Michel Wuyts: “Televisielandschap gaat niet brutaal veranderen”

Door Niels Bastiaens, zondag 25 juni 2017 om 08:00
Michel Wuyts

Foto: Niels Bastiaens

Michel Wuyts is al jaren de wielerstem bij uitstek van de VRT en bij uitbreiding heel Vlaanderen. Koers op Sporza is Michel Wuyts en Michel Wuyts is koers op Sporza. De man uit Scherpenheuvel geldt als een grootheid in zijn vak en beschikt overduidelijk nog steeds over de werkvreugde van in zijn begindagen. Binnen minder dan een week gaat de 60-jarige Wuyts aan de slag in zijn 25e Tour de France als commentator, en dat “met veel goesting en nieuwsgierigheid”. WielerFlits ging bij hem op bezoek.

Een groot aantal renners legt dezer dagen een laatste hand aan de voorbereiding op de belangrijkste rittenkoers ter wereld, maar ook voor VRT-commentator Michel Wuyts is het momenteel een drukke periode. Drie weken koers volpraten doe je niet zomaar, zonder een doorgedreven preparatie, ook al zit je – zoals Wuyts – al bijna dertig jaar in het vak. “Ik ben nu al een paar weken aan het optrekken richting Tour”, zegt Wuyts. “Eigenlijk kan ik gerust zeggen dat het een permanente voorbereiding is. Mijn vrouw klaagt weleens: ‘neem jij nu nooit eens rust?’ Maar nee, dat gaat niet. Ik zeg niet dat ik de hele dag met wielrennen bezig ben, maar dat gaat toch over minimum drie uur tot maximum acht à tien uur per dag.”

Wuyts staat bekend om zijn traditionele werkwijze, waarbij hij steekkaarten bijhoudt van zowat iedere profrenner. Is dat, naast het volgen van de wieleractualiteit, de meest tijdrovende bezigheid, of spelen er nog andere zaken? “Dat aanvullen van de fiches gebeurt quasi iedere dag, dat kan je eigenlijk niet loslaten. Het is wel zo dat we tegenwoordig via de VRT van een gespecialiseerd bedrijf een uitdraai krijgen van de 198 deelnemers aan de Tour, met daarin hun voornaamste zeges, hun jaarresultaten en hun resultaten in de Ronde. Dat op zich zou kunnen volstaan. Maar daar staat niet op wanneer iemand een beenbreuk opgelopen heeft of geopereerd is geweest aan zijn schouder. Daarom blijf ik terugvallen op de fameuze steekkaarten. Ik heb nog geen handiger systeem gevonden.”

Ik zeg niet dat ik de hele dag met wielrennen bezig ben, maar dat gaat toch over minimum drie tot maximum tien uur per dag.

“Je moet je daarnaast ook constant blijven bijlezen”, merkt Wuyts op. “Het is verstandig om een aantal verschillende persorganen raad te plegen, dat je ook in het buitenland eens gaat loeren. Wat leeft daar? Vooral ook om in te schatten: hoe gaat men om met Belgen? Wat verwacht men? Worden onze landgenoten wel naar waarde geschat? Dat gaat via alle mogelijke wegen. Als je begint te zoeken en je hebt je bronnen allemaal gehad, dan heb je aan het eind van het verhaal toch altijd het gevoel van: nu ben ik er toch weer een stuk of drie vergeten, zeker. Dat stopt eigenlijk nooit, maar dat is niet erg.”

Contact zoeken voor inside informatie van de renners zelf, daar waagt Wuyts zich niet aan. Sporza stuurt wel assistent Hannes Tahon op stap, op zoek naar weetjes en nieuwigheden over de renners. “Ik heb geleerd om afstand te nemen in de aaneenschakeling van dopingjaren, omdat ik toch altijd het gevoel heb: als blijkt dat je het huis van een bepaalde renner platloopt, dan gaat men snel argwaan creëren. Maar eigenlijk heb ik dat nooit echt gedaan. Ik heb eigenlijk altijd het credo van Ivan Sonck proberen te onthouden en te respecteren: ‘ga met topsporters waar je over praat vriendelijk om maar maak hen nooit tot vriend.’ Dat is tot nu toe heel goed gelukt en dat hoort ook zo.”

Kritiek
Bij de moderne generatie commentatoren gelden sociale media meer en meer als een essentiële informatie-en communicatiebron. Dat er nuttige informatie te vinden is, wil Wuyts niet ontkennen, maar zelf houdt hij zich toch afzijdig. “We hebben wel op Sporza.be iemand die de tweets filtert en de interessante zaken eruit haalt. Voor mij staat er ook te veel ballast bij. Ik hoef echt niet te weten wat iemand ’s ochtends heeft gegeten, tenzij het interessant is omdat hij een of ander ziektepatroon heeft. Je kan je het ook niet permitteren om tijdens de uitzending constant te kijken op een extra scherm voor die sociale media of andere informatiekanalen. Als je zeven seconden wegkijkt, dan zijn er vaak al twee à drie beeldwissels geweest. Voor je het weet heb je het inhalen van Kwiatkowski gemist”, zegt Wuyts met enige zelfspot.

