt lijkt onafwendbaar, al lopen de laatste vijfhonderd meter naar de binnenstraten van Tarragona nog gevoelig omhoog. Eenmaal de koers in kannen en kruiken is, kan er genoten worden van de prachtige oude – door ruïnes omgeven – binnenstad van het meer dan 130.000 inwoners tellende Tarragona.

Veel tijd om je te vergapen aan alle pracht en praal is er niet, met rit vijf alweer op het menu. De feestvierende medemens zal startplaats Benicàssim wellicht wel kennen. Deze badplaats – omgeven door stranden, bergen en sinaasappelplantages – is een populair vakantieoord voor jong en oud. Tijd voor de coureurs om te genieten van een lekkere koude cerveza of een schaal tapas aan een of ander knus strandbarretje is er niet bij. Een typische Vuelta-rit staat er namelijk op het menu, met in totaal vier klimmetjes onderweg en een apotheose op een steile muro. De Ermita Santa Lucia is 3,4 kilometer lang en stijgt aan een gemiddelde van maar liefst 9,8%. In het middenstuk van de klim schieten de percentages regelmatig boven de dubbele cijfers.

Na kansen voor de tijdrijders, klimmers, spurters en puncheurs, mogen de rasaanvallers in dit Vuelta-peloton uit hun hok komen voor de zesde etappe van Vila-Real naar Sagunt. We blijven voor de tweede dag op rij koersen op Valenciaans grondgebied en trekken naar de stad die in 218 voor Christus werd platgewalst door de fameuze Carthaagse generaal Hannibal. Juist, de man die tijdens de Tweede Punische Oorlog (218-201 v. Chr.) met zijn leger over de Alpen naar Italië trok om de Romeinen voor het blok te zetten. De vraag is welke renner in 2017 als eerste over de Altos en Cols van het Parc Naturel de la Serra Calderona trekt. Overigens is het niet uit te sluiten dat sterkere sprinters dit terrein overleven, en een uitgedunde groepsspurt de beslissing brengt over ritwinst.

Maandag 21 augustus, etappe 3: Prades Conflent Canigo – Andorra la Vella (158,5 km)

Dinsdag 22 augustus, etappe 4: Escaldes-Engordany – Tarragona (198,2 km)

Woensdag 23 augustus, etappe 5: Benicàssim – Alcossebre (175,7 km)

Donderdag 24 augustus, etappe 6: Vila-Real – Sagunt (204,4 km)

Vrijdag 25 augustus, etappe 7: Llíria – Cuenca (207 km)

De Alto del Castillo, opener van de finale naar het historische Cuenca, levert altijd adembenemende plaatjes op

Ruim aandacht verdient de zevende rit naar Cuenca. En dat is niet zozeer vanwege de sportieve waarde van de etappe. Grote verschillen in het klassement zullen er namelijk niet worden opgetekend. Het gaat vooral om de schoonheid van de finale, met de adembenemende Alto del Castillo als samenballing van het al moois wat de regio Castillië-La-Mancha te bieden heeft. Deze grotendeels over klinkers lopende helling voert de renners door het oude stadsdeel van Cuenca, langs de woeste ruïnes, de cascas colgadas (hangende huizen) en de overblijfselen van het door de Moren gebouwde kasteel met zijn zo kenmerkende arco de Bezudo (zie foto). Eenmaal de top bereikt, dient er nog een technische en vooral snelle afdaling – zoals waaghals en latere ritwinnaar Samuel Sanchez liet zien in 2006 – te worden aangevat voordat het centrum van Cuenca voor de tweede en laatste keer wordt aangedaan. Deze op de werelderfgoedlijst staande stad diende al vijfmaal eerder als aankomstplaats, met Nicola Minali (1996), Filippo Simeoni (2001), Erik Zabel (2003), Thor Hushovd (2005) en de eerder genoemde Samuel Sanchez (2006) als winnaars. Een etappe die naar alle waarschijnlijk niet de tand des tijds zal doorstaan als we spreken over de strijd voor het algemeen klassement, maar wel een van de mooiste finales van deze 72e Ronde van Spanje zal opleveren.

