Jasper de Laat: “Dit jaar is alles één groot leerproces”

Door Nick Doup, zondag 5 maart 2017 om 09:00

foto: Metec-TKH

Vorige week baarde Jasper de Laat opzien in de Ronde van Alentejo. In deze Portugese rittenkoers van 2.1-niveau reed de 23-jarige renner van Metec-TKH sterke uitslagen en wist hij zich op het eindpodium te nestelen achter Carlos Barbero en Rinaldo Nocentini. En dat terwijl hij vorig jaar nog in het tenue van clubteam TWC Tempo zijn wedstrijden reed. Zijn prestaties van 2016 zijn echter niet onopgemerkt gebleven en ook in zijn eerste wedstrijd van 2017 gaat het hem voor de wind. “Deze prestatie geeft aan dat ik veel in mijn mars heb, maar ik hoop dat ik de stijgende lijn nog door kan trekken”, zegt de Brabander in het Weekendinterview met WielerFlits.

Volta ao Alentejo
“Volgens mij was 24ste mijn minste plek, dan kun je gewoon goed mee”, blikt een uiterst tevreden De Laat terug op zijn optreden op het Iberische schiereiland. “We waren de week van tevoren op trainingskamp gegaan in Faro, Algarve. Vanuit daar is de ene helft van de ploeg naar huis gegaan en de andere helft, met mij, naar de Ronde van Alentejo gegaan. Ik had niet verwacht dat ik zo vroeg al zo goed zou zijn. De verwachting was wel dat ik beter zou zijn dan andere jaren, omdat ik nu meer train en er meer voor laat, maar in je eerste wedstrijd van het seizoen weet je gewoon niet waar je staat. Ik had wel een trainingswedstrijdje gereden, maar dat zegt helemaal niets en is niet te vergelijken met het niveau van Alentejo. De eerste etappe was direct de zwaarste en de andere dagen waren vlakke etappes, maar niets is vlak daar”, lacht hij. “Portugees vlak, zal ik maar zeggen.”

In dienst van zijn nieuwe ploeg Metec-TKH gaan allemaal deuren open voor de in Moergestel geboren en getogen De Laat. “Ik ben voor het eerst op trainingskamp geweest en het is voor het eerst dat ik in Portugal gekoerst heb. Het beviel heel erg goed met de ploeg. Ik word dan uiteindelijk derde in het klassement, maar we winnen ook nog een etappe met Johim Ariesen en dat is alleen maar mooi meegenomen.”

Ik denk dat ik nog niet helemaal besef wie daar rijden en tussen welke namen ik eindig.

In het eindklassement stonden de namen van Movistar-renner Carlos Barbero en Rinaldo Nocentini, tegenwoordig rijdend voor Sporting-Tavira, voor die van De Laat. Hij kan zijn lach niet inhouden als hij daar over nadenkt: “Dat zijn zeker niet de minsten. Ik denk dat ik nog niet helemaal besef wie daar rijden en tussen welke namen ik eindig. Nocentini heeft gewoon elf dagen in de gele trui rondgereden, werd mij verteld. Ploeggenoten zeiden ook dat ze nog nooit iets mee hebben gemaakt als wat vorige week gebeurd is. Van tevoren dachten we niet dat we voor een eindklassement zouden gaan rijden, maar als je dan derde komt te staan, wil je die plek ook behouden.”

In de regio Alentejo was Movistar de enige ploeg van WorldTour-niveau. Voor De Laat een kennismaking met renners van die statuur. “Zij rijden de beste wedstrijden van de wereld. Ik had nog even teruggezocht, voor mij was dit de eerste wedstrijd van het seizoen en voor Barbero was het al de derde of vierde meerdaagse. Dat is wel een heel verschil. Zij draaien al jaren mee op dit niveau en ik kom net mijn neus aan het venster steken. Dan is het alleen al leuk dat je daar tussen mag staan. Die mannen zijn echt heel sterk en rijden heel de dag van voren”, aldus De Laat, die in het eindklassement 25 seconden achterstand had op Barbero.

“Deze prestatie geeft aan dat ik veel in mijn mars heb, maar ik hoop dat ik de stijgende lijn nog door kan trekken”, vertelt een zelfbewuste De Laat. Toch wil hij niet te hard van stapel lopen. “Eigenlijk is dit jaar alles één groot leerproces. Ik kom van clubrenner af en daar heb ik toentertijd bewust voor gekozen, om niet vol voor het fietsen te gaan. Nu heb ik mijn studie afgerond en kan ik kijken hoe ver ik kan komen.”