Het is zo dat Nederlanders veel gemakkelijker dan Vlamingen met woorden van lof komen.

Bovendien zijn sociale media meer dan eens een voedingsbron aan ongeremde kritiek gebleken. “Een never ending story”, zoals Wuyts het zelf noemt. Maar ook nu ontsnapt hij niet aan de harde woorden van de kritische kijker. “Er zijn twee soorten kritiek. Als het opbouwende kritiek is, dan heb je dat meteen door. Aan de andere kant, als het op de man spelen is, zwaar onder de gordel trappen, dan zie je dat ook meteen. Vroeger had dat invloed op mij, nu eigenlijk niet meer. Maar als iemand mij nu zegt: ‘je hebt in de Dauphiné tot twee keer toe gezegd dat Valverde 38 is, maar hij is nog maar 37’, dan vind ik dat er wel toe doen. Wat mij vooral stoort is dat, als je een foutje maakt, het vaak gigantisch wordt uitvergroot.”

De meest positieve reacties krijgt hij gek genoeg vaak van Nederlanders, die Sporza in veel gevallen boven de eigen NOS of Eurosport verkiezen. “Het is zo dat Nederlanders veel gemakkelijker dan Vlamingen met woorden van lof komen. Ik heb altijd gedacht: dat stopt boven de grote rivieren. Vorig jaar deed ik de presentaties bij de start van de ritten in de Eneco Tour en toen zijn we begonnen in Bolsward, Friesland. Ik denk dat ik van het podium tot aan de parkeerplaats waar ik geparkeerd stond een keer of 35 ben tegengehouden door Noord-Nederlanders. Dat is een mooi compliment, en ik wil er wel rekening mee houden dat veel noorderburen meekijken tijdens onze uitzendingen, maar ik ga daar niet zitten met de gedachte: ik moet hen absoluut te vriend houden en bedienen. Maar ik zal toch weleens meegeven waar de eerste Nederlander in koers is of is geëindigd.”

Commercialisatie
Het wieleraanbod van de VRT is in de loop der jaren, samen met Wuyts, enorm gegroeid, maar dit jaar kreeg de Vlaamse publieke omloop toch een serieuze tik toen Eurosport de exclusieve rechten voor de Italiaanse topwedstrijden, waaronder Milaan-San Remo en de Giro, opkocht. Voor velen een shock, zo ook voor Wuyts. “Mijns inziens is dat allemaal niet correct gespeeld. Er is geld mee gemoeid en je moet beseffen dat, als het wielrennen duurder wordt, de kans bijzonder groot is dat een aantal openbare omroepen in de toekomst nog meer zullen afhaken. Om dat op te lossen bestaat er zoiets als sublicenties. Wij hebben een poging gewaagd om er eentje te kopen voor Milaan-San Remo en Eurosport heeft dat bod geweigerd. RTBF heeft een bod gedaan dat half zo groot is, en zij hebben het gekregen. Dat is eigenlijk te gek voor woorden, maar Vlaanderen heeft qua liefde voor deze sport nu eenmaal een veel groter afzetpubliek dan Wallonië. Geen enkele andere wielerregio komt in de buurt.”

Mijns inziens is het opkopen van de Giro-rechten door Eurosport niet allemaal correct gespeeld.

Is deze zet van Eurosport dan misschien het begin van een historische verschuiving in het medialandschap? “Dat zou kunnen, maar zeker niet op een brutale wijze. Dat gaat sowieso tijd vragen. De dag dat je moet verkondigen dat je de rechten voor de Tour de France bent kwijtgespeeld, dan gaat dat een heel brutale klap zijn. Anderzijds gaat het met de grote geldsommen in de koers bij lange niet zo snel als in het voetbal. Het is niet zo dat, nu we de rechten van de Giro kwijt zijn, wat overigens ook al eens is gebeurd in de Jaren 90, we opeens alles gaan prijsgeven. Als tegenreactie is men heel snel overgegaan tot het vastleggen van de voorjaarsklassiekers. Het is nu aan de VRT om te blijven investeren. Ik beschouw koers als een eigen cultuurpatrimonium en dat hoor je op de best mogelijke manier uit te dragen. Maar door de verplichte besparingsrondes moeten we wel snoeien in het aanbod.”