‘Puncheuren’ geblazen in Valencia 
Na een week prettig voorspel, moeten de klassementsrenners in het tweede weekend van de Vuelta definitief met de billen bloot. Op zijn Spaans welteverstaan, want de echte cols worden nog vermeden. De regio Valencia zal de komende twee dagen een ware speeltuin vormen voor de springveren in het peloton, met de fameuze beklimmingen van Xorret de Catí en Cumbre del Sol op het programma. Zeker op Xorret de Catí zijn al fameuze duels uitgevochten. Zo ook in 1998, toen de inmiddels betreurde Spaanse klimmer José Maria Jimenez als door een wesp gestoken de steile percentages opstoof, begeleid door de typerende stem van de eveneens overleden beroemde Spaanse wielercommentator Pedro González. De klim is met een lengte van een kleine vier kilometer niet al te lang, maar de gemiddelde stijgingsgraad van 11% maakt hem bijzonder moeilijk. Het wegdek piekt zelfs geregeld tot 18%! Na de muur van Catí zullen de longen nog één moeten worden volgepompt voor een korte ziedende afdaling, alvorens de laatste, licht hellende slotkilometer aan te vatten.

Een dag na Xorret de Catí staat er opnieuw een etappe op de rol met een relatief gemakkelijke aanloop, maar met een heuse kuitenbijter als sluitstuk. De Cumbre del Sol zal bij de Nederlandse wielerfan nog wel een belletje doen rinkelen. In 2015 zagen we hier namelijk de geboorte van Tom Dumoulin als ronderenner van formaat. Zeker aan het begin van de Vuelta maakte de Limburger al indruk op enkele stevige puisten, maar zijn rijden op de Cumbre del Sol grensde aan het onwerkelijke. Hij wist op deze ruim drie kilometer lange klim (gemiddeld ruim 11%, met pieken tot 18%) door elke denkbare barrière te rijden en wereldtoppers als Chris Froome en murenkoning Joaquím Rodríguez op hun terrein lik op stuk te geven. Ook dit jaar mag er weer ruim tien minuten intensiteit van de bovenste plank verwacht worden. Wat we zeker zullen weten na dit weekend, is welke renners op punt staan voor de resterende twee weken. En welke namen we langzaam met viltstift kunnen doorstrepen.

Zaterdag 26 augustus, etappe 8: Hellín – Xorret de Cati (199,5 km)

Zondag 27 augustus, etappe 9: Orihuela – Cumbre del Sol (174 km)

Via het broeierige Murcia naar de voorportalen van Andalusië  
De karavaan trekt steeds verder zuidwaarts, en dat betekent vaak drogere en broeierige weersomstandigheden. Dit kan – naast de lastigheidsgraad van de uitgetekende omlopen en de zich opstapelende vermoeidheid – voor slachtoffers zorgen. Rit tien voert de renners naar de regio Murcia. De thuishaven van Alejandro ‘El Imbatido’ Valverde, die er dit jaar door een gebroken knieschijf voor het eerst sinds 2011 niet bij is. Murcia kan, in tegenstelling tot regio’s als Asturië of Andalusië, niet rekenen op legio hoge bergtoppen. Dat betekent echter niet dat het parcours niet verraderlijk is. Een etappe door Murcia kent vaak een flinke uitsmijter. Zo ook dit jaar. De Collado Bermejo is de laatste jaren wat in de vergetelheid geraakt, maar was vroeger een scherprechter in de (inmiddels tot een eendaagse koers omgevormde) Ronde van Murcia. Over ruim twintig kilometer is de gemiddelde stijging 5%, waarbij de laatste zesduizend meter pieken kent van 10%. Na het ronden van de top staan er nog ruim dertig kilometer te wachten, waardoor deze etappe schreeuwt om thuisrijder Luis Léon Sánchez.