Groeiachterstand en criteriums
“Mijn vader fietste altijd en toen ik klein was zei ik al dat ik wilde gaan wielrennen, dus op mijn zevende mocht ik eindelijk gaan beginnen bij TWC Pijnenburg in Tilburg. In die tijd ging je nog naar een hogere categorie op je verjaardag (De Laat is geboren in februari 1994, red.), dus toen moest ik eerst een jaar meetrainen en op mijn achtste ben ik gestart in Categorie 1. Zodoende heb ik alle jeugdcategorieën doorlopen. Slecht was ik niet, maar op een gegeven moment gaan andere jongens groeien en ik bleef maar een beetje klein”, zegt hij lachend. “Na mijn achttiende ben ik pas echt gaan groeien.”

In de juniorencategorie merkte De Laat dat zijn liefde voor het rijden van criteriums groter was dan voor de klassiekers. “Het grote verschil is dat een klassieker veel langer is, vaak is het ook meer rechtdoor. Het is minder explosief. In criteriums is het twee uur volle bak, alleen maar aanzetten en na die twee uur ben je net zo kapot als aan het einde van een klassieker van vier of vijf uur. In die langere wedstrijden had ik altijd wel iets: pech, een valpartij of iets anders. Het is een wereld van verschil.”

“Op dat moment ben ik ook begonnen met studeren en voor de lol criteriums blijven rijden. Die gingen mij wel goed af en ik werd ook steeds beter. Bij Pijnenburg was ik de enige belofterenner en daardoor heb ik mijn eigen plan kunnen trekken, maar vorig jaar vond ik het wel tijd om naar een andere club te gaan.” Bij TWC Tempo in Veldhoven was het programma van De Laat anders. “De afspraak was om enkele klassiekers te rijden om sterker te worden, zodat ik in de criteriums meer overschot zou hebben. En toen begon het balletje van de Omloop der Kempen eigenlijk te rollen.”

De Laat op kop in de Omloop der Kempen – foto: Léon van Bon

Via de Topcompetitie naar de Ronde van de Toekomst
In een regenachtige editie van de Omloop der Kempen kwam opeens de naam van Jasper de Laat naar voren. De renner van TWC Tempo haalde de ontsnapte Oscar Riesebeek bij en reed samen met hem naar de finish. Winnen was hem niet gegeven, maar met een tweede plek maakte De Laat een grote stap in het klassement. Het bleek tevens een opstap in zijn carrière. “De Topcompetitie is zeker belangrijk geweest voor mij”, zegt hij resoluut. “Doordat ik in de Omloop der Kempen de blauwe trui (beste clubrenner in het klassement, red.) pakte, konden we als ploeg overal starten. Anders hadden wij van de Topcompetitie bijna niets gereden. Ik ben daarom ook vol voor die trui te gaan, om in ieder geval in dat klassement ver te komen.”

Ik bleek geen eendagsvlieg te zijn.

Het is het begin van een stormachtig jaar voor De Laat, al blijft hij er zelf ongekend koel onder. “Zonder Topcompetitie had ik de KNWU-selectie niet gehaald en de stap naar Metec-TKH niet kunnen maken”, legt hij uit. “Stel dat ik in de Omloop der Kempen vijftiende was geworden, dan had ik de trui niet gepakt en dan had ik ook de klimtijdrit niet gereden. En omdat ik vijfde werd in die tijdrit, is bij de KNWU een belletje gaan rinkelen. Ik bleek geen eendagsvlieg te zijn. Daar ben ik opgepikt door Frank Pennings van de KNWU om mee te gaan naar Italië voor de Trofeo Almar. Ik werd zesde en kon meteen mee naar de Ronde van de Toekomst. Stiekem kwam die oproep als een verrassing.”

