Giro 2017: Vooruitblik op het parcours van de 100ste Giro d’Italia

Door Luuk van der Meer, maandag 1 mei 2017 om 07:00

Op vrijdag 5 mei wordt in de Sardijnse havenplaats Alghero een nieuwe editie van de Giro d’Italia in gang geschoten. Elk jaar al een feestelijk moment voor renners en supporters, maar dit jaar nog net ietsje meer. De corsa rosa is namelijk toe aan zijn honderdste uitgave. WielerFlits kijkt de komende week uitgebreid vooruit op dit jubileum en werpt vandaag alvast een blik op het parcours.

Een jubileumeditie voorzien van de nodige grandeur die recht doet aan de status en historie van het evenement. Dat kan je aan Italianen wel overlaten. De organisatie tekende een parcours uit dat het gehele land doorkruist, met hier een daar een knipoog naar het verleden. Fausto Coppi, Gino Bartali, Ercole Baldini, Felice Gimondi en Marco Pantani. Namen die in de oren klinken als een klassiek operagezang. Allen hebben ze een rit gekregen die aan hen is opgedragen. Italië eert zijn helden. Trots, dat zijn ze, op naar eigen zeggen “de zwaarste wedstrijd van de wereld in zijn mooiste land”. En zwaar, dat zal het worden. Zevenendertighonderd kilometer en vierenveertigduizend hoogtemeters telt deze honderdste uitgave. Samengevat: drie weken lang spettacolo!


Grande Partenza op Sardinië
De eer om gastheer te zijn van de start van de honderdste Giro d’Italia is te beurt gevallen aan Alghero. Een idyllisch havenplaatsje aan de westkust van Sardinië. Nauwe straatjes, sfeervolle barretjes en de zon die ’s avonds langzaam verdrinkt in het heldere water van de Mediterraneo. Italiaanser kan het haast niet. Alhoewel, in de late middeleeuwen en het begin van de nieuwe tijd viel Sardinië eeuwenlang onder Spaanse heerschappij. Als enige stad op Italiaanse bodem is in Alghero het Catalaans tot op de dag van vandaag een officiële taal. Alle straatnamen worden er in zowel het Italiaans als het Catalaans op de bordjes weergegeven.

De Giro op Sardinië in 2007 (foto: Sirotti)

Italiaans of Spaans, voor romance is in de koers sowieso geen plaats, want de renners staat een zware en vooral hectische etappe te wachten. Een steil klimmetje op twintig kilometer van de aankomst zou roet in het eten kunnen gooien, maar verwacht wordt dat op de boulevard van Olbia een massasprint zal beslissen wie de eerste roze trui om zijn schouders mag hangen. De tweede rit trekt het Sardijnse binnenland in en bevat al aanzienlijk meer hoogtemeters. De Passo di Genna Silana ligt zelfs meer dan 1000 meter boven zeeniveau. Voor een deel van de snelle mannen geen onoverkomelijk probleem, maar de Matteo Pelucchi’s van deze wereld hoeven we niet op de voorposten te verwachten. Zij krijgen een dag later wél hun kans in alweer de laatste van drie ritten op Sardinië. De weg naar de Sardijnse hoofdstad Cagliari is zo goed als vlak. Niet voor niets wisten Italiaanse sprintlegendes Mario Cipollini en Alessandro Petacchi hier al eens een etappe te winnen.

Video: Cipollini wint in Cagliari in 1991

Vrijdag 5 mei: etappe 1, Alghero – Olbia (206 km)

Zaterdag 6 mei: etappe 2, Olbia – Tortolì (221 km)

Zondag 7 mei: etappe 3, Tortolì – Cagliari (148 km)


