Van Zandbeek: “Gevarieerde parcoursen zijn de toekomst”

Geplaatst op zondag 19 maart 2017 om 09:30
Ronan van Zandbeek

foto: Orange Pictures / Jos Kafoe

Ronan van Zandbeek wist na een spannende strijd op het Amelander strand afgelopen zaterdag de nationale titel in het strandracen te grijpen. Na afloop was de 29-jarige renner uit Schijndel niet super blij met zijn titel. Niet zo gek ook, want hij mag het rood-wit-blauw slechts tot begin december dragen. “Dat is voor de verkoop van het strandracen aan het publiek en sponsoren geen goed teken”, legt hij uit in het Weekendinterview van WielerFlits.

Liefde voor het strand
Van Zandbeek – in 2011 en 2012 prof bij Argos-Shimano – kwam jaren geleden voor het eerst met strandracen in aanraking. “Toen zat ik bij Stefan Vreugdenhil in de ploeg, bij Van Vliet-EBH Elshof. Hij kwam uit de strandracewereld. We kwamen toen op het idee om eens aan een strandrace mee te doen. Dat was in Scheveningen. Ik vond dat toen heel erg gaaf om te doen. Het is iets wat mij ligt: niet te veel nadenken en gewoon lekker fietsen. Dat trok me meteen aan. Daarna heb ik het een paar jaar niet gedaan, omdat ik prof werd bij Argos-Shimano. Toen dat avontuur ten einde was, dacht ik: ‘ik wil weer strandracen’.”

Voor de mensen die het niet kennen: strandracen is – zoals de naam eigenlijk al zegt – koersen op het strand en over zandduinen, waarbij renners alle elementen van het weer moeten trotseren. “Heel veel mensen denken dat het saai is”, vertelt Van Zandbeek. “Ze vinden dat we een beetje langs het water fietsen zonder dat er iets gebeurt. Met ons eigen opgerichte Invicta-ploeg nodigen wij daarom mensen uit om met ons mee te gaan, om het zelf te proberen. De feedback die we krijgen is dat het dan niet alleen maar saai op en neer fietsen op het strand is.”

“Je komt van alles tegen en de ene wedstrijd is ook de andere niet”, gaat de geboren Bosschenaar verder. “Je zakt weg in het water, je hebt te maken met de wind, het strand is per gedeelte anders. Dat maakt het zo mooi, want je weet nooit wat je te wachten staat. Het weer is zo bepalend. Een paar weken geleden reden we een wedstrijd in Scheveningen. Was die wedstrijd een week eerder, dan is het een racebaan. Maar toen wij er reden was het zacht en mul, waardoor je de hele weg aan het ploeteren bent. Het is moeilijk uit te leggen wat daar nu zo leuk aan is, je moet het toch eerst zelf geprobeerd hebben. Het onvoorspelbare en uitdagende maakt het zo mooi.”

Waar wringt de schoen?
Toch moet volgens Van Zandbeek het nodige veranderen om de groei van het strandracen te blijven stimuleren. Zo zijn er ook genoeg wegrenners die graag een uitstapje naar het strand maken. Denk aan Sebastian Langeveld, Ramon Sinkeldam, Laurens ten Dam, Tom Dumoulin en afgelopen winter ook Tim Kerkhof. “En bij de dames heeft Esra Tromp een keer meegedaan. Maar zij zitten vast aan hun wegploeg, wat overigens te begrijpen is. Het probleem daar is dat hun teams de fietsen voor het strandracen meestal niet leveren. Jasper Ockeloen (Europees kampioen, red.) rijdt op de weg bij Monkey Town, maar op het strand bij een andere ploeg.”

