Oliver Naesen: “Pech in het voorjaar gaf mij een extra motivatie”

Door Niels Bastiaens, dinsdag 27 juni 2017 om 20:00
Oliver Naesen

Foto: Sirotti

Met de Belgische driekleur heeft Oliver Naesen eindelijk zijn grote vis, waar hij al het hele jaar op jaagt, beet. Naesen werd in het voorjaar niet beloond voor zijn sterke rijden, maar mag nu wel in het zwart-geel-rood naar de Tour de France. Ook al draait bij AG2R La Mondiale alles rond Romain Bardet, toch heeft Naesen inmiddels voldoende bewezen dat hij ook zelf weleens een ritzege zou kunnen grijpen.

De overwinning op de biljartvlakke omloop van Antwerpen was nipt, maar o zo nodig voor de 26-jarige Naesen. In het voorjaar toonde hij zich in elke klassieker bij de beste renners in koers, maar mede door pech werd dat niet altijd beloond met een dichte uitslag. In de E3 Harelbeke, waarin hij derde werd na een sprintje tegen trainingsmaat Greg Van Avermaet en Philippe Gilbert, leek er nog geen vuiltje aan de lucht. Maar een val op de Oude Kwaremont in de spits van de koers van de Ronde van Vlaanderen en een aaneenschakeling van pech in Parijs-Roubaix, zorgden toch voor een smet op het voorjaar van de immer sympathieke Naesen. Met deze Belgische titel is de Oost-Vlaming eindelijk écht vertrokken.

Voorjaarspech
En toch heeft het ene bijgedragen tot het andere, vertelt Naesen aan WielerFlits. “Door de pech in het voorjaar, was ik zeker extra gemotiveerd om er iets van te maken. Op training heb je net die extra drive om er nog meer voor de gaan. Zeker omdat ik ook in de Dauphiné al een rit had moeten winnen. Ik had toch zoiets van: tussen nu en eind juli zou er toch eens iets moois uit de bus mogen vallen voor mij.”

Met name de valpartij met trainingsmakker Greg Van Avermaet en wereldkampioen Peter Sagan, op de slotbeklimming van de Ronde van Vlaanderen, heeft heel lang nagezinderd bij Naesen. “Zelfs nu nog, tijdens de trainingen, denk je daar nog weleens aan terug. Ik had het er vorige week nog over met Greg: ze spreken ons nu nog dagelijks over die val aan. Dat is dan eigenlijk wel frustrerend. Het is niet dat we daar constant nog over zitten te vloeken, maar je hebt wel zoiets van: ‘alé, hoe kan dat nu? Dat is nog nooit gebeurd. Moet dat dan juist ons overkomen en kon dat niet in pakweg 1980 gebeurd zijn?’”, lacht Naesen. “Je hebt nog steeds dat gevoel van machteloosheid. Je misloopt een podium, misschien een carrièremaker, en in Greg zijn geval een bijna zekere overwinning. Het is logisch dat je daar van wakker ligt.”

Die val in de Ronde van Vlaanderen, dat is nog nooit gebeurd. Moet dat dan juist ons overkomen en kon dat niet in pakweg 1980 gebeurd zijn?

In Parijs-Roubaix was het voor Naesen misschien nog wel erger, want daar ging het al op de eerste kasseistrook van de dag mis. “Het was op die eerste strook dat ik tegen mijn ploeg zei: ‘hier moeten we zeker bij de eerste twintig renners zitten, want ze vallen er elk jaar.’ Ik zit daar dan en zeg juist tegen mijn ploegmaat: ‘oef, hier zitten we goed. Als je me hier nog een tijdje kan houden, dan zijn we eigenlijk al half gewonnen.’ Maar net dan breekt de stuurpen van Danilo Napolitano af en valt hij net voor mijn neus. Dan mag je nog wereldkampioen BMX zijn, zoiets kan je niet meer ontwijken. En dan is het hard achtervolgen en kom je eigenlijk in een soort spiraal terecht. Eens je pech begint te hebben, dan moet je risico’s gaan nemen om terug te komen en slaat het noodlot vaak weer toe. Dat heb ik toen wel ervaren.”