Een eerste uitbarsting op Sicilië
Een ongewoon vroege rustdag geeft het wielercircus de mogelijkheid zich van het ene naar het andere mediterrane eiland te begeven. Specifieker gesteld: van Sardinië naar Sicilië. Daar staat meteen de eerste bergrit van deze Giro op het programma. Een vlakke aanloop vanuit kustplaats Cefalù brengt het peloton aan de voet van een drieëndertig kilometer lange pasweg met de ietwat lugubere naam Portella Femmina Morta. De naam van de slotklim boezemt zowaar nog meer angst in. De aankomstlijn ligt namelijk getrokken op de flanken van de Etna, één van de actiefste vulkanen ter wereld. Vorige week nog stroomden er grote hoeveelheden lava uit de krater naar beneden. De renners beklimmen de berg tot op een hoogte van 1892 meter boven zeeniveau. De cijfers: zeventien kilometer aan gemiddeld 6,6% met een maximale stijging – in het middengedeelte – van 12%. Genoeg ingrediënten voor vuurwerk. Figuurlijk dan.

Contador en Rujano tussen de as op de Etna in 2011 (foto: Sirotti)

Een dag later wordt koers gezet naar Messina, de geboorteplaats van tweevoudig Girowinnaar Vincenzo Nibali. Winst op eigen grond zal er voor De Haai niet inzitten. De tweede helft van de rit is namelijk overwegend vlak. Een korte overtocht over de Straat van Messina brengt het peloton vervolgens op het Italiaanse vasteland. In Reggio Calabria, waar Mario Cipollini anno 2005 in een verschrikkelijke roze hansop de wielerwereld vaarwel zei, start de zesde etappe. Eveneens vrij vlak, maar wel met aankomst op een steil ‘pukkeltje’ van twee kilometer. De zevende rit is weer spek voor de bek van de sprinters. Inmiddels zijn we aan de Adriatische kust beland. Vanaf nu wordt de koers naar het noorden ingezet en neemt het klimwerk alleen maar toe.

Video: Lavastromen op de Etna vorige week
Video: Contador wint op de Etna in 2011
Video: Cipollini zwaait af in roze hansop

Dinsdag 9 mei: etappe 4, Cefalù – Etna (181 km)

Woensdag 10 mei: etappe 5, Pedara – Messina (159 km)

Donderdag 11 mei: etappe 6, Reggio Calabria – Terme Luigiane (217 km)

Vrijdag 12 mei: etappe 7, Castrovillari – Alberobello (224 km)


Over de ruggen van de Apennijnen
Een typische overgangsrit brengt de renners van het Romeinse stadje Molfetta langs de oostkust naar Peschici. Met name de slotfase biedt perspectieven voor de aanvallers, met bochtige wegen die nergens meer vlak zijn. De aankomst ligt net als twee dagen eerder op een kort maar steil klimmetje.

De klassementsrenners zullen waarschijnlijk nog een snipperdag houden met het oog op wat ze de volgende dag te wachten staat. Dan doemen namelijk de Abruzzese Apennijnen op. Niet zo bekend als de Alpen, maar daardoor niet minder gevreesd. De slotklim naar Blockhaus staat te boek als één van de zwaarste beklimmingen van Europa. Dertig kilometer lang aan een gemiddeld stijgingspercentage van 7,3%, met in de tweede helft pieken tot 14%. Vijftig jaar geleden, in 1967, brak Eddy Merckx hier tot ieders verrassing door als klimmer. De toen nog bonkige Belg rekende ogenschijnlijk gemakkelijk af met de Italiaanse berggeit Italo Zilioli. De media konden er nog niet aan wennen. “Italiaanse teleurstelling: Belgische sprinter wint in de bergen”, zo kopte Gazzetta dello Sport de volgende dag. Toen konden ze nog niet vermoeden dat Merckx later zowel de Giro als de Tour tot vijfmaal toe zou winnen.

Belgische sprinter wint in de bergen – Gazzetta over Eddy Merckx

Daags nadien mogen de renners genieten van de tweede rustdag. Broodnodig, want de eerste individuele tijdritkilometers staan voor de deur. Over een afstand van veertig kilometer gaan de renners de strijd aan met de klok. Het parcours loopt over glooiende wegen en kent halverwege een technische afdaling. Vanuit Nederlands oogpunt een dag om naar vooruit te kijken: hier zal Tom Dumoulin de concurrentie een gevoelige tik moeten uitdelen.