Die insteek moet volgens Van Zandbeek veranderen. “Het moet gewoon een mogelijkheid zijn dat er bij ons op het shirt plaats is voor de sponsor van zijn of haar wegploeg. Zeg maar een soort combinatieteam, maar dat de kleur van het shirt anders is. Dat is een belangrijke stap voor het professionaliseren van het strandracen. Anders schrikt het veel wegrenners af, omdat ze vanuit hun ploeg niet in een ander tenue mogen koersen. Wij als Invicta zijn daarom al een tijdje op zoek naar een creatieve oplossing. Voor onze ploeg is de kleur van het shirt heel belangrijk, met natuurlijk de naam van Invicta als hoofdsponsor. We zijn aan het onderzoeken of er een tweede tenue te ontwerpen is, waarbij we de hoofdsponsor van wegteams er ook op kunnen drukken.”

Ronan van Zandbeek

‘Een goed stel’: Nederlands kampioenen Rooijakkers en Van Zandbeek – foto: Orange Pictures / Jos Kafoe

Van Zandbeeks vriendin Pauliena Rooijakkers en hijzelf kroonde zich op Ameland tot Nederlands kampioenen. Na afloop hechtte Van Zandbeek maar weinig waarde aan zijn rood-wit-blauwe trui. “Als je wint is het natuurlijk supermooi, want het is een eer om in die trui te rijden. Maar daardoor kreeg ik ook gelijk een podium om mijn punt te maken. In het wielerwereldje zijn er te veel meelopers en dat moeten we in het strandracen nu juist niet hebben. Dan blijven we mensen houden die wedstrijden organiseren waar ergens onderweg een paaltje in de grond is geslagen; daar zetten ze dan een man in een hesje bij neer, je betaalt 25 euro om mee te doen aan die strandrace, rijdt om het paaltje heen en gaat weer terug naar start-finish. Dan mag je hopen dat je er nog een kop koffie krijgt, dan snel een podiumceremonie en je bent weer weg. Dat moeten we niet willen.”

Toch ziet Van Zandbeek een positieve trend. “De kwantiteit aan wedstrijden is goed. Misschien zijn er op korte termijn wel te veel wedstrijden, al kunnen er nooit genoeg zijn. Het moet alleen niet zo zijn dat er op één dag twee wedstrijden zijn, omdat er maar geld aan verdient moet worden. Vanaf nu moet kwaliteit de boventoon gaan voeren. De buitenwereld en de wielervolgers moeten het strandracen als een professionele discipline zien. En het is niet professioneel als ik tegen mijn sponsor zeg: ‘Ik moet mijn NK-trui al na drie wedstrijden weer inleveren’. We moeten het aantrekkelijker maken. De KNWU doet heel veel goede dingen. Het is professioneler geworden, maar het is nu al twee jaar tijd voor een nieuwe stap. Het mag nu niet blijven hangen.”

Oplossingen voor de toekomst
De nieuwbakken Nederlands kampioen roept de KNWU op om veranderingen door te voeren. “Wij hebben de KNWU nodig om het strandracen te laten groeien, maar anderzijds heeft de KNWU ons ook nodig om de sport verder te ontwikkelen. Als de strandracers niet meer op KNWU-wedstrijden afkomen, dan is de moeite van de voorbije jaren voor niets geweest. Er zijn echter ook bepaalde mensen die zich wel heel erg inzetten voor het strandracen. Denk bijvoorbeeld aan Thijs Sepers en Alex Schuttert, die beiden veel wedstrijden organiseren. Maar ook de organisaties achter de strandraces in Wijk aan Zee of Brouwersdam. In hen moet de KNWU investeren en ondersteuning bieden.”

Om de sport aantrekkelijker te maken, moet de KNWU volgens Van Zandbeek keuzes gaan maken. “Ze moeten organisaties verplichten dat de afstand in een wedstrijd tussen de start en het keerpunt nooit meer dan tien of vijftien kilometer mag zijn. Bij heel veel strandraces is het nu zo dat de mensen de start zien, vervolgens tussendoor warme chocolademelk gaan drinken en daarna de finish nog even meepikken. Dat is voor het publiek ook niets waard, want die zien dan niet de mooie strijd die er gaande is. Tijdens het NK op Ameland konden ze via een groot scherm de koers volgen, dat was een mooi initiatief, maar dat kan niet bij elke strandrace. Daarom is het moeilijk om het verkoopbaar te maken. Maar bij de strandrace van Wijk aan Zee rijden we bijvoorbeeld een rondje van zeven kilometer en ziet het publiek ons zeven tot negen keer.”