In de Ronde van de Toekomst werd De Laat twee keer elfde in een rit. De ronde sloot hij af op de 58ste plek, hij was daarmee de derde renner van de Nederlandse selectie. “Ik was een beetje de vreemde eend in de bijt, want ik was de enige renner zonder Rabobank-achtergrond. Problemen waren er niet hoor, want ze behandelen je net alsof je ook bij de Rabo-ploeg rijdt.” Naast de Trofeo Almar en de Ronde van de Toekomst kreeg De Laat ook een oproep voor het EK wielrennen in Plumelec. “Om als clubrenner naar dat soort wedstrijden te gaan, is bijzonder. Ik sta er redelijk nuchter in. Meestal besef ik niet echt hoe goed het is wat ik allemaal presteer. Ik blijf er bescheiden onder. Overal waar ik fiets wil ik laten zien dat ik kan fietsen. De ene keer pakt dat goed uit, de andere keer minder goed. Dat is wel Brabantse nuchterheid.”

De Laat heeft een goede band met regiogenoot en Sunweb-renner Sam Oomen. Ze proberen vaak samen te trainen en hadden in de zomer van 2016 een vakantie gepland met nog drie fietsvrienden. Als groep noemen zij zich de ‘Coureurs van het 1e uur’. “We zijn een week naar de Alpen geweest om te trainen en zijn gaan kijken bij de Tour de France”, vertelt De Laat. “Het was al afgesproken voordat dat hele KNWU-verhaal begon te lopen, maar dat is wel een mooier doel als je op zo’n trainingsweek gaat. Blijkbaar heb ik een paar wegen gereden die ik later ook nog zou tegenkomen in de Ronde van de Toekomst. Op die vakantie heb ik voor het eerst een echte berg op gefietst. Je weet dan wel wat je te wachten staat.”

Overal waar ik fiets wil ik laten zien dat ik kan fietsen. De ene keer pakt dat goed uit, de andere keer minder goed.

Voor De Laat begint het wielerleven nu pas, ook al is hij anderhalf jaar ouder dan Oomen. “Ik ben zeker een laatbloeier. De meesten komen van de junioren en beginnen als belofte vol voor het fietsen te leven. Heel vaak komen ze er op hun 25ste of 26ste achter dat ze het niet worden en dan hebben ze geen studie. Die heb ik nu wel achter de hand”, zegt De Laat, die vorig jaar de opleiding Technische Bedrijfskunde heeft afgerond. “Dat is een bewuste keuze geweest. Ik heb lang getwijfeld of ik wel vol voor het wielrennen moest gaan, maar ik wist wel dat ik het nu moest doen, anders krijg ik er misschien later spijt van. Die studie heb ik dan nog achter de hand, als het niet lukt.”

Veel continentale teams aasden op de beste clubrenner – foto: Léon van Bon

Gewild
Naast de internationale wedstrijden, bleef De Laat ook in de Topcompetitie goede uitslagen rijden. Hij stevende af op de zege in het clubklassement, wat hem een contractaanbieding bij De Rijke (nu Delta Cycling Rotterdam) op zou leveren. Nog voor de Brabander dat klassement daadwerkelijk op zijn naam schreef, had hij al meerdere aanbiedingen. “Baby Dump had al heel snel iets laten weten en Join-S|De Rijke had interesse. Metec-TKH kwam na de Ronde van de Toekomst op mijn pad en in die periode heb ik kunnen vergelijken. Wat past het beste bij mij? Het maakte niet uit of ik die trui behield, want ik zou sowieso bij De Rijke terecht kunnen. Maar op dat moment vond ik Metec de beste keuze. Adri van Houwelingen is via via met mijn ploegleider van Tempo in contact gekomen. Qua programma en begeleiding sprak mij dat verhaal het beste aan. Ik moet de criteriums nu wel aan de kant zetten. Als ik ze had willen blijven rijden, was ik wel clubrenner gebleven.”

“De eerste weken met de ploeg waren erg leuk. Ik ben goed ontvangen en op trainingskamp werd het elke dag steeds gezelliger met de jongens. Ik heb in Portugal van jongens als Ariesen, Jasper Hamelink en Tijmen Eising heel veel geleerd”, geeft de 23-jarige De Laat aan. “Zij hebben alles gedaan om profwielrenner te worden. Dat is ze niet gelukt, maar ze willen er wel alles aan doen om jongere renners alles te leren zodat het ons wel lukt. Daarbij geven ze wel aan dat ik een hele goede stap heb gedaan door eerst mijn studie af te maken en me nu pas op het fietsen te richten. Je hebt wel de jeugd gehad, zeggen ze dan. Ik heb alles meegemaakt. Toen ik nog criteriums reed ging ik regelmatig op stap en een biertje drinken. Dat hebben die jongens toen ze jong waren nooit gedaan. Je ziet het vaak bij renners die 24, 25 zijn en net geen prof worden, dat ze stoppen omdat ze motivatieproblemen hebben en dan hun jeugd willen inhalen. Vorig jaar heb ik een half jaar niet gedronken. Daarna ging ik een keer op stap en is het leuk, maar dan komt dat gevoel terug dat ik het fietsen toch wel veel leuker vind. Ik moet het stappen en drinken nu missen, maar weet wel waar ik het voor laat. Als dat zich uitbetaalt om een stap als wielrenner te maken, dan is dat het wel waard.”