Dinsdag 29 augustus, etappe 10: Caravaca Jubilar – Elpozo Alimentacion (164,8 km)

Attención! De Vuelta is helemaal los! Het Murciaanse middelgebergte wordt ingeruild voor Calar Alto, dé sportieve en astronomische trekpleister van de provincie Almería. Astronomische? Ja, want op de top van Calar Alto staat het Spaans-Duitse astronomisch centrum, dat zich bezighoudt met onder meer meteorologie, vulkanologie en sterrenkunde. Het centrum heeft met een lengte van 3,5 meter zelfs de langste telescoop van het Europese vasteland tot zijn beschikking. De elfde rit kent nog een vrij gemakkelijke aanloop, maar de laatste vijftig kilometer zijn loodzwaar. De Alto de Velefique (13 km aan 7,5%) – waar Ryder Hesjedal in 2009 zijn eerste grote overwinning boekte en we een Robert Gesink in vol ornaat aan het werk zagen –  is al een fikse opwarmer voor de slotklim naar Calar Alto. De gemiddelde stijgingsgraad van ruim 5% bedriegt; vooral de eerste zes kilometer zijn loodzwaar met pieken tot 18%. De laatste keer dat de Vuelta hier aankwam was in 2006, toen we een fascinerend duel kregen voorgeschoteld tussen toenmalige hoofdrolspelers als Alejandro Valverde, Alexandre Vinokourov, Carlos Sastre en ritwinnaar Igor Anton. De vraag die gesteld moet worden: welke Vuelta-favorieten zien dit jaar sterretjes?

Samuel Sanchez, Alexandre Vinokourov, Tom Danielson, Alejandro Valverde en Carlos Sastre: de hoofdrolspelers op Calar Alto in 2006

Woensdag 30 augustus, etappe 11: Lorca – Observatorio Astronómico de Calar Alto (187,5 km)

Na enkele hectische dagen zal de boog wat minder strak gespannen staan in de komende ritten. Alhoewel, met de Puerto del León en Puerto del Torcal onderweg naar Antequera Los Dólmenes ligt anarchie op de loer. De aanvallers in het peloton krijgen opnieuw de kans op prestigieuze etappewinst. Deze stad ten noorden van kustplaats Malaga zal hoog staan op de bucketlist van mensen die houden van fraaie architectuur en natuur. Legio beeldschone kerken, arena’s en het natuurgebied Torcal de Antequera: het zal ongetwijfeld prachtige plaatjes opleveren vanuit de helikopter. Bijzonder zijn de Dolmens van Antequera, in de prehistorie gebouwde grafheuvels die inmiddels prijken op de werelderfgoedlijst van UNESCO. De startplaats van etappe dertien, Coín, is nog zo’n voorbeeld van een Spaans stadje dat historie uitademt. De sprinters zullen eindelijk weer uit hun zomerslaap komen, want de bijna tweehonderd kilometer lange rit naar Tomares gaat over grotendeels vlak terrein. Tot de daadwerkelijke finale, die gevoelig omhoog gaat. Toch zullen de spurters deze op een na laatste kans met beide handen willen grijpen.

Donderdag 31 augustus, etappe 12: Motril – Antequera los Dólmenes (160,1 km)

Vrijdag 1 september, etappe 13: Coín – Tomares (198,4 km)

Vivir o morir op de Andalusische Sierra’s 
In 2002 ontdekte de Vuelta-organisatie in Andalusië een nieuwe omhooglopende weg naar de verdoemenis. ‘De zuidelijke Angliru’, zo werd de Sierra de la Pandera tot welhaast mythische proporties verheven. Het was de Spaanse raketklimmer Roberto Heras die dat jaar naar de winst fladderde. Bij nader inzien bleken de flanken van de La Pandera niet zo onheilspellend te stijgen als die van de Angliru, maar de in troosteloosheid omgeven beklimming heeft zich sindsdien wel degelijk een status verschaft van plek waar illusies aan diggelen kunnen worden geslagen. In 2003 en 2006 klauterden respectievelijk Alejandro Valverde en Andrey Kasjetskin naar de glorie, terwijl in 2009 Damiano Cunego op indrukwekkende wijze naar de dagwinst vloog.