De evaluatie van het voorjaar was dus: heel goed, sterker dan verwacht zelfs, maar niet de uitslagen waar hij recht op had. “Klopt, uiteindelijk was mijn ploeg AG2R La Mondiale ook al lang tevreden. Ik was bij de ploeg gekomen toen ik nog niet superveel bewezen had. De voorbije jaren pakte onze ploeg AG2R La Mondiale nooit punten in de klassiekers en ze hadden mij erbij genomen in de hoop eens iets te pakken. Dat hoefde zelfs geen podium te zijn, maar eens een keer een top-10. Maar dan begon dat voorjaar en zie je dat je altijd meedoet. Dat is dan toch veel meer waar ze me voor betalen”, oordeelt Naesen, die zijn verwachtingen voor de klassiekers van volgend jaar nu ook stevig gaat bijstellen.

“Dat is eigenlijk heel simpel: gewoon altijd meedoen voor de eerste prijs. Stiekem was dat dit seizoen in de Ronde van Vlaanderen en in Parijs-Roubaix ook al wel het doel, hoor. Na die podiumplek in de E3 Harelbeke interesseert een zevende plek in een klassieker je niet meer. Je wil voor winst gaan en hoopt op een mirakelscenario. Voor volgend jaar weet ik nu: ik ga het gewoon exact hetzelfde doen als dit jaar en dan komt het vanzelf goed.”

Na die podiumplek in de E3 Harelbeke interesseert een zevende plek in een klassieker je niet meer. Je wil voor winst gaan en hoopt op een mirakel.

Zal hij dan ook zijn immer attractieve stijl van rijden, die hem tot nu toe al veel heeft opgeleverd, blijven behouden? “Absoluut, zeker in de Vlaamse koersen”, verzekert Naesen. “Als je daar alleen vooroprijdt en het zijn smalle baantjes, veel draaien en keren, dan is het vaak lastiger in de achtervolging dan voorop. Dat zag je ook in de Ronde van Vlaanderen. Je moet vooral veel lef hebben, en dat heb ik wel denk ik. Misschien heeft mijn achtergrond daar wel iets mee te maken. Het was zeker niet gemakkelijk om prof te worden en ik heb nog altijd het gevoel van: ik mag hier geen kansen laten schieten om iets te doen. Elke koers die ik rijd ga ik voor de start denken, hoe onrealistisch dat soms is: hoe kan ik hier zo ver mogelijk geraken? En dan kom ik meestal bij hetzelfde scenario uit. Aanvallen. Ook al zou ik in een Ronde van Vlaanderen misschien als een van de enigen kunnen wachten tot de grote mannen gaan.”

“Klimmer” Naesen
Die aanvallende stijl kan de kersvers Belgisch kampioen ook in de Tour de France iets moois opleveren, al zou de aanwezigheid van kopman Romain Bardet misschien verlammend kunnen werken. “Je kan er niet onderuit: het is en blijft zijn ploeg, he. Voordien was AG2R La Mondiale echt een klimmersploeg, nu hebben we al wat mannen voor de klassiekers, maar het blijft zijn ploeg. Ikzelf ga me zeker niet wagen aan de kansloze Mickey Mouse-ontsnappingen, zoals ik het noem, maar ik ga me zeker een keer tonen. Als je ziet dat het een ritje is dat moeilijk is voor de spurtersploegen door een of ander klimmetje en te gemakkelijk voor de klassementsmannen, dan is het aan mij om er vol voor te gaan.”