Ronan van Zandbeek

foto: Orange Pictures / Jos Kafoe

Ook de Strandracecompetitie zoals die er nu is moet op de schop, meent Van Zandbeek. “De renners koersen niet meer volle bak. Elke wedstrijd uit de KNWU-competitie gaat namelijk van A naar B en weer terug. Er moet meer variatie in de wedstrijden zitten. Het is nu wind mee, wind tegen of geen wind. Dan krijg je geen koers. Dat geldt ook voor het komende NK in Castricum. Die heet de Deining D-Day 100% Strandrace, maar die is 100% saai. Er zit geen spektakel in. Nog zoiets: de puntentelling is dit jaar veranderd. Dat was ook nodig. Maar de puntentelling is pas de dinsdag ná de eerste strandrace aangepast. Dat komt niet professioneel over. Denk je dat je als renner een slag geslagen hebt in de eerste wedstrijd, passen ze dat twee dagen later aan. Het zijn allemaal van dat soort kleine dingen.”

“En waarom gaan we niet samenwerken met België?”, vraagt de ex-prof zich af. “De mooiste wedstrijden in Nederland zijn in Wijk aan Zee en Egmond-Pier-Egmond. In België zijn dat Knokke en De Panne. Wijk aan Zee en De Panne vielen deze winter bovendien op dezelfde dag. Dat kan niet. We spreken allemaal Nederlands. Op de weg hoeven renners ook niet te kiezen tussen Parijs-Roubaix en de Ronde van Vlaanderen. Die vier strandraces hebben prachtige parcoursen met natuurlijke hindernissen erin. Dat is interessant voor het publiek, voor de renners en misschien ook wel voor televisie-opnames. Daar moet het strandracen de komende vijf jaar naartoe groeien.”

Eigen initiatief
Omdat Van Zandbeek niet alleen maar wil vingerwijzen, neemt hij samen met zijn team Invicta het voortouw. Op het E3-strand bij Eersel organiseren zij op 22 oktober hun eigen strandrace, die ze voor het publiek én de renners zo aantrekkelijk mogelijk willen maken. “Afgelopen woensdag hebben we er een filmpje van gemaakt. Je hebt bij Eersel geen eb en vloed en dus zou je de hele dag wedstrijden kunnen organiseren. Je rijdt daar in een rondje, waarbij je het strand op en af moet. Het is een gevarieerd parcours. Er zit een bruggetje in, bijvoorbeeld. Het lijkt op een veldrit, maar dan zonder bochtjes of gekke dingen. Het parcours is zoals de natuur is. Daar maak je gebruik van. Het rondje is zo’n vijf kilometer. Je kunt vanaf het midden bijna heel het parcours zien. Uitdagend voor renners en waarneembaar voor het publiek.”


De nieuwe strandrace bij Eersel zou Van Zandbeek komend seizoen graag in de Strandracecompetitie zien. “Die gesprekken moeten nog komen. We willen de deur openzetten voor de KNWU. Wij willen door met het strandracen. Zij gaan erin mee, of niet. De KNWU moet ervoor zorgen dat wij de competitie blijven rijden, en dus niet zoals nu naar losse strandraces gaan zoals in Brouwersdam en Wijk aan Zee. Dan is het voor ons namelijk kiezen tussen de Houtse Linies en de Ronde van Vlaanderen, bij wijze van. We gaan met de KNWU praten. Onze wedstrijd kan ook functioneren als kick-off voor de klassieker Hoek van Holland-Den Helder (de eerste wedstrijd uit de Strandrace-competitie, red.). Dat de uitslag een deel van de startlijn bepaalt, zoiets bijvoorbeeld. We gaan dit nieuwe concept binnenkort pitchen. Hopelijk draagt dit bij aan de toekomst van het strandracen. Gevarieerde strandrace-parcoursen zijn voor het publiek en de renners de toekomst.”

Reacties Toon reacties Verberg reacties