Overigens was het in dat jaar dat landgenoot Robert Gesink de toenmalige leider in de koers – Alejandro Valverde – bijna kopje onder kreeg. El Imbatido bleek plotseling sterfelijk, en hapte vrijwel de gehele klim angstvallig naar lucht. Tot de rode vod van de laatste kilometer, toen de Spanjaard zijn inmiddels tot in de perfectie getrainde turbo aanzette en zijn Nederlandse rivaal in extremis overvleugelde. We tekenen voor een dergelijk spannend koersverloop dit jaar. De onregelmatigheid van La Pandera is in het voordeel van de vlieggewichten, die hollen en stilstaan prevaleren boven een strak tempo. Al vanaf een kleine dertig kilometer van de streep begint de weg al gevoelig omhoog te lopen in de vorm van de Alto Valdepeñas de Jaen (8,5 km aan 4,8%). De Sierra de la Pandera (12 km aan 7,3%) zelf begint steil met een tweetal kilometer aan bijna 10%, gevolgd door twee afvlakkende kilometers. De strijd zal definitief moeten ontbranden van kilometerpaal vier tot en met tien, als de percentages regelmatig boven de tien procent kruipen. Net voorbij de laatste kilometer duiken de renners naar beneden, om goed gelanceerd te zijn voor de laatste vijfhonderd oplopende meters.

De nietigheid van de wielrenner in de Sierra Nevada

Zaterdag zal de strijd ontbranden op de flanken van La Pandera, zondag bestaat de kans dat de favorieten al vroeger de degens met elkaar zullen kruisen. De 127 kilometer lange etappe naar de top van Sierra Nevada heeft alles in zich voor een ‘Contadoriaanse’ alles-of-niets aanval. De afscheidnemende Spanjaard zal deze dag met rood omcirkeld hebben, met de Alto de Hazallanas en Alto Hoya de la Mora in de laatste zestig kilometer. Dat elke beklimming zijn verhaal heeft, blijkt wel uit die van de Hazallanas. Tot de Vuelta van 2013 een nog historieloze bergtop, was het in dat jaar dat Chris Horner op de flanken van deze col zijn kandidatuur voor de eindzege kracht bijzette. De toen al 41-jarige Amerikaan reed als een jong veulen naar ritwinst en de rode leiderstrui. Twee weken later in Madrid stond hij met dit kleinood op het eindpodium. Wellicht zal een favoriet met historisch besef de koers ook in een plooi willen leggen op deze moordende klim, die in totaal zestien kilometer lang is maar vooral van kilometer negen tot en met veertien met een gemiddelde van 11% voor ontploffingsgevaar kan zorgen.

Toch is de kans groot dat de koers gesloten blijft tot aan de voet van de Sierra Nevada, een populair trainingsoord voor profs die aan hun klimcapaciteiten willen werken. Echt kwalijk kunnen we het de renners overigens niet nemen, mocht dat het geval zijn. Maar liefst 28 kilometer bergop staat het peloton namelijk nog te wachten. Het eerste gedeelte van de beklimming – de Alto del Purche – is gelijk het zwaarst met 8,5 kilometer klauteren aan 8%. Direct na de steile stroken van de Purche volgt de meer lopende klim naar de top van de Sierra. De Alto de Hoya de la Mora (19,3 km aan 5,6%) stijgt nergens aan bangelijke percentages, maar de lengte van bijna twintig kilometer en de hoogte van boven de tweeduizend meter maakt het een waar paradijs voor de pure klimmers. Voldoende geschiedenis is er al geschreven op deze Montaña Especial. Een wel zeer opmerkelijk en wat vergeten stukje geschiedenis stamt uit de Vuelta van 1995. In de twaalfde etappe met aankomst op de Sierra Nevada leek de tot dan toe anonieme Duitser Bert Dietz zich eindelijk uit de vergetelheid te fietsen met een knappe ritzege. Tot autoritair leider in de koers Laurent Jalabert uit de achtergrond opdoemde. Dietz leek een vogel voor de kat – maar de Fransman toonde duidelijk tekenen van medeleven en hield opzichtig de benen stil in de laatste honderden meters – zodat de Duitser zijn momento de gloria kon beleven. Een opmerkelijk stukje sportiviteit dat we niet snel meer zullen zien.