Wielerlegende Gino Bartali in 1986 (foto: Sirotti)

De elfde etappe wordt door de organisatie aangekondigd als de koninginnenrit door de Apennijnen. Tevens is dit de Tappa Bartali, opgedragen aan de Italiaanse wielerlegende Gino Bartali. De officiële start is in Ponte a Ema, een klein dorpje onder de rook van Florence. In 1914 zag Bartali hier het levenslicht en in 2000 stierf hij er. Tegenwoordig is er een museum ter herinnering aan zijn carrière. De streng katholieke Bartali verwierf niet alleen waardering voor zijn overwinningen in de Giro en Tour, maar ook voor zijn hulp aan ondergedoken Joden in de Tweede Wereldoorlog. De Tappa Bartali anno 2017 voert dwars door de Toscaanse Apennijnen en telt over een korte afstand van 161 kilometer vier bergpassen. “Als Bartali er nog was geweest, had hij hier zeker aangevallen”, zo stelt de organisatie. De Giro kennende, staat zo’n rit ook in deze tijd garant voor spektakel!

Video: Merckx wint op Blockhaus in 1967
Video: Documentaire over de heldendaden van Bartali in de Tweede Wereldoorlog

Zaterdag 13 mei: etappe 8, Molfetta – Peschici (189 km)

Zondag 14 mei: etappe 9, Montenero di Bisaccia – Blockhaus (149 km)

Dinsdag 16 mei: etappe 10, Foligno – Montefalco (39,8 km, ITT)

Woensdag 17 mei: etappe 11, Florence – Bagno di Romagna (161 km)

 


In de voetsporen van de campionissimi
Het peloton laat de Apennijnen achter zich. De twaalfde etappe start in Forli, kent nog twee kleine hindernissen en voert daarna over vlakke wegen naar Reggio Emilia. Het in de Tweede Wereldoorlog zwaar gebombardeerde Forlì is de geboorteplaats van Ercole Baldini. Een man die ten onrechte nog al eens wordt vergeten in lijstjes met grote Italiaanse wielervedetten. Baldini won in 1958 zowel de Giro d’Italia als het wereldkampioenschap, maar vergaarde misschien nog wel de meeste faam toen hij twee jaar eerder het werelduurrecord van Jacques Anquetil uit de boeken reed. De Trein uit Forlì scherpte het record aan tot 46,394 kilometer. Lang kon hij er niet van genieten, want een jaar later wist Roger Rivère 46,923 kilometer in een uur te rijden. De inmiddels 84-jarige Baldini is tegenwoordig de oudste nog levende Girowinnaar.

Qua legendevorming overstijgt Coppi Merckx – Tim Krabbé

De dertiende rit is zowaar nog vlakker dan de twaalfde en loopt in zijn geheel over de Povlakte. Op het eerste gezicht een onbeduidend sprintersbal dus, maar ook vandaag wordt er een campionissimo geëerd. Fausto Coppi, qua sportieve prestaties misschien wel de grootste van allemaal. Vijf keer won hij de Giro d’Italia, twee keer de Tour, vijf keer de Ronde van Lombardije, drie keer Milaan-San Remo. Ook Parijs-Roubaix en het wereldkampioenschap prijken op zijn rijke erelijst. “Coppi heeft bijna evenveel recht op de omschrijving ‘grootste wielrenner aller tijden’ als Merckx. Qua wielrennen dan. Qua legendevorming overstijgt hij Merckx”, zo beschreef Neerlands wielergeweten Tim Krabbé Coppi treffend in De Jacht. Italië is het roerend met hem eens. In 1960, toen zijn wielercarrière al nagenoeg uitgeblust was, raakte Coppi in Afrika besmet met malaria. Niet veel later stierf hij op 40-jarige leeftijd in het ziekenhuis van Tortona. Daar ligt op 19 mei de finishlijn van de dertiende Girorit getrokken.

