Terugblik 2016: Hoe deden de neoprofs het?

Door Youri IJnsen, zaterdag 31 december 2016 om 10:30

foto: Sirotti

Aan het begin van het jaar stelde WielerFlits een lijst samen met tien neoprofs om op te letten. Op de laatste dag van het jaar maken wij de balans op: wie haakten hun karretje direct aan en wie hebben nog een paar stappen nodig? De volgorde is hetzelfde als in januari.

10. flag-no Odd Christian Eiking (FDJ) – voldoende

foto: Sirotti

foto: Sirotti

Odd Christian Eiking maakte het voorbije jaar zijn debuut bij FDJ. De talentvolle klassementsrenner begon het seizoen goed. In La Méditerranéenne mocht hij al van de overwinning proeven, al bleef het bij die gewonnen ploegentijdrit. In de Tour of Norway en de Arctic Race of Norway mocht de Noor in eigen land voor eigen kansen rijden. Dat deed hij uiterst verdienstelijk, met een vierde en vijfde stek in het eindklassement. Bovendien liet FDJ hem ervaring opdoen in de Vuelta a España, die hij als 77ste besloot. Afgelopen week vierde Eiking nog zijn 22ste verjaardag.


9. flag-de Lennard Kämna (Stölting Service Group) – onvoldoende

foto: Sirotti

foto: Sirotti

Lennard Kämna staat al een paar jaar te boek als het grootste Duitse talent en werd al eens vergeleken met Jan Ullrich. De 20-jarige klassementsrenner annex tijdrijder had het moeilijk in zijn eerste jaar als prof. Hij kon zich niet meten met de oudere eliterenners en wist ook tijdens Nation’s Cup U23-koersen met zijn leeftijdsgenoten niet te overtuigen. Aan het einde van het seizoen wist hij dan toch een hoogtepunt te boeken. Hij werd Europees kampioen tijdrijden bij de beloften. Op het WK werd hij tijdens diezelfde discipline vierde. Toch overtuigde het Iwan Spekenbrink, want die haalde Kämna naar Sunweb.


8. flag-fr Guillaume Martin (Wanty-Groupe Gobert) – goed

foto: Sirotti

foto: Sirotti

Geheel verrassend koos de Fransman Guillaume Martin eind 2015 niet voor een Franse WorldTour-ploeg. Hij wilde zich rustig ontwikkelen en Wanty-Groupe Gobert gaf hem die kans. Dat lijkt goed uit te pakken, want Martin stak in verschillende koersen al zijn neus aan het venster. Omdat hij een van de weinige klimmers bij de Belgische ProContinental-ploeg is, is hij in etappekoersen vaak de kopman. Dat resulteerde onder meer in een tweede plek in de Ronde van Oostenrijk, een vierde plaats in de Tour de l’Ain en een elfde stek in de Tour of Britain. Bovendien deed hij in onder meer Luik-Bastenaken-Luik en het Critérium du Dauphiné al kostbare WorldTour-ervaring op.


7. flag-at Gregor Mühlberger (Bora-Argon 18) – onvoldoende

foto: Sirotti

foto: Sirotti

Gregor Mühlberger was een van de best presterende beloften in 2015. Van hem werd dan ook best veel verwacht in zijn eerste jaar bij Bora-Argon 18. De 22-jarige Oostenrijker kon daar niet aan voldoen. Wel greep hij nipt naast de nationale titel op de weg. In een sprint met drie moest hij zijn meerdere erkennen in Matthias Brändle. Michael Gogl, het andere grote Oostenrijkse talent, moest genoegen nemen met brons. Mühlberger werd daarna ook tweede in de nieuwe – maar loodzware – koers Rad am Ring. Ook reed de Oostenrijker op het einde van het seizoen de Vuelta a España, maar daar kon hij geen potten breken. Mühlberger werd 114de in het eindklassement.


6. flag-be Laurens De Plus (Etixx-Quick-Step) – voldoende

Laurens De Plus

foto: Sirotti

Bij Etixx-Quick-Step zullen ze tevreden terugkijken op het debuutjaar van Laurens De Plus. Het 21-jarige rondetalent zette weliswaar zelf geen denderende klasseringen neer, maar was als knecht van waarde voor de Belgische ploeg. Dat onderstreepte bondscoach Kevin De Weert door de jonge Belg op te nemen in zijn selectie voor de Olympische Spelen in Rio de Janeiro. Daar droeg hij zijn steentje bij aan de gouden medaille van Greg Van Avermaet. Hij deed ook de nodige ervaring op in een aantal WorldTour-koersen, waaronder de Ronde van het Baskenland. Daar eindigde hij als 25ste in het eindklassement.