De kritiek die dan vaak volgt op zenders als onder andere Eurosport is de overvloed aan commerciële onderbrekingen, soms zelfs in de laatste wedstrijdhelft. Collega Karl Vannieuwkerke uitte inmiddels meer dan eens zijn ergernissen via zijn sociale media. “Daar ben ik het zeker mee eens, maar het is bij lange niets nieuws. Toen ik in 1997 door de VRT naar Milaan-San Remo gestuurd ben – we waren de beelden toen kwijt aan Supersport -, zond Italia Uno de koers uit. Ik herinner mij nog hoe de zoon van De Zan – vader Adriano De Zan was de iconische verslaggever van de RAI, zijn zoon werkte voor de tegenpartij – op een kilometer van de streep plots de woorden ‘publicita per voi’ uitriep. Tien seconden reclame. Ze kwamen dan terug op vijfhonderd à zevenhonderd meter van de eindstreep. Toen had ik zoiets van: als dit nu al zomaar kan, dan gaan dat soort normen in de toekomst nog vaker overdreven worden.”

In het veldrijden ging men zelfs zover dat zowel de Superprestige als de Wereldbeker bij Telenet Play Sports gedeeltelijk achter de betaalmuur verdween. Al was ook daar het commentaar van Wuyts te horen. “Dat heeft men gelukkig opgelost door in het contract met Telenet te verkrijgen dat men een samenvatting op Sporza kan zien om vijf uur. Ik neem aan dat het initieel wel de bedoeling van Telenet was om de cross volledig achter de betaalmuur te steken, maar men heeft toch al een aantal keer mogen ervaren dat sponsoren die zich engageren, daar niet mee kunnen lachen. Een grote sponsor zal enkel blijven investeren in de wielersport op voorwaarde dat het ook door een publiek van een half miljoen of 750.000 man wordt bekeken op de VRT. Iedereen heeft er dus baat bij dat alles openbaar blijft.”

Een grote sponsor zal enkel blijven investeren op voorwaarde dat het door een publiek van een half miljoen man wordt bekeken.

Wuyts zweert dus trouw bij de VRT. Zou zelfs een monsterbod van Eurosport hem in de toekomst niet op andere gedachten kunnen brengen? “Ik zou daar zeker nooit op ingaan”, stelt hij rechtuit. “Je moet de wereld van de televisie en media in het algemeen niet overschatten. Het is niet zo dat er hier in Vlaanderen, waar je sowieso met een vrij beperkt afzetgebied zit en ook nog eens een versnippering in het televisielandschap, met reuzebedragen gegooid wordt. Er gaat veeleer geïnvesteerd worden in jonge krachten, die nog voor een matig loon willen werken. Jongens die met andere woorden aan het begin zijn in de opbouw van hun looncyclus. Men gaat zijn geld niet steken in het aantrekken van de oudere garde. Of dat dan niet voor kwaliteitsverlies zorgt? Ik kan aannemen dat men ervan uitgaat bij directies: dat nemen we er dan maar bij en dat betert wel met de jaren.”

De Cauwer en co
De komende Tour de France is José De Cauwer, inmiddels al voor de zeventiende keer op rij, de vaste rechterhand van Wuyts. Dankzij hun vakkennis, humor, enorme taalvaardigheid en tactisch doorzicht, zijn de twee een gedroomd duo. Bovendien vullen ze elkaar perfect aan. “Dat heeft alles te maken met inlevingsvermogen, empathie. Ik denk dat onze gedachten zelfs elkaar kruisen. Wat volgt zijn soms te veel ideeën op hetzelfde moment, waardoor je dwars door de zin van je gesprekspartner gaat. Het leukste is om een zin op te zetten, die halverwege met opzet stoppen, in de absolute wetenschap dat José die toch afwerkt. Elkaar de kans geven om een voorzet af te werken. Elkaar de kans geven tot scoren. Dat is allemaal ingeworteld, zonder dat we daar nog echt bij moeten gaan stilstaan.”

“Zo’n klik, dat komt heel natuurlijk en dat was er eigenlijk vrijwel onmiddellijk. Ik deed in 2000 het eerste deel van de Tour met José en de tweede helft met Mark Uytterhoeven, dat was een verschil van dag en nacht. Daar is de vonk definitief overgeslagen”, is Wuyts eerlijk. “Je weet nu al dat het bij eender welke andere co-commentator volledig anders zal zijn, het zal nooit hetzelfde zijn als met De Cauwer. Zonder echt emotioneel te worden, slaagt hij erin om toch zoveel meer emo in zijn reactie te steken dan een ander. Bij iemand als Sven Nys klinkt dat toch een stuk meer bezadigd, weloverwogen. Maar ik neem aan, door het vaker te doen, dat de reactiesnelheid toeneemt en er een grotere kans tot dialoogvorming groeit. Want dat moet het eigenlijk zijn, een grote dialoog. Het is een verhaal dat je vertelt. Dat is de essentie van verslaggeving, zonder daar vooraf echt actief achter te gaan zoeken.”