Het graf van Fausto Coppi en zijn broer Serse in Castallania (foto: Sirotti)

Een dag later wordt het startschot even verderop gegeven in Castallania, waar Coppi geboren is en ook begraven ligt. Vanaf daar zet men koers naar het noorden, dwars de Povlakte over. Aan het einde van die vlakte liggen de eerste toppen van de Alpen. Dat zullen de renners merken. Na honderdtwintig vlakke kilometers lopen de laatste elf omhoog naar het Santuario di Oropa. De klim, met stijgingspercentages tot 13%, is die dag door de organisatie omgedoopt tot Montagna Pantani. In de Giro van 1999 werd Marco Pantani, destijds drager van de roze trui, aan de voet van de klim ver teruggeslagen door een lekke band. Wat volgde was een inhaalrace die hem in acht kilometer tijd terugbracht aan het front. Solo won hij de rit. Een paar dagen daarna werd Il Pirata wegens te hoge hematocrietwaardes uit de ronde gezet. Die klap is hij nooit meer te boven gekomen.

Marco Pantani op weg naar een onwaarschijnlijke ritzege in de Giro van 1999 (foto: Sirotti)

Wie de slotfase van de vijftiende etappe goed bekijkt, zal het opvallen dat de laatste vijftig kilometer identiek zijn aan die van de Ronde van Lombardije van afgelopen seizoen. Een behoorlijk attractieve koers was dat, met Esteban Chaves als winnaar. Wederom zo’n spektakel, daar zouden wij allemaal voor tekenen. En met ons Felice Gimondi. De Buizerd van Bergamo, één van de zes renners die alle drie de grote ronden wisten te winnen, zal ongetwijfeld aanwezig zijn om de jubilerende corsa rosa op zijn geboortegrond te verwelkomen.

Video: Documentaire over de tweestrijd tussen Coppi en Bartali
Video: De indrukwekkende zege van Pantani in Oropa

Donderdag 18 mei: etappe 12, Forlì – Reggio Emilia (229 km)

Vrijdag 19 mei: etappe 13, Reggio Emilia – Tortona (167 km)

Zaterdag 20 mei: etappe 14, Castellania – Oropa (131 km)

Zondag 21 mei: etappe 15, Valdengo – Bergamo (199 km)


Weerzinwekkend zware slotweek
Het venijn van de honderdste Giro zit hem in de staart, zoveel is duidelijk. Op de laatste rustdag kunnen de renners zich fysiek en mentaal voorbereiden op een loodzwaar sextet etappes. De eerste daarvan is meteen de meest veeleisende. Niet lang na het vertrek vanuit Rovetta wordt de Mortirolo beklommen. Weliswaar via de minder bekende zuidzijde, maar ook die kent stijgingspercentages tot 16%. Vandaag is hij slechts een aperitiefje. Het hoofdgerecht luistert naar de naam Passo dello Stelvio en wordt dit jaar extra heet opgediend. Vanuit Bormio klimt men in tweeëntwintig kilometer – gemiddelde stijging 7,1% – naar de pasovergang, om via de bekende achtenveertig haarspeldbochten af te dalen en via Zwitserland de noordzijde aan te vatten. Daar wordt in ruim dertien kilometer 1130 meter geklommen, goed voor een gemiddeld stijgingspercentage van 8,4%. Vanaf de Umbrailpas, net iets onder de Stelvio, daalt men af terug naar finishplaats Bormio. Met zijn 2758 meter is de Stelvio afgetekend het hoogste punt van de Giro d’Italia. Traditioneel krijgt de renner die hier als eerste passeert de Cima Coppi-prijs. Vorig jaar viel die roem, op de Agnelpas, te beurt aan de onlangs veel te jong gestorven Michele Scarponi. Naast Coppi zullen de renners in gedachte ook hem hier eren. Dichterbij de hemel kunnen ze niet komen.