Zaterdag 2 september, etappe 14: Écija – Sierra de la Pandera (175 km)

Zondag 3 september, etappe 15: Alcala La Real – Sierra Nevada/Alto Hoya de la Mora (129,4 km)

Stoempen in Logroño en duivelse percentages in Cantabrië 
Na een welverdiende día de descanso moeten de lichtere tandwielen en de triple worden ingeruild voor de grote plaat. Op het programma staat een veertig kilometer vlakke tijdrit naar Logroño, de hoofdstad van de provincie Rioja. De ranke klimmers – die de voorbije dagen aan hun trekken zijn gekomen – moeten hier laten zien dat de in de voorbije twee weken opgebouwde buffer voldoende is ten opzichte van de betere tijdrijders. De omloop kent weinig bochten envele lange rechte stukken, en is daarmee voer voor de mannen met de grote plaat.

Is Chris Froome ook dit jaar weer de referentie in de lange tijdrit?

Mocht je als renner opteren voor de grote plaat in rit zeventien, dan staat dat gelijk aan Harakiri. Het profiel verraadt niet de helletocht die de coureurs staat te wachten. De Portillo de Lunada (8,3 km aan 5,7%) en Puerto de Asilas (10 km aan 6%) zijn al flinke opwarmertjes voor het beest dat de Alto de los Machucos is. Deze klim maakt dit jaar voor het eerst zijn opwachting in een wielerkoers. Eigenlijk zijn er geen geschikte woorden te vinden om de waanzin van deze 7,2 kilometer lange klim samen te vatten. De Spaanse pers komt in de buurt met ‘rampas inhumanas’, oftewel onmenselijke stroken. Laat u niet op het verkeerde been zetten door de gemiddelde stijgingsgraad van 8,7%: deze wordt vooral naar beneden gehaald door de onregelmatigheid van de klim. Percentages boven de twintig procent zijn geen unicum. Deze onheilspellende stroken worden afgewisseld met korte afdalingen. Na 1,5 kilometer en 2,5 kilometer zijn er zelfs percentages te noteren van bijna 30%(!). Gedeeltes van dit Cantabrische monster worden daarnaast verreden op wel zeer bijzonder asfalt, zoals op onderstaand filmpje te zien is. Humaan of niet: de Alto de Los Machucos zal net als zijn Asturisch equivalent Alto de L’Angliru voor surrealistische beelden zorgen.

Waar de meeste rittenkoersen na twee dergelijk intense dagen opteren voor een rustige overgangsetappe, tekent de Vuelta in rit achttien nog maar eens een parcours uit waar de puncheurs een kans maken op ritwinst. Gestart wordt er in Suances – waar in 2008 een doorregende Vuelta-etappe eindigde – terwijl de aankomststreep is getrokken op de Alto de Santo Toribio de Liébana, een 3,2 kilometer lange puist aan ruim 6%. Vooral de laatste twee kilometer zijn bijzonder lastig aan 9%. Speciale aandacht verdient ook de Collada de la Hoz op een kleine dertig kilometer van de streep. Het was op deze op papier verre van noemenswaardige klim dat Alberto Contador zijn inmiddels historische aanval inzette op weg naar de rode leiderstrui in de Vuelta van 2012. Landgenoot en rivaal Joaquim ‘Purito’ Rodriguez bleek in die ronde meer dan twee weken lang niet van zijn troon te stoten, maar een verrassingsaanval van El Pistolero op de Collada de la Hoz bleek de genadeklap voor de ambities van Rodriguez. Contador wist op indrukwekkende wijze te soleren naar ritwinst op Fuente Dé en naar zijn tweede Vuelta-eindzege. Wordt de klok teruggedraaid, en zien we hier opnieuw een Alberto Contador in volle glorie?