Het is een verhaal dat je vertelt. Dat is de essentie van verslaggeving, zonder daar vooraf echt actief achter te zoeken.

Belangrijk is dan om die unieke relatie niet volledig uit te putten. Volgens Wuyts is dat zelfs een essentieel onderdeel. “Het gaat zelfs zover dat ik José in de winterperiode enkel op de cross in Sint-Niklaas zie. Als één van ons ziek is of een zieke ouder heeft, dan bellen we elkaar weleens. Maar na het WK is het haast: ‘alé, tot de Omloop, hé.’ Dat moet ook wel, per slot van rekening is De Cauwer tijdens een koers mijn vrouw. Begrijp me niet verkeerd, maar het is een mens waar je met je troubles terecht kan. In 25 jaar Tour, waarvan bijna 17 jaar met De Cauwer, zie je dat er thuis al eens dingen gebeuren waarvan je zegt: nu was ik beter thuis geweest. Dan mag je van geluk spreken dat je iemand hebt als De Cauwer die je eruit praat, die daar begrip voor heeft en de kunst verstaat om je zoetjes aan weer op te vrolijken. Hij slaagt er ook in om tijdens de uitzending telkens weer met verhalen te komen die zelfs ik voordien nog niet had gehoord.”

Als journalist en interviewer komt Wuyts meer dan eens met de huidige generatie renners in contact. Kijkt hij dan weleens rond naar toekomstige co-commentatoren? “Absoluut, soms zelfs bij wijze van toeval. Er was eens een periode dat we geen beroep konden doen op De Cauwer, we moesten hem dan halsoverkop vervangen en ik kwam terecht bij Kevin De Weert, die toen in een herstelperiode zat. Vanaf het eerste moment had ik door: dat is er knal op. Nu doet hij hetzelfde bij VTM, maar ik vond hem beter bij ons. Als bondscoach commentaar geven is natuurlijk extra delicaat, en dat probleem zie je wel vaker.”

“Er zijn er nog goede gepasseerd. Het grote probleem is alleen dat, als die mannen hun taalvaardigheid en kennis van zaken etaleren op de televisie, dan worden ze ofwel ploegleider ofwel bondscoach. Hans De Clercq, die is ploegleider geworden. Wilfried Peeters heeft ook commentaar gegeven, maar ook hij heeft de stap gezet. Tom Steels is weer in de koers gestapt bij ons nadat hij gestopt was. Ik heb na een uitzending of zeven, acht in de Ronde van Zwitserland tegen Tom gezegd: ‘ik denk dat we u rap kwijt zullen zijn, want men gaat u vragen om ploegleider te worden.’ Ik ben altijd gecharmeerd als iemand me iets vertelt dat ik nog nooit gehoord heb en nog sterker als iemand me een visie voorstelt die ik zelf nog nooit geëtaleerd zag of doorzien had. Tom Steels had dat, bij uitstek in voorbereiding of afwerking van sprints.”

Als die mannen hun taalvaardigheid en kennis van zaken etaleren op de televisie, dan worden ze ofwel ploegleider ofwel bondscoach.

Werkvreugde
Wuyts beschikt klaarblijkelijk nog steeds over de werkvreugde van in zijn begindagen. De man uit Scherpenheuvel stapte uiteindelijk relatief laat in het vak, draagt dat ook bij tot die enorme “goesting”? “Dat zou best weleens kunnen. Ik sluit dat niet uit, maar desondanks begin ik nu wel aan mijn 25e Tour. En ik heb nog altijd veel goesting en – misschien wel belangrijker – ik ben nog altijd heel nieuwsgierig. Ik denk dat dat de essentie is. Nieuwsgierigheid is de kwaliteit die je het meest nodig hebt om dit vak te doen. Willen weten en iedere avond bij het slapengaan beseffen: ‘het werk is niet af he, vriend.’”

Dat laatste zou ook schrikwekkend kunnen werken, maar dat is bij Wuyts allesbehalve het geval. “Ik ga daar filosofisch mee om. Het werk is nooit af, maar een leven is dat toch ook niet. Ik kijk niet angstvallig vooruit naar het moment dat ik ooit zal moeten stoppen. Ik denk dat men versteld zal staan van het gemak waarmee ik daar mee om zal gaan, waarbij ik nu niet zeg dat ik daar al naar verlang. Daarvoor heb ik nog te veel drang in mezelf. Ik heb meer dan vrede met de weg die ik bewandeld heb en ik hoop die nog een aantal jaar te blijven bewandelen. Maar als men mij zegt: ‘je gaat op je 65e met pensioen’, dan ga ik geen jammerklachten de wereld in sturen waar de pers nog een laatste lekkernij aan heeft.”

Reacties Toon reacties Verberg reacties