5. flag-co Fernando Gaviria (Etixx-Quick-Step) – uitstekend

Fernando Gaviria wint Parijs-Tours

foto: © Franck Faugere

Er bestaat geen twijfel over wie de beste eerstejaars prof van het seizoen was. Het aantrekken van Fernando Gaviria is een schot in de roos geweest van Patrick Lefevere. Het Colombiaanse wonderkind begon direct met winnen in de Tour de San Luis. In Tirreno-Adriatico pakt hij anderhalve maand later ook een ritzege. Tijdens Milaan-San Remo had Gaviria vervolgens alles van A tot X in de macht, maar ging het bij Z mis. Een moment van onoplettendheid bracht hem op driehonderd meter van de meet ten val: weg een bijna gegarandeerde zege. Vervolgens liet hij zich zien in Belgische semiklassiekers, de Ronde van Polen en won hij op indrukwekkende wijze Parijs-Tours aan het einde van het seizoen.


4. flag-it Gianni Moscon (Sky) – goed

foto: Sirotti

foto: Sirotti

Gianni Moscon kwam met adelsbrieven over van de beloften naar de profs. Hij maakte zijn WorldTour-debuut het voorbije seizoen bij Sky. Dat is nu niet direct de ploeg waar talenten doorbreken, maar Moscon is waarschijnlijk een uitzondering op de regel. De Italiaanse alleskunner moest in een aantal wedstrijden knechten voor de kopmannen, maar greep in de koersen waar hij voor zichzelf mocht rijden zijn kans. Zo werd hij achtste in Nokere Koerse, derde in de Internationale Wielerweek van Coppi & Bartali en zesde in de GP de Montreal. Bovendien wist hij ook te winnen. Op de Korgfjellet sloeg Moscon een dubbelslag in de Arctic Race of Norway.


3. flag-nl Sam Oomen (Giant-Alpecin) – goed

Sam Oomen

foto: Sirotti

Hij is van hetzelfde bouwjaar als Mathieu van der Poel, maar misschien – in ieder geval op de weg – wel net zo getalenteerd. Sam Oomen maakte zijn profdebuut dit jaar bij Giant-Alpecin. De ronderenner liet al vroeg in het seizoen van zich spreken, door in het Critérium International als derde te eindigen, achter Thibaut Pinot en Pierre Latour. Een kleine maand later maakte hij bovendien indruk in Luik-Bastenaken-Luik, waar hij tot diep in de finale mee kon met de favorieten. Net als Moscon, wist ook Oomen al in zijn eerste jaar als beroepsrenner te winnen. Onze 21-jarige landgenoot pakte de rit en de leiderstrui op Lelex Monts-Jura in de Tour de l’Ain. Dat bleek een dag later goed genoeg voor de eindzege.


2. flag-au Robert Power (Orica-BikeExchange) – geen oordeel

In Australië noemt men Robert Power het grootste talent sinds Cadel Evans. Dat kon hij in zijn eerste jaar nog niet laten zien. De 21-jarige renner van Orica-BikeExchange moest namelijk afrekenen met een zeldzaam oedeem in zijn beenmerg. Daardoor moest hij zijn debuut op het profniveau heel lang uitstellen. Zijn eerste wedstrijdkilometers maakte hij medio augustus pas in de Arnhem-Veenendaal Classic, waar WielerFlits hem opzocht. Nadien reed Power nog twaalf koersdagen, waarin hij onder meer zestiende werd in de door Wout Poels gewonnen koninginnenrit in de Tour of Britain en als derde eindigde in de Japan Cup. Komend jaar horen we ongetwijfeld meer van dit grote talent.


1. flag-dk Søren Kragh Andersen (Giant-Alpecin) – voldoende

foto: Sirotti

foto: Sirotti

Søren Kragh Andersen werd bestempeld als misschien wel het grootste talent dat afgelopen seizoen zijn profdebuut maakte. Bijna strooide het trainingsongeluk van Giant-Alpecin in januari roet in het eten. Kragh Andersen was echter de enige die ongehavend was, een geluk bij een ongeluk. De 22-jarige Deen begon goed met een zesde plek in het eindklassement van de Tour of Qatar. Een goed gevolg kon hij daar niet meteen aan vastbrijen. In de grote Vlaamse klassiekers moest hij bovendien vroegtijdig opgeven. Daarna was hij vooral sterk in individuele tijdritten, wat ook aan de basis stond van zijn vierde plek in de Ster ZLM Toer. In het tweede deel van het seizoen kon hij geen uitschieters noteren, maar dat is dan ook niet voor iedereen weggelegd. Wellicht maakt Kragh Andersen in 2017 een stormachtige ontwikkeling door.


Na de jaarwisseling brengt WielerFlits opnieuw een lijstje met tien eerstejaars profs die de wielervolgers in 2017 extra goed in de gaten moeten houden.

Reacties Toon reacties Verberg reacties