Rit negentien biedt opnieuw kansen voor de vluchters, met een typische Spaanse heuvelrit naar Gijón. Mocht je van plan zijn een bezoek te brengen aan de hoofdstad van de provincie Asturië, dan is het Internationaal doedelzakmuseum een aanrader. Het is een museum waarin – u raadt het al – doedelzakken van over de hele wereld worden tentoongesteld. Met in totaal vier beklimmingen, waaronder de steile Alto de San Martín in volle finale, is het een rit waarin het opletten geblazen is voor de klassementsrenners.

Dinsdag 5 september, etappe 16: Circuito de Navarra – Logroño (40,2 km – ITT)

Woensdag 6 september, etappe 17: Villadiego – Los Machucos Monumento Vasca Pasiega (180,5 km)

Donderdag 7 september, etappe 18: Suances – Santo Toribio de Liébana (169 km)

Vrijdag 8 september, etappe 19: Caso. Parque Naturel de Redes – Gijon (149,7 km)

La grande finale op de Alto de L’Angliru 
“Alle vermaarde beklimmingen zijn kinderspel vergeleken bij de Angliru”, was getekend superklimmer José Maria Jimenez. “Als je in het zadel blijft zitten, springt je voorwiel van de grond. Als je uit het zadel komt, slipt je achterwiel”, aldus de vermaarde berggeit Fernando Escartin. Als de Angliru bij dergelijke met de zwaartekracht spelende fenomenen al angst inboezemt, hoe moet dat dan zijn met ‘gewone’ stervelingen? Oud-renner Pedro Horillo formuleerde het in een 2002 geschreven column zeer treffend: “Met de zwaartekracht in gevecht op de onmogelijke flanken van de Angliru… Ze vechten tegen de innerlijke stem die zegt dat het een strijd tussen de berg en hem is en dat je verder nergens aan moet denken, niet aan de etappe, niet aan het klassement. Je bent helemaal alleen, met wat er nog voor je ligt”. De introductie van de in Asturië gelegen Angliru in 1999 zorgde kortom voor veel beroering. Sindsdien is de beklimming – voornamelijk door een veranderend koerslandschap – een vast onderdeel geworden van het repertoire. José Maria Jimenez (1999), Gilberto Simoni (2000, in mistige omstandigheden), Roberto Heras (2002, in de stromende regen), Alberto Contador (2008), Juan José Cobo (2011) en Kenny Elissonde (2013) kroonden zich sindsdien tot helden van de dag. Toch boezemt de Angliru nog altijd angst in, zowel bij de nummer laatst in de rangschikking als bij de leider in de koers.

Gilberto Simoni door de mist naar de winst op de Angliru: heroïek ten top.

De voorlaatste etappe is überhaupt een rit waarin alleen kampioenen zegevieren. Klimmen in Asturië vereist een totaal ander arsenaal aan kwaliteiten dan in andere regio’s. Het kan er meteorologisch spoken, de beklimmingen zijn vaak erg steil en smal, het wegdek niet al te best en de afdalingen aartsmoeilijk. Met een lengte van slechts 117 kilometer is het een etappe waarin een coup nooit ver weg is. Op goed vijftig kilometer van la meta begint de finale met de Alto de la Cobertoria (8,1 km aan 8,6%), waar Alexandre Vinokourov in 2006 voor het eerst zijn kandidatuur voor de Vuelta-eindzege in de verf zette. Na een technische en snelle afdaling volgt al snel de Alto del Cordal (5,7 km aan 8,6%). Vooral de afdaling van de Cordal is erg verraderlijk. Vraag dat maar aan Igor Anton, die er in 2008 zijn Vuelta-kansen in rook zag opgaan na een valpartij. Als de teller nog dertien kilometer aangeeft, doemt de Angliru op, die in twee gedeeltes is op te delen. De eerste zes kilometer zijn nog doenbaar. Na het passeren van Via Pará begint de helletocht. De laatste zes kilometer zakken niet meer onder de 12%. De op-twee-na-laatste kilometer kent zelfs een gemiddelde hellingsgraad van 17,5%! Op hét punt waar de meeste wielerfans zich verzamelen, la Cueña les Cabres (geitenpad), stijgt het wegdek zelfs aan een hallucinante 23,5%. De Vuelta-organisatie hoopt uiteraard dat op deze klim de beslissing valt in de 72e Ronde van Spanje – zoals in 2013 het geval was – toen Chris Horner een vuursalvo van zijn grote uitdager Vincenzo Nibali wist te overleven. Welke renner kroont zich dit jaar tot overwinnaar?