Naesen bewees in de Dauphiné, waar hij in rit zes als laatste overgeblevene van een lange ontsnapping indruk maakte, bovendien dat hij eigenlijk van geen enkel terrein nog schrik moet hebben. Is dat dan de ontdekking van de klimmer Naesen? “Ik weet dat, als ik mij bergop te pletter rijd, ik veel kan in een kleine groep. Als ik met een vlucht mee ben met twintig man, waaronder een aantal goede klimmers, dan moet ik schrik hebben van een zware slotklim. Maar als ik met zes stevige mannen weg ben, en we gaan naar diezelfde klim, dan ga ik daar met veel plezier naartoe. Maar het is nog altijd anders dan meegaan in een groepje met Richie Porte en Chris Froome, zoals Tiesj Benoot deed. Dat zou ik niet kunnen.”

Als we naar de Tour de France gaan en ze zeggen: ‘je moet nu top-30 rijden in het klassement’, dan zou dat wel lukken. Misschien zelfs twintigste.

“Het is een afweging die je moet maken. Als we naar de Tour de France gaan en ze zeggen: ‘kijk, je moet nu top-30 rijden in het klassement’, dan zou dat wel lukken, hoor. Misschien zelfs twintigste. Maar ja, waarom zou ik dat doen? Ik heb een betere kopman én over twee jaar is iedereen dat al vergeten. Als het echt moet, dan kan ik bergop rijden, maar een verre ereplaats zegt mij dan niet zoveel. Kijk naar Tiesj. Hij kan vijftiende worden in het klassement, misschien zelfs dicht tegen de top-10, maar ja, daar sta je dan. Dan wil je mee in een vlucht, maar laten ze je niet rijden. Je kansen om een rit te winnen gaan in rook op. Dat is in mijn ogen dan toch een nadeel. Je moet het een durven opofferen voor het ander en dat is een afweging die iedereen voor zichzelf moet maken. Ik denk dat ik mijn limiet bergop al bereikt heb, Tiesj duidelijk nog niet.”

Zijn eigen ploeg lijkt dat nog niet helemaal te beseffen, want in die bewuste etappe in de Dauphiné, gingen de AG2R La Mondiale-troepen zelf achtervolgen op het groepje met Naesen. Bardet moest en zou de rit winnen, maar de Fransman kon de favorieten niet volgen en Naesen werd als laatste vluchter opgeslokt. “Daar is achteraf nog veel over gesproken. Ik had duidelijk aangegeven: ‘ik ga hier sowieso een of twee zijn.’ Maar de ploegleiding zag ook dat Bardet heel goed was, het was aankomst aan onze service course en als Bardet daar Froome en Porte ging ‘verkrachten’, dan was dat het droomscenario. Het probleem was ook: de auto met de grote bazen heeft nooit aan de renners die op kop aan het sleuren waren verteld dat ik mij wél goed voelde. Ze dachten dat ze moesten rijden omdat ik toch zou verliezen. Bardet was achteraf dan ook superkwaad dat hij dat niet wist. Hij was meer teleurgesteld dan ik. Enfin, de ploegleiders zijn zich achteraf ook komen excuseren en voor mij is dat uitgeklaard.”

Misschien zit er bij Naesen dan nog wel meer rek op dan hij zelf denkt. Zo heeft hij bijvoorbeeld nog nooit op hoogte getraind, iets wat de mannen waartegen hij moet concurreren stuk voor stuk wél al achter de rug hebben. “Het is misschien iets voor in de toekomst. Maar ik ben iemand die heel veel koerst. Als je een hoogtestage wil doen, dan moet je drie weken lang op hoogte slapen. Maar als je mijn programma bekijkt, is dat amper mogelijk. Ik heb tot en met de Amstel Gold Race gekoerst. In de winter is op hoogte trainen geen optie voor de sneeuw, en daarna komen de Ronde van België en de Vierdaagse van Duinkerke er alweer aan. Dat vind ik veel plezanter en zo geraak je ook in vorm.”