Ik moet het stappen en drinken nu missen, maar weet wel waar ik het voor laat.

Stappen maken
In dienst van Metec-TKH wil De Laat zich verder ontwikkelen. “Ik moet er dit jaar achter komen wat ik echt heel goed kan. Ik kan best goed bergop en kan redelijk sprinten. Ik ben door de criteriums explosief, maar een pure sprinter ben ik niet. Een wedstrijd in Limburg past het beste bij mij, als een man of tien overblijven en ik het af kan maken in een sprint. Dat is denk ik hetgeen waar ik in uit zou kunnen blinken. Echt een super zwak punt heb ik niet. De laatste jaren heb ik wel weinig aan tijdrijden gedaan. Je moet of ergens in uitblinken of je moet alles heel goed kunnen. Op dit moment weet ik nog niet waar ik in uitblink, misschien dat dat dit jaar er wel uitkomt.”

De Laats eerstvolgende doel is de meerdaagse Ronde van Normandië. “Daar wil ik kijken hoe ik er voor sta. Het zal een heel andere koers zijn en ik verwacht slechter weer. Van mezelf weet ik dat ik dan goed uit de voeten kan. Ik weet dat ik een goede techniek heb door het rijden van criteriums, vooral een goede bochtentechniek. Als het regent durf ik meestal nog hard door een bocht te gaan, waar een ander in zijn remmen knijpt, pak ik tien meter in die bocht.”

Vorig jaar was de Topcompetitie belangrijk voor De Laat, maar dit jaar is dat niet zijn hoofddoel. “Alles moet meezitten wil je hoog komen te staan in het klassement”, zegt hij. “Het is een mooi initiatief en ik ben van plan om veel wedstrijden te rijden. In Nederland is de Topcompetitie het hoogste, qua media-aandacht super en een mooie stap om prof te worden, maar kan ik goed rijden in een UCI-koers, dan rijd ik daar liever.”

Ik wil het eerst laten zien en een lekker seizoen draaien. Dan komt vanzelf wel iets op mijn pad.

Hoewel bescheiden, komt ook het ambitieuze in de Moergestelaar naar boven. “Zelf weet ik dat als ik een stap hogerop wil maken, dat het dit seizoen of volgend seizoen moet gebeuren. Welke stap? Dat ligt eraan hoe dit jaar verloopt. Er zijn heel veel mensen die zeggen dat ik gegarandeerd prof word, maar ik wil het eerst laten zien en een lekker seizoen draaien. Dan komt vanzelf wel iets op mijn pad. Of dat ProContinentaal of WorldTour is, maakt voor mij niet uit. Het is in dat geval al een mooie stap verder. Je zult altijd jezelf moeten bewijzen, wil je op dat niveau blijven rijden.”

Als je dan denkt aan een stap hogerop binnen Nederland, vallen al snel de namen van Roompot-Nederlandse Loterij en LottoNL-Jumbo. “Gesprekken tussen mij en die teams zijn er niet geweest”, zegt De Laat. “Vorig jaar is Pennings van de KNWU wel gaan polsen bij Roompot, wat zij van mij vonden. Ze adviseerden om eerst een jaar op continentaal niveau te rijden. En daar hebben ze ook gelijk in. Van clubrenner naar een ProConti-ploeg gaan… Dan sla je best wel een flinke stap over.”

Tot slot vragen we waar Jasper de Laat zichzelf over vijf jaar ziet staan. “Over vijf jaar… Dan rijd ik in een profploeg op WorldTour-niveau en heb ik grote rondes gereden, maar voor de rest blijf ik er nuchter onder. Ik ga niet zeggen dat ik al van alles heb gewonnen.”


Train als een prof tijdens je fietsvakantie

De mooiste fietsroutes in België - Vanaf 99 euro voor 2 nachten

Reacties Toon reacties Verberg reacties