De Alto de L’Angliru: een klim die iedere wielrenner angst inboezemt

Zaterdag 9 september, etappe 20: Corvera de Asturias – Alto de L’Angliru (117,5 km)

Na negen aankomsten bergop, twee tijdritten, enkele sprintetappes, ontelbaar veel overgangsritten en vooral heel veel bergen, verzamelt het peloton zich op de laatste zondag voor een paradetocht naar hoofdstad Madrid. De glaasjes cava zullen weer uit de ploegleiderswagens worden getoverd voor de winnende equipe, terwijl de coureurs de voor drie weken opgepakte strijdbijl zullen begraven om hun lief en leed van de afgelopen weken te delen. Tot dik zestig kilometer van de streep, als er voor het eerst over de finishstreep in Madrid wordt gereden. Anderhalf uur koers door de stad van het Prado, Santiago Bernabéu en het Plaza Mayor volgt, waarna een van de (overgebleven) sprinters voor het laatst voor de bloemen zal spurten. Na de plichtplegingen en het kronen van de eindwinnaar, zit de 72e Vuelta a España er weer op. Hasta el próximo año!

Zondag 10 september, etappe 21: Arroyomolinos – Madrid (117,6 km)

Officiële website
Deelnemerslijst

Volledig etappeschema Vuelta 2017
19-08 etappe 1: Nimes – Nimes, ploegentijdrit, 13,7 km.
20-08 etappe 2: Nimes – Gruissan, 203,4 km.
21-08 etappe 3: Prades Conflent Canigo – Andorra la Vella, 158,5 km. 
22-08 etappe 4: Escaldes-Engordany – Tarragona, 198,2 km. 
23-08 etappe 5: Benicàssim – Alcossebre, 175,7 km.*
24-08 etappe 6: Vila Real – Sagunt, 204,4 km.
25-08 etappe 7: Llíria – Cuenca, 207 km.
26-08 etappe 8: Hellín – Xorret de Catí, 199,5 km. *
27-08 etappe 9: Orihuela – Cumbre del Sol, 174 km. *

28-08: rustdag

29-08 etappe 10: Caravaca Jubilar – Elpozo Alimentacion, 164,8 km.
30-08 etappe 11: Lorca – Observatorio Astronómico de Calar Alto, 187,5 km.*
31-08 etappe 12: Motril – Antequera Los Dólmenes, 160,1 km.
01-09 etappe 13: Cóin – Tomares, 198,4 km.
02-09 etappe 14: Écija – Sierra de la Pandera, 175 km.*
03-09 etappe 15: Alcala La Real – Sierra Nevada (Alto Hoya de la Mora) 129,4 km.*

04-09: rustdag

05-09 etappe 16: Circuito de Navarro – Logroño (individuele tijdrit), 40,2 km
06-09 etappe 17: Villadiego – Los Machucos Monumento Vasca Pasiega, 180 km.*
07-09 etappe 18: Suances – Santo Toribio de Liébana, 169 km.*
08-09 etappe 19: Caso Parque Naturel de Redes – Gijon, 149,5 km.
09-09 etappe 20: Corvera de Asturias – Alto de L’Angliru, 117,5 km.*
10-09 etappe 21: Arroyomolinos – Madrid, 117,6 km.
* = aankomst bergop

Reacties Toon reacties Verberg reacties