Vroeger was een klassiek renner iemand die automatisch 75 à 80 kilogram woog. Maar ik zie mezelf als een heel ander soort coureur.

Geen pretje
De renner uit Berlare had eerder al aangegeven dat de Tour de France voor hem, na het voorjaar, het tweede grote doel van het jaar was. Op zich eigenlijk een opmerkelijke keuze, want voor een klassiek renner is zo’n zware ronde niet het ideale terrein. Veel van zijn klassieke collega’s haken dan ook af, Naesen wil daar niets van weten. “Dat is eigenlijk vooral iets van vroeger”, denkt hij. “Vroeger was een klassiek renner iemand die automatisch 75 à 80 kilogram woog. Maar ik zie mezelf als een ander soort coureur. In alles ben ik redelijk goed, maar niet supergoed. Ik heb het voordeel dat ik dus ook een berg over kan, dan valt er zeker wel iets te rapen. Dat zie je ook bij Greg Van Avermaet vorig jaar.”

Bij zijn eerste deelname vorig jaar heeft Naesen al veel opgestoken, zegt hij zelf. “Ik weet nu dat ik geen schrik moet hebben om mij kapot te rijden. Ik was nochtans met en bang hartje aangekomen, want ik had in de Dauphiné afgezien dat het niet mooi was. Dan zie je keihard af en zeggen collega’s tegen jou: ‘pas maar op, jongen, in de Tour is het nog veel rapper en ook nog eens drie keer zo lang.’ Dan krijg je wel een beetje stress, maar dat voel ik nu totaal niet meer. Al weet ik dat het nog steeds lastig wordt. Je wordt drie weken geleefd. Als ze zeggen: ‘het ontbijt is om acht uur’, dan ga je je wekker niet zetten om zeven uur, maar vijf voor acht. Elke seconde rust maakt het verschil. Een dag is eigenlijk opstaan, eten, koersen, massage, eten, en repeat.”

Is zo’n Tour dan eigenlijk wel iets om naar uit te kijken voor Naesen? “Goeie vraag, op het moment zelf is het natuurlijk heel gespannen. Eerlijk, echt leuk is het niet om elke dag tussen je kader te hangen dat het niet mooi is. Maar anderzijds, er valt zoveel te winnen en het zijn de koersen waar je van gedroomd hebt. Heel die periode is wel mooi, maar je apprecieert het het pas in de week daarna. Zo van: ‘amai, oef, ik heb het overleefd.’ Het is ook leuk om in de Tour een echte ploegprestatie neer te zetten. Bardet is een chille kerel, die weet wat hij aan mij heeft. In de koersen die ik met hem heb gedaan straalde hij veel vertrouwen, ook richting mij. Dan is het heel fijn samenwerken met die jongens.”

Als ik na de Tour van vorig jaar naar mijn kilometerteller keek, dan was het crimineel hoe hard ik reed. Geen inspanning was mij te veel.

En natuurlijk is er voor Naesen ook nog een achterliggend doel. Een renner die sterk uit de Tour komt legt doorgaans een stevige basis voor het najaar en het daaropvolgende voorjaar. En daar wil Naesen natuurlijk opnieuw schitteren. “Absoluut, vorig jaar zeiden ze me nog: ‘je gaat uit de Tour komen en veel beter zijn.’ Ik geloofde daar niet echt in en in het najaar had ik altijd een loom en moe gevoel. Maar als ik naar mijn kilometerteller keek, dan was het crimineel hoe hard ik reed. Geen inspanning was mij te veel en ik reed zelden nog uit de eerste drie. Natuurlijk neem je zoiets me naar het jaar nadien. Als je goed rijdt aan het einde van het seizoen, dan mag het bij wijze van spreken morgen alweer de Omloop zijn. Ik hoop echt dat ik dat dit jaar nog eens mag ervaren, dan gaan we nog mooie dingen zien.”

Reacties Toon reacties Verberg reacties