De Stelvio in de sneeuw (foto: Sirotti)

De tweede Alpenrit is minder zwaar en kent ‘slechts’ de Passo del Tonale als grote hindernis. De aankomst in Canazei moet mooie herinneringen oproepen bij Johan van der Velde. De huidige buschauffeur van Roompot won er in 1987 zijn tweede etappe in de Dolomieten. Peter Winnen reed die dag ook mee en beschreef de Dolomieten met literair cachet: “Tot diep in juni kan het er onbehoorlijk spoken. De goden van de Dolomieten zijn niet snel tevreden met de hun toegeworpen offerandes. Eerlijk gezegd, ze zijn er blind voor. Aan de Giro hebben ze een broertje dood.”

De goden van de Dolomieten zijn niet snel tevreden met de hun toegeworpen offerandes – Peter Winnen

Waar de twee voorgaande ritten de tweehonderd kilometer ruim overstegen, kenmerkt de achttiende etappe zich door zijn korte afstand van honderdzevenendertig kilometer. Daarin moeten niet minder dan vijf Dolomietenpassen overwonnen worden: achtereenvolgens de Passo Pordoi, Passo Valparola, Passo Gardena, Passo Pinei en de slotklim naar Ortisei. Ook hier wegen de laatste loodjes het zwaarst. In de laatste kilometers lopen de stijgingspercentages op tot ruim boven de 10%. Een dag later, met alweer een aankomst bergop, is het tegenovergestelde waar. De vijftien kilometer lange slotklim naar Piancavallo kent zijn steilste stroken – 14% – in de eerste helft.

De Giro deed ook in 2010 de Monte Grappa aan (foto: Sirotti)

De laatste bergrit voert de renners over de Monte Grappa, een berg die hoog boven de Povlakte uittorent. Honderd jaar geleden lieten tienduizenden soldaten hier het leven tijdens de Eerste Wereldoorlog. Een ossuarium op de top herinnert hier nog aan. Gloria a voi soldati del Grappa, staat er in grote letters op. Vandaag gaat de glorie vooral naar de renners, die hier hun voorlaatste strijd bergop uitvechten. Al wat na de Grappa nog rest is een lange, technische afdaling, een elf kilometer lange klim naar Foza en vijf glooiende kilometers naar de aankomst in Asiago.

Video: Johan van der Velde koning van de Dolomieten in Giro 1987
Video: Pantani wint op Piancavallo in 1998

Dinsdag 23 mei: etappe 16, Rovetta – Bormio (222 km)

Woensdag 24 mei: etappe 17, Tirano – Canazei (219 km)

Donderdag 25 mei: etappe 18, Moena – Ortisei/Sankt Ulrich (137 km)

Vrijdag 26 mei: etappe 19, San Candido – Piancavallo (191 km)

Zaterdag 27 mei: etappe 20, Pordenone – Asiago (190 km)


Aankomst onder de Milaanse Duomo
De bergen zijn achter de rug, maar het klassement ligt nog niet in een definitieve plooi. Waar in de Tour de France de slotrit de laatste decennia slechts nog een formaliteit is, wordt de Giro regelmatig afgesloten met een individuele tijdrit. Zo ook dit jaar. Tussen het Formule 1-circuit van Monza en de aankomst onder de Dom van Milaan liggen negenentwintig vlakke kilometers die de verhoudingen nog eens flink door elkaar kunnen schudden.

De huldiging van de Giro in 2011 onder de Milanese Dom (foto: Sirotti)

Honderd edities geleden startte en finishte de eerste Giro d’Italia in Milaan. Liugi Ganna werd er als eerste winnaar gehuldigd. De honderdste zal dit jaar volgen. Hij zal bij lange na niet de laatste zijn, mogen we toch hopen. Viva il Giro!

Zondag 28 mei: etappe21, Monza – Milaan (29,3 km ITT)

Links
Officiële website
Alle 21 etappes (Site Giro)
Routeboek van de Giro 2017
Alle 21 hoogteprofielen
Deelnemerslijst


Speel mee met de WielerFlits Tour-pool en win een Trek racefiets

Reacties Toon reacties Verberg reacties